| |
|
Politiek en
slachtofferbeleid,
R egelmatig
voeren wij gesprekken met onze
volksvertegenwoordigers, leden van de tweede kamer -
vaste commissie voor veiligheid en justitie - zowel
in Den Haag als tijdens onze
lotgenotenbijeenkomsten. In de afgelopen jaren zijn
al meerdere leden van de tweede kamer te gast
geweest in het door ons genoemde vragenuurtje. De
inhoud van de vele vragen en vertellingen aan de
aanwezige volksvertegenwoordigers hebben al tot
meerdere wetsvoorstellen en kamervragen geleid.
M eer oog voor
slachtoffers binnen Justitie.
Voordat
een dader van een misdrijf vroegtijdig uit de
gevangenis komt, wordt voortaan ook het belang van
slachtoffers meegewogen. Hierdoor zullen daders van
een misdrijf, waarbij slachtoffers zijn gemaakt, hun
celstraf straks vaker helemaal moeten uitzitten. Zij
zullen minder vaak eerder vrijkomen om aan hun
resocialisatieprogramma te beginnen.
Dat heeft staatssecretaris Fred Teeven (Justitie)
gezegd in een interview op de Europese dag van het
slachtoffer. Zo komt er ook één aanspreekpunt
binnen de organisatie voor slachtoffers om eventuele
schade te verhalen op de daders. Volgens de
VVD-bewindsman is er nog veel werk te doen. Hij
noemt de hele strafrechtspleging nog steeds
dadergericht. 'Dat zit niet zozeer in de regeltjes,
maar ook tussen de oren. Af en toe gebeuren er nog
wel bedrijfsongevallen, dingen waar je maag van
omkeert als je daar tegenaan loopt.' Een voorbeeld
hiervan is volgens hem het verhaal van de ouders van
de omgekomen cabaretière Floor van der Wal. De man
die haar doodreed, kwam vervroegd vrij om zich voor
te bereiden op een terugkeer in de samenleving.
|
Op 29 maart
2011is de
aanpassing van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven door de Tweede
Kamer aangenomen. De belangrijkste
aanpassingen in de nieuwe Wet schadefonds geweldsmisdrijven zijn:
e kring van personen die
een beroep kunnen doen op het Schadefonds wordt voor nabestaanden
verruimd met bloedverwanten van de overledene in de eerste graad en
in de tweede graad in de zijlijn.
N abestaanden van
slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven worden gelijk gesteld
aan slachtoffers. Zij kunnen nu ook in aanmerking komen voor
vergoeding van immateriële schade ofwel smartengeld.
De maximumbedragen voor de
vergoeding voor materiële en immateriële schade kunnen bij
ministeriële regeling worden vastgesteld. Hierdoor kunnen de
bedragen makkelijker worden gewijzigd.
Sinds 2004 werkt het
Schadefonds conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Nu is dit
ook in de wet geregeld. De bestuursrechter van de Rechtbank Den Haag
wordt de beroepsrechter en er komt ook een hoger
beroepsmogelijkheid.
Hoewel de wet nog
door de Eerste Kamer moet worden aangenomen is het Schadefonds
Geweldsmisdrijven gelukkig met deze verruiming van de wet.
Nina Huygen, directeur: “Tot op heden kon alleen voor
materiële kosten (begrafeniskosten, derving levensonderhoud) een
tegemoetkoming worden gegeven. Dat vonden wij niet toereikend, het
grootste leed is immers het verlies van een dierbare. En hoewel dat
niet in geld is uit te drukken, hopen wij met deze wet nabestaanden
tenminste een financiële ondersteuning te kunnen bieden.”
Na behandeling in
de Tweede Kamer gaat deze naar de Eerste Kamer. Verwachting is dat
de wetswijziging op zijn vroegst per 1 januari 2012 in werking zal
treden.
Het Schadefonds
Geweldsmisdrijven is een zelfstandige organisatie die slachtoffers
van ernstige geweldsmisdrijven financieel tegemoet komt.
Voor meer
informatie:
www.schadefonds.nl of 070-414 2000
|


Nina Huygen
|
|
CDA-fractievoorzitter Sybrand van
Haersma Buma vindt dat het Openbaar Ministerie (OM) veel vaker een
straf moet kunnen opleggen zonder tussenkomst van de rechter, zegt
hij zaterdag 12 februari 2011 in NRC Handelsblad. Hij wil op deze manier de
rechterlijke macht ontlasten. Plegers van veel voorkomende
criminaliteit zouden in zijn optiek minder vaak door een rechter
beoordeeld hoeven te worden.
Voor zijn idee is geen wetswijziging
nodig. De Wet OM-afdoening geeft een officier van justitie immers de
mogelijkheid om straffen op te leggen. Die wet wordt nu vooral
gebruikt voor het bestraffen van verkeersdelicten. Zo worden
bijvoorbeeld rijbewijzen ingevorderd zonder tussenkomst van de
rechter.
Het CDA vindt dat afhandeling door
het OM van kleine criminaliteit eerder regel dan uitzondering moet
zijn. Volgens Van Haersma Buma biedt dat veel voordelen. Niet alleen
komen er minder zaken op het bordje van de rechters terecht, ook
kunnen ze veel sneller worden afgehandeld. „Noem het supersnelrecht
zonder de rechter”, karakteriseert de CDA-prominent zijn plan in de
krant.
Ander voordeel is volgens hem dat het
minder vaak zal voorkomen dat rechters strafeisen van het OM
verlagen wegens omstandigheden als vertraging van een zaak. En als
een dader in dit scenario schadevergoeding moet betalen, dan krijgt
het slachtoffer sneller genoegdoening.
Rechten van een verdachte worden niet
ingeperkt, oordeelt Van Haersma Buma. Een verdachte kan een
opgelegde straf altijd nog aanvechten voor de rechter. „Voor dit
soort dingen moeten we niet vanzelfsprekend meer rechtszaken
optuigen”, vindt de fractievoorzitter. „Je krijgt als verdachte je
recht wel, maar dan moet je er wel zelf wat voor doen.” |

Sybrand
van
Haersma
Buma |
|
Woensdag 9
februari 2011 heeft CDA kamerlid Madeleine van Toorenburg, na eerdere
gesprekken met nabestaanden en haar gesprekken tijdens de ADS
bijeenkomst 5 februari in IJmuiden, vragen gesteld over kinderen
die moordenaar van hun
moeder
moeten bezoeken. Van de
grootouders had ze gehoord dat de kinderen grote moeite hebben
met de bezoeken aan hun vader. Staatssecretaris Fred Teeven
(Veiligheid en Justitie) buigt zich over de zaak van kinderen
die hun vader moeten bezoeken in een tbs-kliniek. De man is
veroordeeld voor de moord op hun moeder.
De staatssecretaris
beloofde dat hij in overleg met de Raad voor de
Kinderbescherming gaat bekijken wat eraan gedaan kan worden. |

Madeleine van Toorenburg |
|
Februari
2011 •
Op initiatief van SP-Kamerlid Rik Janssen wordt op korte termijn gestart met een
proef voor verbeterd spreekrecht van slachtoffers en nabestaanden in de
rechtszaal. Janssen: ‘Door de vraag of iemand schuldig is en welk leed iemand
heeft aangericht te scheiden, kunnen slachtoffers beter hun verhaal kwijt. Ook
wordt zo voorkomen dat iemand na een traumatische rechtszaak opnieuw naar de
rechtbank moet voor een schadeclaim. Wij zijn dit aan slachtoffers en
nabestaanden verplicht.’
Daarom moet er
volgens de SP een nieuwe plek komen voor het spreekrecht voor slachtoffers en
nabestaanden binnen een strafproces. Janssen heeft het initiatief genomen om op
korte termijn een proef met een verbeterd spreekrecht te laten plaatsvinden bij
de rechtbank Amsterdam. Janssen: ’Een jaar geleden heb ik al met de
slachtofferorganisatie Aandacht Doet Spreken over verbeteringen van het
spreekrecht overlegd en dit voorstel aan de orde gesteld. Ik was blij te horen
dat mijn voorstel door hen werd omarmd. Inmiddels heeft ook het Burgercomité
tegen Onrecht zich achter het voorstel geschaard. Dat is voor mij erg
belangrijk. Het is een grote stap vooruit voor de positie van slachtoffers en
nabestaanden in het strafproces. Ook de rechtbank Amsterdam is positief over
deze nieuwe opzet. Volgens de rechtbank biedt de nieuwe opzet mogelijkheden om
beter en efficiënter te kunnen werken. Dat betekent dat mijn initiatief alleen
winnaars kent.’
Momenteel is het
spreekrecht nog onderdeel van dezelfde strafzitting waarbij ook moet worden
beslist of een verdachte schuldig is of niet. Daardoor worden emoties en feiten
gemengd terwijl men eerst zou moeten kijken of een verdachte “het heeft gedaan”.
Janssen wil in
zijn proef het strafproces in twee delen knippen. De eerste zitting wordt
gebruikt om de zaak feitelijk te behandelen en moet leiden tot een schuldig of
onschuldig op basis van het verzamelde bewijs. Is de verdachte onschuldig dan is
de zaak ten einde. Wordt de verdachte schuldig verklaard dan zullen in een
tweede zitting de strafeis en mogelijke schadevergoeding aan de orde komen. Die
tweede zitting kan dan beginnen met het spreekrecht voor slachtoffers en
nabestaanden. De Officier van Justitie kan dan bij zijn strafeis beter dan nu
het geval is rekening houden met de verklaringen van slachtoffers en
nabestaanden. Daarnaast kunnen ook vorderingen voor schadevergoeding in de
tweede zitting grondiger aan de orde komen. Dit betekent dat slachtoffers en
nabestaanden minder vaak nog een aparte rechtszaak hoeven te beginnen om
schadevergoeding te krijgen.
Janssen: ‘Ik ben
ervan overtuigd dat deze proef zal aantonen dat het strafproces beter en
efficiënter kan. De positie van slachtoffers en nabestaanden wordt aanzienlijk
verbeterd en de rechtbank kan zijn werk beter doen. Het is daarom de hoogste
tijd om nu spijkers met koppen te slaan en snel met de proef te beginnen.
|

Rik Janssen
|
|
|
|