2007 Berthie Verstappen
 i.m.  Nicky Verstappen

zie ook   

123 101 094 093 068  

013

 

Berthie Verstappen (43), getrouwd, twee kinderen.

 

Haar zoon Nicky was elf jaar toen hij op 10 augustus 1998 tijdens een voetbalkamp dood werd gevonden op de Brunssummerheide. Naar de dader wordt nog altijd gezocht. “Nicky twijfelde of hij op het voetbalkamp wilde. De vorige keer had hij ontzettende heimwee gehad. Maar omdat al zijn vriendjes gingen, besloot hij zich toch op te geven. Voordat hij ging, zei ik: ‘Als het niet gaat, bel je maar en dan komt papa je halen.’ Twee dagen later kregen we een telefoontje dat Nicky was weggelopen. Ik was direct over mijn toeren: Nicky loopt niet weg, en zeker niet midden in een bos, dat durft hij helemaal niet. Na twee dagen zoeken werd zijn lichaam gevonden. Elke dag vraag ik me hetzelfde af: hoelang heeft hij nog geleefd? Heeft hij pijn gehad? Ik was bang voor het antwoord, maar wil het weten. Het is belangrijker voor me dan wie het heeft gedaan. Ik moet leven met de gedachte dat Nicky heeft geschreeuwd en ik hem niet vast heb kunnen houden. Een kind verliezen aan een ziekte is ook verschrikkelijk, maar dan kun je alles doen wat in je macht ligt om te helpen. We leven niet, we overleven. We staan `s ochtends op, doen ons ding, maar de pijn wordt niet minder. Als ik strijk, mis ik zijn voetbalbroeken en shirts op de plank, en de radio blijft uit omdat ik bang ben dat er liedjes op komen die Nicky mooi vond. Na acht jaar kan ik nog steeds geen foto van hem bekijken. Ze hangen aan de muur, maar ik kijk erlangs.”

 

Dit artikel/interview heeft samen met nog vier interviews gestaan het tijdschrift Linda nr.29 - januari 2007
 

 

Berthie Verstappen, Hoe leef je verder als je kind is vermoord?

 

De grootste nachtmerrie van elke moeder werd waarheid voor Berthie Verstappen en Maaike Vaatstra. Hun kinderen Nicky en Marianne werden op een gruwelijke manier om het leven gebracht. Aan Libelle vertelden ze hoe het nu, zoveel jaren later, gaat en hoe ze omgaan met dat wat niet te verwerken is.

Nicky gaat in augustus 1992 naar een jeugdkamp op kampeerterrein De Heikop in het Limburgse Brunssum. Na een paar dagen verdwijnt het 11-jarig jongetje spoorloos uit zijn tent. Het is dan zondagnacht. Pas dinsdagavond 11 augustus wordt hij op de hei gevonden. Hij is vermoord. Een onderzoek wijst uit dat hij waarschijnlijk is misbruikt. Er is tot op de dag van vandaag onduidelijkheid over Nicky’s exacte doodsoorzaak en een dader is nooit gevonden.

Berthie Verstappen: “De pijn is er altijd, al zie je dat niet van buiten”

Berthie Verstappen probeert sinds de dag dat ze Nicky verloor haar leven weer op te pakken. Maar écht gelukkig zijn, lukt haar niet meer. “Ik leef in een film die nooit ophoudt. Vaak kan ik nog niet geloven dat mijn gezin, mijn zoontje dit is overkomen.” Toch wil Berthie er samen met haar man Peter en haar dochter Femke het beste van maken. Al zijn er veel dagen dat het eigenlijk niet meer gaat.

Wat herinner je je nog van de dag dat Nicky werd vermist?

“We werden maandagochtend om negen uur gebeld dat Nicky was weggelopen. Dat kan niet, dacht ik meteen. Nicky loopt niet zomaar weg. Daar moet een reden voor zijn. Ik ken hem. Het kamp is een bosgebied, het is er stil en donker. Nicky is bang in het donker, die durft echt niet zelf het bos in te lopen. Direct na het verontrustende telefoontje is mijn man in de auto gesprongen en naar Brunssum gereden. Ik bleef thuis bij onze dochter. Onderweg dacht mijn man nog dat Nicky inmiddels wel terecht zou zijn, maar toen Peter op het kamp arriveerde, was Nicky er nog steeds niet. Daarom ben ik ook naar het kamp gereden om te gaan zoeken. We hebben de hele dag met man en macht gespeurd. Het was bloedheet. Toen de avond viel en we Nicky nog steeds niet hadden gevonden, raakte ik opnieuw in paniek. Ik bedacht dat hij geen eten en geen drinken had en dat hij vast heel erg bang en alleen was. De politie kwam pas ’s avonds laat in actie. Rond 23.00 uur reden ze met een wagen over de pikdonkere heide. Door de luidspreker riepen ze: “Nicky!” Een heel naargeestige, onheilspellende ervaring. ’s Nachts en de dag erna hielpen talloze mensen ons zoeken. Maar we vonden niets. Pas dinsdag zette de politie groot materieel in en ’s avonds, om negen uur, zagen ze Nicky liggen. Dood.”

Je kind verliezen is het ergste wat een moeder kan overkomen. Hoe beleefde je de dagen na het verschrikkelijke nieuws?

“Toen ik hoorde dat Nicky niet meer leefde, zakte letterlijk de grond onder mijn voeten weg. Mijn kind dood? Vermoord? Dat kun je helemaal niet bevatten. Vooral niet omdat ik de vurige overtuiging had dat hij nog zou leven. Dat ik hem terug zou krijgen. In één klap was alle hoop weg. En de manier waarop, dat zoiets je eigen kind overkomt, het lijkt waanzin. De dagen erna werd ons leven opgeslokt door gesprekken met rechercheurs en allerlei onderzoeken. Ruimte voor persoonlijke verwerking was er helemaal niet. We werden geleefd, maar tegelijkertijd ging alles langs om heen. Ik was maar met één ding bezig: Nicky. Wat was er gebeurd? Hoe bang is hij geweest? Heeft hij pijn gehad? Tot op de dag van vandaag moeten we oppassen dat we niet te diep nadenken over wat er allemaal gebeurd kan zijn. Soms moet ik mijn gedachten opzettelijk wegduwen, anders word ik gek. Na Nicky’s begrafenis hebben we nog weken met z’n drieën in bed gelegen. We deden geen oog dicht. Hoe moesten we verder? Maar we konden niet verder, we kunnen niet verder.”

Alle politie-onderzoeken eindigen op een dood spoor. Wat zijn jouw vermoedens?

“Ik denk dat het iemand was die Nicky kende. Het was muisstil in het kamp en niemand heeft gehoord dat Nicky is weggegaan. Dat is heel onlogisch. Als een vreemdeling Nicky uit zijn tentje had getrokken, hadden de andere kinderen toch iets in de gaten gekregen? Daarom denk ik dat het een bekende was van Nicky, dat hij daarom is meegegaan. Maar zeker weten doen we niets. We hopen nog steeds op een gouden tip. Want ik wil zo graag dat er ooit een dag komt dat ik degene die Nicky dit heeft aangedaan in de ogen kan kijken.”

Zo nu en dan komen er nieuwe feiten naar boven, geeft dat weer hoop?

“Natuurlijk is er altijd hoop, maar sommige tips worden er, vind ik, met de haren bij gesleept. Dan heb ik niet direct het gevoel dat die tot de oplossing gaan leiden.”

Hoe heeft de omgeving gereageerd op de moord op Nicky en jullie intense verdriet?

“Ik ben sommige mensen die dicht bij de familie stonden kwijtgeraakt. Ik denk dat als mensen te betrokken zijn en je kost wat kost willen helpen met je verdriet, ze er moeite mee hebben dat het verdriet niet verdwijnt. Dat niets helpt. Ik ben nooit meer oprecht vrolijk. Ik kan dit niet verwerken. Sommige mensen in mijn omgeving weten hier geen raad mee, ze zien geen vooruitgang. Peter en ik blijven moeite hebben met opbeurende woorden als “Het is nu al zo lang geleden”, “Jullie hebben Femke nog” of “Het leven gaat door”. We gáán namelijk door met leven. Gáán elke dag ons bed uit, gáán naar ons werk. Dat kost al zoveel moeite. Of er wordt gezegd: ”Jullie moeten weer proberen plezier in het leven te krijgen”. Dat doen we ook, heus, we proberen het. Voor Femke. Maar écht onbezorgd genieten? Nee, dat gaat gewoon niet. Dat is voor buitenstaanders moeilijk te begrijpen. De pijn die we voelen, zit vreselijk diep. En het is er altijd, ook al zien mensen dat niet aan de buitenkant. Tegenover de verloren vriendschappen staan weer de talloze steunbetuigingen die we in de loop der jaren hebben gekregen van mensen die we helemaal niet kennen. Dat was echt overweldigend.”

Hoe hebben jullie de klap binnen het gezin opgevangen?

“Peter en ik hebben heel veel gepraat. Vooral de eerste jaren. Dat is de laatste tijd minder. Ook omdat het moeilijk blijft hardop dingen uit te spreken. Iets tegen een ander zeggen, doet meer pijn dan iets alleen in je eigen gedachten bewaren. We moeten elkaar beschermen, het doet te veel pijn om het er vaak over te hebben. Toch is er tussen ons nooit een afstand ontstaan. We zijn zelfs meer naar elkaar toegegroeid. We geven geen van tweeën op, maar blijven vechten voor de waarheid. En we steken veel energie in ons andere kind, Femke. Zij is godzijdank het laatste anderhalf jaar erg opgebloeid. Ze heeft een goede vriendinnengroep en doet de dingen die een tiener móet doen. We hebben ons er enorm voor ingezet dat ze een normaal leven kan opbouwen. Ze was zeven toen het gebeurde, heeft het volgens mij niet heel erg bewust meegemaakt, maar ze is voorgoed veranderd. Ze is harder geworden, mist het vertrouwen in mensen. Dat ze nu leeftijdgenootjes heeft om mee te praten en dingen te ondernemen, is heel gezond en heel belangrijk voor iemand van haar leeftijd. Bovendien: Femke heeft geen broertje meer. Geen maatje meer in huis bij wie ze elk moment terecht kan. Met wie ze gezellig kan praten of even kan stoeien.

Nicky en Femke waren altijd met zijn tweeën en opeens was ze enig kind. Dat was ze niet gewend en daar heeft ze nog steeds moeite mee. Ik merk dat als ze bij andere kinderen thuiskomt waar wel broertjes of zusjes zijn. Dan wordt ze heel boos.”

Ben je niet bang dat Femke iets overkomt?

“Ik sta ervan te kijken hoe we haar hebben kunnen loslaten. We moesten ook wel, wilden haar niet onnodig bang maken. Toch is Femke zich erg bewust van onze angst. We hebben haar nooit gevraagd ons te bellen als ze iets later is, maar ze belt altijd. Maar de opluchting als ze weer thuis is, is levensgroot. Ik ben altijd weer blij als ze hier weer lekker op de bank zit.” 

Hoe wil je je Nicky herinneren?

“ Als een heel sportief jochie. Voetbal was alles voor hem. Nicky was een stoertje, maar ook heel aanhankelijk en zacht. Een bengeltje, maar een lief bengeltje. Ik mis hem zo, zijn streken, zijn spulletjes. Ik durf nog steeds niet goed in zijn kamer te komen en foto’s van Nicky kan ik na al die jaren nog steeds niet zien. Er staat een foto in de huiskamer, maar ik kijk er nooit naar. Dan heb ik het gevoel dat ik hem aankijk en dat kan ik nog niet aan.”

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Contact

A.D.S.home

Gastenboek

  Inschrijven

 TV en Radio

 

INDEX

 Interview 013