Archief moord & vonnis,

 

In juni 2011 zijn cijfers gepubliceerd van de Raad voor de Rechtspraak in het Nederlands Juristenblad. De strafrechter heeft tussen 2000 en 2009 in vergelijkbare zaken gemiddeld tien procent zwaardere straffen opgelegd. Bij geweldsmisdrijven straft de rechter 20% zwaarder. Wetsovertreders komen er minder vaak af met een boete en krijgen ook vaker een taakstraf. Ook de duur van celstraffen steeg. Volgens Frank van Tulder van de Raad voor de Rechtspraak weerspreken de cijfers de opvatting dat de straffen steeds softer worden. 'De discussie vindt ogenschijnlijk plaats zonder kennis over de feitelijke ontwikkeling in de straftoemeting van de rechter in vergelijkbare gevallen', zegt hij in NRC Handelsblad.

 

Het gerechtshof in Den Haag heeft op 3 maart 2011 in hoger beroep een 36-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 29 jaren. Het hof acht bewezen dat de verdachte in de nacht van 5 januari 2007 in de omgeving van het Deliplein in Rotterdam een 25-jarige man van korte afstand heeft dood geschoten en kort daarvoor ook kogels heeft afgevuurd op een groep mensen. Daarbij is een persoon gewond geraakt. Bovendien heeft de verdachte zich niet lang daarna, namelijk op 23 februari 2007, in Leeuwarden schuldig gemaakt aan de brute verkrachting van een 20-jarige vrouw. Bij de strafoplegging heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte bij herhaling heeft geweigerd mee te werken aan een onderzoek naar zijn persoonlijkheid. Hij heeft daardoor geen enkel inzicht willen geven in zijn drijfveren voor de door hem gepleegde misdrijven. De vrees voor herhaling is daarom zeer groot. Het hof is dan ook van oordeel dat slechts een zeer hoge gevangenisstraf beantwoordt aan het leed dat slachtoffers en nabestaanden in deze zaak is aangedaan. Omdat het hof de verdachte het perspectief op terugkeer in de maatschappij niet geheel wil onthouden, is de maximale tijdelijke gevangenisstraf van 30 jaar als uitgangspunt genomen. Gelet op een overschrijding van de redelijke termijn van berechting wordt de straf gematigd tot 29 jaar. Het openbaar ministerie eiste in hoger beroep een levenslange gevangenisstraf. De rechtbank in Rotterdam veroordeelde de man eerder tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig jaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het gerechtshof in Amsterdam heeft donderdag 3 maart 2011 de 66-jarige Elzelien K. veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens de moord op haar man en dochter. K. sloeg hen op 5 september 2008 in hun slaap met een bijl dood in hun woning in Badhoevedorp. Daarna deed zij een poging zichzelf van het leven te beroven. De rechtbank veroordeelde K. eerder tot acht jaar gevangenisstraf, na een eis van elf jaar. Ook in hoger beroep heeft het Openbaar Ministerie elf jaar geëist. Het hof heeft vastgesteld dat de afschuwelijke feiten K. in slechts sterk verminderde mate kunnen worden toegerekend en heeft daarom een aanmerkelijk lagere straf opgelegd dan geëist. K. leed destijds aan ernstige depressies, die waren begonnen nadat haar 17-jarige zoon in 1998 door een ongeval om het leven was gekomen. In het proces tegen K. is veel gezegd over de mate van toerekeningsvatbaarheid. Diverse deskundigen kwamen tot verschillende oordelen. Volgens het hof is de conclusie van een van die deskundigen dat K. geheel ontoerekeningsvatbaar zou zijn, niet genoeg onderbouwd. Het hof kwam tot een sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid. Volgens het rechtscollege is duidelijk geworden dat K. in een zeer ernstige depressie verkeerde en kan het zijn dat de antidepressiva die de vrouw slikte, van enige invloed op haar handelen zijn geweest. Elzelien K. heeft zichzelf „onnoemelijk veel leed aangedaan” door haar man (61) en dochter (22) op zo'n uiterst gewelddadige manier om het leven te brengen, aldus het hof in het arrest. Een gevangenisstraf is echter „onontkoombaar”, omdat de norm dat doden verboden is, moet worden bevestigd en om recht te doen aan het leed van andere nabestaanden van de beide slachtoffers. Tijdens haar proces heeft K. gezegd dat zij haar daden tijdens de bewuste nacht beschouwt als „een onvoorstelbaar raadsel”. „Hoe krankzinnig kan een mens worden?” vroeg zij zich hardop af. „Ze waren alles voor me.”

 

 

 

 

 

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Contact

Gastenboek

 Archief Moord & Vonnis 2009-2010-2011

 

 

 

 Vonnis   013 G