Berthie Verstappen (43), getrouwd,
twee kinderen.
Haar zoon Nicky was elf jaar toen hij op 10 augustus
1998 tijdens een voetbalkamp dood werd gevonden op de
Brunssummerheide. Naar de dader wordt nog altijd gezocht.
“Nicky twijfelde of hij op het voetbalkamp wilde. De
vorige keer had hij ontzettende heimwee gehad. Maar omdat al
zijn vriendjes gingen, besloot hij zich toch op te geven.
Voordat hij ging, zei ik: ‘Als het niet gaat, bel je maar
en dan komt papa je halen.’ Twee dagen later kregen we een
telefoontje dat Nicky was weggelopen. Ik was direct over
mijn toeren: Nicky loopt niet weg, en zeker niet midden in
een bos, dat durft hij helemaal niet. Na twee dagen zoeken
werd zijn lichaam gevonden. Elke dag vraag ik me hetzelfde
af: hoelang heeft hij nog geleefd? Heeft hij pijn gehad? Ik
was bang voor het antwoord, maar wil het weten. Het is
belangrijker voor me dan wie het heeft gedaan. Ik moet leven
met de gedachte dat Nicky heeft geschreeuwd en ik hem niet
vast heb kunnen houden. Een kind verliezen aan een ziekte is
ook verschrikkelijk, maar dan kun je alles doen wat in je
macht ligt om te helpen. We leven niet, we overleven. We
staan `s ochtends op, doen ons ding, maar de pijn wordt niet
minder. Als ik strijk, mis ik zijn voetbalbroeken en shirts
op de plank, en de radio blijft uit omdat ik bang ben dat er
liedjes op komen die Nicky mooi vond. Na acht jaar kan ik
nog steeds geen foto van hem bekijken. Ze hangen aan de
muur, maar ik kijk erlangs.”
Dit
artikel/interview heeft samen met nog vier interviews gestaan het
tijdschrift Linda nr.29 - januari 2007
Berthie Verstappen, Hoe leef je verder
als je kind is vermoord?
De
grootste nachtmerrie van elke moeder werd waarheid voor Berthie Verstappen
en Maaike Vaatstra. Hun kinderen Nicky en Marianne werden op een
gruwelijke manier om het leven gebracht. Aan Libelle vertelden ze hoe het
nu, zoveel jaren later, gaat en hoe ze omgaan met dat wat niet te
verwerken is.
Nicky
gaat in augustus 1992 naar een jeugdkamp op kampeerterrein De Heikop in
het Limburgse Brunssum. Na een paar dagen verdwijnt het 11-jarig jongetje
spoorloos uit zijn tent. Het is dan zondagnacht. Pas dinsdagavond 11
augustus wordt hij op de hei gevonden. Hij is vermoord. Een onderzoek
wijst uit dat hij waarschijnlijk is misbruikt. Er is tot op de dag van
vandaag onduidelijkheid over Nicky’s exacte doodsoorzaak en een dader is
nooit gevonden.
Berthie
Verstappen: “De pijn is er altijd, al zie je dat niet van buiten”
Berthie
Verstappen probeert sinds de dag dat ze Nicky verloor haar leven weer op
te pakken. Maar écht gelukkig zijn, lukt haar niet meer. “Ik leef in
een film die nooit ophoudt. Vaak kan ik nog niet geloven dat mijn gezin,
mijn zoontje dit is overkomen.” Toch wil Berthie er samen met haar man
Peter en haar dochter Femke het beste van maken. Al zijn er veel dagen dat
het eigenlijk niet meer gaat.
Wat
herinner je je nog van de dag dat Nicky werd vermist?
“We
werden maandagochtend om negen uur gebeld dat Nicky was weggelopen. Dat
kan niet, dacht ik meteen. Nicky loopt niet zomaar weg. Daar moet een
reden voor zijn. Ik ken hem. Het kamp is een bosgebied, het is er stil en
donker. Nicky is bang in het donker, die durft echt niet zelf het bos in
te lopen. Direct na het verontrustende telefoontje is mijn man in de auto
gesprongen en naar Brunssum gereden. Ik bleef thuis bij onze dochter.
Onderweg dacht mijn man nog dat Nicky inmiddels wel terecht zou zijn, maar
toen Peter op het kamp arriveerde, was Nicky er nog steeds niet. Daarom
ben ik ook naar het kamp gereden om te gaan zoeken. We hebben de hele dag
met man en macht gespeurd. Het was bloedheet. Toen de avond viel en we
Nicky nog steeds niet hadden gevonden, raakte ik opnieuw in paniek. Ik
bedacht dat hij geen eten en geen drinken had en dat hij vast heel erg
bang en alleen was. De politie kwam pas ’s avonds laat in actie. Rond
23.00 uur reden ze met een wagen over de pikdonkere heide. Door de
luidspreker riepen ze: “Nicky!” Een heel naargeestige, onheilspellende
ervaring. ’s Nachts en de dag erna hielpen talloze mensen ons zoeken.
Maar we vonden niets. Pas dinsdag zette de politie groot materieel in en
’s avonds, om negen uur, zagen ze Nicky liggen. Dood.”
Je
kind verliezen is het ergste wat een moeder kan overkomen. Hoe beleefde je
de dagen na het verschrikkelijke nieuws?
“Toen
ik hoorde dat Nicky niet meer leefde, zakte letterlijk de grond onder mijn
voeten weg. Mijn kind dood? Vermoord? Dat kun je helemaal niet bevatten.
Vooral niet omdat ik de vurige overtuiging had dat hij nog zou leven. Dat
ik hem terug zou krijgen. In één klap was alle hoop weg. En de manier
waarop, dat zoiets je eigen kind overkomt, het lijkt waanzin. De dagen
erna werd ons leven opgeslokt door gesprekken met rechercheurs en allerlei
onderzoeken. Ruimte voor persoonlijke verwerking was er helemaal niet. We
werden geleefd, maar tegelijkertijd ging alles langs om heen. Ik was maar
met één ding bezig: Nicky. Wat was er gebeurd? Hoe bang is hij geweest?
Heeft hij pijn gehad? Tot op de dag van vandaag moeten we oppassen dat we
niet te diep nadenken over wat er allemaal gebeurd kan zijn. Soms moet ik
mijn gedachten opzettelijk wegduwen, anders word ik gek. Na Nicky’s
begrafenis hebben we nog weken met z’n drieën in bed gelegen. We deden
geen oog dicht. Hoe moesten we verder? Maar we konden niet verder, we
kunnen niet verder.”
Alle
politie-onderzoeken eindigen op een dood spoor. Wat zijn jouw vermoedens?
“Ik
denk dat het iemand was die Nicky kende. Het was muisstil in het kamp en
niemand heeft gehoord dat Nicky is weggegaan. Dat is heel onlogisch. Als
een vreemdeling Nicky uit zijn tentje had getrokken, hadden de andere
kinderen toch iets in de gaten gekregen? Daarom denk ik dat het een
bekende was van Nicky, dat hij daarom is meegegaan. Maar zeker weten doen
we niets. We hopen nog steeds op een gouden tip. Want ik wil zo graag dat
er ooit een dag komt dat ik degene die Nicky dit heeft aangedaan in de
ogen kan kijken.”
Zo
nu en dan komen er nieuwe feiten naar boven, geeft dat weer hoop?
“Natuurlijk
is er altijd hoop, maar sommige tips worden er, vind ik, met de haren bij
gesleept. Dan heb ik niet direct het gevoel dat die tot de oplossing gaan
leiden.”
Hoe
heeft de omgeving gereageerd op de moord op Nicky en jullie intense
verdriet?
“Ik
ben sommige mensen die dicht bij de familie stonden kwijtgeraakt. Ik denk
dat als mensen te betrokken zijn en je kost wat kost willen helpen met je
verdriet, ze er moeite mee hebben dat het verdriet niet verdwijnt. Dat
niets helpt. Ik ben nooit meer oprecht vrolijk. Ik kan dit niet verwerken.
Sommige mensen in mijn omgeving weten hier geen raad mee, ze zien geen
vooruitgang. Peter en ik blijven moeite hebben met opbeurende woorden als
“Het is nu al zo lang geleden”, “Jullie hebben Femke nog” of
“Het leven gaat door”. We gáán namelijk door met leven. Gáán elke
dag ons bed uit, gáán naar ons werk. Dat kost al zoveel moeite. Of er
wordt gezegd: ”Jullie moeten weer proberen plezier in het leven te
krijgen”. Dat doen we ook, heus, we proberen het. Voor Femke. Maar écht
onbezorgd genieten? Nee, dat gaat gewoon niet. Dat is voor buitenstaanders
moeilijk te begrijpen. De pijn die we voelen, zit vreselijk diep. En het
is er altijd, ook al zien mensen dat niet aan de buitenkant. Tegenover de
verloren vriendschappen staan weer de talloze steunbetuigingen die we in
de loop der jaren hebben gekregen van mensen die we helemaal niet kennen.
Dat was echt overweldigend.”
Hoe
hebben jullie de klap binnen het gezin opgevangen?
“Peter
en ik hebben heel veel gepraat. Vooral de eerste jaren. Dat is de laatste
tijd minder. Ook omdat het moeilijk blijft hardop dingen uit te spreken.
Iets tegen een ander zeggen, doet meer pijn dan iets alleen in je eigen
gedachten bewaren. We moeten elkaar beschermen, het doet te veel pijn om
het er vaak over te hebben. Toch is er tussen ons nooit een afstand
ontstaan. We zijn zelfs meer naar elkaar toegegroeid. We geven geen van
tweeën op, maar blijven vechten voor de waarheid. En we steken veel
energie in ons andere kind, Femke. Zij is godzijdank het laatste anderhalf
jaar erg opgebloeid. Ze heeft een goede vriendinnengroep en doet de dingen
die een tiener móet doen. We hebben ons er enorm voor ingezet dat ze een
normaal leven kan opbouwen. Ze was zeven toen het gebeurde, heeft het
volgens mij niet heel erg bewust meegemaakt, maar ze is voorgoed
veranderd. Ze is harder geworden, mist het vertrouwen in mensen. Dat ze nu
leeftijdgenootjes heeft om mee te praten en dingen te ondernemen, is heel
gezond en heel belangrijk voor iemand van haar leeftijd. Bovendien: Femke
heeft geen broertje meer. Geen maatje meer in huis bij wie ze elk moment
terecht kan. Met wie ze gezellig kan praten of even kan stoeien.
Nicky
en Femke waren altijd met zijn tweeën en opeens was ze enig kind. Dat was
ze niet gewend en daar heeft ze nog steeds moeite mee. Ik merk dat als ze
bij andere kinderen thuiskomt waar wel broertjes of zusjes zijn. Dan wordt
ze heel boos.”
Ben
je niet bang dat Femke iets overkomt?
“Ik
sta ervan te kijken hoe we haar hebben kunnen loslaten. We moesten ook
wel, wilden haar niet onnodig bang maken. Toch is Femke zich erg bewust
van onze angst. We hebben haar nooit gevraagd ons te bellen als ze iets
later is, maar ze belt altijd. Maar de opluchting als ze weer thuis is, is
levensgroot. Ik ben altijd weer blij als ze hier weer lekker op de bank
zit.”
Hoe
wil je je Nicky herinneren?
“
Als een heel sportief jochie. Voetbal was alles voor hem. Nicky was een
stoertje, maar ook heel aanhankelijk en zacht. Een bengeltje, maar een
lief bengeltje. Ik mis hem zo, zijn streken, zijn spulletjes. Ik durf nog
steeds niet goed in zijn kamer te komen en foto’s van Nicky kan ik na al
die jaren nog steeds niet zien. Er staat een foto in de huiskamer, maar ik
kijk er nooit naar. Dan heb ik het gevoel dat ik hem aankijk en dat kan ik
nog niet aan.”