’Daders samen schuldig aan dood van Bart’
2004
- Onbegrip overheerst bij de familie Raaijmakers over de lagere straffen
die het gerechtshof heeft opgelegd voor de dood van zoon Bart. Berrie
Raaijmakers stapt niet makkelijk naar de pers. Na de uit de hand gelopen
straatroof op de Reeshofdijk, waarbij zoon Bart (18) op 18 juli vorig jaar
het leven liet, koos hij nadrukkelijk voor de intimiteit van het gezin.
Door het vonnis van het gerechtshof in Den Bosch, dat drie van de vier
daders een lagere straf oplegde dan de rechtbank in Breda, wil hij één
keer in de publiciteit.
Om zijn onvrede te uiten. „Het vonnis is ons verschrikkelijk
tegengevallen“, zegt hij. „Over anderhalf jaar kan de eerste dader bij
goed gedrag alweer rondlopen. Dat is onverteerbaar.“
Het gerechtshof veroordeelde de drie mededaders van 19, 19 en 20 jaar tot
5, 6 en 9 jaar. De rechtbank in Breda legde het drietal eerder 7, 8 en 12
jaar op.
De hoofddader, een 21-jarige man, kreeg overigens een hogere straf: 12
jaar met tbs in plaats van 9 jaar met tbs. „Mijn stelling is dat er niet
één hoofddader is“, zegt Raaijmakers. „Ze zijn sámen
verantwoordelijk voor de dood van Bart. Als ze met twee man waren geweest,
hadden ze het niet in hun hoofd gehaald drie fietsers te overvallen. Ze
hadden alle vier zeer hoge straffen moeten krijgen.“
De
rechtbank oordeelde dat alle vier schuldig waren aan doodslag. Het
gerechtshof vindt dat alleen de 21-jarige Tilburger hieraan schuldig is.
„Het is opnieuw stuitend dat ook het hof niet bewezen acht dat de
hoofddader mijn zoon vermoord heeft, terwijl dat feitelijk het geval is
geweest. De argumenten voor moord zoals die door de advocaat-generaal zijn
ingebracht, waren meer dan voldoende gemotiveerd, maar de magistratuur
lijkt het toch altijd beter te weten. Wij hebben daar grote moeite mee.“
Bewust „De vier mannen hebben bewust de confrontatie opgezocht“, zegt
Raaijmakers. „Ze waren op weg naar de Blaak om mensen te gaan ’rippen’.
Ze zijn speciaal een mes gaan halen om de bedreigingen kracht bij te
kunnen zetten.“
Raaijmakers begrijpt niet hoe de rechtbank en het gerechtshof tot zo’n
verschil van inzicht kunnen komen.
Bovendien vraagt hij zich af hoe het mogelijk is dat beide rechtscolleges
de - in zijn ogen goed onderbouwde - eisen van zowel de officier van
justitie als de advocaat-generaal naast zich neer hebben gelegd. Zijn
rechtsgevoel is meer dan gekrenkt. „Als de eisen waren overgenomen, had
ik het gevoel gehad dat er echt recht was gedaan en had ik ermee kunnen
leven. Nu is dat anders. We voelen ons in de steek gelaten en we staan net
als na de dood van Bart wéér machteloos aan de kant.“
Onbegrip heeft Raaijmakers niet alleen voor de rechtsgang, hij laakt ook
de opstelling van de vier daders. „Tijdens de rechtszittingen hebben ze
geen greintje spijt getoond. In de rechtszaal toonden de mannen ook geen
emoties. Hebben ze eigenlijk een geweten?“ Het gezin heeft sinds de dood
van Bart zijn best gedaan om met het verlies te leren leven. Dit is niet
makkelijk. In een week waarin zowel het hof in Den Bosch de vonnissen
velde, als Bart, zijn zus en zijn broer, twintig zouden zijn geworden, is
het extra moeilijk.
„Mijn
gezinsleden en ik komen niet van het gevoel af. Een gevoel van leegte, het
gevoel dat het pas gisteren is gebeurd. Dat je geen kans hebt het
aangedane leed te verwerken. Dag in, dag uit. Er gaat geen nacht voorbij,
of ik word ermee wakker. De vier mannen hebben bij ons, maar ook bij
vrienden en kennissen, diepe wonden veroorzaakt die nooit meer zullen
helen. De psychische schade is onherstelbaar.“