Schitterend
onderzoek teleurstellend afgerond
BREDA
– Het was op vrijdag 2 juni 2006een druk bezochte persmeeting in
Motel Brabant aan de Heerbaan in Breda. Cees van Rooij, vader
van de in 2004 vermoorde Tinka, presenteerde daar het echte
verhaal over de moord op zijn 27-jarige dochter. Uit
dankbaarheid voor de wijze waarop zij te werk is gegaan wilde
Cees het eerste exemplaar van zijn boek overhandigen aan het
‘fenomenale’ rechercheteam van de politie in Midden en
West Brabant.” Geheel onverwachts en tot grote
teleurstelling van Cees en zijn vrouw Ria verbood het
Ministerie van Justitie dat. Ook de Bredase Officier van
Justitie mr. Ria Lemstra mocht de presentatie niet bijwonen.
‘Vermist
en vermoord: Tinka van Rooij’, is de titel van het boek dat Cees van
Rooij ten doop hield. Op de persbijeenkomst was het een drukte van
belang. Lang voordat Cees en de presentator van het TROS programma
‘Vermist’, Jaap Jongbloed, arriveerden stonden er al veel
tv-camera’s opgesteld. Jaap Jongbloed kwam met Cees mee omdat hij de
presentator en de bewerker van het boek was. Bovendien had hij over
deze roemruchte moordzaak een documentaire gemaakt die afgelopen
zaterdagavond is uitzonden op TROS TV. De afwezigheid van politie en
justitie bleef als een grauwe sluier over de bijeenkomst hangen, een
tegenvaller voor Cees van Rooij die het er zichtbaar erg moeilijk mee
had.
“Ons
wordt de mogelijkheid ontnomen om onze dankbaarheid te tonen voor de
enorme inzet van het rechercheteam, de persoonlijke begeleiding door
Henk Roovers en Jan Leemans en de officier van justitie. Ik ben
gedesillusioneerd,“ liet hij bij zijn inleiding weten. Ook Jaap
Jongbloed had er geen goed woord voor over. “Ik kan dit niet
uitleggen. Onzin dat de neutraliteit van het strafproces in het geding
is. Formeel is de zaak nog wel onder de rechter, maar voor wie treedt
het Openbaar Ministerie eigenlijk op? Voor slachtoffers en voor
nabestaanden. Zo krijgt de familie nog eens een knauw. Dit is een heel
grote inschattingsfout van justitie,“ liet hij verwijtend aan het
adres van het Openbaar Ministerie weten. Een schitterend onderzoek is
door toedoen van het Openbaar Ministerie teleurstellend afgerond.
Juridische gronden zijn tot op de dag van vandaag nog steeds sterker
dan de emotionele.
Jammer
dat alles zo moest lopen. Uit het boek van Cees van Rooij blijkt dat
politie en justitie door hun voortvarende en methodische aanpak een
flinke pluim verdienen. “Het rechercheteam, dat ons onder leiding
van de onvolprezen Jan Leemans en Henk Roovers van het begin tot eind
heeft begeleid, heeft fenomenaal werk gedaan,” schrijft hij Cees in
het nawoord van zijn boek. Over de staande magistratuur schrijft hij:
“Ook de officier van justitie en de advocaat-generaal verdienen alle
lof voor hun deskundigheid en toewijding”. In zijn boek beschrijft
Cees hoe hij en zijn vrouw de dagen na de moord op hun dochter Tinka
doorkwamen. Groot verdriet vooral ook omdat hun dochter Tinka in de
media in een vals daglicht werd geplaatst. Om het echte verhaal bekend
te maken schreef hij aan de hand van zijn dagelijkse aantekeningen het
boek: ‘Vermist en vermoord: Tinka van Rooij.’
“Het boek is ook monument voor Tinka,” laat Cees nog steeds
met pijn in zijn hart weten.
Het
door Jaap Jongbloed tot boek bewerkt verhaal werd aangeboden aan Mieke
van Dorst van de stichting ‘Aandacht doet spreken’. Cees en Ria
van Rooij hebben zich daar als lotgenoten bij aangesloten. Mieke Van
Dorst is de moeder van de in Roosendaal door haar vriend vermoorde
Sabrina Smit. Bij de overhandiging van het boek zei Cees: „Het gaat
niet om aandacht voor ons, maar voor Tinka. Het is een boodschap aan
de daders, aan de maatschappij en aan lotgenoten.“
Het
boek is in de winkel verkrijgbaar onder ISBN nummer 90-808267-9-0 en
kent een oplage van 15.000.
Inleiding:
Als
rechtbankverslaggever voor BN/DeStem heeft Vif Janssen het strafproces
tegen de vier verdachten van de moord op de 27-jarige Tinka van Rooij,
een van de gruwelijkste, meest berekende misdrijven in dit land, van A
tot Z meegemaakt. Geen luguber detail werd tijdens de vele zittingen uit
de weg gegaan. Niet bij de rechtbank in Breda, niet tijdens het hoger
beroep in Den Bosch. Rechters moeten zich een objectief oordeel vormen.
De behandeling is zakelijk en kil. De verslaggever heeft tot taak de
lezers een objectief verslag van de feiten en gebeurtenissen te geven.
Een
journalist is echter ook een mens. Als het zoveelste gruwelijke detail
tijdens de voorbereiding, de moord, het verdonkeremanen van het
levenloze lichaam en de dagen erna wordt besproken, heb je wat weg te
slikken. Als moeder van een even oude dochter dwalen de gedachten niet
zelden af. Wat moeten de ouders en de zus, op een halve meter achter je
in de bankjes in de rechtszaal, in vredesnaam doorstaan. Je hoort het
gesnik, de worsteling, de pijn, het instorten. Je hoort de
slachtofferverklaring aan van vader Cees in Breda, de
slachtofferverklaring van moeder Ria bij het Gerechtshof in Den Bosch.
Dat is emotie, en over het feit dat die er is, kun je berichten. Je
praat met ze na over het verloop van het proces, de strafmaat en de
frustratie dat Betty B. uit Oosterhout tot tweemaal toe wordt
vrijgesproken. Zakelijk, want je bent verslaggever. Je kent de feiten,
maar als mens wil je echter antwoorden op persoonlijke vragen, ook de
lezer op afstand. Die geeft vader Cees van Rooij in zijn boek ‘Vermist
en vermoord: Tinka van Rooij.’
EEN
MONUMENT VOOR TINKA
Precies
twee jaar geleden, op 26 mei, werd de 27-jarige Tinka van Rooij uit
Breda op gruwelijke wijze om het leven gebracht in een wiethok in
Zevenbergschen Hoek. Veertien dagen later wordt haar lichaam, verpakt in
plastic en omwikkeld met touwen en een loodzware ankerketting, gevonden
in de Biesbosch. Het levensgeluk van haar ouders Ria en Cees en haar zus
Mariëlle sloeg 24 maanden geleden om in een nachtmerrie die tot op de
dag van vandaag duurt. Vader Cees van Rooij schreef het verdriet, de
woede, het onbegrip, de onmacht en verontwaardiging in een boek van zich
af. Woensdag 31 mei ligt ‘Vermist en vermoord: Tinka van Rooij’ in
de boekhandel.
Door
Vif Janssen
Hoe
is het om in oog in oog met de moordenaars van je kind te staan? Waarom
sla je er dan niet op los? Hoe kom je de dagen en nachten van
onzekerheid en angst door als je dochter wordt vermist? Hoe vertel je
ouders dat hun dochter in het water is gevonden? In verregaande staat
van ontbinding nog wel. Wie passeren er in je hoofd als mogelijke
moordenaar? Wie vertrouw je nog? Wat vertelt de politie je tijdens het
intensieve, langdurige onderzoek? Hebben ze hun dode dochter en zus nog
gezien? Hoe was dat dan? Hoe leef je verder? Kun je nog verder leven?
Ben je tevreden met de langdurige gevangenisstraffen die drie van de
vier verdachten zijn opgelegd? Hoe kijk je aan tegen de vrouw die tot
tweemaal toe werd vrijgesproken?
Het
boek dat Cees van Rooij heeft geschreven, geeft antwoord op die talrijke
vragen. Al is het niet op de hamvraag waarom hun kind dood moest. Was
hoofddader Arno N. uit Made verliefd op Tinka en jaloers op haar nieuwe
lover? Wist ze te veel? Of wilde Angelo de B. uit Oosterhout Tinka’s
plaats als hulpje in wiethokjes overnemen? Het ware antwoord zal nooit
boven water komen.
De
vader probeert toch het meest waarschijnlijke scenario te schetsen op
basis van het dossier. Een scenario van een levensechte, maar niet
waargebeurde film. Een griezelig draaiboek van Tinkeltjes walgelijk goed
voorbereide dood.
In
‘Vermist en vermoord: Tinka van Rooij’ worden alle facetten van de
traumatische moord belicht. Het politieonderzoek, de verhoren en de
rechtszittingen. De personen van de moordenaars: de griezel (Arno N. uit
Made), de gluiperd (Angelo de B. uit Oosterhout), de gek (Jack(y) B. uit
Ulvenhout) en de vrouw die van niks wist (Betty B. uit Oosterhout). De
weerzinwekkende details worden daarbij niet uit de weg gegaan. Die zijn
ook nodig, anders ontgaat de lezer de context, de ernst en de diepte van
het verdriet.
‘Vermist
en vermoord’, uitgegeven door Jaap Jongbloed, is vooral een boek van
emotie. Knap dat het geschreven is. Knap hoe het geschreven is. Niet
ranzig, niet sensationeel. Niet uit winstbejag, want het kost maar 9,95
euro.
Natuurlijk
passeren ‘ellendige schoften, sensatielijers met zero
inlevingsvermogen en gewetenloze beesten de revue. De vader heeft echter
niet alleen een uitlaatklep willen vinden voor de ellende, het
hartverscheurende verdriet, de machteloosheid en woede. Hij heeft vooral
ook een monument neer willen zetten voor zijn dochter’, die tussen de
moord en heden nog steeds door sommigen wordt gecriminaliseerd. Hij wil
door genuanceerde informatie de indianenverhalen en het beeld corrigeren
dat Tinka is afgerekend, omdat ze in een crimineel circuit verkeerde.
Het eigen-schuld-dikke-bult-principe.
Hij
wil afrekenen met gewetenloze journalisten die zonder hoor en wederhoor,
zonder feitelijke kennis van zaken zich een ongenuanceerd oordeel hebben
gevormd over zijn dochter.
Hij
geeft ook lucht aan zijn onbegrip, ongenoegen en pijn dat familieleden
in de eerste lijn, bepaalde vrienden en kennissen het helemaal hebben
laten afweten. Ook Jeroen, de militair die Tinka’s grootste liefde was
toen ze werd vermoord.
Cees
heeft niet de illusie dat hij en zijn vrouw en dochter het immense
verdriet ooit zullen kunnen verwerken. Ze zijn geamputeerd zonder
verdoving. Maar Tinka heeft nu twee monumenten:
De
urn in de vorm van een goudkleurige dolfijn met haar as op het
gedenkkastje in het huis van Cees en Ria. En het boek. De lezer zij
gewaarschuwd: het grijpt je regelmatig naar de strot.
Uit
het dagboek van zus Mariëlle:
“
Het is donderdagavond 10 juni, 21.00 uur. De recherche belt dat ik NU
moet komen. Ik mag vanaf dit moment met niemand meer contact hebben. Ik
begin te trillen, te huilen en te roken. Ik roep: Ze is dood. Mijn zus
is dood.” (…)
“Rechercheur
Henk neemt het woord: We hebben een lijk gevonden in de Biesbosch en we
hebben het vermoeden dat het om Tinka gaat. Dat kan niet, denk ik.
Vrouw,
mist hoektand, blauwe spijkerbroek, witte Adidas-schoenen, witte korte
badstof sokjes. Langzaam dringt de
werkelijkheid tot me door. De lijst gaat verder:
Hennes
en Mauritz lingerie, wit T-shirt van Donna Karan, groen met aqua jasje,
gelnagels, 1.73 meter lang, tatoeage met vlecht bij enkel.
Alles
klopt, dit moet Tinka wel zijn.
“Het
kan ook een ander zijn, toch? De rechercheurs zien het aan en laten ons
dan de sieraden zien die ze van het lichaam hebben af gehaald. Daaronder
een nieuwe armband. De letters J. en T. staan erin: Jeroen en Tinka.
Nee!!!
Schreeuw ik en ik laat mijn hoofd op tafel vallen.” (…)
En
nu… Naar mijn ouders om hen te vertellen dat hun dochter dood is. Dit
is de verschrikkelijkste avond van mijn leven. Hoe ga ik dit in godsnaam
vertellen.”
Op
de parkeerplaats voor het huis bij mijn ouders kan ik nog wel zo helder
denken dat ik om een dokter vraag en een ambulance. Dit overleven ze
niet, denk ik…”
Uit
het dagboek van vader Cees:
“Een
witte kist, zegt Ria resoluut. En dan krijgen we de volgende klap te
verwerken. De uitvaartverzorger zegt dat Tinka’s lichaam in de aula
niet in de kist kan liggen. Ze is erg verminkt en doordat ze twee weken
in het water heeft gelegen, is haar lijk onwelriekende geuren gaan
afgeven. Die zouden de aula naargeestig doen ruiken.
Wat,
roepen Ria en ik in koor. Dat kan toch niet waar zijn. We gaan niet voor
een lege kist zitten. Tinka moet erbij zijn. Het is of er naalden
gestoken worden in een open wond. “En ik wil haar ook nog zien, voegt
Ria er meteen aan toe. Als moeder wil ik haar hoe dan ook even aanraken.
Al is het naar een hand of been.”
“Tinka
ligt in een oranje kist. Ria en Mariëlle dragen mondkapjes en
handschoenen. Ze mogen Tinka niet helemaal
zien. De witte bodybag is een stukje opengeritst. Ria kan alleen
Tinka’s been zien met de tatoeage. Ze raakt het aan en wrijft over de
afbeelding. Dan wil ze Tinka een kus geven maar ze wordt tegengehouden.
Er zijn op het lichaam te veel bacteriën aanwezig door de lange periode
in het water…”
Tinka’s
avontuur eindigde in grauwe garagebox
Uitbundig
en levenslustig was de Bredase Tinka van Rooij. Met haar ouders reisde ze
de hele wereld over. Maar ze had ook dubieuze vrienden, mannen die actief
waren in de wiethandel. Tinka deed mee om wat extra geld te hebben voor
een auto, nieuwe kleren en uitgaan, zegt haar vader Cees. De dood van
Tinka bleek nog gruwelijker dan de ouders zich in hun ergste nachtmerries
voorstelden. Ze werd vermoord in een garagebox in Zevenbergschen Hoek en
haar lichaam werd in het water van de Biesbosch gegooid.
Woensdagavond
26 mei rond zes uur hebben Ria en Cees van Rooij hun dochter Tinka een
kwartiertje aan de lijn. Ze is uitbundig, zoals altijd, en verheugt zich
in het bijzonder op de dagelijkse chat-sessie die ze straks zal houden met
haar grote liefde Jeroen. Met deze naar Irak uitgezonden militair wil de
27-jarige blondine in juli gaan samenwonen, een nieuw leven beginnen.
Zoals altijd als pa en ma voor langere tijd in Zuid-Frankrijk op vakantie
zijn, heeft de blijmoedige Tinka echter ook last van heimwee. Plagend eist
ze dat haar ouders snel naar huis terugkomen.
Vier dagen later, weken vroeger dan gepland, staan beiden inderdaad op de
stoep van Tinka’s woning aan ‘t Blokje in Breda. Niet om hun dochter
in hun armen te sluiten, maar om haar te zoeken. Sinds de bewuste
woensdagavond hebben Cees (60) en Ria (57), andere familieleden, vrienden
en kennissen taal noch teken van haar vernomen. Dat is abnormaal voor de
hoogst communicatieve vrouw, die bij wijze van spreken met haar mobieltje
naar bed gaat. Zus Mariëlle heeft al aangifte van de vermissing gedaan.
Pa Cees heeft vrijdagnacht heel angstig over Tinka gedroomd.
Onderweg in de auto naar huis hebben de ouders telefonisch contact gezocht
met vrienden en kennissen van hun dochter. De eerste aan wie ze dachten,
was Arno. Met deze 33-jarige man uit Made onderhoudt Tinka bij wijze van
bijverdienste een aantal wiethokken die ze huren van particulieren. Dat
gebeurt in dienst van een grotere, regionale wietorganisatie.
Arno heeft de nagelstiliste in de henneporganisatie geïntroduceerd, waar
ze binnen een jaar tijd is opgegroeid van eenvoudige knipster van
henneptoppen tot ophaalster van oogsten. Maar er is meer. Tinka weet dat
de man verkikkerd is op haar. De sociaal begaafde en knappe jonge vrouw
hoeft maar te kicken en Arno draaft op. Hij schenkt haar cadeautjes, zoals
Lexus-achterlichten en dure velgen voor haar nieuwe Peugeot 206. Op de
dinsdag voor Tinka’s verdwijning legt de handige Madenaar nog graszoden
in haar achtertuin en grind in de voortuin. Ook timmert hij een nieuwe
kleerkast op de eerste verdieping, want Tinka wil haar huisje keurig op
orde hebben als Jeroen straks bij haar intrekt.
Arno vertelt de verontruste ouders telefonisch dat hij evenmin iets van
Tinka heeft vernomen, wat hem bevreemdt. Hij zegt dat hij vrijdag nota
bene voor niets bij haar aan de deur stond om een bed met elektrische
lattenbodem te installeren. Als Cees en Ria zaterdagavond om half elf in
Breda aankomen, belt Arno tien minuten later al aan. De man maakt een wat
angstige en chaotische indruk: uit bezorgdheid over Tinka nemen de ouders
zonder meer aan. Hun ongerustheid groeit alleen maar als de vriend wijst
op een bijzondere gebeurtenis: op de avond van de verdwijning van Tinka is
in Zevenbergen een kennis van haar aangehouden. Deze sportschoolhouder
wordt verdacht van een geruchtmakende moord in België. Arno gelooft niet
in toeval en suggereert dat dit met de verdwijning te maken heeft. Anders,
zo houdt hij de radeloze ouders voor, is er wel een verband met het
overhaaste vertrek naar Turkije van een andere ex-vriend van Tinka.
Mede op grond van deze informatie gaat het rechercheteam van de Bredase
politie dat de verdwijning onderzoekt aan de slag: aanvankelijk in de
verkeerde richting, want de mede door Arno verdacht gemaakte personen
hebben niets met de zaak te maken, zo blijkt later.
Op tweede pinksterdag, vijf dagen na de vermissing, staat Arno opnieuw
opnieuw op de stoep bij Cees en Ria. Dit keer met een vriend. Hij doet het
dringende verzoek om de politie niets over hem te vertellen. Anders zou de
recherche op het spoor komen van de wiethandel, wat zowel voor de
organisatie als de spoorloze Tinka niet goed is. Op verzoek van Arno
brengen de ouders met hem een bezoekje aan de woning van Tinka, waarbij de
man uit Made onder meer zoekt naar lijstjes met namen en telefoonnummers
welke verband houden met de hennepteelt.
De dagen verstrijken zonder bericht van Tinka. Moeder Ria ontpopt zich in
deze periode als een rechercheur die met de moed der wanhoop eigenhandig
adressen afrijdt in de hoop een spoor van haar dochter te vinden.
Tevergeefs.
Langzaam maar zeker slaat totale paniek toe. Cees en Ria moeten slaap- en
kalmeringsmiddelen slikken om overeind te blijven. Dat is des te
moeilijker, nu in diverse media verhalen verschijnen over dubieuze
vrienden die Tinka er op na houdt. Het zou gaan om zware criminelen uit
West-Brabant met connecties in het xtc- en wapenmilieu. De ouders staan
hier nagenoeg machteloos tegenover. Ze weten dat Tinka een feestbeest is
dat met volle teugen van het leven geniet en mede door haar uiterlijk de
aandacht trekt van mannen, onder wie mogelijk ook criminelen die goed in
de slappe was zitten..
„Tinka is een sociaal slimme, ietwat naïeve meid, die goed in dat
wereldje kan manoeuvreren. Maar ze is geen crimineel en heeft zelf zeker
niet veel geld. Van de wietteelt kan ze alleen haar autootje rijden, leuke
kleren kopen en uitgaan, meer niet“, weet vader Cees.
Ria omschrijft haar dochter als een ‘echte mammie- en pappie-meid’ die
‘ons verrast door aan te komen met kaartjes voor Lionel Richie en dat
soort dingen’. Met hun levenslustige dochter reisden de ouders - op hun
kosten - ook de hele wereld over: vakanties naar Mexico, Zuid-Afrika,
Amerika, wintersport en autoraces. Tinka mag van avontuur houden,
wereldvreemd is ze niet.
Dagen van wanhoop rijgen zich aaneen zonder echt nieuws, goed of slecht.
In huize Van Rooij lopen vrienden, kennissen, schrijvende pers en
cameraploegen af en aan. Vooral Cees zoekt de publiciteit in de hoop zijn
dochter zo terug te krijgen. De ouders verschijnen bij het tv-programma
Vermist en de zaak Tinka is niet weg te slaan uit de media.
Dan zorgt de familie zelf voor een kleine doorbraak. Op de dag van haar
verdwijning heeft Tinka tegen bekenden gezegd dat ze ‘s avonds met een
kennis naar een garage moest. Wie die man is en naar welke garage, blijft
een raadsel. Totdat Ria in het toilet in Tinka’s woning een kalender
ziet hangen die de politie kennelijk over het hoofd heeft gezien. In het
vakje van woensdag 26 mei staat in het handschrift van haar dochter: ‘s
avonds Arno.
De man, telg van een keurig gezin, wordt meteen verdachte nummer één.
Hij blijkt een verleden te hebben dat het ergste doet vrezen: veertien
jaar geleden kreeg Arno een celstraf met tbs opgelegd, omdat hij zijn
toenmalige (ex-)vriendin met een honkbalknuppel zwaar had mishandeld.
Als ze dat al niet deed, houdt de familie Van Rooij vanaf nu rekening met
het allerergste. Is Arno door het lint gegaan, toen hij, bijvoorbeeld
tijdens het werk in een wiethokje, seksuele toenadering zocht tot Tinka?
Kon hij het niet verkroppen dat de mooie vrouw voor wie hij alles over
had, ging samenwonen met een ander? Is een wiethok niet een uitstekende
plek om iemand ongezien te vermoorden? Talloze vragen spoken door de
hoofden van de familieleden.
Een dag later stort de wereld van Cees en Ria compleet in elkaar: het
lichaam van hun dochter wordt gevonden in de Biesbosch bij Lage Zwaluwe.
Wat de ouders niet te horen krijgen, maar wat de recherche meteen weet, is
dat Tinka door slagen met een hard voorwerp op het hoofd is vermoord. Haar
lichaam is ingepakt in folie die veel wordt gebruikt in de wietteelt. Het
pakket is verzwaard met stukken ankerketting.
Tot ontsteltenis van de ingestorte familie verschijnt Arno enkele dagen
later gewoon op de crematie. Hij condoleert de familie niet, maar geeft
wel een kus op Tinka’s doodskist.
Was het een Judaskus? De recherche denkt van wel. Op donderdag 1 juli
houdt ze Arno aan op verdenking van de moord. De Madenaar ontkent elke
betrokkenheid, wijst in vage verklaringen aanvankelijk beschuldigend naar
anderen en beroept zich na tussenkomst van zijn advocaat Michel van
Stratum vervolgens consequent op zijn zwijgrecht.
Intussen luistert de politie de telefoons af van bekenden van Arno, onder
wie zijn vriend en hennepkweker A. de B. (40) uit Oosterhout en diens
zwager S.B. (42) uit Ulvenhout. Het tweetal voert opmerkelijke gesprekken
over de boot waarmee B. vaak gaat vissen in de Biesbosch. De B. waarschuwt
zijn zwager onder meer om zijn fuiken niet meer te gaan lichten omdat
‘de politie anders te weten komt waar de boot ligt’. Is de boot
gebruikt om het lichaam te dumpen?
Langzaam sluit het net zich. De recherche gaat zeer behoedzaam en tegelijk
doortastend te werk. Want Arno en zijn medeverdachten hebben weken de tijd
gehad om hun verhalen op elkaar af te stemmen en bewijsmateriaal te laten
verdwijnen. Wat tevens zand in de onderzoeksraderen gooit, is dat de moord
en het onderzoek zich afspelen tegen de achtergrond van een
henneporganisatie. In die criminele omgeving praten getuigen niet graag,
zeker niet omdat de bende volgens zegslieden wordt geregeerd door een als
gewelddadig bekend staande crimineel. Deze veronderstelde leider wordt ook
aangehouden ( en later weer in vrijheid gesteld). De politie onderzoekt
zijn mogelijke betrokkenheid bij de moord.
Weken blijft het voor de buitenwacht stil aan het recherchefront, maar de
speurders werken hard door. De weken worden frustrerende maanden waarin
het leven van Cees en Ria zich voortsleept als een stroperige nachtmerrie:
„Van slapen komt niks. De hele nacht lig je te malen: hoe is Tinka om
het leven gebracht? Heeft ze pijn gehad? Waar is het gebeurd? Elk detail
wil je weten.“
Begin oktober krijgen de ouders alle vreselijke antwoorden te horen. Door
tactisch slim te manoeuvreren, en na N. de B. later ook diens vrouw aan te
houden, weet de recherche de Oosterhouter in verhoren zodanig onder druk
te zetten dat hij een bekentenis aflegt. Daardoor kan de politie een dag
later ook zijn zwager J.B. aanhouden. Hij slaat eveneens snel door vertelt
in geuren en kleuren over de leidende rol van Arno bij de moord.
Geconfronteerd met deze zwaar belastende verklaringen legt de hennepkweker
uit Made na drie maanden van absoluut stilzwijgen ook een volledige
bekentenis af. Hij heeft Tinka naar een garagebox in Zevenbergschen Hoek
gelokt om haar daar met een hamer de schedel in te slaan.
De werkelijkheid blijkt nog gruwelijker te zijn dan Cees en Ria zich in
hun ergste nachtmerries hadden kunnen voorstellen. Hun dochter Tinka is
slachtoffer geworden van een weldoordachte moord. Een misdrijf met
voorbedachte rade dus en geen opwelling of een pure crime passionel, zoals
ze eigenlijk stiekem hadden gehoopt.
„Het is onvoorstelbaar. Arno heeft Tinka’s tuin omgespit, terwijl hij
wist dat hij haar een dag later ging vermoorden. Ze kan nooit iets hebben
vermoed“, weet Ria zeker. De drie (hoofd)verdachten blijken de moord tot
in de puntjes te hebben voorbereid. Zo werd in de weken voor het misdrijf
een geschikte locatie gezocht en gevonden in de vorm van het wiethokje met
garage, dat Arno en De B. in Zevenbergschen Hoek huurden. Ook kochten ze
speciaal voor het misdrijf drie prepaid gsm’s en werden stukken
ankerketting gereed gelegd om het lichaam van Tinka met de boot van B. in
de Biesbosch te gooien.
Als Cees en Ria hebben uitgevogeld waar in Zevenbergschen Hoek hun dochter
is vermoord, nemen ze subiet ter plekke poolshoogte. Het bezoekje wordt
een zeer emotionele maar ook ontnuchterende ervaring. „Als je dat
kleine, armetierige garageboxje aan die winderige dijk ziet, dan kun je je
toch niet voorstellen dat jouw lieve, prachtige dochter, die je hebt
opgevoed en de hele wereld hebt laten zien, daar is vermoord. Het contrast
is te verschrikkelijk voor woorden.“
Op maandag 11 oktober verschijnt Arno tijdens een proformazitting voor de
Bredase rechtbank in het openbaar. Het heeft bijna drie maanden geduurd,
maar nu zien Cees en Ria de man weer die heeft bekend hun dochter uit dit
leven te hebben geslagen. Voor de gelegenheid hebben ze zich volgestopt
met kalmeringsmiddelen. De ouders koken en staan niet voorzichzelf in.
Vechtend tegen emoties en bevend van top tot teen weten ze de pijnlijke
confrontatie echter te doorstaan zonder van de publieke tribune te
vliegen. De pijn is er niet minder om.
Cees: „In het begin probeerden we elk detail te weten te komen en nu we
alles weten, malen de gedachtes nog elke nacht door mijn hoofd. Elke keer
draai ik de film van de moord terug en probeer ik me voor te stellen hoe
Tinka’s laatste momenten waren in dat sullige schuurtje.“
De ouders twijfelen aan het motief dat Arno voor de moord heeft gegeven:
chantage. Tinka moest volgens hem dood, omdat ze uit de hennepteelt wilde
stappen en dreigde naar de politie te stappen, als ze haar deel van de
opbrengst niet doorbetaald zou krijgen.
„Onzin, want dan zou ze zich zelf toch verraden? Die bende had haar net
zo goed kunnen bedreigen. Dat is veel minder riskant“, meent vader. Dat
hun dochter uit de wiethandel wilde, klopt volgens de ouders wel: „Ze
was vastbesloten met Jeroen een nieuw leven beginnen.“
Die keuze is haar in hun ogen fataal geworden. „Arno, die zo veel voor
Tinka had gedaan, wist definitief dat hij geen kans meer bij haar had.“
De gedachte aan de hennepkweker doet de ouders huiveren: „Stel je voor
dat ze wel genoeg ankerketting hadden gebruikt en het lichaam van Tinka
was nooit gevonden: dan hadden we nou nog gepraat over ‘die goede vriend
uit Made’.“
Onbegrip
bij moeder van Tinka over vrijspraak Betty B.
Woensdag
22 februari 2006 - DEN BOSCH – De 27-jarige Bredase Tinka van Rooij werd
op 26 mei 2004 in een als wiethok ingerichte garage in Zevenbergschen Hoek
vermoord. Op 9 juli van dat jaar werd haar in zwart plastic verpakte, met
ankerkettingen verzwaarde lichaam aangetroffen in de Biesbosch.
De ouders en zus van Tinka kunnen in principe vrede hebben met de straffen
die de Bredase rechtbank de drie mannelijke verdachten heeft opgelegd. Dat
Betty B. werd vrijgesproken, vinden ze echter tot op de dag van vandaag
onverteerbaar. In de aangrijpende, met verdriet doorspekte
slachtofferverklaring die deze keer de moeder van Tinka, Ria van Rooij,
uitsprak, klonk het onbegrip en de machteloosheid stevig door. Hoewel door
de presidente van het Hof gemaand elke opmerking over de persoon van de
verdachten en de strafmaat te mijden, kon de moeder het niet laten. „Wat
moet je nog zeggen, als je weet dat de vrouw ervan op de hoogte was dat
Tinka omgebracht zou worden en nog steeds probeert onder haar verdiende
straf uit te komen. Dat zij de dans wil ontspringen, daarmee is voor ons
niet te leven. Ze had alles moeten doen om de moord te voorkomen, desnoods
anoniem. Als je een jong mensenleven kunt sparen, hoef je blijkbaar niets
te doen. Er is dan toch iets goed mis met ons rechtssysteem.“ De
voorzitter van het Hof, mevrouw J. Huurman, onderbrak moeder Van Rooij een
aantal keren en wees haar terecht, toen ze zich toch uitliet over de
verdachten. „U mag het alleen over de gevolgen voor u en uw gezin
hebben.“ Uiteindelijk liet ze de vrouw vrijuit spreken en bood zelfs
excuses aan voor de eerdere onderbrekingen.
Ria van Rooij zei te hopen dat de laffe, intens gemene, meedogenloze moord
de daders tot hun laatste snik zal achtervolgen. Ze vroeg tot slot het Hof
begrip voor hun ontreddering en boosheid en riep de rechters op ervoor te
zorgen dat alle, maar dan ook alle verdachten hun straf ‘in deze voor
ons zo duidelijke zaak’ niet ontlopen.
Belastende verklaringen
Dat advocaat-generaal J. Fröberg de vlak voor kerst onverwacht afgelegde,
voor Betty B. zeer belastende verklaringen van Angelo de B. niet mag
gebruiken, was gisteren een lelijke streep door de rekening. De aanklager
blijft van mening dat ze goed heeft gehandeld door de politie Angelo de B.
alleen op die punten nader te laten horen, waarop hij zich tijdens alle
eerdere verhoren op zijn verschoningsrecht jegens zijn toenmalige partner
beriep. „Hoe kun je in een ook voor mij zo belangrijke strafzaak met zo
grote belangen dergelijke informatie links laten liggen?“ Ze vindt
echter ook in de oude reeksen verklaringen genoeg wettelijke en
overtuigende aanwijzingen dat de vrouw een rol van betekenis heeft
gespeeld in de voorbereidingen tot de moord. „Ze was een gelijkwaardige
gesprekspartner, had Arno N. dagelijks over de vloer, wist wat er ging
gebeuren en verrichtte zelf een aantal cruciale handelingen. Ze pakte de
kaart van de Biesbosch waarop Arno en Jack de diepste putten aanwezen
waarin het lichaam van Tinka moest worden gedumpt; ze programmeerde op de
avond van de moord de speciaal gekochte mobiele telefoons en onderhield de
bewuste avond van 26 mei telefonisch contact met alle betrokkenen.“ De
aanklager erkent dat de eisen opnieuw hoog zijn. „Wat zwaar gewicht in
de schaal legt, is de professionele manier waarop de moord is voorbereid
en uitgevoerd en de wijze waarop het lichaam aan de opsporing is
onttrokken.
Door Vif Janssen
Moeder
Tinka wil naar Hoge Raad stappen
Dinsdag 7 maart
2006
Als een
mokerslag daalt het vonnis van president M. de Vries van het Gerechtshof
in Den Bosch neer over de hoofden van de ouders en zus van Tinka van Rooij.
Vrijspraak voor Betty B. De eerste reactie van vader Cees volgt
onmiddellijk, nog in de rechtszaal: "Belachelijk. Hoe is dít
mogelijk." Later zegt hij spijt te hebben van zijn emotionele uitval.
"Ik ben zo gefrustreerd. Ik wilde nog excuses aanbieden aan het
Hof."
De emoties zijn tijdens de vier procesdagen van het hoger beroep in de
afgelopen maanden dan ook enorm opgelopen. Steeds weer passeren de
gruwelijke details van de moord en het verbergen van het lichaam de revue.
De inzet van officier van justitie R. Lemstra van het Openbaar Ministerie
in Breda en advocaat-generaal J. Fröberg (de openbaar aanklager in Den
Bosch), en niet in het minst van Ria en Cees van Rooij en hun andere
dochter Mariëlle, is het achter de tralies krijgen van Betty B. In hun
ogen is de Oosterhoutse vrouw net zo medeplichtig aan de moord op Tinka
als Angelo de B en Jacky B. "Wat heet", zegt Cees, "ze was
misschien wel de grote stoker erachter."
In de hoop en ook verwachting dat de vrouw op zijn minst een paar jaar cel
het Paleis van Justitie. Als geslagen honden vertrekken ze weer richting
Breda. De advocaten Jan-Hein Kuijpers (van B.) en Bo Tieman (van De B.)
hebben veertien dagen de tijd om in cassatie te gaan bij de Hoge Raad in
Den Haag. Ze twijfelen aan de haalbaarheid ervan. Ria van Rooij heeft geen
seconde nodig. "Ik ga hogerop. Tinka zou hebben gezegd: Écht wel
doorgaan. Dan nog maar een jaar wachten erbij. Het onmetelijke verdriet
zit er toch, ik krijg haar ook niet terug." Haar man Cees weet het zo
net nog niet. "Alleen als er een grote kans van slagen is, ga ik in
cassatie. Weer een jaar wachten op gerechtigheid. Weer die
martelgang."
De advocaat-generaal (AG) overlegt komende dagen met een team van
specialisten over het nut, de zin en de mogelijkheid van cassatie. Daar
moeten vooral juridische handvatten voor zijn, en het heldere vonnis van
het Hof laat in die zin weinig ruimte. De hoop van de ouders en de AG is
erop gevestigd dat bij de Hoge Raad wél de voor Betty B. zeer belastende
verklaringen van Angelo mogen worden meegenomen. Die legde hij net voor
kerst uit eigener beweging af, nadat Betty hun relatie had beëindigd. Van
wraak zou geen sprake zijn. Het Hof oordeelde echter dat die niet voor het
bewijs mochten worden gebruikt, omdat het jongste politieverhoor had
plaatsgehad zonder aanwezigheid van advocaat Adam van Doesburg van de
vrouw. Die protesteerde met succes. Dat was twee weken geleden een flinke
streep door de rekening.
Maar ook zonder die nieuwe verklaring ligt er volgens Cees en Ria van
Rooij zoveel bewijsmateriaal tegen de Oosterhoutse. Ze kennen het dossier
van binnen en van buiten. "Ze is bij de besprekingen geweest; ze
heeft een kaart van de Biesbosch aangereikt; ze heeft de gsm's
geprogrammeerd en uitgedeeld op de avond van de moord, waardoor het stel
contact met elkaar kon zoeken; en ze heeft de auto van Arno van
bloedvlekken ontdaan. Wat moet je nou nog meer voor bewijs hebben? Dit
snapt toch helemaal niemand?"
Het Hof is in navolging van de Bredase rechtbank echter streng in de leer.
Twijfel mag nooit leiden tot een veroordeling. Door de talloze, zowel
uiteenlopende als telkens wisselende verklaringen van N., De B. en B. is
het bewijs in het dossier niet wettig en overtuigend. Het Hof: "Heeft
ze op eigen initiatief de kaart van de Biesbosch aangereikt? Pakken en op
tafel leggen is geen medeplegen van moord. Heeft ze daadwerkelijk
deelgenomen aan de voorbereidende gesprekken? Alleen vast staat dat die in
haar woning waren. Hen in haar woning laten levert geen medeplegen op. De
kettingen in de schuur: wist ze waarvoor die waren? Het programmeren van
de telefoons, het uitdelen ervan, het verschaffen van alibi's aan elk? Te
weinig duidelijke aanknooppunten voor haar rol in het dossier. De auto
achteraf schoonmaken? Als ze al heeft geweten, waarom dat van N. moest,
dan nog is dat alleen het wegmaken van sporen. Dat is geen medeplegen,
zoals in de
tenlastelegging staat."
Het verrichten van voorbereidingshandelingen is niet ten laste gelegd.
Vrijspraak. Het gevecht om de moordenaars van hun dochter in het gevang te
krijgen, is voor 75 procent gelukt. De teleurstelling en frustratie over
de vrijspraak overwoekert de (relatieve) vreugde over de zwaardere
straffen voor Angelo de B. en Jacky B. Cees van Rooij: "Ze hadden van
mij die extra jaren eigenlijk niet hoeven krijgen. Ze hadden die aan Betty
moeten geven."
Aandacht
doet spreken
november 2005
Na het hoger beroep in Den Bosch en een kort interview op de radio van Omroep
Brabant hebben Ria en ik aan die
radiojournalisten verteld dat we met een boek bezig zijn om alle dramatische
gebeurtenissen rondom de moord op Tinka van ons af te schrijven. Een paar uur
later was het al terug te vinden op de website van Omroep Brabant . In gedachten
het gevoel dat elke aandacht aan de moord op Tinka besteed voor ons een extra
uitlaatklep is om het diepe verdriet rondom onze nachtmerrie te uiten zijn Ria
en ik de volgende dag al in het SBS programma Actienieuws te zien. In dit 121
misdaadprogramma lezen we teksten voor die in het boek verwerkt zijn. Al met al
een mooi document. Datzelfde geldt voor de uitzending van Vermist waar we een
paar dagen later wat stukjes uit het boek mogen voorlezen. Presentator Jaap
Jongbloed spreekt in zijn uitzending over een aangrijpend boek waarin alle
details over de gruwelmoord op Tinka zijn terug te vinden alsmede onze
emotionele beleving daarbij. Op de vraag of we met het schrijven van dit boek
ook het figuurlijke boek denken te kunnen sluiten is het antwoord van Ria dat de
gevolgen van het misdrijf zo diep in ons zijn geworteld dat het intense verdriet
en het gemis altijd nadrukkelijk in ons leven van alle dag verweven zal blijven.
De aandacht in de pers over de op handen zijnde uitgave van ons boek doen Ria en
mij erg goed. Je moet het zien als een steunpuntje in je niet aflatende ijver om
over de moord op je kind constant te verhalen en de daarmee gepaard gaande
gevolgen,teleurstellingen en irritaties van je af te praten. Zeg maar schreeuwen
!!!
Een organisatie die zorg en aandacht besteed aan de nabestaanden van
slachtoffers van een geweldsmisdrijf de
stichting Aandacht doet Spreken heeft als uitgangspunt die nabestaanden bij te
staan en activiteiten te ontwikkelen zodat er naar hen wordt geluisterd wanneer
ze vast lopen in de grote ambtelijke molen.
ADS is ook een organisatie waar de nabestaanden van slachtoffers van een
geweldsmisdrijf hun verhaal kwijt kunnen. Er wordt in dit kader wel gesproken
over lotgenoten die hetzelfde hebben meegemaakt en elkaar dus als geen ander
begrijpen. Begrip ook bij alle problemen die zich ineens op het pad van die
nabestaanden voordoen om vervolgens te trachten samen aandacht voor die
problemen te vragen. Het maken van een vuist zogezegd. Om bijvoorbeeld
geweldplegers zwaarder te straffen wanneer zij blijk hebben gegeven geen respect
meer te hebben voor een mensenleven. Een goed punt in de aandacht voor de
nabestaanden van slachtoffers van een geweldsmisdrijf is de invoering van het
spreekrecht in de rechtszaal.
Zoals ik reeds eerder in dit boek heb vermeld zijn Ria en ik in contact gekomen
met “Aandacht doet spreken” ( ADS) door Mieke en Rinie uit Roosendaal. Hun
dochter Sabrina is met messteken
vermoord door haar ex. Ook een zeer dramatische gebeurtenis. We hebben steun aan
elkaar als we elkaar zien of spreken. Een vooral…we huilen met elkaar.
Als we bericht krijgen dat er 30 oktober in Amsterdam een concert is voor ons
als lotgenoten( eigenlijk vind ik dat wel een rot woord, maar ja) besluiten we
er samen naartoe te gaan. Het is voor Ria en mij de eerste keer dat we naar
zo’n contactbijeenkomst gaan . Met Mieke en Rinie erbij is onze eerste introductie een stuk gemakkelijker uiteraard.
Het blijkt een benefietconcert te zijn .Het televisieprogramma Twee Vandaag is
er met televisiecamera’s en besteedt aandacht aan ADS en hun doelstellingen en
deze keer met name ook welke financiële gevolgen een misdrijf voor de nabestaanden van slachtoffers van een
geweldsmisdrijf kan hebben. Ik heb
zelf in het betreffende hoofdstuk
in dit boek al aangegeven dat er via voeging in een strafproces dikwijls wel een
veroordeling volgt waarbij daders veroordeeld worden voor de financiële
consequenties die een misdrijf voor de nabestaanden heeft ,maar om dan ook dat
bedrag binnen te krijgen is een ander verhaal . Ook extra kosten die gemaakt
moeten worden om achtergebleven kinderen na een misdrijf adequaat te kunnen
opvoeden verdriet extra aandacht. Er wordt wat dat betreft door ADS een warm
pleidooi gehouden om ook de slachtoffers van overheidswege rechtsbijstand te verlenen. De dader kan overal een beroep op doen ,maar de
slachtoffers staan dikwijls in de kou wat dat betreft.
Als we die zonnige en uitzonderlijke warme zondag van 30 oktober 2005 in
Amsterdam aankomen bij het Werktheater waar het concert wordt gegeven, ontmoeten
we de oprichter van ADS. Dat is
Martin Roos. Zijn zoon Alan is vermoord, doodgeschoten nog wel. Op 2 januari, de
geboortedag van Alan, richt hij in het jaar 2003 de Stichting Aandacht doet
Spreken op .
Martin komt tijdens ons gesprek over als een man die nog met enorm veel
opgekropte emoties en woede zit. Het is duidelijk dat de moord op zijn kind zijn
sporen nog dagelijks na laat. Bij wie niet trouwens. Ook bij zijn vrouw Irene
.In de vele werkzaamheden voor ADS vindt Martin zijn uitlaatklep en kan hij zijn
opgekropte woede kwijt. Vooral als hij eens lekker tegen instanties kan
aantrappen. Vele vele uren steekt hij in ADS . Zeg maar dat het zijn
levensopdracht is geworden om alle lotgenoten een meer dan aanvaarde plaats in
het hele strafproces tegen de dader of daders geven .
Aanwezig bij het benefietconcert is ook Maarten Fortuyn, de vader van Joost
Kloppenburg, de ouders Bert en Gerda Dekkers en familie van Jeroen Dekkers die
twee maanden na Tinka zes weken was vermist en uiteindelijk is teruggevonden in
een dichtgemetselde ruimte in een pand van een huisjesmelker in Den Haag.
Daarnaast natuurlijk tal van andere lotgenoten die met volle teugen genieten van
het warme programma dat we krijgen voorgeschoteld. Een dans met de symboliek van
witte en rode rozenblaadjes treft me erg en ook het lied van Mike. Hij is
familie van Mieke en Rinie en zingt een lied speciaal voor dochter Sabrina.
Medewerking is er ook van Willeke Alberti, Sandra Reemer en Judith. En Jacques D
‘Ancona verzorgt de presentaties van het geheel op een meer dan prima wijze.
Als we later horen dat ook de burgemeester Cohen is uitgenodigd, maar dat hij
heeft afgezegd ben ik eigenlijk wel een beetje kwaad. Ja wij zijn natuurlijk
geen bekende Nederlanders die een verschrikkelijk misdrijf is overkomen. De
andere dag bij Theo van Gogh is hij er natuurlijk wel. Ik vind het meten met
twee maten….
Fijn te horen was dat Peter R de Vries en donatie heeft gedaan voor de stichting
ADS.
Als we in het voorbijgaan, tijdens de pauze , in de lounge Maarten Fortuyn
aanspreken weet hij mij een goede gedachte mee te geven. Tijdens het concert
verzwelgen we min of meer in veel verdriet als we de treffende teksten goed
beluisteren van de liedjes die op het podium ten gehore worden gebracht. Maarten
geeft aan dat het goed is om samen je verdriet te delen, maar dat we met z’n
allen verder moeten kijken. Met ADS moeten we met voorbeelden vanuit de praktijk
de politiek trachten duidelijk te maken wat een misdrijf of moord voor de
nabestaanden betekent en welke terechte tekortkomingen er wat dat betreft nog in
de wetgeving schuil gaan.
Er moet goede wetgeving komen en we moeten constant aan de bel trekken wanneer
lotgenoten weer eens niet op de juiste waarde worden behandeld. De oogkleppen
moeten eens en voor altijd van veel regelgevers af.. Fortuyn zegt verder dat de
term ZINLOOS geweld niet een juiste is, immers is geweld niet altijd als zinloos
aan te duiden.?
Erg veel indruk, tijdens het concert, op mij maakt het voorgedragen gedicht van
Christa Jongkind. We willen u
het gedicht dan ook zeker niet onthouden.
Alles in mij….
Met al mijn tranen zou ik het vuur willen doven
Zodat het nooit meer oplaaien kon.
Met dichte ogen zou ik willen aanschouwen
Hoe men met liefde de haat overwon.
Met mijn blote handen zou ik willen graven
Eenieder boven halen die wordt vermist.
Op mijn voeten mijlenver lopen
Naar alle landen waar zo hevig wordt getwist
Op mijn knieën zou ik willen vragen
Om te stoppen met zoveel geweld.
En hen mee terug willen dragen
Hen, voor wie nog steeds een mensenleven telt.
In mijn armen zou ik willen koesteren,
Al die mensen, vol afschuw, angst en verdriet.
Maar alles in mij, kan deze wereld niet veranderen
Omdat men tussen oorlog en vrede
Het verschil al lang niet meer ziet…
Wanneer Ria en ik na het fijne concert aan de praat raken met de familie Dekkers
blijkt dat we als familie veel dezelfde dingen meemaken. Van het ineens niet
meer zien van bepaalde mensen om je heen. Alles wat er zich afspeelt rondom de
rechtsspraak en valse publicaties waarmee je moet leren leven. Dan vertelt de
vrouw van de broer van Gerda Dekkers dat die verhalen in de Telegraaf van
Jolanda van de Graaf tot stand komen omdat de “journaliste” goed bevriend is
met advocaat van Stratum en laat deze laatste nu net de hoofddader van Tinka en
die van Jeroen Dekkers verdedigen…Ook wordt duidelijk dat die van Stratum, die
we zelf verbaal maar erg zwak vinden en zeker ook in zijn presentatie bij de
rechtbank door veel aanwezigen als een lulletje rozenwater wordt gezien, voor
zichzelf als strafpleiter is begonnen. Ja het zal wel , denken we dan…Aan het
slot van ons gesprek zeggen we elkaar toe bij elkaars rechtszaken aanwezig te
zijn. Wij bij die van Jeroen en zij bij het hoger beroep van Tinka.
Wel erg toevallig vinden we die middag in Amsterdam het verhaal van een persoon
die via via in de gevangenis van Vucht heeft gehoord dat medeverdachte Jack
Bogaarts voor zijn medegevangenen daar nog steeds volhoudt dat hij pas een
kwartier voor de dropping in de Biesbosch wist dat het om een lijk ging.
Insiders weten inmiddels als geen ander dat de waarheid anders is. Toen die
medegedetineerde dat Jack, na juist ingewonnen informatie, hem dat te verstaan
had gegeven had de zielige man uit Ulvenhout geen verweer…
Ook met Arno is via via door een bekende in de gevangenis van Breda gesproken.
Arno begon over zijn misdaad met de woorden dat Tinka ook met andere dingen
bezig was. Toch weer het vingertje naar een ander wijzen dus. Voorts bracht hij
naar voren dat hij inmiddels op de hoogte was dat wij als ouders met een boek
bezig zijn over de gruwelmoord op Tinka om er direct aan toe te voegen dat hij
de moord met name voor ons heel erg vond en dat hij met ons meeleeft !!!! Had ie
eerder aan moeten denken ..
En nu we het toch over de gevangenis hebben. Gedetineerden hebben er geen
inkomen. Ze krijgen er eten en dat is het dan. Ze beschikken alleen over geld
wanneer er betaalde werkzaamheden in de gevangenis worden verrichten. Televisie
kunnen ze huren en alleen als ze zelf geld op hun rekening hebben staan kunnen
ze met dat geld aankopen in de gevangeniswinkel
doet. Artikelen die bovendien nog behoorlijk aan de prijs zijn ook. Het
doet me deugd dit te horen. Het saldo van de rekening van een gedetineerde neemt
dus al snel af wanneer die niet aangezuiverd wordt. Je komt normaal gesproken
dus al gauw in geldzorgen in de gevangenis en je kunt niet meer kopen wat je
wilt. Alleen wanneer het thuisfront geld stort kunnen ze wat doen. Kijk, het
geeft weer wat voldoening als je weet dat misdadigers
achter de tralies niet als een prins kunnen leven en zelfs
telefoonkaartjes moeten kopen als ze naar huis willen bellen. Lucht me toch een
beetje op als ik dit hier schrijf…Alleen wanneer het om gedetineerden gaat die
goed bij kas zitten is het uiteraard een ander verhaal…Ik weet niet hoed dat
zit bij Arno, Jack en Angelo. Dat merk ik gelijk wanneer ze Ria en mij de door
ons gemaakte kosten in verband met de moord op Tinka moeten gaan vergoeden. Al
met al een goede stok achter de deur dus..
Een aanwezige informatiestand bij het benefietconcert leert ons dat naast
“Aandacht Doet Spreken” ook andere organisaties actief zijn om lotgenoten
van geweldsmisdrijven te ondersteunen. “Kappen Nou” is een landelijke
organisatie ter voorkoming van geweld in het openbaar en de doelstelling van de
vereniging “Ouders van een vermoord kind” spreekt voor zich. De leeftijd van
het kind is daarbij overigens niet het uitgangspunt. Immers, je kind blijft je
kind.
Die avond rijden Ria en ik samen met Mieke en Rinie met een prettig gevoel weer
naar Breda. We hebben weer kracht opgedaan en weten nu dat wij niet alleen zijn
in ons verdriet. Als we onderweg stoppen om wat te eten betrap ik mezelf er
zelfs op dat ik al wat vrolijk begin te worden. Vreugde die een paar dagen later
nog eens extra voeding wordt gegeven wanneer Jaap Jongbloed mij belt met de
mededeling dat hij na het lezen van het manuscript “ De Gruweldood van Tinka
“, samen met zijn compagnon Simon Vuyk, voornemens is om het gelijknamige boek
uit te gaan geven. Voor Ria en mij is daarmee het monument voor Tinka
werkelijkheid geworden. En het dient gezegd te worden dat we er in al ons
verdriet erg trots op zijn dat nu ook de hele buitenwereld en de daders kunnen
laten kennis nemen van alle feiten en het criminaliseren van ons kind kunnen
ontzenuwen . Ook expliciet met de gevolgen van wat er ons is aangedaan met de
moord op ons Tinkeltje. We hebben het allemaal eens lekker van ons af kunnen
schrijven….en dat lucht op, zeker weten.
Cees
van Rooij