Gemiddelde celstraf voor een
moordenaar is netto 6 jaar
De gemiddelde celstraf voor een
moordenaar in Nederland is netto 6 jaar, maar dat weet bijna niemand
doordat er schijnstraffen worden uitgedeeld. Iedere misdadiger
krijgt 1/3 van de straf al bij voorbaat kado. Hoe erger de misdaad,
hoe sneller men vrij komt, zo mag moordmachine en 4-voudig
moordenaar Paul S al na 1/3 van zijn straf uit de gevangenis naar de
tbs. Hoezo gerechtigheid? Uit onderzoek van Justitie bleek dat
rechters nog steeds aan de lopende band taakstraffen geven aan
meervoudige verkrachters, kindermisbruikers en doodslagplegers. De
rechtbank Den Bosch oordeelde onlangs dat een veroordeelde
pedofiel gewoon mag terugkeren naar de buurt waar zijn slachtoffers
wonen. En dan nog wordt er beweerd dat er in Nederland zo hard wordt
gestraft. Volgens het WODC moeten we blijkbaar tevreden zijn als 15%
van de veroordeelden een gevangenisstraf krijgt. De rest krijgt van
alle misdadigers komt dus weg met een taakstraf of een boete.
Joost Eerdmans, Burgercomité tegen
Onrecht
Minimumstraffen niet
wenselijk
Het voorgenomen kabinet
van VVD en CDA is het, als we de berichten in de pers mogen geloven,
met gedoogsteun van de PVV eens geworden over invoering van
minimumstraffen.
Blijkens informatie die op dit moment
voorhanden is, zou men in de wet willen opnemen dat de rechter
minimumstraffen dient op te leggen aan personen die voor een tweede
keer binnen een bepaalde periode wegens eenzelfde misdrijf worden
veroordeeld. Deze minimumstraffen zouden in ieder geval hoger
uitvallen dan het minimum dat op dit moment bijvoorbeeld geldt voor
de gevangenisstraf: één dag. Als we kijken naar het wetsvoorstel dat
Raymond de Roon (PVV) vorig jaar heeft ingediend, zou gedacht kunnen
worden aan een minimumgevangenisstraf van bijvoorbeeld twee jaar
wegens openlijke geweldpleging (dat wil zeggen 1/3 van de maximum op
te leggen gevangenisstraf). Het gaat dus niet alleen over feiten als
moord en doodslag, maar ook over de in herhaling vallende raddraaier
op Stratumseind op zaterdagavond.
Invoering van minimumstraffen in Nederland zal juridisch een
gecompliceerde operatie zijn en een ingrijpende breuk met het
stelsel dat sinds jaar en dag in ons strafrecht wordt toegepast.
Juristen op het toekomstige ministerie van Veiligheid (ook een idee
van het beoogde kabinet) zullen er een harde dobber aan hebben een
ordentelijke regeling te ontwerpen. Maar aan deze uitvoeringsvragen
gaan andere vragen en overwegingen vooraf. Wij zetten er enkele op
een rij:
Waarom minimumstraffen? Voorstanders wijzen er op dat Nederland wat
dat betreft eindelijk aansluit bij andere Europese landen, waar de
wetboeken al veel langer voorzien in minimumstraffen. Ook betogen
zij dat minimumstraffen aansluiten bij de wens van de Nederlandse
bevolking dat rechters zwaardere straffen moeten opleggen. Joost
Eerdmans (Burgercomité tegen Onrecht) stelt dat de minimumstraf
tegemoet komt aan 'de wil van de samenleving'. De Roon raakt in zijn
toelichting een kern, waar hij stelt dat 'ook de belangen van het
slachtoffer en eventuele nabestaanden en van de gehele samenleving,
(…) een rol behoren te spelen bij de afdoening van strafzaken. Het
zijn juist deze factoren, die vergen dat voor bepaalde delicten geen
lichte straffen meer worden opgelegd'. In de toelichting van De Roon
bij zijn wetsvoorstel treffen wij ook meer algemene overwegingen
aan, over gevoelens van onveiligheid, over de beleving dat
taakstraffen geen echte straffen zijn, over het gevoel dat
verdachten door de politie te snel weer op straat worden gezet.
Kortom, een overheersend gevoel van onvrede over het functioneren
van politie, OM en rechterlijke macht in strafzaken. Deze onvrede
zou bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat de praktijk van het
strafrecht niet meer geheel wordt toevertrouwd aan de professionals
die er in werken. Zowel politiek als 'de burger' lijkt de
oorspronkelijke terughoudendheid en afstand tot die praktijk te
willen inruilen voor meer en directere betrokkenheid.
Waarom toch geen minimumstraffen? In veel landen om ons heen wordt
in vele soorten en maten gebruik gemaakt van minimumstraffen.
Engeland, Frankrijk, België, Duitsland, Denemarken en Noorwegen
bijvoorbeeld. En zeker niet in alle landen leidt dat tot grote
maatschappelijke onrust of een opstand van professionals en
wetenschappers. Wat we wel weten, is dat het iets uitmaakt onder
welk maatschappelijk en politiek gesternte minimumstraffen worden
ingevoerd. Wanneer de Tweede Kamer een redenering als die van De
Roon zou volgen kiest zij voor een fundamenteel nieuwe koers voor
het strafrecht. Het strafrecht is opgebouwd vanuit de gedachte dat
bij de straftoemeting alle betrokken belangen dienen te worden
meegewogen en rekening kan worden gehouden met alle mogelijke
omstandigheden, ook de persoon van de dader. Dat is niet soft, maar
realistisch: uit empirisch onderzoek is diverse malen gebleken dat
burgers-niet-professionals, naarmate zij beter geïnformeerd zijn
over een strafzaak, min of meer dezelfde straffen opleggen als
beroepsrechters. Ook niet-professionals blijken belang te hechten
aan een individuele beoordeling. Bij die individuele beoordeling
past een ruim beoordelingskader. Dat betekent niet dat de rechter
altijd een zo laag mogelijke straf oplegt, maar wel dat hij rekening
kan houden met alle omstandigheden, en op grond daarvan maatwerk kan
leveren. Dat is een groot goed.
De vrijheidsstraf kent hoge financiële en maatschappelijke kosten,
en is weinig effectief gebleken als het gaat om het voorkomen van
criminaliteit; toch één van de speerpunten van het strafrechtelijk
beleid. Te kiezen voor meer en langere opsluiting is een heilloze
weg. Nog afgezien van juridisch- technische overwegingen gaat het
uiteindelijk om de vraag voor wat voor (straf)recht burgers kiezen.
Toegeven aan een vermeende wens van 'de' bevolking is vergelijkbaar
met de werking van suiker: het geeft een kortstondige kick, maar die
is snel uitgewerkt, en er ontstaat direct behoefte aan meer.
Mr. G.K. Schoep is universitair hoofddocent strafrecht aan de
Universiteit Leiden; Prof. mr. Th. A. de Roos is hoogleraar
strafrecht en strafprocesrecht aan de Universiteit van Tilburg.
Brabants Dagblad - 30 september 2010
- door Ard Schoep en Theo de Roos.
Minimumstraffen
Voor de
levensdelicten moord en doodslag moeten minimumstraffen gaan gelden
van respectievelijk 15 en 10 jaar.
Het nieuwe kabinet gaat
zich inzetten voor de invoering van minimumstraffen. Een goede
ontwikkeling, het maakt een einde aan het lankmoedige strafbeleid en
komt tegemoet aan de roep om zwaardere straffen voor zware
misdrijven.
Het huidige Wetboek van
Strafrecht (Sr) uit 1886 kent voor elk delict een strafmaximum. Maar
er bestaan geen bijzondere strafminima per delict. De Nederlandse
rechter heeft dus feitelijk volledige vrijheid in het bepalen van de
strafmaat. Over de wijze waarop hij daarvan gebruik maakt, wordt
amper verantwoording afgelegd.
Uit 246 door mij
onderzochte enkelvoudige moord- en doodslagzaken uit de periode 2003
tot 2005, bleek dat een moordenaar in Nederland gemiddeld 6 jaar
effectief in de gevangenis zit en iemand die doodslag pleegt
gemiddeld maar 3,3 jaar. Deze cijfers komen vrijwel overeen met
recent onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en
Rechtshandhaving.
Een dergelijke
lankmoedige straftoemeting staat in wanverhouding tot de ernst en de
gevolgen van moord en doodslag, zoals tot uiting gebracht in de hoge
strafmaxima die op deze delicten staan. Uit onderzoek van het
Sociaal en Cultureel Planbureau bleek dat bijna 100 procent van de
bevolking de straffen voor geweldsdelicten te laag vindt en meent
dat zij een onvoldoende vergelding vormen voor het aangedane leed
(’In het zicht van de toekomst’, 2004). Bij veel burgers veroorzaken
de in hun ogen te lage straffen zelfs een gebrek aan vertrouwen in,
en steun voor, de Nederlandse rechtsstaat als geheel.
De oplossing is een
begrenzing van de rechterlijke vrijheid. In het buitenland zijn hier
al goede ervaringen mee opgedaan. In Engeland en Wales zijn in 1997
minimumstraffen voor enkele ernstige delicten ingevoerd. In
Duitsland wordt voor moord in driekwart van de gevallen levenslang
opgelegd. In Frankrijk kreeg in 2001 bijna de helft van de 3262
veroordeelde zware misdadigers een minimumstraf van gemiddeld 14,6
jaar opgelegd.
Het nieuwe kabinet kan
het best aansluiting zoeken bij het Engelse stelsel, omdat daarin
alleen voor de ergste delicten minimumstraffen zijn vastgelegd. Mijn
voorstel is dat voor de levensdelicten moord en doodslag
minimumstraffen gaan gelden van respectievelijk 15 en 10 jaar. De
rechter kan dan nog zijn eigen afweging maken en rekening blijven
houden met persoonlijke omstandigheden van de dader; echter binnen
de bandbreedte tussen de wettelijke minimumstraf en de maximumstraf.
Daarbij bevorderen de
minimumstraffen rechtsgelijkheid en rechtszekerheid. Een moordenaar
in Friesland zal net als een moordenaar in Limburg minimaal 15 jaar
cel tegemoet kunnen zien voor zijn daad. Zowel de pleger van de
moord als de nabestaanden van het slachtoffer kunnen erop rekenen
dat de dader gegarandeerd voor 15 jaar achter de tralies verdwijnt
en niet korter.
Door een harde
ondergrens wordt de samenleving voor langere tijd beschermd tegen de
zwaarste criminelen en wordt recht gedaan aan het levenslange leed
dat werd aangericht door moordenaar of doodslagpleger. Op deze wijze
moet het verstoorde vertrouwen in en het gezag van de rechtsprekende
macht bij het grote publiek worden hersteld.
Joost Eerdmans,
voorzitter van het Burgercomité tegen Onrecht
Minimumstraffen op komst voor zware delicten
Nederland zal als één van de laatste landen in Europa waarschijnlijk
minimumstraffen invoeren. De onderhandelaars van CDA, VVD en PVV hebben een
akkoord bereikt over het vaststellen van strafminima voor zware delicten,
bleek donderdagavond 16 september. Hoe een nieuw kabinet met CDA, VVD en PVV
dat in detail wil doen, is nog onbekend.
Het is voor de VVD en PVV al jaren een doorn in het oog dat rechters alle
ruimte hebben om de hoogte van een straf vast te stellen, mits ze de
wettelijke maxima niet overschrijden. Raadsheren maken volgens de partijen
gretig gebruik van ‘persoonlijke omstandigheden’ van een verdachte, zoals
een moeilijke jeugd, om straffen te matigen. Met name zware misdaden worden
volgens deze partijen structureel te mild beoordeeld. Dat het CDA hiermee
akkoord gaat, toont aan hoe ver deze partij wil gaan, zeker na de vele
gesprekken met slachtoffers / nabestaanden.
Joost Eerdmans, voorzitter van het Burgercomité tegen Onrecht, schreef in
2006 als LPF lid van de tweede kamer een wetsvoorstel waarin hij pleitte
voor minimumstraffen. Hij is ben blij dat het er eindelijk van komt. De
straffen stijgen de laatste jaren wel, maar ze zijn nog steeds veel te laag.
Dit is de enige manier om daartegen echt iets te doen. Eerdmans wil dat
moord en doodslag worden bestraft met minimaal 15 respectievelijk 10 jaar.
Een paar jaar geleden heeft hij 246 strafzaken onderzocht. De gemiddelde
moordenaar bleek effectief 6 jaar in de cel te zitten, de pleger van
doodslag 3,3 jaar. Dat is veel te weinig, en de meeste Nederlanders zijn het
hiermee eens. Rechters mogen specifieke omstandigheden best meewegen, maar
hun bandbreedte moet worden beperkt.
Theo
de Roos, hoogleraar strafrecht en raadsheer-plaatsvervanger bij het
gerechtshof Den Bosch, bestrijdt dit. Hij is erg geschokt en vindt dat dit
een rampzalig concept is. Je moet rechters niet de vrijheid ontnemen alles
mee te wegen dat in een zaak van belang is. De meeste juristen zien niets in
minimumstraffen.
Hij is van mening dat dit nergens op is gebaseerd. De afgelopen jaren zijn
de straffen fors omhoog gegaan. Ons rechtssysteem functioneert prima.
Dit
soort reacties, meestal van oudere prominenten en hoogleraren, bevestigen
steeds weer dat veel prominenten en rechtsgeleerden vastgeroest zitten in
hun denken en functioneren. De machtspositie die dit soort mensen is en nog
steeds wordt gegeven is een belemmering in de vooruitgang. Het niet willen
luisteren naar de signalen en niet bekennen dat het systeem moet veranderen
is een duidelijke vorm van arrogantie en machtsvertoon.
De reactie van de oudere
emeritus-hoogleraar
strafrecht Peter Tak die in juli een onderzoek naar minimumstraffen in
Europa publiceerde is nog veel onduidelijker. Hieruit blijkt dat rechters
toch altijd zullen doen wat zijzelf willen ongeacht de geschreven wet.
In
veel landen bestaan ze al decennialang, maar overal hebben rechters enige
vrijheid om in uitzonderlijke situaties af te wijken van een minimumstraf.
De mate waarin dat kan, verschilt aanzienlijk. ‘Je ziet dat hoe minder
vrijheid rechters hebben, hoe meer spanning zichtbaar wordt. Als de
mogelijkheden erg worden beperkt, zie je soms dat magistraten gaan zoeken
naar manieren om onder de dwang van een minimumstraf uit te komen’, stelt
Tak.
Dat
zij en veel rechters een moord anders beoordelen dan het merendeel van de
samenleving
blijkt
uit de volgende verklaring van emeritus-hoogleraar strafrecht Peter Tak.
‘Een
probleem is dat dit systeem ertoe kan leiden dat draconische straffen worden
opgelegd voor niet-ernstige feiten. Als een kinderarts bijvoorbeeld in
overleg met zijn team besluit het leven te beëindigen van een kind dat
mismaakt is geboren, is dat moord. Dat geld ook voor een vrouw die het recht
in eigen hand neemt nadat ze jarenlang is gestalkt. Er is een wereld van
verschil tussen zo’n moordzaak en een liquidatie in de onderwereld.’
Effecten invoering minimumstraf onduidelijk
Over de effecten van
minimumstraffen op de ontwikkeling van criminaliteit en de beïnvloeding van het
veiligheidsgevoel bij burgers is zo goed als niets bekend. Dat concludeert Peter
J. P. Tak, emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen, in zijn
onderzoek ‘De
minimumstraf opnieuw bezien. Een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking.’
Dit onderzoek is een vervolg op een studie naar minimumstraf stelsels in
Frankrijk, België, Duitsland, Engeland en Wales die Tak samen met Anton van
Kalmthout ( emeritus hoogleraar strafrecht en vreemdelingenrecht aan de
Universiteit van Tilburg) in 2003 publiceerde. Tak verrichte het huidige
onderzoek op verzoek van de Raad voor de rechtspraak.
Aanleiding was de hernieuwde
politieke discussie over minimumstraffen en het initiatiefwetsvoorstel
minimumstraffen van Tweede Kamerlid Raymond de Roon (PVV) in het bijzonder.
Het
onderzoek is gebaseerd op analyses van de juridische literatuur, invloedrijke
dagbladen en raadpleging van deskundigen. Na een beschrijving van de
minimumstrafstelsels in een groot aantal Europese landen zoomt de studie in op
Frankrijk – waar de minimumstraf in 2007 heringevoerd werd – en op Engeland en
Wales, waar de stelsels in 2005 aanmerkelijk verfijnd werden. Taks voornaamste
conclusie luidt dat het onmogelijk is de onderzochte stelsels in een typologie
onder te brengen: Verschillen tussen de strafkaders lopen daarvoor te ver
uiteen. In geen van de landen is onderzoek beschikbaar waaruit onomstotelijk
blijkt dat invoering van minimumstraffen tot minder criminaliteit of recidive
heeft geleid. Ook in de achtergronden van de introductie schuilt weinig
gemeenschappelijks. Voor zover er sprake is van publieke onvrede over
straftoemeting is het onzeker of dat gevoel verdwijnt door de invoering van
minimumstraffen. Wat wel vaststaat, is dat minimumstraffen tot
capaciteitsproblemen in het gevangeniswezen en stijgende financiële lasten
kunnen leiden.
Over het voorstel van De Roon is Tak duidelijk: Dat zou leiden tot een stelsel
dat “atypisch, gecompliceerder dan vergelijkbare stelsels en opmerkelijk
strenger” is. Daarnaast laat het weinig rechterlijke discretionaire ruimte. Ook
mist het voorstel een systeem van strafverminderende en -verlichtende
omstandigheden dat in andere systemen goed werkt. De Roon’s voorstel beoogt
naast de introductie van minimumstraffen verhoging van de huidige
maximumstraffen, onbeperkte cumulatie bij meerdaadse samenloop, een verzwaard
strafstelsel bij recidive, verlaging van de strafrechtelijke
meerderjarigheidsgrens naar 16 jaar en verlaging van de leeftijdsgrens voor de
strafrechtelijke aansprakelijkheid naar 10 jaar.
Dr.
J. P. Tak is gespecialiseerd in de strafrechtelijke rechtsvergelijking. Hij
heeft rechtsvergelijkende rapporten geschreven, onder andere over vormverzuimen,
het gerechtelijk vooronderzoek, buitenlandse DNA-wetgeving en bijzondere
opsporingsmethoden. Daarnaast schreef hij tien rechtsvergelijkende boeken,
waaronder ‘Heimelijke opsporing in de EU’ en ‘Sanctiestelsels in de landen van
de Raad van Europa.’
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met P. J. P. Tak: 024-3234155, p.tak@jur.ru.nl of
met Annelies van Knippenbergh, persvoorlichter van de Raad voor de rechtspraak:
070 - 3619 721,a.van.knippenbergh@rechtspraak.nl.
Bron: Raad voor de rechtspraak.
Datum actualiteit: 22 juli 2010
Het onderzoek is te downloaden
op
http://www.rechtspraak.nl/NR/rdonlyres/48C18F62-489B-4399-91CF-1390F4B24D7C/0/Minimumond.pdf
Levenslang
gestraften in Nederland vanaf 1954, met uitzondering van oorlogsmisdadigers
2009
-
Marco K. krijgt levenslang na
de moord op zijn 22-jarige vriendin Kelly in een hotel in Tilburg. Hij was ook
betrokken bij een schiet partij in Marseille. De zaak loopt nog in hoger beroep. De Amsterdamse overvaller
Robby S. wordt tot levenslang veroordeeld voor moord. Hij krijgt de zwaarste
straf omdat hij voor de tweede keer
iemand heeft gedood bij een overval. Ditmaal de halfzus van zijn vriendin in
2008.
2008 -
Marcel T. krijgt van de
rechtbank levenslang opgelegd voor de moord op activist Louis Sévèke. De 23-jarige Julien C. krijgt
in hoger beroep levenslang voor de moord op het 8-jarige jongetje Jesse
Dingemans in een school in Hoogerheide.
2007 - De hoofdverdachte in de
‘metsel moordenzaak’, Soenil D., krijgt levenslang voor de moorden op Jeroen
Dekkers (24) en Rob Mahabier ( 25). Hun lijken waren ingemetseld in een Haagse
woning. Drie mannen van Kaapverdische
af komst krijgen levenslange celstraf voor de drievoudige moord in het
Rotterdamse café Inn & Out op 19 november 2005.
2006 -
De rechtbank in Utrecht
veroordeelt de 44-jarige Aldo G. tot een levenslange
gevangenisstraf voor betrokkenheid bij de moord op twee Braziliaanse
drugshandelaren. Het hof in Den Bosch
veroordeelt de 37-jarige R.M. uit Eindhoven tot levenslang voor de moord op zijn
buurjongens van 8 en 14 jaar en een poging tot moord op hun ouders. Hij gaf
opdracht om het huis van het Turkse gezin in brand te steken.
2005 - Voormalig tbs-patiënt R.K.,
bekend als ‘de beul van Twente’ wordt
tot levens lang veroordeeld in verband met de moord op een zwerver, die hij
gruwelijk heeft verminkt. Hij mutileerde en doodde ook tientallen paarden,
pony’s en schapen. In 2002 probeerde hij drie willekeurige mensen te
vermoorden. De rechtbank in Amsterdam
heeft Mohammed B. tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld voor de moord
op filmmaker Theo van Gogh en de poging tot moord op agenten en omstanders. Voor de moord op de Groninger
Gerard Meesters in november 2002 wordt levenslang gegeven aan de 47-jarige
Engelsman Daniel S. De 45-jarige Duitser R.B.
krijgt van de rechtbank in Almelo levenslang opgelegd voor het doodschieten van
de Enschedese politieagent Jan Wind. Een andere agent raakte zwaargewond door
een schot in zijn hoofd. De rechtbank in Den Haag legt
een 42-jarige
Hagenaar levenslang op voor de moord op een 72-jarige vrouw en haar zwakbegaafde
52-jarige zoon. De 45-jarige Frans B.,
tbs-patiënt van de Nijmeegse Pompekliniek, wordt veroordeeld tot levenslang
voor de moord op een mede- tbs’ er. Hij schopte het slachtoffer een
schedelbreuk en begroef hem levend.
2004 - De 60-jarige Paul de R.
krijgt le venslang voor de moord op het echtpaar Hans en Ria Müller op de
kinderboerderij in Baarn. Later zet het hof in Arnhem de straf om in zestien
jaar cel en tbs. De 42-jarige verpleegkundige
Lucia de B. (‘Zuster Dood’) moet
levenslang de cel in moet voor zevenvoudige moord en drie pogingen tot moord. Ze
krijgt tevens tbs met dwangverpleging opgelegd, dat is later
ingetrokken. In afwachting van een herziening is zij voorlopig in vrijheid
gesteld. Voor het gerechtshof in Den
Haag wordt de 47-jarige Hagenaar B.C. veroordeeld tot
levenslang wegens de moord op twee mannen van 24 en 34 jaar. De 31-jarige O.H. uit Sittard
krijgt levenslang voor de moord op het echtpaar Jo en Ine Zwakhalen en het
neerschieten van hun 9-jarige kleinkind. I.M., een 41-jarige
Tsjetsjeen, wordt conform de eis veroordeeld tot levenslang voor drievoudige
moord. Na een mislukte drugsdeal zou hij in een woning in Helmond drie mannen in
koelen bloede heb ben neergeschoten.
2003 - Louis H. krijgt levenslang
voor moord op de twee kinderen van zijn ex- vriendin Corine Bolhaar. Willem van E., oftewel
‘Beest van Harkstede’ krijgt levenslang voor moord en twee keer doodslag op
Groningse prostituees. Ugur U. en Edwin Z. krijgen
levenslang voor gewelddadige beroving, waarbij Wilma van Griensven, haar dochter
en diens vriend omkomen. Turks-Koerdische bendeleider
Hüseyin B. voor drugshandel, huur moorden en gijzelingen.
2000 -
Assenaar Jan S. voor
verkrachting en moord van 7-jarig buurmeisje Chanel Naomi Eleveld.
1998 - Bredanaar Juan N. voor moord
op ex-vrouw in haar kapperszaak. Almeloër Benny S. voor moord
op hoofdagente Allegonda Gremmer uit het Groningse Farmsum. Amsterdammer Hong H. voor
moord op zijn vriendin, in aanwezigheid van hun twee zoontjes.
1996 - Frenkie P., leider van de
Bende van Venlo. Veroordeeld voor moord op bejaard echtpaar en drie Turken.
1995 - Bussummer Appie A. voor
dubbele roofmoord op personeelsleden van een Albert Heijn- filiaal in Ooster
beek.
1994 - Amsterdammer E.S. voor onder
meer doodschieten bejaard echt paar in Badhoevedorp.
1993 - Errol K. voor overval,
pogingen tot doodslag en het doodschieten van een agent. Vóór zijn
veroordeling ontsnapt hij. Dook op in cel in Istanboel, waar hij werd vermoord
door een medegedetineerde.
1989 - Chinees Loi W.C. voor
viervoudige moord op Chinees gezin in Rotterdam.
1984 - Turkse Cevdet Y. voor
doodschieten zes bezoekers van Delftse bar.
1982 - Koos
H. voor marteling, seksueel misbruik en moord op drie meisjes. H.
zit van alle tot levenslang veroordeelden het langst vast.
1969 - Hans
van Z. uit Utrecht voor drie roofmoorden. Gratie in 1986 wegens
gedragverandering, zijn straf werd omgezet in 28,5 jaar.
1954 - Huisarts
John O. (‘De gifmenger van Berkel’) krijgt twee keer levens lang
voor vergiftigen van zijn vrouw en celgenoot. Gratie in 1975 omdat
hij niet meer gevaarlijk werd geacht.
Meer dan de helft van de gevangenen in
Nederland heeft een psychische stoornis. Dat blijkt uit een studie van
wetenschappers van de Nijmeegse Pompestichting, een instelling waar
gedetineerden met psychische stoornissen worden behandeld. Het onderzoek is gepubliceerd in het Nederlands
Tijdschift voor Geneeskunde.
De onderzoekers hebben de situatie van 191 gevangenen onder de loep genomen. Van
hen heeft ruim 56 procent een psychische stoornis, die al dan niet te maken
heeft met verslaving. Ruim tachtig procent heeft ooit een stoornis gehad.
Volgens de onderzoekers worden grote problemen, zoals een psychose, wel
opgemerkt door de artsen die in de gevangenis werken. Maar problemen zoals
autisme blijven vaak onopgemerkt. Ze vinden dat daarin verandering moet komen.
Meer dan de helft van de verdachten die
in aanmerking komen voor een psychisch onderzoek in het Pieter Baan
Centrum (PBC) weigert hieraan mee te werken. Ze hopen dat ze zo geen
tbs krijgen opgelegd. Het aantal weigeraars is dit jaar groter
geworden dan vorig jaar. Een woordvoerder van justitie noemt deze
situatie zorgelijk. Zware criminelen krijgen hierdoor vaak niet de
behandeling die ze nodig hebben. Ook voor de verdachte kan de
weigering nadelige gevolgen hebben: de rechter legt dan vaak hogere
straffen op. Verdachten en advocaten zouden zich dat beter moeten
realiseren, aldus justitie. De rechter maakt op basis van het
rapport van het PBC de afweging hoeveel gevangenisstraf en eventueel
tbs-behandeling een verdachte nodig heeft. Justitie vreest dat
mensen die zonder tbs-behandeling vrijkomen vaker in herhaling
vallen.
Staatssecretaris
Nebahat Albayrak van Justitie trekt structureel 24 miljoen euro
extra uit om het gevangeniswezen de komende jaren te reorganiseren.
Alle gedetineerden krijgen weer werk aangeboden. Ook komt er vanaf
2010 een nieuw dagprogramma en keert het avondprogramma deels terug.
Albayrak omschrijft de nieuwe werkwijze als een breuk met het
verleden. “Een gedetineerde zal niet meer zomaar vanuit de
gevangenis op straat worden gezet. Wij halen gemeentelijke diensten
de gevangenis in en justitie blijft na de vrijlating betrokken”, zei
ze dinsdag in een toelichting. Die samenwerking moet voorkomen dat
gevangenen na hun vrijlating doelloos en dakloos op straat staan.
Voorafgaand aan de vrijlating wordt straks al uitgekeken naar werk
of uitkering en een woning voor de gedetineerde. De staatssecretaris
presenteerde haar definitieve plan voor modernisering van het
gevangeniswezen. Centraal daarin staat een meer persoonlijke aanpak
van gevangenen. Per gevangene wordt een plan opgesteld dat moet
leiden tot een toekomst zonder criminaliteit. Alle gedetineerden
krijgen weer werk aangeboden in de gevangenis. De invoering van een
avond- en weekendprogramma moet ruimte bieden voor meer zorg,
gedragsbeïnvloeding en onderwijs voor de gevangenen. Albayrak wil
vooral voorkomen dat gevangenen die een korte straf uitzitten, weer
de fout ingaan. Van alle gedetineerden heeft 60 procent een straf
van minder dan twee maanden. Juist deze groep keert nu nog vaak
terug in de criminaliteit. De staatssecretaris noemt een goede
opvang van deze veroordeelden na hun vrijlating cruciaal. Gevangenen
die zich goed gedragen, krijgen straks meer bewegingsvrijheid binnen
de gevangenismuren. Als iemand zich niet aan de afspraken houdt,
worden de individuele vrijheden ingeperkt of ingetrokken. Het aantal
plaatsen voor gedetineerden met psychiatrische problemen en
verslavingen wordt uitgebreid van vijfhonderd naar in totaal 1200,
honderd meer dan eerder was aangekondigd.