2005       Jan Borger vader van     zie ook

008

 

Jan Borger over de gruwelijke schietpartij in het winkelcentrum Kwelkade in Tiel.

 

In het afscheidsbriefje dat Sandra(29) op 3 maart voor haar latere moordenaar achterlaat, is al iets van de angst te bespeuren die de jonge vrouw moet hebben gevoeld.

Want nadat ze met de deur in huis valt: Zoals je al gemerkt heb, ben ik er niet meer. Ik hou niet genoeg van je om nog bij je te blijven, is er verderop de zinsnede: Ik vind het jammer dat ik het op deze manier moet doen, maar ik zou niet weten hoe je reageert als ik het je persoonlijk zou zeggen. Omdat ik bang ben voor je reactie.

 

Dat die angst niet overdreven was, blijkt als op 15 en 16 april alle nieuwsuitzendingen en kranten openen met de gruwelijke schietpartij in het kleine winkelcentrum aan de Kwelkade in Tiel. Daarbij waren drie doden gevallen en één zwaar gewonde; een jonge vrouw die kort daarna eveneens overlijdt. Na de eerste verwarrende berichten over een ‘roofoverval’ en zelfs een ‘afrekening in het drugscircuit’, wordt snel duidelijk dat aan het drama ‘relationele problemen ten grondslag lagen’.

De drie slachtoffers die vlak vóór en ín Scale Line liggen, de winkel waar modelbouwauto’s worden verkocht en die naar later zal blijken niet voor niets als plaats delict is uitgekozen, zijn: Sandra, haar vriendin Natasja en haar vermeende vriend Marco. De vierde dode, de schutter die zich na de liquidaties zelf door het hoofd heeft geschoten, is Sandra’s jaloerse ex-vriend Appie Jansen (31) uit Dodewaard.

Aan Sandra’s verzoek, verwoord in de laatste zin van haar brief: Verder hoop ik dat je gewoon verder kunt gaan met jouw leven, zoals ik verder ga met mijn leven, had Appie duidelijk niet kunnen voldoen.  

Ik wil graag die dingen er in hebben die mij hebben bewogen om dit stuk te laten plaatsen.

a)Dat de schietverenigingen het wapen op de schietvereniging moet opbergen.

b)Dit moet dan door de politiek in wet gegoten worden om herhaling van het gebeurde te voorkomen.

c)Tevens zijn wij van oordeel dat de dader,nadat er wettig en overtuigend bewijs is ,veroordeeld moet worden voor zijn daad. 

Vier maanden na de verbijsterende gebeurtenissen zijn Jan en Nel Borger uit Nijmegen, de vader en moeder van Sandra, nog steeds verbitterd. Zo hebben zij van de ouders van Appie nooit enige blijk van medeleven ontvangen. Ook de kille reactie van een woordvoerder van de schietvereniging waarvan de moordenaar van hun dochter lid was, heeft hen geschokt. Bovendien had de drievoudige moord naar hun idee voorkomen kunnen worden. Het is voornamelijk Jan die in afgemeten zinnen het woord voert.

“Ik vroeg aan die schietclub: hoe komt iemand bij jullie aan een wapen? En moet zo iemand nog een psychologische test ondergaan? Maar die man reageerde alsof híj slachtoffer was. Ook de politiek laat het erbij zitten. Hoeveel idioten als Appie lopen er nog meer met een wapen rond? Maar als de politie z’n werk goed had gedaan was het niet gebeurd. Vlak nadat zij uit elkaar gingen heeft Sandra aangifte gedaan van bedreiging. Als die politieman dat serieus had genomen, hadden ze uit voorzorg dat wapen en die munitie bij Appie kunnen ophalen.”

In de woonkamer van de Nijmeegse woning is Sandra alom tegenwoordig. Op de computer in de hoek kijkt zij als 12-jarig meisje melancholiek de kamer in. En vlak naast de kachel staat een glazen urn met haar as waarop permanent een kaarsje brandt.

Zeventien is hun dochter als ze Appie leert kennen. De vonk slaat over in de cafetaria Picadilly aan de Generaal Smitsstraat in Nijmegen waar de 19-jarige jongen op kamers zit. Enkele weken later al ontvlucht Sandra de ouderlijke woning. “Een kwestie van: liefde maakt blind,” zegt haar vader. De ouders komen er al snel achter dat hun dochter met haar vriend inwoont bij diens zuster.  Sandra’s moeder probeert haar dochter te overreden weer naar huis terug te komen. Tevergeefs. Het bezoekje leidt slechts tot dreigementen van Appie.

In de jaren daarna is er geen contact met hun dochter. Dan overwint Jan Borger zijn Friese koppigheid en rijdt samen met zijn vrouw naar Dodewaard, waar het stel inmiddels een eigen woning heeft. Sandra is erg blij haar ouders te zien. Ook Appie gedraagt zich ‘correct’.

“We komen daarna af en toe langs. Dol op Appie zijn we niet. We gedogen hem. Voor Sandra. Dan hoor ik opeens dat ze inwonen bij de ouders van Appie, enkele straten verderop. Ze hadden huurschuld en waren door de woningbouwvereniging uit hun woning gezet. Vanaf dat moment ging het fout. Sandra moest haar geld afgeven aan zijn ouders die de schulden zouden afbetalen. Sandra had zelf niets meer.”

Jan en Nelly Borger komen wel eens langs op de Julianalaan. “Ons slag mensen was het niet. Vader was heel onderdanig en moeder heel dominant. Appie was duidelijk haar lievelingetje. Maar het waren geen onaardige mensen.”

De Borgers ergeren zich wel steeds meer aan hun inmiddels 130 kilo zware schoonzoon. Vooral aan het feit dat hij vaak ‘zonder boe of bah te zeggen’ op de bank naar de televisie ligt te kijken. “Het was een dooie. Er zat geen fut in.”

Sandra’s vader: “Werken deed Appie niet veel. Dat was een vies woord voor hem. Ik heb een keer een baas van hem gesproken die hem had ontslagen omdat hij te vaak ziek was. Zijn grootste wens was om in de WAO te komen, zei hij eens. Maar wel geld uitgeven. Aan computerspullen, modelbouwauto’s en die schietvereniging. Terwijl Sandra geen geld had om kleren te kopen. Ten einde raad heeft ze toen een paar keer geld uit de kassa genomen van de supermarkt waar ze werkte. Ze werd op staande voet ontslagen. Nee, gelukkig vonden we haar er nooit uitzien.”

Dan begint na bijna elf jaar de relatie te imploderen. Niet in het minst door Appies ziekelijke jaloezie. Volgens haar ouders wordt Sandra steeds meer door haar vriend gecontroleerd. Zelfs als ze telefoneert.

Op oudejaarsavond 2003 barst voor de eerste keer de bom. Sandra wil graag naar een feest. Appie heeft geen zin. Er ontstaat een heftige woordenwisseling waar de politie aan te pas moet komen.

Jan Borger: “Het wordt steeds duidelijker dat het over is tussen die twee. Wij hadden al een paar keer stiekem met haar gechat dat ze bij ons altijd welkom was.”

Dan komt op 3 maart het lang verwachte telefoontje van Sandra. Ze is alleen op de Julianalaan en wil worden opgehaald. De Borgers regelen een grote auto en Sandra wordt uit angst voor Appie op een geheim adres ondergebracht.

Jan Borger: “Ze was bang voor hem en we wisten dat hij een wapen had.”

Enkele weken later komt Sandra weer thuis wonen. Volgens haar ouders bloeit ze helemaal op. Appie probeert nog in contact te komen, maar Sandra stuurt hem een koel briefje. ‘Ik zal je nog even duidelijk maken waarom ik ben weggegaan. Ik had steeds het idee dat ik op de tweede plaats kwam. Alles wat jij wilde gebeurde en wat ik wilde, zoals mijn rijbewijs halen, werd afgeketst met de woorden: het is te duur.’ Bovendien schrijft Sandra dat zij niemand anders heeft. Verder wil ik dat je mij met rust laat en dat ieder zijn eigen weg ingaat.

Maar Appie laat haar niet met rust. Hij doet bij de politie in Kesteren aangifte van verduistering van wat spullen, onder andere een modelbouwauto. Sandra beweert dat de spullen van haar zijn, maar om de zaak te sussen geeft Sandra op verzoek van haar vader de auto terug. Tijdens het verhoor maakt Sandra er ook melding van dat zij van vrienden had gehoord dat Appie haar bedreigde. Met die opmerking doet de politie echter niets.

In Dodewaard wordt het voor vrienden en kennissen intussen steeds duidelijker dat Appie het verbreken van de relatie niet kan verkroppen. Hij is snel aangebrand. Nou was Appie nooit een makkelijke jongen. Altijd al ‘een beetje een macho’,  ‘een opgefokt type’ en iemand ‘met losse handjes’. Volgens een bekende was Appie ervan overtuigd dat Sandra een relatie had. Dat maakte hem razend.

Volgens haar ouders was dat niet zo. Maar Sandra maakt er in de weken voor haar dood geen geheim van dat ze zeer goed kan opschieten met Marco. Een vrachtwagenchauffeur die ze heeft leren kennen in het clubje dat een fascinatie deelt voor radiografisch bestuurde auto’s en vaak samen komt in Scale Line.  

Nu Sandra thuis woont, komt zij ook weer in contact met haar vroegere vriendin uit de buurt, Natasja Peeters. Het zal voor de 26-jarige moeder van twee kinderen een fatale hereniging worden. Op 15 april vergezelt Natasja Sandra naar het winkelcentrum in Tiel waar zij een afspraak heeft met Scale Line-eigenaar Ton. Natasja heeft volgens haar man Erwin wel zin in een verzetje na een dag vervelende onderzoeken in het Nijmeegse Radboudziekenhuis.

Erwin houdt zielsveel van Natasja. Zij is de vrouw die hem, zoals hij het zelf zegt, uit de goot heeft gehaald toen hij verslaafd was en dakloos. “Hoe ik verder moet, geen idee. Mijn hart en ziel is weggerukt. Soms denk ik aan zelfmoord. Maar ik heb twee kinderen van vijf en twee. Voor hen moet ik door. Ik vraag me alleen af hoe lang het verstand het wint van het gevoel.”

Somber kijkt hij naar het dressoir. Daar is met foto’s en waxinelichtjes een altaartje ingericht voor zijn overleden vrouw.

Was het trouwens die ‘zielsverwantschap’ met Natasja die hem die donderdagavond zo onrustig maakte? Had het te maken met de bedreigingen van die ex-vriend waar Sandra vaak over vertelde? Voorvoelde hij onbewust het drama dat hen beiden wachtte? Erwin weet het niet, maar feit is dat hij op hetzelfde moment dat Natasja door het achterhoofd wordt geschoten de drang voelt om alle nog niet ingeplakte foto’s van zijn geliefde uit het hele huis te verzamelen.

Vrijwel op hetzelfde moment staan Jan en Nel Borger voor het station in Tiel op hun dochter te wachten. Sandra had hen gevraagd haar rond acht uur op te pikken. Als het te lang duurt rijden ze naar het winkelcentrum aan de Kwelkade. Daar houdt een agent hen tegen. Jan vraagt of zijn dochter in het winkelcentrum is en geeft een pasfoto van Sandra af. Enkele ogenblikken later komt de agent terug om hen te condoleren. “Dan stort je hele wereld in”.

Pas om half tien wordt Erwin gebeld door een vriend. Die was op zijn beurt benaderd door Sandra’s vader die op het bureau van Tiel werd verhoord. Of hij het al wist. Wat wist? Dat Natasja bij een schietpartij betrokken was. Erwin belt meteen de mobiele van Natasja en krijgt een arts van het Radboudziekenhuis aan de lijn. Of hij zich kon identificeren. Erwin noemt de plekken op het lichaam van Natasja waar zij tatoeages en piercings heeft en hoort dan van de arts dat hij zich op het ergste moet voorbereiden. Rond tienen betreedt Erwin het ziekenhuis waar zijn vrouw diezelfde dag al urenlang heeft doorgebracht. Natasja blijkt met fataal hersenletsel te zijn binnengebracht en overlijdt een dag later.

Op 21 april wordt voor de twee vriendinnen een gezamenlijke uitvaartdienst gehouden. Jan Borger laat een tekst voorlezen waarin hij en zijn vrouw Sandra bedanken ‘voor die zes weken die wij samen hebben mogen beleven, die waren voor ons geweldig.’ Erwin draagt een door hem zelf gemaakt gedicht voor.

Ook Erwin kan drie maanden later zijn verbittering nauwelijks verbergen. Zo krijgt hij als alleenstaande vader van geen enkele instantie hulp. Bovendien voelt hij zich door politie en justitie met een kluitje in het riet gestuurd.   

“De officier van justitie bij wie ik kwam met veertig vragen keek na drie vragen al op zijn horloge. En op die eerste drie kon hij niet eens antwoord geven.”

Erwins verwarring is begrijpelijk. Zo krijgt hij van agenten tegenstrijdige informatie over wat er zich ín en vóór de modelbouwwinkel heeft afgespeeld; of er nou wel of geen videobeelden zijn van de bewakingscamera’s en over wie nou die man was die Appie op die noodlottige avond naar het winkelcentrum heeft gebracht. Was het diens vader of een vriend? En hoe kon het dat die niets heeft gemerkt? Maar de twee meest prangende vragen  zijn:

Wat voor man was Appie precies? Waarom is zijn vrouw doodgeschoten? En hoe kon de voor hem en zijn vrouw onbekende schutter weten dat de twee vriendinnen op die bewuste donderdagavond rond half acht in het winkelcentrum zouden zijn?

Voor het antwoord op de eerste vragen moet hij bij Appies ouders zijn. Erwin zoekt hen kort na het drama op. Het wordt een kort gesprek.

“Wie Appie was daar had ik eigenlijk niets mee te maken. En wat er allemaal was gebeurd waren mijn zaken niet, vond zijn vader. Maar als zijn zoon mijn vrouw doodschiet wordt het vanzelf mijn zaak. Ik vind dat de ouders verplicht zijn mij te vertellen wat voor een persoon hun zoon is. Omdat zij het ook moeilijk hadden, liet het maar zo. Ik heb ze mijn naam en telefoonnummer gegeven. Tot op heden heb ik niets van hen gehoord. Niet netjes. Maar dat gesprek moet natuurlijk nog wel volgen.”

Er is nóg een gesprek dat Erwin binnenkort gaat voeren. Niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. En dat is met de eigenaar van Scale Line, voor wiens deur zijn vrouw is doodgeschoten. Want Erwin is met name benieuwd naar zíjn rol. Want waarom belde hij die donderdagavond tussen tien over vijf en half zes tot drie keer toe met Sandra?

“Zij was hier bij ons en ik kon dat gesprek bijna woordelijk volgen. Komen jullie nog? Jullie komen toch wel he? Waarom deed hij dat? Was dat de afspraak met Appie? Probeerde hij te bemiddelen? Zijn ze onbewust in de val gelokt? Volgens de politie heeft Ton inderdaad met Appie gebeld, maar meer om hem te vragen weg te blijven. Hij wilde geen toestanden in de zaak. En hoe kan het dat Appie die daar in het winkelcentrum met een pistool en twee volle magazijnen rondloopt, op Ton schiet en juist hem mist? Terwijl de politie tegen mij zegt dat ze die kogel nooit hebben gevonden. Wat weet Ton? Wat is daar in die zaak gebeurd. Ik wil antwoorden.”

In het Tielse winkelcentrum waar het bloedige drama zich heeft afgespeeld is het deze woensdagmorgen nog rustig. Een forse blonde man ontsluit rond tien uur de deur van een zaak die vol staat met  modelauto’s. We stellen ons voor. Hij deinst bleek achteruit. “O nee, ik zeg niks. Ga maar weg.” En hij verdwijnt snel achter de toonbank. Maar hij moet zich toch kunnen voorstellen dat de nabestaanden nog veel vragen hebben?

“Dan moeten ze niet bij mij zijn, maar bij de politie. Ik sta nog steeds onder behandeling. Er zijn hier drie moorden gepleegd en er is ook op mij geschoten...” Ton doet met duim en wijsvinger een pistool na. “...Dat doet je wat hoor als iemand dat bij je doet. Daar kan ik nog steeds niet over praten. Het spijt me.” Er staan tranen in z’n ogen.

Bij het verlaten van zijn zaak lopen we over de plek waar die vijftiende april de lichamen lagen van de twee jonge vrouwen. Onwillekeurig denken wij aan de woorden van de zuster van Appie die de dag ervoor eveneens in tranen had verteld:

 “Appie deed nooit iemand een vlieg kwaad. Hij was mijn lieve broertje. Het is voor ons een raadsel.”

 Een norse man kijkt vanachter de half geopende deur in de Julianalaan in Dodewaard naar de verslaggever. “Ik praat met niemand. Er wordt toch alleen maar slecht over mijn zoon geschreven. En als je er toch over schrijft doe ik je een proces aan.” Dan knalt hij de deur dicht.

Appies zuster Ria in Nijmegen is vriendelijker. Met betraande ogen vertelt zij over ‘haar broertje.’ In Hart van Nederland zag ze die donderdagavond een item over een schietpartij in Tiel en een dode die op een brancard werd weggevoerd. “Ik zei nog tegen mijn man: Dat zal je thuis krijgen.”

Om twee uur ’s nachts staat er twee politieagenten voor Ria’s deur. Zij vertellen haar over de schietpartij en de dood van haar zeven jaar jongere broer. Verdoofd regelt ze oppas voor de kinderen en laat zich naar haar ouders rijden die een uur eerder al uit bed waren gebeld.

“Dan gaat de deur open, zie je je vader... en wat moet je dan zeggen? Mijn vader hoort nog elke donderdagnacht om één uur de deurbel. Niemand had dit van Appie verwacht. Hij was een lieve jongen. Behulpzaam. Hij werkte ook hard. Hij sjouwde tegels.

Een beer van een vent, maar nooit agressief. De dag ervoor was hij hier nog geweest. Zat hij hier met m’n zoontje te spelen. Hij was redelijk vrolijk. Er was niets aan hem te merken. Natuurlijk was hij erg verdrietig. Hij had een klap gehad van het verbreken van die relatie en was erg afgevallen. Hij was er kapot van. Mag het ook na elf jaar? En dan de manier waarop. Dat had Sandra ook wel anders kunnen doen. Ze hebben twee keer bij mij ingewoond. Mijn type was het niet, maar het was de keuze van m’n broertje.

Die donderdagmiddag heeft hij mij nog gebeld. Hij zou naar Tiel gaan zei hij. Ook toen heb ik niets aan hem gemerkt. Het blijft een raadsel. En wat ik zo erg vind dat hij nu bekend staat als het Monster van Tiel. Terwijl het zo’n goeie, hartelijke jongen was. Wat Appie gedaan heeft is niet goed te praten. Maar voor mijn ouders is het ook erg. En voor mij. Ik heb Appie moeten identificeren. Dat beeld raak ik nooit meer kwijt.”

Ria zou graag nog veel meer over haar ‘broertje’ vertellen maar wil eerst toestemming van haar ouders. Die komt niet. Alleen nieuwe dreigementen.

.

 

 

   

 

Contact

A.D.S.home

Gastenboek

  Inschrijven

 TV en Radio

 

INDEX

 Interview 008