Home  Terug naar Strafdiscussie  

Terug naar index Onderwerpen

 

Gemiddelde celstraf voor een moordenaar is netto 6 jaar

De gemiddelde celstraf voor een moordenaar in Nederland is netto 6 jaar, maar dat weet bijna niemand doordat er schijnstraffen worden uitgedeeld. Iedere misdadiger krijgt 1/3 van de straf al bij voorbaat kado. Hoe erger de misdaad, hoe sneller men vrij komt, zo mag moordmachine en 4-voudig moordenaar Paul S al na 1/3 van zijn straf uit de gevangenis naar de tbs. Hoezo gerechtigheid? Uit onderzoek van Justitie bleek dat rechters nog steeds aan de lopende band taakstraffen geven aan meervoudige verkrachters, kindermisbruikers en doodslagplegers. De rechtbank Den Bosch oordeelde onlangs dat een veroordeelde pedofiel gewoon mag terugkeren naar de buurt waar zijn slachtoffers wonen. En dan nog wordt er beweerd dat er in Nederland zo hard wordt gestraft. Volgens het WODC moeten we blijkbaar tevreden zijn als 15% van de veroordeelden een gevangenisstraf krijgt. De rest krijgt van alle misdadigers komt dus weg met een taakstraf of een boete.

Joost Eerdmans, Burgercomité tegen Onrecht

Minimumstraffen niet wenselijk

Het voorgenomen kabinet van VVD en CDA is het, als we de berichten in de pers mogen geloven, met gedoogsteun van de PVV eens geworden over invoering van minimumstraffen.

Blijkens informatie die op dit moment voorhanden is, zou men in de wet willen opnemen dat de rechter minimumstraffen dient op te leggen aan personen die voor een tweede keer binnen een bepaalde periode wegens eenzelfde misdrijf worden veroordeeld. Deze minimumstraffen zouden in ieder geval hoger uitvallen dan het minimum dat op dit moment bijvoorbeeld geldt voor de gevangenisstraf: één dag. Als we kijken naar het wetsvoorstel dat Raymond de Roon (PVV) vorig jaar heeft ingediend, zou gedacht kunnen worden aan een minimumgevangenisstraf van bijvoorbeeld twee jaar wegens openlijke geweldpleging (dat wil zeggen 1/3 van de maximum op te leggen gevangenisstraf). Het gaat dus niet alleen over feiten als moord en doodslag, maar ook over de in herhaling vallende raddraaier op Stratumseind op zaterdagavond.

Invoering van minimumstraffen in Nederland zal juridisch een gecompliceerde operatie zijn en een ingrijpende breuk met het stelsel dat sinds jaar en dag in ons strafrecht wordt toegepast. Juristen op het toekomstige ministerie van Veiligheid (ook een idee van het beoogde kabinet) zullen er een harde dobber aan hebben een ordentelijke regeling te ontwerpen. Maar aan deze uitvoeringsvragen gaan andere vragen en overwegingen vooraf. Wij zetten er enkele op een rij:

Waarom minimumstraffen? Voorstanders wijzen er op dat Nederland wat dat betreft eindelijk aansluit bij andere Europese landen, waar de wetboeken al veel langer voorzien in minimumstraffen. Ook betogen zij dat minimumstraffen aansluiten bij de wens van de Nederlandse bevolking dat rechters zwaardere straffen moeten opleggen. Joost Eerdmans (Burgercomité tegen Onrecht) stelt dat de minimumstraf tegemoet komt aan 'de wil van de samenleving'. De Roon raakt in zijn toelichting een kern, waar hij stelt dat 'ook de belangen van het slachtoffer en eventuele nabestaanden en van de gehele samenleving, (…) een rol behoren te spelen bij de afdoening van strafzaken. Het zijn juist deze factoren, die vergen dat voor bepaalde delicten geen lichte straffen meer worden opgelegd'. In de toelichting van De Roon bij zijn wetsvoorstel treffen wij ook meer algemene overwegingen aan, over gevoelens van onveiligheid, over de beleving dat taakstraffen geen echte straffen zijn, over het gevoel dat verdachten door de politie te snel weer op straat worden gezet. Kortom, een overheersend gevoel van onvrede over het functioneren van politie, OM en rechterlijke macht in strafzaken. Deze onvrede zou bijvoorbeeld tot gevolg hebben dat de praktijk van het strafrecht niet meer geheel wordt toevertrouwd aan de professionals die er in werken. Zowel politiek als 'de burger' lijkt de oorspronkelijke terughoudendheid en afstand tot die praktijk te willen inruilen voor meer en directere betrokkenheid.

Waarom toch geen minimumstraffen? In veel landen om ons heen wordt in vele soorten en maten gebruik gemaakt van minimumstraffen. Engeland, Frankrijk, België, Duitsland, Denemarken en Noorwegen bijvoorbeeld. En zeker niet in alle landen leidt dat tot grote maatschappelijke onrust of een opstand van professionals en wetenschappers. Wat we wel weten, is dat het iets uitmaakt onder welk maatschappelijk en politiek gesternte minimumstraffen worden ingevoerd. Wanneer de Tweede Kamer een redenering als die van De Roon zou volgen kiest zij voor een fundamenteel nieuwe koers voor het strafrecht. Het strafrecht is opgebouwd vanuit de gedachte dat bij de straftoemeting alle betrokken belangen dienen te worden meegewogen en rekening kan worden gehouden met alle mogelijke omstandigheden, ook de persoon van de dader. Dat is niet soft, maar realistisch: uit empirisch onderzoek is diverse malen gebleken dat burgers-niet-professionals, naarmate zij beter geïnformeerd zijn over een strafzaak, min of meer dezelfde straffen opleggen als beroepsrechters. Ook niet-professionals blijken belang te hechten aan een individuele beoordeling. Bij die individuele beoordeling past een ruim beoordelingskader. Dat betekent niet dat de rechter altijd een zo laag mogelijke straf oplegt, maar wel dat hij rekening kan houden met alle omstandigheden, en op grond daarvan maatwerk kan leveren. Dat is een groot goed.

De vrijheidsstraf kent hoge financiële en maatschappelijke kosten, en is weinig effectief gebleken als het gaat om het voorkomen van criminaliteit; toch één van de speerpunten van het strafrechtelijk beleid. Te kiezen voor meer en langere opsluiting is een heilloze weg. Nog afgezien van juridisch- technische overwegingen gaat het uiteindelijk om de vraag voor wat voor (straf)recht burgers kiezen. Toegeven aan een vermeende wens van 'de' bevolking is vergelijkbaar met de werking van suiker: het geeft een kortstondige kick, maar die is snel uitgewerkt, en er ontstaat direct behoefte aan meer.

Mr. G.K. Schoep is universitair hoofddocent strafrecht aan de Universiteit Leiden; Prof. mr. Th. A. de Roos is hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Universiteit van Tilburg.

Brabants Dagblad - 30 september 2010 - door Ard Schoep en Theo de Roos.

Minimumstraffen

Voor de levensdelicten moord en doodslag moeten minimumstraffen gaan gelden van respectievelijk 15 en 10 jaar.

Het nieuwe kabinet gaat zich inzetten voor de invoering van minimumstraffen. Een goede ontwikkeling, het maakt een einde aan het lankmoedige strafbeleid en komt tegemoet aan de roep om zwaardere straffen voor zware misdrijven.

Het huidige Wetboek van Strafrecht (Sr) uit 1886 kent voor elk delict een strafmaximum. Maar er bestaan geen bijzondere strafminima per delict. De Nederlandse rechter heeft dus feitelijk volledige vrijheid in het bepalen van de strafmaat. Over de wijze waarop hij daarvan gebruik maakt, wordt amper verantwoording afgelegd.

Uit 246 door mij onderzochte enkelvoudige moord- en doodslagzaken uit de periode 2003 tot 2005, bleek dat een moordenaar in Nederland gemiddeld 6 jaar effectief in de gevangenis zit en iemand die doodslag pleegt gemiddeld maar 3,3 jaar. Deze cijfers komen vrijwel overeen met recent onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving.

Een dergelijke lankmoedige straftoemeting staat in wanverhouding tot de ernst en de gevolgen van moord en doodslag, zoals tot uiting gebracht in de hoge strafmaxima die op deze delicten staan. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau bleek dat bijna 100 procent van de bevolking de straffen voor geweldsdelicten te laag vindt en meent dat zij een onvoldoende vergelding vormen voor het aangedane leed (’In het zicht van de toekomst’, 2004). Bij veel burgers veroorzaken de in hun ogen te lage straffen zelfs een gebrek aan vertrouwen in, en steun voor, de Nederlandse rechtsstaat als geheel.

De oplossing is een begrenzing van de rechterlijke vrijheid. In het buitenland zijn hier al goede ervaringen mee opgedaan. In Engeland en Wales zijn in 1997 minimumstraffen voor enkele ernstige delicten ingevoerd. In Duitsland wordt voor moord in driekwart van de gevallen levenslang opgelegd. In Frankrijk kreeg in 2001 bijna de helft van de 3262 veroordeelde zware misdadigers een minimumstraf van gemiddeld 14,6 jaar opgelegd.

Het nieuwe kabinet kan het best aansluiting zoeken bij het Engelse stelsel, omdat daarin alleen voor de ergste delicten minimumstraffen zijn vastgelegd. Mijn voorstel is dat voor de levensdelicten moord en doodslag minimumstraffen gaan gelden van respectievelijk 15 en 10 jaar. De rechter kan dan nog zijn eigen afweging maken en rekening blijven houden met persoonlijke omstandigheden van de dader; echter binnen de bandbreedte tussen de wettelijke minimumstraf en de maximumstraf.

Daarbij bevorderen de minimumstraffen rechtsgelijkheid en rechtszekerheid. Een moordenaar in Friesland zal net als een moordenaar in Limburg minimaal 15 jaar cel tegemoet kunnen zien voor zijn daad. Zowel de pleger van de moord als de nabestaanden van het slachtoffer kunnen erop rekenen dat de dader gegarandeerd voor 15 jaar achter de tralies verdwijnt en niet korter.

Door een harde ondergrens wordt de samenleving voor langere tijd beschermd tegen de zwaarste criminelen en wordt recht gedaan aan het levenslange leed dat werd aangericht door moordenaar of doodslagpleger. Op deze wijze moet het verstoorde vertrouwen in en het gezag van de rechtsprekende macht bij het grote publiek worden hersteld.

Joost Eerdmans, voorzitter van het Burgercomité tegen Onrecht

Minimumstraffen op komst voor zware delicten

Nederland zal als één van de laatste landen in Europa waarschijnlijk minimumstraffen invoeren. De onderhandelaars van CDA, VVD en PVV hebben een akkoord bereikt over het vaststellen van strafminima voor zware delicten, bleek donderdagavond 16 september. Hoe een nieuw kabinet met CDA, VVD en PVV dat in detail wil doen, is nog onbekend.
Het is voor de VVD en PVV al jaren een doorn in het oog dat rechters alle ruimte hebben om de hoogte van een straf vast te stellen, mits ze de wettelijke maxima niet overschrijden. Raadsheren maken volgens de partijen gretig gebruik van ‘persoonlijke omstandigheden’ van een verdachte, zoals een moeilijke jeugd, om straffen te matigen. Met name zware misdaden worden volgens deze partijen structureel te mild beoordeeld. Dat het CDA hiermee akkoord gaat, toont aan hoe ver deze partij wil gaan, zeker na de vele gesprekken met slachtoffers / nabestaanden.

Joost Eerdmans, voorzitter van het Burgercomité tegen Onrecht, schreef in 2006 als LPF lid van de tweede kamer een wetsvoorstel waarin hij pleitte voor minimumstraffen. Hij is ben blij dat het er eindelijk van komt. De straffen stijgen de laatste jaren wel, maar ze zijn nog steeds veel te laag. Dit is de enige manier om daartegen echt iets te doen. Eerdmans wil dat moord en doodslag worden bestraft met minimaal 15 respectievelijk 10 jaar. Een paar jaar geleden heeft hij 246 strafzaken onderzocht. De gemiddelde moordenaar bleek effectief 6 jaar in de cel te zitten, de pleger van doodslag 3,3 jaar. Dat is veel te weinig, en de meeste Nederlanders zijn het hiermee eens. Rechters mogen specifieke omstandigheden best meewegen, maar hun bandbreedte moet worden beperkt.

Theo de Roos, hoogleraar strafrecht en raadsheer-plaatsvervanger bij het gerechtshof Den Bosch, bestrijdt dit. Hij is erg geschokt en vindt dat dit een rampzalig concept is. Je moet rechters niet de vrijheid ontnemen alles mee te wegen dat in een zaak van belang is. De meeste juristen zien niets in minimumstraffen.
Hij is van mening dat dit nergens op is gebaseerd. De afgelopen jaren zijn de straffen fors omhoog gegaan. Ons rechtssysteem functioneert prima.

Dit soort reacties, meestal van oudere prominenten en hoogleraren, bevestigen steeds weer dat veel prominenten en rechtsgeleerden vastgeroest zitten in hun denken en functioneren. De machtspositie die dit soort mensen is en nog steeds wordt gegeven is een belemmering in de vooruitgang. Het niet willen luisteren naar de signalen en niet bekennen dat het systeem moet veranderen is een duidelijke vorm van arrogantie en machtsvertoon.

De reactie van de oudere emeritus-hoogleraar strafrecht Peter Tak die in juli een onderzoek naar minimumstraffen in Europa publiceerde is nog veel onduidelijker. Hieruit blijkt dat rechters toch altijd zullen doen wat zijzelf willen ongeacht de geschreven wet.

In veel landen bestaan ze al decennialang, maar overal hebben rechters enige vrijheid om in uitzonderlijke situaties af te wijken van een minimumstraf. De mate waarin dat kan, verschilt aanzienlijk. ‘Je ziet dat hoe minder vrijheid rechters hebben, hoe meer spanning zichtbaar wordt. Als de mogelijkheden erg worden beperkt, zie je soms dat magistraten gaan zoeken naar manieren om onder de dwang van een minimumstraf uit te komen’, stelt Tak.

Dat zij en veel rechters een moord anders beoordelen dan het merendeel van de samenleving blijkt uit de volgende verklaring van emeritus-hoogleraar strafrecht Peter Tak. 

‘Een probleem is dat dit systeem ertoe kan leiden dat draconische straffen worden opgelegd voor niet-ernstige feiten. Als een kinderarts bijvoorbeeld in overleg met zijn team besluit het leven te beëindigen van een kind dat mismaakt is geboren, is dat moord. Dat geld ook voor een vrouw die het recht in eigen hand neemt nadat ze jarenlang is gestalkt. Er is een wereld van verschil tussen zo’n moordzaak en een liquidatie in de onderwereld.’

Effecten invoering minimumstraf onduidelijk

Over de effecten van minimumstraffen op de ontwikkeling van criminaliteit en de beïnvloeding van het veiligheidsgevoel bij burgers is zo goed als niets bekend. Dat concludeert Peter J. P. Tak, emeritus hoogleraar aan de Radboud Universiteit Nijmegen, in zijn onderzoek ‘De minimumstraf opnieuw bezien. Een geactualiseerde beknopte rechtsvergelijking.’ Dit onderzoek is een vervolg op een studie naar minimumstraf stelsels in Frankrijk, België, Duitsland, Engeland en Wales die Tak samen met Anton van Kalmthout ( emeritus hoogleraar strafrecht en vreemdelingenrecht aan de Universiteit van Tilburg) in 2003 publiceerde. Tak verrichte het huidige onderzoek op verzoek van de Raad voor de rechtspraak.

Aanleiding was de hernieuwde politieke discussie over minimumstraffen en het initiatiefwetsvoorstel minimumstraffen van Tweede Kamerlid Raymond de Roon (PVV) in het bijzonder.

Het onderzoek is gebaseerd op analyses van de juridische literatuur, invloedrijke dagbladen en raadpleging van deskundigen. Na een beschrijving van de minimumstrafstelsels in een groot aantal Europese landen zoomt de studie in op Frankrijk – waar de minimumstraf in 2007 heringevoerd werd – en op Engeland en Wales, waar de stelsels in 2005 aanmerkelijk verfijnd werden. Taks voornaamste conclusie luidt dat het onmogelijk is de onderzochte stelsels in een typologie onder te brengen: Verschillen tussen de strafkaders lopen daarvoor te ver uiteen. In geen van de landen is onderzoek beschikbaar waaruit onomstotelijk blijkt dat invoering van minimumstraffen tot minder criminaliteit of recidive heeft geleid. Ook in de achtergronden van de introductie schuilt weinig gemeenschappelijks. Voor zover er sprake is van publieke onvrede over straftoemeting is het onzeker of dat gevoel verdwijnt door de invoering van minimumstraffen. Wat wel vaststaat, is dat minimumstraffen tot capaciteitsproblemen in het gevangeniswezen en stijgende financiële lasten kunnen leiden.

Over het voorstel van De Roon is Tak duidelijk: Dat zou leiden tot een stelsel dat “atypisch, gecompliceerder dan vergelijkbare stelsels en opmerkelijk strenger” is. Daarnaast laat het weinig rechterlijke discretionaire ruimte. Ook mist het voorstel een systeem van strafverminderende en -verlichtende omstandigheden dat in andere systemen goed werkt. De Roon’s voorstel beoogt naast de introductie van minimumstraffen verhoging van de huidige maximumstraffen, onbeperkte cumulatie bij meerdaadse samenloop, een verzwaard strafstelsel bij recidive, verlaging van de strafrechtelijke meerderjarigheidsgrens naar 16 jaar en verlaging van de leeftijdsgrens voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid naar 10 jaar.

Dr. J. P. Tak is gespecialiseerd in de strafrechtelijke rechtsvergelijking. Hij heeft rechtsvergelijkende rapporten geschreven, onder andere over vormverzuimen, het gerechtelijk vooronderzoek, buitenlandse DNA-wetgeving en bijzondere opsporingsmethoden. Daarnaast schreef hij tien rechtsvergelijkende boeken, waaronder ‘Heimelijke opsporing in de EU’ en ‘Sanctiestelsels in de landen van de Raad van Europa.’

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met P. J. P. Tak: 024-3234155, p.tak@jur.ru.nl of met Annelies van Knippenbergh, persvoorlichter van de Raad voor de rechtspraak: 070 - 3619 721,a.van.knippenbergh@rechtspraak.nl.

Bron: Raad voor de rechtspraak. Datum actualiteit: 22 juli 2010

Het onderzoek is te downloaden op
http://www.rechtspraak.nl/NR/rdonlyres/48C18F62-489B-4399-91CF-1390F4B24D7C/0/Minimumond.pdf

Levenslang gestraften in Nederland vanaf 1954, met uitzondering van oorlogsmisdadigers

2009 - Marco K. krijgt levenslang na de moord op zijn 22-jarige vriendin Kelly in een hotel in Tilburg. Hij was ook betrokken bij een schiet partij in Marseille. De zaak loopt nog in hoger beroep. De Amsterdamse overvaller Robby S. wordt tot levenslang veroordeeld voor moord. Hij krijgt de zwaarste straf  omdat hij voor de tweede keer iemand heeft gedood bij een overval. Ditmaal de halfzus van zijn vriendin in 2008. 
2008 - Marcel T. krijgt van de rechtbank levenslang opgelegd voor de moord op activist Louis Sévèke. De 23-jarige Julien C. krijgt in hoger beroep levenslang voor de moord op het 8-jarige jongetje Jesse Dingemans in een school in Hoogerheide.
2007 -  De hoofdverdachte in de ‘metsel moordenzaak’, Soenil D., krijgt levenslang voor de moorden op Jeroen Dekkers (24) en Rob Mahabier ( 25). Hun lijken waren ingemetseld in een Haagse woning. Drie mannen van Kaapverdische af komst krijgen levenslange celstraf voor de drievoudige moord in het Rotterdamse café Inn & Out op 19 november 2005. 
2006 - De rechtbank in Utrecht veroordeelt de 44-jarige Aldo G. tot een levenslange gevangenisstraf voor betrokkenheid bij de moord op twee Braziliaanse drugshandela­ren. Het hof in Den Bosch veroordeelt de 37-jarige R.M. uit Eindhoven tot levenslang voor de moord op zijn buurjongens van 8 en 14 jaar en een poging tot moord op hun ouders. Hij gaf opdracht om het huis van het Turkse gezin in brand te steken. 
2005 - Voormalig tbs-patiënt R.K., bekend als ‘de beul van Twente’ wordt tot levens lang veroordeeld in verband met de moord op een zwerver, die hij gruwelijk heeft verminkt. Hij mutileerde en doodde ook tientallen paarden, pony’s en schapen. In 2002 probeerde hij drie willekeurige mensen te vermoorden. De rechtbank in Amsterdam heeft Mohammed B. tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld voor de moord op filmmaker Theo van Gogh en de poging tot moord op agenten en omstanders. Voor de moord op de Groninger Gerard Meesters in november 2002 wordt levenslang gegeven aan de 47-jarige Engelsman Daniel S. De 45-jarige Duitser R.B. krijgt van de rechtbank in Almelo levenslang opgelegd voor het doodschieten van de Enschedese politieagent Jan Wind. Een andere agent raakte zwaargewond door een schot in zijn hoofd. De rechtbank in Den Haag legt een 42-jarige Hagenaar levenslang op voor de moord op een 72-jarige vrouw en haar zwakbegaafde 52-jarige zoon. De 45-jarige Frans B., tbs-patiënt van de Nijmeegse Pompekliniek, wordt veroordeeld tot levenslang voor de moord op een mede- tbs’ er. Hij schopte het slachtoffer een schedelbreuk en begroef hem levend. 
2004 - De 60-jarige Paul de R. krijgt le venslang voor de moord op het echtpaar Hans en Ria Müller op de kinderboerderij in Baarn. Later zet het hof in Arnhem de straf om in zestien jaar cel en tbs. De 42-jarige verpleegkundige Lucia de B. (‘Zuster Dood’) moet levenslang de cel in moet voor zevenvoudige moord en drie pogingen tot moord. Ze krijgt tevens tbs met dwangverpleging opgelegd, dat is later ingetrokken. In afwachting van een herziening is zij voorlopig in vrijheid gesteld. Voor het gerechtshof in Den Haag wordt de 47-jarige Hagenaar B.C. veroordeeld tot levenslang wegens de moord op twee mannen van 24 en 34 jaar. De 31-jarige O.H. uit Sittard krijgt levenslang voor de moord op het echtpaar Jo en Ine Zwakhalen en het neerschieten van hun 9-jarige kleinkind. I.M., een 41-jarige Tsjetsjeen, wordt conform de eis veroordeeld tot levenslang voor drievoudige moord. Na een mislukte drugsdeal zou hij in een woning in Helmond drie mannen in koelen bloede heb ben neergeschoten.
2003 - Louis H. krijgt levenslang voor moord op de twee kinderen van zijn ex- vriendin Corine Bolhaar. Willem van E., oftewel ‘Beest van Harkstede’ krijgt levenslang voor moord en twee keer doodslag op Groningse prostituees. Ugur U. en Edwin Z. krijgen levenslang voor gewelddadige beroving, waarbij Wilma van Griensven, haar dochter en diens vriend omkomen. Turks-Koerdische bendeleider Hüseyin B. voor drugshandel, huur moorden en gijzelingen. 
2000 - Assenaar Jan S. voor verkrachting en moord van 7-jarig buurmeisje Chanel Naomi Eleveld. 
1998 - Bredanaar Juan N. voor moord op ex-vrouw in haar kapperszaak. Almeloër Benny S. voor moord op hoofdagente Allegonda Gremmer uit het Groningse Farmsum. Amsterdammer Hong H. voor moord op zijn vriendin, in aanwezigheid van hun twee zoontjes. 
1996 - Frenkie P., leider van de Bende van Venlo. Veroordeeld voor moord op bejaard echtpaar en drie Turken. 
1995 - Bussummer Appie A. voor dubbele roofmoord op personeelsleden van een Albert Heijn- filiaal in Ooster beek. 
1994 - Amsterdammer E.S. voor onder  meer doodschieten bejaard echt paar in Badhoevedorp. 
1993 - Errol K. voor overval, pogingen tot doodslag en het doodschieten van een agent. Vóór zijn veroordeling ontsnapt hij. Dook op in cel in Istanboel, waar hij werd vermoord door een medegedetineerde.
1989 - Chinees Loi W.C. voor viervoudige moord op Chinees gezin in Rotterdam. 
1984 - Turkse Cevdet Y. voor doodschieten zes bezoekers van Delftse bar. 
1982 - Koos H. voor marteling, seksueel misbruik en moord op drie meisjes. H. zit van alle tot levenslang veroordeelden het langst vast. 
1969 - Hans van Z. uit Utrecht voor drie roofmoorden. Gratie in 1986 wegens gedragverandering, zijn straf werd omgezet in 28,5 jaar. 
1954 - Huisarts John O. (‘De gifmenger van Berkel’) krijgt twee keer levens lang voor vergiftigen van zijn vrouw en celgenoot. Gratie in 1975 omdat hij niet meer gevaarlijk werd geacht.

Meer dan de helft van de gevangenen in Nederland heeft een psychische stoornis. Dat blijkt uit een studie van wetenschappers van de Nijmeegse Pompestichting, een instelling waar gedetineerden met psychische stoornissen worden behandeld. Het onderzoek is gepubliceerd in het Nederlands Tijdschift voor Geneeskunde. De onderzoekers hebben de situatie van 191 gevangenen onder de loep genomen. Van hen heeft ruim 56 procent een psychische stoornis, die al dan niet te maken heeft met verslaving. Ruim tachtig procent heeft ooit een stoornis gehad. Volgens de onderzoekers worden grote problemen, zoals een psychose, wel opgemerkt door de artsen die in de gevangenis werken. Maar problemen zoals autisme blijven vaak onopgemerkt. Ze vinden dat daarin verandering moet komen.

Meer dan de helft van de verdachten die in aanmerking komen voor een psychisch onderzoek in het Pieter Baan Centrum (PBC) weigert hieraan mee te werken. Ze hopen dat ze zo geen tbs krijgen opgelegd. Het aantal weigeraars is dit jaar groter geworden dan vorig jaar. Een woordvoerder van justitie noemt deze situatie zorgelijk. Zware criminelen krijgen hierdoor vaak niet de behandeling die ze nodig hebben. Ook voor de verdachte kan de weigering nadelige gevolgen hebben: de rechter legt dan vaak hogere straffen op. Verdachten en advocaten zouden zich dat beter moeten realiseren, aldus justitie. De rechter maakt op basis van het rapport van het PBC de afweging hoeveel gevangenisstraf en eventueel tbs-behandeling een verdachte nodig heeft. Justitie vreest dat mensen die zonder tbs-behandeling vrijkomen vaker in herhaling vallen.

Staatssecretaris Nebahat Albayrak van Justitie trekt structureel 24 miljoen euro extra uit om het gevangeniswezen de komende jaren te reorganiseren. Alle gedetineerden krijgen weer werk aangeboden. Ook komt er vanaf 2010 een nieuw dagprogramma en keert het avondprogramma deels terug. Albayrak omschrijft de nieuwe werkwijze als een breuk met het verleden. “Een gedetineerde zal niet meer zomaar vanuit de gevangenis op straat worden gezet. Wij halen gemeentelijke diensten de gevangenis in en justitie blijft na de vrijlating betrokken”, zei ze dinsdag in een toelichting. Die samenwerking moet voorkomen dat gevangenen na hun vrijlating doelloos en dakloos op straat staan. Voorafgaand aan de vrijlating wordt straks al uitgekeken naar werk of uitkering en een woning voor de gedetineerde. De staatssecretaris presenteerde haar definitieve plan voor modernisering van het gevangeniswezen. Centraal daarin staat een meer persoonlijke aanpak van gevangenen. Per gevangene wordt een plan opgesteld dat moet leiden tot een toekomst zonder criminaliteit. Alle gedetineerden krijgen weer werk aangeboden in de gevangenis. De invoering van een avond- en weekendprogramma moet ruimte bieden voor meer zorg, gedragsbeïnvloeding en onderwijs voor de gevangenen. Albayrak wil vooral voorkomen dat gevangenen die een korte straf uitzitten, weer de fout ingaan. Van alle gedetineerden heeft 60 procent een straf van minder dan twee maanden. Juist deze groep keert nu nog vaak terug in de criminaliteit. De staatssecretaris noemt een goede opvang van deze veroordeelden na hun vrijlating cruciaal. Gevangenen die zich goed gedragen, krijgen straks meer bewegingsvrijheid binnen de gevangenismuren. Als iemand zich niet aan de afspraken houdt, worden de individuele vrijheden ingeperkt of ingetrokken. Het aantal plaatsen voor gedetineerden met psychiatrische problemen en verslavingen wordt uitgebreid van vijfhonderd naar in totaal 1200, honderd meer dan eerder was aangekondigd.