Home  GOOGLE zoeken

Overige onderwerpen

 Casemanager (2001 tot heden)

   

2009

 

Casemanagers actief in de op de kaart aangegeven volgende SHN-regio's

 

Alle contact verloopt via de regiokantoren. Het regiokantoor kan u in contact brengen met de casemanager in uw regio.

 

 

 

 

 

2008

 

Nabestaanden moordzaken krijgen eigen begeleider

 

Slachtofferhulp Nederland heeft medewerkers aangesteld die de nabestaanden van slachtoffers van moord begeleiden tijdens de afhandeling van de zaak. De persoonlijke begeleiding is vooral bedoeld voor nabestaanden van „zware delicten”, zoals moorden en familiedrama's. Het gaat vaak om zaken die een enorme impact hebben op maatschappelijk niveau. De medewerker is de 'spin in het web' van de hulpverleners. Deze begeleider brengt alle betrokken partijen bij elkaar. Ook tijdens de rechtsgang blijft hij betrokken bij de nabestaanden. Het voordeel is dat zij voor een langere periode dezelfde contactpersoon hebben. Het project is opgezet in nauw onderling overleg met de nabestaanden. 

 

Betere hulp voor nabestaanden

 

Meer ondersteuning bij verwerking na moord. Nabestaanden van personen die zijn vermoord of om het leven gebracht kunnen binnenkort meer ondersteuning verwachten bij het verwerken van hun verlies door slachtofferhulp.
Slachtofferhulp Nederland heeft besloten een proefproject met drie zogenaamde ‘case-managers’ per 1 september 2008 landelijk te gaan uitbreiden. De medewerkers helpen nabestaanden van zware geweldsmisdrijven onder meer met de bureaucratische rompslomp die op ze afkomt na het verlies van een partner of familielid. De case-manager is meteen de contactpersoon op wie zij steeds kunnen terugvallen. De managers werken volgens Slachtofferhulp Nederland in een crisisteam met vrijwilligers, en weten goed de weg in juridische zaken en het hulpverleningscircuit. Een woordvoerder: “Mocht de familie van een slachtoffer de begrafenis bijvoorbeeld niet kunnen betalen, dan kan de case-manager bekijken of de gemeente hierin misschien kan bijspringen. Ook kan de manager te hulp schieten, als de moord in het buitenland heeft plaatsgevonden, en de communicatie hierdoor lastig verloopt.”
Lotgenotenstichting Aandacht doet Spreken maakte zich de laatste jaren sterk voor de komst van de case-managers. Martin Roos’ zoon Alan werd in 2000 vermoord. Roos is één van de oprichters van de stichting: “Als ik toen een vaste contactpersoon had gehad, was dat fijn geweest. Hij had me bijvoorbeeld wegwijs kunnen maken in de contacten met politie en justitie. Onlangs ontdekte ik toevallig dat de moordenaar van mijn zoon voor het eerst op proefverlof was. Voordat ik erachter kwam wanneer zijn vrijlating is, was ik al heel wat telefoontjes en veel stress verder.”

 

JOOST VAN DER WEGEN  reporters.email@metronieuws.nl 

 

2007

 

Eind 2006 zou een proef van start gaan waarbij Slachtofferhulp Nederland een belangrijke rol gaat vervullen bij de hulpverlening (in brede zin) aan nabestaanden o.a. door het aanstellen van “case managers”.

Dat is dit jaar ook niet gelukt, maar vanaf 01-01-2007 (operationeel waarschijnlijk vanaf februari) gaat dit “hulpverleningsprogramma” in de helft van de regio’s bij SHN als een proef van start.

Dit brengt ons bij de vraag: lost de “case manager” alle problemen op? Nee, dat natuurlijk niet. Hij of zij is wel het aanspreekpunt bij SHN voor nabestaanden. De  “case manager” regelt en stuurt. Hij/zij begeleid de nabestaanden waar nodig op diens verzoek of op voorstel van de “case manager” zelf.

De “case manager” begeleidt het slachtoffer of de nabestaande naar de politie (aangifte, identificatie etc), neemt contact op en overlegt met de werkgever en/of uitkeringsinstantie(s). Hij/zij gaat mee naar een (gratis) advocaat, naar slachtofferhulp/lotgenotenorganisaties, naar de arbo-arts, naar de huisarts, naar de woningbouwcorporatie of waar het slachtoffer of de nabestaande ook maar mee te maken krijgt. De “case manager” legt een dossier aan en coördineert het geheel. De “case manager” bouwt een heel netwerk van hulpverlenende instanties of personen om hem/haar heen. Hij/zij verwijst bijvoorbeeld naar welke advocaat, psychiater, psycholoog of naar welke instantie (traumahulp, BNMO) dan ook maar gegaan kan worden. In ieder geval dient de hulpverlenende instantie een gedegen kennis te hebben van de opvang en begeleiding van slachtoffers of nabestaanden van geweldsdelicten. Kortom, voor alles wat je maar kunt bedenken zal hij/zij zich beschikbaar stellen om te helpen, te verwijzen en/of te begeleiden. Hij/zij is dus niet zelf een psychiater of advocaat, maar heeft wel het nodige “know how”. Hij wordt bij zijn werkzaamheden bijgestaan door nog twee mensen om hem /haar heen (“de vliegende brigade”). Uiteraard bepaalt de nabestaande of hij van bovenstaande dienstverlening (deels) gebruik wil maken. Uiteraard zullen wij dit hulpprogramma  kritisch blijven volgen.

 

2001 - 2006

 

Casemanager:

 

Het idee en het verzoek voor de nu genoemde casemanager, is al in 2001 ontstaan en pas in 2003 goed uitgewerkt door deelnemers (nabestaanden van slachtoffers van moord en/of doodslag en slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven) van de Stichting Aandacht Doet Spreken.
Aan de hand van veel, door nabestaanden en slachtoffers geschreven, verslagen en rapportages zijn alle voorkomende tekortkomingen gebundeld.
Met al deze informatie heeft de Stichting Aandacht Doet Spreken een lijst samengesteld, waarin de taken en werkwijze van een casemanager voor nabestaanden van slachtoffers van moord en/of doodslag en slachtoffers van ernstige geweldsmisdrijven, zijn opgenomen.

De lijst ziet er als volgt uit:  

1) De politie moet altijd vergezeld zijn van een casemanager of medewerker uit het team van de casemanager bij het melden van een ernstig geweldsmisdrijf aan familieleden.

2) De casemanager moet, als begeleider van politie en hulpverlener voor familieleden, altijd een informatiepakket afgeven aan de familie of achterlaten bij eventueel contactpersoon van de familie.
In dit infopakket moet duidelijk omschreven zijn wat het aanbod voor hulpverlening inhoudt. ( o.a. juridische begeleiding, invullen formulieren en verder(e) ontwikkelingen en verloop.)

3) Indien slachtoffer / nabestaanden niet direct hulp van casemanager wenst/wensen en daarna ook niet binnen een week reageert/reageren, neemt casemanager zelf contact op met slachtoffer / nabestaanden.

4) De casemanager doet de volledige begeleiding van slachtoffer / nabestaanden tijdens onderzoek, opsporing en aanhouding dader. Verleent bijstand aan slachtoffer / nabestaanden bij rechtszaken en uitspraak en stelt slachtoffer / nabestaanden op de hoogte van verder verloop, verlof en vrijlating daders.  

5) Voert bemiddeling en begeleiding uit van SH / Slachtoffer / Schadefonds / Slachtofferzorg / bedrijfsarts/      UWV / verzekeringen / gedwongen of noodzakelijke verhuizing / regioverbod daders na vrijlating

6) Bouwt vanaf  dag 1 een dossier op, met daarin kopieën van proces verbaal, requisitoir, vonnis enz.

7) Zorgt, na verloop van tijd, voor de mogelijkheid dat slachtoffer / nabestaanden (er even tussenuit) op een geschikte locatie, eventueel met lotgenoten, rust en ontspanning kan/kunnen vinden .

8) Verwijst door naar regio bijeenkomsten van SHN en naar bijeenkomsten van andere lotgenoten verenigingen.

9) Blijft contact onderhouden, naar gelang behoefte van slachtoffer / nabestaanden laat bij afbouw van contact adres gegevens achter. Altijd slachtoffer / nabestaanden in kennis stellen als er van casemanager wordt gewisseld.

10) Verstrekken van dader informatie moet altijd via de casemanagers plaatsvinden.

Hieronder staat het concept dat is ingeleverd bij Slachtofferhulp en Justitie m.b.t. de casemanager.

Coördineren, aansturen, regelen, oppakken:

De rechtszaak:  

o        Advocaat, lijst met beschikbare namen van gespecialiseerde advocaten;

o        Begeleiding en uitleg tijdens de rechtszaak;

o        Officier van Justitie, Advocaat Generaal;

o        Politie/familierechercheur;

§         contact met politie;

§         begeleiding bij contact met politie;

§         begeleiding bij het doen van aangifte;

§         begeleiding bij identificatie lichamen;

o        Voorlichting;

o        Voegen, spreekrecht, etc.;

o        Strafrecht – civiel rechterlijk;

o        Opvragen dossier.

·         Hulpverlening:

o        Crisishulp;

o        Maatschappelijk werk;

o        (Psycho)therapie voor:

§         Opgelopen trauma’s;

§         Depressie, angst, woede;

§         Psychosomatische klachten;

§         Relatieproblemen partners, gezinsleden, familieleden, vrienden, kennissen, schoolgenoten, leraren, collega’s, etc;

§         Opvoedingsproblematiek;

§         Gedragsproblemen;

o        BNMO;

o        Huisarts, fysiotherapeut, etc.;

o        Lotgenotencontactgroepen (meegaan naar eerste contact).

·         Hulp bij het regelen van de uitvaart.

·         Media:

o        Informeren hoe het werkt, wat men te wachten staat, waarschuwen voor negatieve effecten, hulp om positieve effecten te bewerkstelligen;

o        Kranten;

o        Tijdschriften;

o        Radio;

o        TV:

§         Journaal;

§         Hart van Nederland, etc.;

§         Discussieprogramma’s;

§         Themaprogramma’s.

·         Werkgever, school, ARBO, verzekeringsmaatschappijen, gemeente, overheid.

·         Politie en justitie.

·         Familie, vrienden, kennissen.

·         Dossier bijhouden (blijft bij Slachtofferhulp Nederland). Indien nodig uitgebreide dossieroverdracht. Bij vakantie, ziekte, etc. altijd zorgen voor backup!

      Uitreiken brochure en informatiepakket.

·         TBS en gevangenis:

o        Informatie verschaffen over:

§         Verblijf – waar dader verblijft;

§         Verlof;

§         Vrijlating.

·         Hulp bij financïele administratieve zaken.

Begeleiding in de diverse fasen

·         De gebeurtenis:

o        Trauma;

o        Apatisch.

·         De rechtszaak (2 tot 4 jaar)

o        Weinig tot geen rouwverwerking;

o        Zeer veel spanning.

·         Incidentele terugval na de rechtszaak.

·         Vrijkomen, verlof dader(s).

Speciale aandachtspunten  

·         De casemanager moet vanaf het eerste begin betrokken worden bij de hulpverlening aan slachtoffers/nabestaanden. Ze moeten door de politie direct worden ingelicht. Indien men aanvankelijk geen hulp wil, dan later toch nog eens de hulp aanbieden.

·         Moeilijke tijden:

o        Dag van de gebeurtenis;

o        Verjaardagen;

o        Familiefeestdagen (kerstmis, etc).

·         Rouwverwerking:

o        Zolang de rechtszaak loopt, slechts stukje bij beetje;

o        Na de rechtszaak komt de rouwverwerking vaak pas echt op gang.

·         Bij moord in het buitenland fungeren als tussenpersoon.

·         SHN moet draaiboeken hebben m.b.t. slachtoffers/nabestaanden zware geweldsdelicten met o.a.:

o        Rechtsgang;

o        Informatievoorziening;

o        Therapie;

o        Fasen rouwverwerking/trauma;

o        Uitleg instanties.

o        Hulp bij administratieve zaken.

Een niet onbelangrijke toevoeging aan dit concept is het meenemen van een aantal ‘oude zaken’ voor alle casemanagers en in alle regio’s die gaan starten. Vanuit ADS is een aantal (begripvolle) nabestaanden bereid hieraan mee te werken. Wij en zij willen hier graag aan meewerken vanuit ons project: ‘Slachtoffers Helpen Slachtoffers’. Met onze hulp en ervaringen, hopen wij, met ongeveer twee of drie ‘oude zaken’ per regio, de casemanagers in alle regio’s te helpen, zich, in het belang van slachtoffers, nabestaanden en Slachtofferhulp, tot deskundige hulpverleners te ontwikkelen.

Wij zijn er van overtuigd dat het meenemen van een aantal ‘oude zaken’ zal bijdragen aan het slagen van ‘de casemanager’ bij diens werkzaamheden en hulpverlening

 

Jac Nooijens (commissielid ADS)  

s