Nabestaanden
moordzaken krijgen eigen begeleider
Slachtofferhulp Nederland heeft vier medewerkers aangesteld die
de nabestaanden van slachtoffers van moord begeleiden tijdens de
afhandeling van de zaak. Onlangs is een proef hiermee begonnen
in de regio's Haaglanden, Zuidwest en Noord. Dat zei een
woordvoerder van Slachtofferhulp woensdag. Halverwege 2008 volgt
een evaluatie van de proef, waarna de medewerkers mogelijk ook
in de rest van het land worden ingezet. De persoonlijke
begeleiding is vooral bedoeld voor nabestaanden van „zware
delicten”, zoals moorden en familiedrama's. „Het gaat vaak om
zaken die een enorme impact hebben op maatschappelijk niveau”,
aldus de zegsman. De medewerker is de 'spin in het web' van de
hulpverleners. „Deze begeleider brengt alle betrokken partijen
bij elkaar. Ook tijdens de rechtsgang blijft hij betrokken bij
de nabestaanden. Het voordeel is dat zij voor een langere
periode dezelfde contactpersoon hebben.” Volgens de woordvoerder
van Slachtofferhulp is het project opgezet in nauw onderling
overleg met de nabestaanden.
Casemanager:
Het idee en het verzoek voor de nu genoemde casemanager, is al
in 2001 ontstaan en pas in 2003 goed uitgewerkt door de
deelnemers (nabestaanden van slachtoffers van moord en/of
doodslag en slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven) van de
Stichting Aandacht Doet Spreken.
Aan de hand van veel, door nabestaanden en slachtoffers
geschreven, verslagen en rapportages zijn alle voorkomende
tekortkomingen gebundeld.
Met al deze informatie heeft de Stichting Aandacht Doet Spreken
een lijst samengesteld, waarin de taken en werkwijze van een
casemanager voor nabestaanden van slachtoffers van moord en/of
doodslag en slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven, zijn
opgenomen.
De lijst ziet er als volgt uit:
1) De politie moet altijd vergezeld zijn van een
casemanager of medewerker uit het team van de casemanager bij
het melden van een ernstig geweldsmisdrijf aan familieleden.
2) De casemanager moet, als begeleider van politie en
hulpverlener voor familieleden, altijd een informatiepakket
afgeven aan de familie of achterlaten bij eventueel
contactpersoon van de familie.
In dit infopakket moet duidelijk omschreven zijn wat het aanbod
voor hulpverlening inhoudt. ( o.a. juridische begeleiding,
invullen formulieren en verder(e) ontwikkelingen en verloop.)
3) Indien slachtoffer / nabestaanden niet direct hulp van
casemanager wenst/wensen en daarna ook niet binnen een week
reageert/reageren, neemt casemanager zelf contact op met
slachtoffer / nabestaanden.
4) De casemanager doet de volledige begeleiding van slachtoffer
/ nabestaanden tijdens onderzoek, opsporing en aanhouding dader.
Verleent bijstand aan slachtoffer / nabestaanden bij rechtszaken
en uitspraak en stelt slachtoffer / nabestaanden op de hoogte
van verder verloop, verlof en vrijlating daders.
5) Voert bemiddeling en begeleiding uit van SH / Slachtoffer /
Schadefonds / Slachtofferzorg / bedrijfsarts/ UWV /
verzekeringen / gedwongen of noodzakelijke verhuizing /
regioverbod daders na vrijlating
6) Bouwt vanaf dag 1 een dossier op, met daarin kopieën van
proces verbaal, requisitoir, vonnis enz.
7) Zorgt, na verloop van tijd, voor de mogelijkheid dat
slachtoffer / nabestaanden (er even tussenuit) op een geschikte
locatie, eventueel met lotgenoten, rust en ontspanning
kan/kunnen vinden .
8) Verwijst door naar regio bijeenkomsten van SHN en naar
bijeenkomsten van andere lotgenoten verenigingen.
9) Blijft contact onderhouden, naar gelang behoefte van
slachtoffer / nabestaanden laat bij afbouw van contact adres
gegevens achter. Altijd slachtoffer / nabestaanden in kennis
stellen als er van casemanager wordt gewisseld.
10) Verstrekken van dader informatie moet altijd via de
casemanagers plaatsvinden.
Hieronder staat het concept dat is ingeleverd bij
Slachtofferhulp en Justitie m.b.t. de casemanager.
Coördineren, aansturen, regelen, oppakken:
De rechtszaak:
o
Advocaat, lijst met beschikbare namen van gespecialiseerde
advocaten;
o
Begeleiding en uitleg tijdens de rechtszaak;
o
Officier van Justitie, Advocaat Generaal;
o
Politie/familierechercheur;
§
contact met politie;
§
begeleiding bij contact met politie;
§
begeleiding bij het doen van aangifte;
§
begeleiding bij identificatie lichamen;
o
Voorlichting;
o
Voegen, spreekrecht, etc.;
o
Strafrecht – civiel rechterlijk;
o
Opvragen dossier.
·
Hulpverlening:
o
Crisishulp;
o
Maatschappelijk werk;
o
(Psycho)therapie voor:
§
Opgelopen trauma’s;
§
Depressie, angst, woede;
§
Psychosomatische klachten;
§
Relatieproblemen partners, gezinsleden, familieleden, vrienden,
kennissen, schoolgenoten, leraren, collega’s, etc;
§
Opvoedingsproblematiek;
§
Gedragsproblemen;
o
BNMO;
o
Huisarts, fysiotherapeut, etc.;
o
Lotgenotencontactgroepen (meegaan naar eerste contact).
·
Hulp bij het regelen van de uitvaart.
·
Media:
o
Informeren hoe het werkt, wat men te wachten staat, waarschuwen
voor negatieve effecten, hulp om positieve effecten te
bewerkstelligen;
o
Kranten;
o
Tijdschriften;
o
Radio;
o
TV:
§
Journaal;
§
Hart van Nederland, etc.;
§
Discussieprogramma’s;
§
Themaprogramma’s.
·
Werkgever, school, ARBO, verzekeringsmaatschappijen, gemeente,
overheid.
·
Politie en justitie.
·
Familie, vrienden, kennissen.
·
Dossier bijhouden (blijft bij Slachtofferhulp Nederland). Indien
nodig uitgebreide dossieroverdracht. Bij vakantie, ziekte, etc.
altijd zorgen voor backup!
Uitreiken brochure en informatiepakket.
·
TBS en gevangenis:
o
Informatie verschaffen over:
§
Verblijf – waar dader verblijft;
§
Verlof;
§
Vrijlating.
·
Hulp bij financïele administratieve zaken.
Begeleiding in de diverse fasen
·
De gebeurtenis:
o
Trauma;
o
Apatisch.
·
De rechtszaak (2 tot 4 jaar)
o
Weinig tot geen rouwverwerking;
o
Zeer veel spanning.
·
Incidentele terugval na de rechtszaak.
·
Vrijkomen, verlof dader(s).
Speciale aandachtspunten
·
De casemanager moet vanaf het eerste begin betrokken worden bij
de hulpverlening aan slachtoffers/nabestaanden. Ze moeten door
de politie direct worden ingelicht. Indien men aanvankelijk geen
hulp wil, dan later toch nog eens de hulp aanbieden.
·
Moeilijke tijden:
o
Dag van de gebeurtenis;
o
Verjaardagen;
o
Familiefeestdagen (kerstmis, etc).
·
Rouwverwerking:
o
Zolang de rechtszaak loopt, slechts stukje bij beetje;
o
Na de rechtszaak komt de rouwverwerking vaak pas echt op gang.
·
Bij moord in het buitenland fungeren als tussenpersoon.
·
SHN moet draaiboeken hebben m.b.t. slachtoffers/nabestaanden
zware geweldsdelicten met o.a.:
o
Rechtsgang;
o
Informatievoorziening;
o
Therapie;
o
Fasen rouwverwerking/trauma;
o
Uitleg instanties.
o
Hulp bij administratieve zaken.
Een niet onbelangrijke toevoeging aan dit concept is het
meenemen van een aantal ‘oude zaken’ voor alle casemanagers en
in alle regio’s die gaan starten. Vanuit ADS is een aantal
(begripvolle) nabestaanden bereid hieraan mee te werken. Wij en
zij willen hier graag aan meewerken vanuit ons project:
‘Slachtoffers Helpen Slachtoffers’. Met onze hulp en ervaringen,
hopen wij, met ongeveer twee of drie ‘oude zaken’ per regio, de
casemanagers in alle regio’s te helpen, zich, in het belang van
slachtoffers, nabestaanden en Slachtofferhulp, tot deskundige
hulpverleners te ontwikkelen.
Wij zijn er van overtuigd dat het meenemen van een aantal ‘oude
zaken’ zal bijdragen aan het slagen van ‘de casemanager’ bij
diens werkzaamheden en hulpverlening
Eind
2006 zou een proef van start gaan waarbij Slachtofferhulp
Nederland een belangrijke rol gaat vervullen bij de
hulpverlening (in brede zin) aan nabestaanden o.a. door het
aanstellen van “case managers”.
Dat is dit jaar ook niet gelukt, maar vanaf 01-01-2007
(operationeel waarschijnlijk vanaf februari) gaat dit
“hulpverleningsprogramma” in de helft van de regio’s bij SHN als
een proef van start.
Dit brengt ons bij de vraag: lost de “case manager” alle
problemen op? Nee, dat natuurlijk niet. Hij of zij is wel het
aanspreekpunt bij SHN voor nabestaanden. De “case manager”
regelt en stuurt. Hij/zij begeleid de nabestaanden waar nodig op
diens verzoek of op voorstel van de “case manager” zelf.
De “case manager” begeleidt het slachtoffer of de nabestaande
naar de politie (aangifte, identificatie etc), neemt contact op
en overlegt met de werkgever en/of uitkeringsinstantie(s).
Hij/zij gaat mee naar een (gratis) advocaat, naar
slachtofferhulp/lotgenotenorganisaties, naar de arbo-arts, naar
de huisarts, naar de woningbouwcorporatie of waar het
slachtoffer of de nabestaande ook maar mee te maken krijgt. De
“case manager” legt een dossier aan en coördineert het geheel.
De “case manager” bouwt een heel netwerk van hulpverlenende
instanties of personen om hem/haar heen. Hij/zij verwijst
bijvoorbeeld naar welke advocaat, psychiater, psycholoog of naar
welke instantie (traumahulp, BNMO) dan ook maar gegaan kan
worden. In ieder geval dient de hulpverlenende instantie een
gedegen kennis te hebben van de opvang en begeleiding van
slachtoffers of nabestaanden van geweldsdelicten. Kortom, voor
alles wat je maar kunt bedenken zal hij/zij zich beschikbaar
stellen om te helpen, te verwijzen en/of te begeleiden. Hij/zij
is dus niet zelf een psychiater of advocaat, maar heeft wel het
nodige “know how”. Hij wordt bij zijn werkzaamheden bijgestaan
door nog twee mensen om hem /haar heen (“de vliegende brigade”).
Uiteraard bepaalt de nabestaande of hij van bovenstaande
dienstverlening (deels) gebruik wil maken. Uiteraard zullen wij
dit hulpprogramma kritisch blijven volgen.
Jac Nooijens (commissielid ADS)
.
 |
pagina 01 |
|
pagina 03 |
 |