De
stilte na een jaar van rouw
2004 - Het is stil in het
park. Alleen de regen tikt op de blaadjes en paraplu’s. Daar tussendoor
klinkt een enkele snik en de stem van Hans Meesters. „Precies 365 dagen
geleden stonden we hier ook al. Hopeloos verslagen, diep bedroefd,
radeloos, reddeloos, redeloos.“
Midden
in de nacht van zondag op maandag, in de stromende regen, zijn zo’n 25
mensen bij elkaar gekomen om Stuart Kerstens te herdenken. De 21-jarige
Etten-Leurenaar werd een jaar geleden in het wijkpark aan de Wildbaan in
Etten-Leur doodgestoken.
Naar die plek wilden zijn familie en vrienden een jaar later terugkomen.
Om drie uur ‘s nachts steekt het groepje aan de rand van het park scherp
af tegen de lege straten en donkere huizen. Half op straat, tussen de
geparkeerde auto’s, op het gras staan Stuarts vrienden met petten op en
kraag omhoog tegen de stromende regen. Een aantal broeken met legerprint,
een Lonsdale-trui erboven en een bomberjack er overheen. Een enkeling
draagt een bloem mee. Midden op straat parkeert een politiebus en twee
agenten sluiten aan bij het groepje.
De familie Kerstens stalt bloemen en kaarsen uit rond de boom waaronder
Stuart is neergestoken. De kaarsen worden aangestoken. Maaike Kerstens, de
moeder van het slachtoffer, zeult met een zware steen die ze bij de boom
zet. ‘Eens was je de zoon in ons huis, nu ben je de zon in ons hart’,
luidt het opschrift.
„Eigenlijk is het een rotplek om heen te gaan“, zegt Maaike Kerstens
van tevoren. Maar ja, er is niets anders. Stuart ligt nergens begraven en
zijn as heeft nog geen definitieve bestemming. „Toch wilde ik heel graag
juist nu hierheen. Anderen wilden gewoon mee.“ Familie en vrienden
hebben zich verzameld. Geen massabijeenkomst zoals vorig jaar. De dood van
Stuart Kerstens bracht toen zo’n duizend mensen op de been in een stille
tocht tegen zinloos geweld. „Familie, vrienden, kennissen, de bevolking
van Etten-Leur en heel Nederland was diep geschokt van datgene wat gebeurd
was. Dit kon toch niet bij ons“, zegt Hans Meesters onder de paraplu.
Als vader van Jaap, vriend van Stuart Kerstens, houdt hij vanonder zijn
paraplu een toespraak. Van een afstand luisteren de bezoekers. Ze kijken
naar de boom waar een jaar geleden de steekpartij plaatsvond. Daar zit de
familie in een klein kringetje rond de kaarsen.
Als de toespraak voorbij is, bedankt moeder Kerstens de aanwezigen,
nauwelijks verstaanbaar. Ze pakt de steen weer op en loopt naar de
agenten. „Zal ik hem meenemen? Ik ben bang dat hij hier gestolen
wordt.“ De agenten knikken. Alleen de bloemen en kaarsen blijven staan.