Uitgelicht, opmerkelijke zaken

 

“Het Openbaar Ministerie richt zich op de dader, maar moet staan voor het slachtoffer”, stelde Herman Bolhaar, voorzitter van het College van Procureurs-Generaal. Bolhaar vierde 11 november 2011 zijn feest, want het OM bestaat ook precies 200 jaar. Dat greep hij aan om te pleiten voor meer rechten en respect voor slachtoffers van misdrijven. “We moeten ervoor zorgen dat het slachtoffer in de rechtszaal zijn eigen vaste plek krijgt. Dat is pas een erkenning van zijn bijzondere positie.”

Erik van den Emster, voorzitter van de Raad voor de rechtspraak uitte zijn reserves bij de aangekondigde verhoging van de griffierechten. “Als je toegang tot het recht aantast, bemoeilijk je het samenleven van mensen.”Verandert de rechter wel voldoende met de tijd mee, vroeg presentator Margriet Vroomans. “Want de ruimte voor de rechter wordt langzaam ingeperkt. Mediation en andere vormen van geschilbeslechting komen op, en ook andere instanties – zoals het OM en bestuursorganen – kunnen sancties opleggen.” Van den Emster: “We gáán al met de tijd mee. Rechters kijken steeds meer naar buiten, de samenleving in. Maar maak aan de andere kant de toegang tot het recht niet te zwaar. Parlement, denk goed na: kijk niet alleen naar de financiële kant maar houd ook de rechtstaat voor ogen.”

Bij de viering in de Ridderzaal werden ook twee boeken gepresenteerd. ‘Tweehonderd jaar rechters’ beschrijft in woord en beeld de ontwikkeling van de rechtspraak sinds 1811. Naast negen korte biografieën van bijzondere rechters, behandelt het boek historische benoemingsprocedures van rechters, de rol van de Hoge Raad in de Tweede Wereldoorlog en de rechterlijke macht in de Nederlandse literatuur. Ook onderwerpen die nog steeds actueel zijn komen aan de orde, zoals rechters in de politiek en lekenrechtspraak. Het andere boek dat uitkwam is getiteld ‘Twee eeuwen Openbaar Ministerie’, wat ingaat op de historische ontwikkeling van het OM in Nederland.

De Nederlandse Rechterlijke Macht is onpartijdig en onafhankelijk?

Oriëntatiepunten voor straftoemeting en overige LOVS-afspraken. Het Landelijk Overleg van Voorzitters van de Strafsectoren van de gerechtshoven en de rechtbanken (verder het LOVS) heeft in 1998 een eerste aanzet gegeven om te komen tot een consistent landelijk straftoemetingsbeleid. Besloten is om in de loop van de tijd voor een aantal vaak voorkomende delicten een oriëntatiepunt te ontwikkelen waarop de rechter zich kan oriënteren bij het bepalen van de op te leggen straf. Een oriëntatiepunt geeft weer welke straf rechters voor het delict plegen op te leggen. Daarbij is geen rekening gehouden met bijzondere omstandigheden die zich in een concreet geval kunnen voordoen (zoals daad- en daderfactoren). Die omstandigheden dient de rechter alsnog mee te wegen als hij in een strafzaak een straf oplegt. De rechter is in een concrete zaak overigens niet gebonden aan de oriëntatiepunten. In de loop der jaren zijn door het LOVS ook andere afspraken ter bevordering van de rechtseenheid gemaakt, waaronder afrondingsregels bij geldboetes, normbedragen voor de schadevergoeding wegens “ten onrechte” in verzekering of voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd, standaardvergoedingen ex art. 89 en 591a Sv en vervangende hechtenis bij geldboeten, schadevergoedingsmaatregelen en taakstraffen. Rechtsgelijkheidsbeginsel (Equality of Arms). Niemand mag zonder voldoende grond gunstiger of ongunstiger worden behandeld dan anderen die in dezelfde situatie verkeren. Dit beginsel wordt in de Grondwet beschreven als: "Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld." Het beginsel van rechtsgelijkheid wordt geschaad door een keuze voor eerbiedigende of uitgestelde werking.
- eerbiedigende werking * Een nieuwe regeling heeft alleen betrekking op nieuwe gevallen, op rechtsfeiten, die plaatsvinden na de inwerkingtreding van de nieuwe rechtsregel; zij verbindt verschillende rechtsgevolgen aan vergelijkbare rechtsfeiten, afhankelijk van het moment waarop het rechtsfeit is ontstaan. (Ar 169)
- uitgestelde werking * Een nieuwe regeling wordt van toepassing op hetgeen reeds bij haar inwerking bestaat, maar deze wijziging wordt niet met ingang van de dag van haar inwerkingtreding toegepast, maar op een nader te bepalen tijdstip in de toekomst; zij verbindt - gedurende een bepaalde periode - verschillende rechtsgevolgen aan vergelijkbare rechtsfeiten, afhankelijk van het moment waarop het rechtsfeit is ontstaan. (Ar 169)
 


*Maar wat is dan de reden dat rechters in hun oordeel niet alles bekijken en afwegen vanuit "ieders" belang en recht? Het slachtoffer waar t om gaat voor hun niet meer dan een naam of nummer in een dossier (een zaak) is, maar de dader (wel als een mens, als individu word gezien, gehoord en behandeld) wiens straf hierdoor bepaald word op basis van zijn/haar terugkeer in onze maatschappij en dus wel aanspraak mag maken op al onze (grond) rechten?

*Wat is dan de reden dat een advocaat wel t recht heeft om de rechter emotioneel te mogen beinvloeden met argumenten (smoesjes en excuses als slechte jeugd, middelenmisbruik en nog meer bla bla) voor strafvermindering voor zijn client, maar een slachtoffer / nabestaande (inmiddels "spreekrecht" hebbend) een dader niet eens rechtstreeks mag confronteren met de gevolgen van zijn daad en deze gevolgen de rechter niet emotioneel mogen beinvloeden, dus niet eens worden meegenomen voor de bepaling van de hoogte van de straf?

*Wat is dan de reden waarom de straf die hoort bij de daad, als een maximale straf staat beschreven, bijna nooit wordt opgelegd?

Eveline Warman.

http://eveline-rr.hyves.nl/blog/47445115/200_jaar_rechterlijke_macht_in_Nederland/lbAR/

 

 

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Contact

Nabestaanden

Onderwerpen

Ontspanning

in de media

ingezonden

Opmerkelijk

 Opmerkelijk   016 C