Martin Roos over de
moord op zijn zoon Alan Roos
2000
- ,,Er was die zaterdag een toernooi geweest bij de voetbalclub. Mijn
jongste zoon Maurice voetbalt daar, ik ben leider van zijn elftal. Alan is
zelf geen voetballer, maar kwam even kijken bij het feest van zijn vader
en broer, helemaal opgedirkt, hij zag er echt uit als zo'n showpikkie. Hij
zou na het feest nog uitgaan.
Op de zondagochtend, het was 14 mei 2000, zou iedereen langskomen, het was
moederdag. Daarom vond Irene, mijn vrouw, het vreemd dat ze Alan niet kon
bereiken. Ik was terug naar de club gegaan om na het feest op te ruimen.
Maurice moest ook komen, discipline hé. We hebben alletwee met de kater
in onze kop staan poetsen. Op weg naar de club reed ik nog langs die
overdekte parkeerplaats, zag politieauto's met van die rood-witte linten.
Ik hoorde dat er twee waren doodgeschoten. Ik dacht nog: begint dat nou
hier ook al? Om één uur belde Irene weer, Alan liet nog steeds niets van
zich horen. Toen dacht ik: hier klopt iets niet. Alan moest die
zondagmiddag in het uitvaartcentrum waar hij werkte een uitvaart regelen.
Hij neemt zijn werk zó serieus. Ik dacht van alles, dat hij misschien een
slippertje had gemaakt, dat soort dingen.
We hebben iedereen gebeld, de ambulancedienst, het ziekenhuis, niemand had
hem gezien. Mijn dochter en haar vriend gingen naar het politiebureau, om
te zeggen dat haar broer zoek was. De politie vroeg of haar broer
littekens had, zij dacht van niet. Ook niet op zijn pols, wilde een agent
weten? Daar had Alan wel een litteken. Toen wisten ze het daar dus al.
Irene werd ongeduldig, en is met de buurvrouw naar het bureau gegaan. Dus
stond mijn dochter opeens oog in oog met haar moeder. Je kan je
voorstellen hoe dat geweest moet zijn. Om een uur of zes stopten er auto's
voor ons huis, er stapten allemaal vreemde kerels uit. Ik zag de gezichten
van mijn dochter en Irene. Ze kwamen het huis in, voor mij leek het een
hele massa, maar het waren er een stuk of vier. Voordat de politie iets
zei wist ik het al. Ik hoorde iemand zeggen dat Alan dood was. Ik wilde
wel direct weten hoe. Hij was in zijn hoofd geschoten. Ik ben naar
achteren gelopen en heb een deur kapot geslagen. De politie moest me
vasthouden, ik ging maar door. Mijn vrouw heeft ook van alles beetgepakt
en kapot gegooid. Ze haalde haar hand ook open.
We hebben er later nog over gepraat, maar een heel stuk weet ik gewoon
niet meer, de dagen erna zijn allemaal leeg. Ik ben gelijk mijn kamer
ingedoken, Maurice zat bij me. Ik weet echt niet meer wat we daar deden.
We zullen wel gepraat hebben. Ik denk er liever niet aan, ik krijg er
hoofdpijn van.
Die rechercheurs moesten direct zoveel weten. Wat voor jongen het was. Ze
deden huiszoeking, namen zijn computer en digitale agenda in beslag. Zelfs
op zijn werk zijn ze geweest. Dan wordt je zó boos. Allemaal in het
belang van het onderzoek, zeiden ze. We mochten Alan zondag niet zien, hij
lag in Rijswijk voor forensisch onderzoek. Maandag lag hij in het
uitvaartcentrum, waar hij werkte. Ik heb daar net als Alan gewerkt,
duizenden doden gezien. Maar als je daar staat snap je er geen pest van.
Nu nog niet.
We zijn daar een paar uur geweest. Staan, zitten, bij hem gaan staan, dan
weer zitten. Je moet nog opletten ook. Hij was door zijn hoofd geschoten,
je bent dan natuurlijk gerepareerd, mooi gemaakt. Mijn vrouw en zijn
vriendin wilden hem steeds beetpakken, maar als ze te dichtbij kwamen
haalde ik ze terug.
Gek eigenlijk, we hebben direct die parkeerplek waar ze gevallen zijn met
bloembakken afgezet. Die bloemen groeien natuurlijk niet onder dat dak,
dus we moesten steeds nieuwe planten. We zaten daar elke avond, op de
grond. Samen met de moeder van die andere jongen. In het begin waren er
ontiegelijk veel mensen. We hadden daar ook een tafel met een groot boek
neergezet, voor als mensen iets wisten of zo. Een mens doet gekke dingen.
Die strijd om die parkeerplek is gelijk al mijn afleiding geweest, ik ging
niet piekeren of snotteren. Dat was mijn manier van wraak nemen, niemand
mocht daar meer parkeren. Toen er eens een stel jongens luid toeterend
langsreden ben ik ze achterna gereden. Ik heb ze tot Kijkduin achtervolgd.
Ze reden de boulevard op en vluchtten in de duinen. Pas toen ik ze zag
wegrennen, dacht ik, wat ben ik nou aan het doen?Nu zie ik die plek nog
zo'n vier keer per week, ik kom er langs als ik boodschappen doe. En elke
veertiende van de maand zetten we twee roosjes neer. Dat is Irene haar
protocol. Ik moet rijden, dus ik ben erbij.
Ik doe het anders dan Irene. Soms denk ik wel, pleur nou maar op, nou ga
ik alleen wonen. Je moet heel goed oppassen, want je kan heel weinig
hebben van elkaar. Mijn vrouw heeft onnoemelijk veel gehuild. Ik keek heel
lang geen tv, maar zij keek naar elke film waar veel in geschoten werd.
Als ik dan binnenkwam ging ze huilen. Dan werd ik van binnen wel giftig.
We konden best wel een potje bekvechten, maar gelukkig had één van ons
altijd een wijs moment. Je moet eigenlijk niets van elkaar vragen. Irene
ging na de crematie elke middag naar de urn van Alan. Dat heeft ze een
jaar uitgehouden. Ze kon daar uren zitten. Nu kan ze er niet meer alleen
zijn.
Je gaat op zoek, ik ging de buurt in, sprak met allemaal bizarre mensen
die van alles gezien hadden. Ik zat bijna dagelijks met die onzin bij de
politie. Wat wel heel gek was dat ik meteen dacht dat het kampers waren,
omdat die auto waarin ze dood zijn geschoten vlak bij het woonwagenkamp
uitgebrand was teruggevonden. Daar ben ik door de politie nog over
verhoord, want die wilden weten hoe ik dat wist.
Ik wist via een kennis binnen drie uur dat er kogelgaten in die auto
zaten. En ik kwam er ook al snel achter van wie die auto geweest was. Ik
was geen Sherlock Holmes hoor, ik vertelde alles direct door aan de
politie. Die vond dat wel verwarrend, dat ik zoveel wist.
Ik heb wel eens voor dat huis van de eigenaar van die auto rondgehangen,
maar er was nooit iemand. Toen mijn vrouw met de buurvrouw daar ook de
hele dag gingen staan vond ik het gevaarlijk worden, dat wilde ik niet. Ik
hoorde van de rechercheurs dat ze twee mannen op het oog hadden, een vader
en zoon. Uiteindelijk hebben ze 150 ME'ers ingezet om die twee mannen uit
het woonwagenkamp op te pakken, zo bang waren ze.
We hebben met het hoger beroep erbij bij elkaar elf dagen in de rechtszaal
gezeten. Die zoon vertelde alles. Dat ze met z'n vieren terugreden van de
discotheek, dat zijn vader opeens die andere jongen door zijn hoofd
schoot, en toen Alan die voorin naast hem zat. En dat ze de jongens
gedumpt hebben op de parkeerplaats. De jongens bewogen nog, vertelde die
zoon, dus toen schoot zijn vader nog een keer.
Maar we weten nog steeds niet waarom, omdat die vader niets zei. En zijn
zoon hem de schuld in de schoenen schoof. Wij geloven die zoon niet, die
is heel gevaarlijk, volgens ons heeft hij geschoten. Mijn vrouw heeft
zelfs gebruik gemaakt van het dadercontact. Ze is die zoon in de
gevangenis gaan opzoeken om te vragen waarom Alan was doodgeschoten. Moet
je aan m'n vader vragen, zei die jongen. Irene heeft nog geprobeerd bij
die vader te komen, maar die wilde niet. Toen die vader en zoon maar
twintig en twaalf jaar kregen, schrok ik, ik had gehoopt dat het
levenslang zou zijn. Sindsdien heb ik zoiets dat ze van mij alle
universiteiten waar juristen zitten mogen opblazen. Ik kon tijdens de zaak
ook niets zeggen, dat vond die rechter niet nodig. Gelukkig bestaat er nu
wel een slachtofferverklaring, daar hebben wij wel aan meegewerkt, ja. Het
begon bij die rechtszaak. Ik voelde me daar behandeld als een
bioscoopbezoeker, minder dan dat. En ik kwam er echt niet omdat ik mijn
zakmes kwijt was. Zat ik buiten die zaal, moest ik daar ook die familie
van die klootzakken in het gezicht kijken. We waren zo zenuwachtig, zo
gespannen. Was het lunch, waren de broodjes in de kantine op. Een normaal
mens gaat naar buiten, maar wij durfden niet. We waren bang iets te
missen. En zag ik, met een lege maag, na de pauze die rechters nog de
kruimels van hun lippen likken. Ik was woest, ik voelde dat ik voor joker
stond. Die man in het verdachtenbankje was meer dan ik. Ik dacht, er moet
wat gebeuren. Ik ging op zoek naar lotgenoten, een verschrikkelijk woord.
Maar al snel bevielen die stille tochten, die praatavonden me niet. Ieder
moet het op zijn eigen manier doen, ik ben meer een schopper. Dus ik
richtte de stichting Aandacht Doet Spreken op. Op 2 januari 2003, Alan's
geboortedag. Ik was er twintig uur per dag mee bezig. Ik wil dat mensen
hun ervaringen kunnen delen, dat ze elkaar kunnen helpen. Ik wil dat
slachtoffers meer aandacht krijgen in de rechtszaal. En ik wil zwaardere
straffen.Maurice komt elke dag langs de parkeerplaats. Hij haat die plek.
Vertelde hij me dat hij de broer van die man regelmatig zag. Ik moet hier
weg, zei Maurice toen. We hebben zijn huis driftig verbouwd, tuin, schuur,
we hebben zelfs een volière neergezet, allemaal afleiding natuurlijk. Hij
is toch verhuisd. Vroeger woonden we allemaal tien minuten van elkaar. We
waren zó hecht. We droomden ervan naar Limburg te verhuizen. Ik zou met
de vut, misschien een herbergje of zo bij de Geul. Alan zou werk zoeken in
de omgeving. We hadden plannen gemaakt, zelfs al wat plekken bezocht.
Het ergste is die twee kinderen, dat die nog zo lang moeten doorleven met
die shit. Drie weken geleden trouwde mijn dochter. Dan straalt ze opeens,
ze ziet er prachtig uit, het is een mooie meid. Maar dan zie ik al snel
weer dat lege in die ogen. Ik geloof, dat het niet te repareren is. De
kinderen lachen alleen als pap en mam in de buurt zijn, denk ik wel eens.
Dat gaat op zijn haags, iedereen lult er over heen. Vorige week was mijn
zoon alleen thuis, ging hij opeens dingen kapot gooien. Hij vertelde mij:
pa, het gaat niet goed met me, ik ben onredelijk tegen mijn vrouw. En dan
zit ie steeds op zijn lip te bijten, dat deed ie nooit, daarvoor. En het
houdt nooit op, als de een klaar is, begint de ander weer. Daar loop ik
heel erg over te malen.
Over een paar jaar komt de eerste alweer naar buiten. Ik ben daarom
serieus bezig met verhuizen. Ik zou het liefst heel ver weg gaan, maar ik
krijg Irene niet meer mee. Ik wil eigenlijk in zo'n flat aan zee wonen.
Die ruimte, als je uitkijkt over het water, die rust, dat lijkt me
heerlijk. Lekker met mijn hondje door de duinen wandelen.
Na Alan heb ik nooit meer een voet in het uitvaartcentrum gezet. Ik ben nu
weer halve dagen trambestuurder. Ik ben eigenlijk heel raar geworden, zeg
wel eens lelijke dingen tegen mensen die het alleen maar goed bedoelen. Er
zijn dagen dat ik jou geen kaartje verkoop als je op centraal station
instapt. Want je mag daar niet zonder kaartje het perron op. Als je dan
met mij in discussie gaat, denk ik, godverdomme klootzak, ik geef je een
stomp. Klote vind ik dat, want normaal doe ik niet zo, maar op dat moment
kan ik niet anders. Als ik zo'n bui heb, kan ik beter niet de straat op
gaan. Dus dan zeg ik, laat mij die halve dag maar wc's schoonmaken, of de
vloer vegen. Maar dan zeggen ze dat ik moet rijden of dat ik me ziek moet
melden. Dus meld ik me ziek.
Soms heeft mijn vrouw slechte dagen, enorme huilbuien. Zitten we tot half
vier half vijf 's nachts te praten. Al zuip ik een heel krat bier leeg, en
zij een hele fles wijn, als je er maar uit komt. Dat helpt. Juist als ik
te veel drink, kan ik makkelijker praten. Als ik me verslaap interesseert
het me niet. Als mijn baas er wat van zegt, interesseert dat mij ook niet.
Dan zegt hij dat ik meer mijn best moet doen. Ik doe mijn best, beter kan
ik niet. Ik moet aan mezelf en mijn vrouw denken.
Vorige week kregen we een tip. Er zou een man in Groningen zijn die met
een foto van Alan een portret van hem kan maken alsof het vijf jaar later
is, zoals hij er nu uit zou zien. Maar dat kost wel weer twee honderd
euro.
www.alanroos.nl
Gelezen in het BN
de stem op zaterdag 4 februari 2006, alleen de kop al van dit artikel is voor
vele een zin die vraagtekens oproept. Levenslang tot de dood? Een leven lang is
toch vanaf geboorte tot de dood.
Moet levenslang wel tot de dood?
zaterdag 4 februari 2006
Klaas de Graaff
Het aantal levenslang gestraften
in neemt flink toe.
Dat is
logisch, het aantal moorden en slachtoffers is schrikbarend hoog, moordenaars en
verkrachters zien niet meer op tegen de voormalige korte toch wel comfortabele
gevangenisstraffen.
Tegen de tijd dat Mohammed B.
stramme knieën krijgt, moet de gevangenis worden aangepast.
Als men als
criminoloog deze barbaar als voorbeeld neemt om niet levenslang te straffen, heb
ik zo mijn twijfels over zijn kunde en eigenlijk ook dit schrijven.
Je kunt je afvragen of tandeloze
oude misdadigers vast moeten blijven zitten.
Waarom moeten
wij ons dit afvragen, als je een oude moordenaar bent moet je dan maar weer vrij
rondlopen? Is het leed dat oude tandloze veroorzaken anders dan het dat jonge
misdadigers plegen?
Een nieuw kunstgebit en facelift en daar gaan ze weer.
Toch vormen zij niet het grootste
probleem: er zijn veel meer tbs'ers die nooit meer vrij zullen rondlopen.
Wat heeft
Klaas met levenslang gestrafte moordenaars die niet in een TBS kliniek zitten?
Levenslange gevangenisstraf wordt
de laatste jaren steeds vaker opgelegd.
Dat hebben we
al gehad in de eerste zin, dus nog 1 keer voor alle duidelijkheid, het is
logisch, het aantal moorden en slachtoffers is schrikbarend hoog, moordenaars en
verkrachters zien niet meer op tegen de voormalige korte toch wel comfortabele
gevangenisstraffen.
Waren er tien jaar geleden een
stuk of vijf, nu herbergt Nederland dertig gevangenen die levenslang moeten
zitten. En het einde is nog niet in zicht.
Een
bevestiging, het aantal moorden en slachtoffers is schrikbarend hoog en gelukkig
worden veel moordenaars opgepakt.
Dit houdt in dat de
gevangeniscapaciteit voor deze groep groter moet worden en dat de gevangenissen
moeten worden aangepast.
Wat
ons betreft, de minister en Justitie zijn nog steeds zeer humaan ten opzichte
van deze levenslang gestraften, wij zeggen halveer de cellen. Een bed, een stoel
en een kast is genoeg.
Voor een deel heeft minister Piet Hein Donner van Justitie voor het cellentekort
een oplossing gevonden in de tweepersoonscel. Ook de zaaltjes met zes
kortgestraften, waar de gevangenis in Lelystad kort geleden mee begon, zijn niet
het ei van Columbus.
Wat
dit met levenslang gestraften te maken heeft snappen wij niet helemaal. Is Klaas
een ex- gedetineerde of een ontslagen Justitie medewerker?
Meermanscellen lenen zich niet voor lange straffen.
Waarom
niet?
Levenslang gestraften brengen een groot deel van hun leven in afzondering door.
Hun
slachtoffers zijn beroofd van een groot deel van hun leven, nabestaanden hebben
levenslang gemis en verdriet. Weet de criminoloog Klaas wat deze mensen voelen
en meemaken?
Dit betekent dat justitie zich
moet opmaken voor opvang van ouderen.
Hoezo? Dit
soort past zich overal aan, ook als ze ouder worden.
Medische zorg wordt meer
geriatrisch op het moment dat Mohammed B. stramme knieën krijgt of dement
wordt.
Klaas
heeft wat met Mohammed dat kan bijna niet anders, maar geen zorgen deze
moordenaar wil onze hulp niet en zal tegen die tijd heus wel vrij zijn.
Zijn de nauwe doorgangen in de gevangenis wel breed genoeg om er een rolstoel
doorheen te loodsen?
Weet Klaas
wel dat er openbaar vervoer en openbare gebouwen zijn die niet eens fatsoenlijk
toegankelijk voor invaliden in rolstoel die nog nooit iemand hebben kwaad
gedaan.
Zijn de toiletpotten hoog genoeg
voor iemand van 75?
Bijna
nergens, dus daar misschien ook wel niet. Het verschil tussen die 75 jarige
gedetineerde en de 75 jarige vrije burger die geen toiletpot heeft die hoog
genoeg is, als de oude gedetineerde het ernaast doet wordt het schoongemaakt en
als de oude vrije burger het ernaast doet moet hij het zelf schoonmaken.
Beschikt de gang naar de
recreatieruimte wel over een leuning langs de muur om valpartijen te voorkomen?
Heel veel
seniorenwoningen en bejaarden huizen hebben ook geen leuning langs de muur.
Nederland heeft nauwelijks
senioren achter tralies.
Straks, als
men de levenslange gevangenisstraf voor moordenaars blijft toepassen, over een
paar jaar wel dus. Senior nabestaanden zitten ook hun verdere leven achter
onzichtbare tralies.
Hun aantal is een fractie van het
aantal jonge gedetineerden. Dat is geen wonder, want criminaliteit vergt vaak
grote lichamelijke inspanning en jongeren houden er andere hobby’s op na dan
ouderen.
Bizarre
uitspraak, alsof criminelen sporthelden zijn ' criminaliteit vergt vaak grote
lichamelijke inspanning'.
Onlangs zijn strafrechtsgeleerden zich gaan afvragen of levenslang in alle
gevallen tot de dood moet duren.
Helaas, ook
deze 'strafrechtsgeleerden' (deskundigen) houden zich alleen bezig met
strafrecht en hebben nooit studie gemaakt van slachtoffers en zeker niet hoeven
meemaken wat slachtoffers hebben of moeten meemaken. Nee, ook de deskundigheid
van deze mensen is te beperkt.
Het antwoord hangt af van het
uitgangspunt dat men hanteert. Voorop staat de ernst van het strafbare feit. Bij
meervoudige moord of andere ernstige levens- of zedendelicten gaat het in de
eerste plaats om vergelding.
Juist 'de
ernst van het strafbare feit' bij moord, meervoudige moord of andere ernstige
levens- of zedendelicten gaat het om vergelding, niet alleen voor slachtoffer
maar ook voor de samenleving. Een levenslange gevangenisstraf na het plegen van
moord of andere ernstige levens- of zedendelicten is de enige straf die het
rechtsgevoel en geloofwaardigheid in een rechtstaat van burgers kan behouden.
De rechtsorde is zo geschonden dat
de rechter niet om een forse straf heen kan.
De rechtsorde
is niet geschonden, de rechtsorde is aan het herstellen, en dat is waar rechters
nog even aan moeten wennen. De rechter behoort recht te spreken, te straffen met
gelijke straffen die in wet staan geschreven en nergens omheen kan.
Daarnaast is het voor de
rechtshandhaver van belang of de misdadiger een blijvend gevaar vormt voor de
samenleving, want die heeft recht op bescherming. Maar wat is blijvend gevaar?
Dat is van
tevoren moeilijk te bepalen, als we dat wisten dan hadden we de dood van al die
slachtoffers kunnen voorkomen. Maar wat we wel weten van deze moordenaars, is
dat zij er toe in staat zijn en daarbij dus kunnen aannemen dat zij toch een
gevaar zijn voor de samenleving. Voorkomen is beter dan nog meer slachtoffers.
Meer moordenaars in cellen is altijd beter dan uitbreiden van begraafplaatsen en
crematoria.
Vaak bepaalt het beeld van het
moment het oordeel van de rechter.
Dit is ook
zeer beperkt, er zijn meer misdadigers die niet de maximum straf krijgen dan
misdadigers die levenslang krijgen opgelegd. Rechters zouden juist wat meer 'het
beeld van moment', uitvaart van slachtoffers, stille tochten en huisbezoeken
nabestaanden van slachtoffers moeten bijwonen.
Wordt het niet tijd om met enige
regelmaat na te gaan of een levenslang gestrafte niet langzamerhand toe is aan
gratie?
Misschien,
maar dan alleen als slachtoffers / gedupeerden daarover mogen mee beslissen.
Daar valt wel wat voor te zeggen, want ook vergelding kent grenzen.
Dat bedoelen
wij dus, tot hoever die grenzen gaan kunnen alleen de slachtoffers bepalen.
Zelfs de twee oorlogsmisdadigers
uit Breda kregen in 1989 gratie.
Maar
niet als de slachtoffers / gedupeerden hierbij inspraak hadden gehad.
Al in 1966 mocht de doodzieke Willy Lages, na 21 jaar detentie, de gevangenis
verlaten.
Een
slechte zaak, want als deze zou herstellen en in herhaling zou treden, dan
.........
Minister van Justitie, Dries van Agt, moest echter in 1972 zijn plan om de
overgebleven ‘drie van Breda’ gratie te verlenen haastig intrekken om een
motie van wantrouwen te voorkomen.
Logisch, er
zijn veel Nederlanders profijt hebben gehad of rijk geworden in de jaren 40/45,
een beerput is zo geopend. Dat zal voor vele niet wenselijk zijn geweest op dat
moment.
Joseph Kotälla stierf in 1979 in
de gevangenis.
Een duidelijk
voorbeeld van levenslang tot de dood.
Tien jaar later slaagde minister
Korthals Altes er wel in gratie te bewerkstelligen voor Franz Fischer en
Ferdinand Aus der Fünten.
Gedurfd,
heeft absoluut bijgedragen aan verlies van vertrouwen in de rechtsstaat en
rechtsorde. Heeft geleid tot teleurstelling en woede van vele slachtoffers /
gedupeerden.
Ook de beruchte Berkelse arts O.
die in 1952 zijn vrouw en in 1958 een medegedetineerde vergiftigde en twee maal
levenslang kreeg, stierf in vrijheid. Hij kwam in 1975 vrij en overleed acht
jaar later.
Is een
voortvloeisel uit het wanbeleid van Korthals Altes en onaantastbare macht van de
rechtsorde.
Meervoudig moordenaar Hans van Z.
zat van zijn levenslange straf slechts negentien jaar uit.
Niet
alleen de slachtoffers en hun nabestaanden van Hans van Z., ook de slachtoffers
en nabestaanden van de vele andere (meervoudige) moordenaars, hebben wel
levenslang gekregen zonder een moord te plegen.
Onlangs is de maximale straf van twintig opgewaardeerd tot dertig jaar.
Een zoveelste
lachertje, moord = moord, en de enige terechte straf = levenslang. Maximale
straf?
Volgens het huidige systeem worden
mensen met deze straf na twintig jaar vrijgelaten.
De nog steeds
voor slachtoffers onverklaarbare korting, opvallend dat deze korting nooit wordt
genoemd of uitgesproken tijdens het vonnis en ook niet geschreven staat in het
arrest.
Justitie wil af van dit
automatisme en alleen nog gedetineerden vervroegd vrijlaten van wie de kans op
recidive gering is.
Maar
dan alleen als slachtoffers / gedupeerden daarover mogen mee beslissen.
Bij tbs'ers wordt dit periodiek
bekeken.
Gaat
helaas heel vaak mis, de TBS'er is meestal slimmer en gevaarlijker dan men in de
gaten heeft.
Wie gevaarlijk blijft en
onbehandelbaar blijkt, wisselt zijn dwangverpleging in voor levenslang,
eufemistisch long stay genaamd. Er zijn nu al driehonderd mensen in de long stay,
een aantal dat groeit en waarbij de dertig ‘echte’ levenslang gestraften
mager bij af steken.
TBS
of 'echte' levenslang gestraften, het zijn en blijven moordenaars, gevaren voor
de samenleving.
Minister Donner doet er goed aan een goede architect in de arm te nemen.
Wij
zijn bereid en melden ons aan als ervaringsdeskundigen.
Klaas de Graaff is criminoloog
Martin
Roos is ervaringsdeskundige.
Zaterdag 14 mei 2005,
ondanks
onze overtuiging die wij enige weken geleden nog hadden om geen aankondigingen
te versturen voor een herdenking van onze zoon Alan en Daan de Blok en hadden
gekozen voor herdenken en in alle stilte bloemen te leggen bij dit monument,
hebben wij na het meebeleven van de manifestatie tegen geweld in Delfzijl op het
laatste moment alsnog gekozen een aankondiging te versturen en te spreken op
deze avond 14 mei 2005. Die bewuste 5 mei 2005, Bevrijdingsdag en feest met
daartussen het moment van respect en medeleven van al die mensen uit de plaatsen
Farmsum en Delfzijl, de tocht en het oplaten van 500 witte ballonnen, de zeer
goede toespraak van de burgermeester hebben onze eerdere beslissing doen
veranderen. Het was nog kort dag, maar met
de hulp en inzet van Jan Weerdenburg, Jeffrey Bloem, Alex Tournier en Wilco
Eckhardt is dit toch nog allemaal gelukt. Ik wil hen ook in deze nogmaals
bedanken voor alle hulp en aanwezigheid. Wij hebben geen spijt dat wij deze
keuze hebben gemaakt, wij hebben zelfs een heel goed gevoel overgehouden na de
herdenking. De aanwezigheid van al die mensen (volgens zeggen 160 personen) en
vooral de aanwezigheid van veel ADS lotgenoten heeft ons heel erg gesterkt. In
deze wil ik ook alle lotgenoten die aanwezig zijn geweest en ook alle lotgenoten
die ons een kaart, brief of email hebben gestuurd heel erg bedanken voor hun
steun. Deze ervaring ondersteund de doelstelling van ADS, de lotgenoten contact
groep, die d.m.v. het versturen vanuit het ADS bestand veel mensen bereikt. Het
kan iedereen helpen mits men tijdig een aankondiging aan ADS stuurt. ADS verzend
en plaatst deze op de website. Met deze ervaring hierbij ons advies, maak
gebruik van uw en onze website ADS, publicaties m.b.t. aankondigingen,
ervaringen, berichtgevingen of anders. Laat
uw stem horen, uw ervaring lezen.