september 2004 Jaap de Ruijter de Wildt vader van     zie ook 051  

018

 

Zwaagwesteinde, Dag Tegen Geweld 2004

 

Ieder jaar wordt  eind september een Dag tegen Geweld georganiseerd. Dit jaar 2004 werd de Dag tegen Geweld in Zwaagwesteinde gehouden, waar naast de andere slachtoffers speciaal Marianne Vaatstra werd herdacht. Er staat nu een monumentje ter nagedachtenis aan haar tegenover het winkelcentrum in Zwaagwesteinde waar zij zo graag met haar vrienden en vriendinnen vertoefde.

Zo’n evenement biedt de gelegenheid om stil te staan bij de ontwikkelingen van het afgelopen jaar. De maand september is ook de periode, waarin de regering de Rijksbegroting presenteert en de plannen voor het komend parlementaire jaar aan de Tweede Kamer voorlegt.

Positief in het afgelopen jaar is geweest, de invoering van het spreekrecht en de mogelijkheid om een slachtofferverklaring te laten voorlezen in de rechtzaal. Het initiatiefwetsvoorstel over het spreekrecht is echter niet zonder slag of stoot aangenomen.

In december 2003 dreigde het voorstel nog te stranden in de Eerste Kamer vanwege de kritiek van de kant van de Rechterlijke Macht, die vreesde, dat de strafrechter door de invoering van het spreekrecht overbelast zou raken. Mede dankzij reacties van de kant van de stichting Kappen Nou van Jan Kloppenburg, de Vereniging Ouders van een vermoord kind (VOVK), de stichting Aandacht Doet Spreken (ADS) en de Vereniging voor Veiligheid, Respect en Solidariteit (VVRS) is het wetsontwerp in de Eerste Kamer tenslotte toch aangenomen.

Een beetje positief is, dat nabestaanden van geweldsslachtoffers binnenkort nu ook van de dader smartengeld kunnen vorderen vanwege zogenaamde affectieschade. Teleurstellend is echter, dat het smartengeld aan een maximum van slechts €10.000,- is gebonden.

Negatief is de voorgenomen opheffing van het landelijke rechercheteam kindermoorden en dat nog veel onopgeloste moordzaken, zoals de zaak van Marianne Vaatstra bij de politie nu “op de plank liggen” en nooit meer opgelost dreigen te worden.

Negatief is ook, dat het middel van een “second opinion” nog altijd in een veel te laat stadium en veel te weinig wordt toegepast. Voor ouders als Bouke en Maaike Vaatstra is het onverteerbaar, dat het onderzoek stil ligt en dat zij een voor hen zo heel belangrijk hoofdstuk niet kunnen afsluiten. Een heleboel vragen waarmee zij al jaren worstelen blijven zo bovendien onbeantwoord. Aan hun leed wordt zo nog eens extra leed toegevoegd.

Teleurstellend is verder, dat het voorstel van een solidariteitsfonds door minister Donner is afgeschoten met als argument, dat die verantwoordelijkheden bij de burger behoort te liggen en niet bij de overheid.  Daarin manifesteert zich nu juist de zwakte van het huidige kabinetsbeleid. De burger moet er wel zijn voor de samenleving, maar de overheid is er in steeds mindere mate ook voor de burger. De gewelddadige dood van een familielid is nooit te voorzien. De gevolgen voor de nabestaanden zijn immens.  Individuele burgers kunnen zich onmogelijk wapenen tegen zo’n ramp met alle gevolgen van dien. De sociale verzekeringen en –voorzieningen zijn op dergelijke gebeurtenissen ook niet berekend. Goede hulp, als die er overigens is, is duur. Bij de daders gaat het bovendien meestal om de spreekwoordelijke “kale kip”, waarvan niets te plukken valt. Op dit punt laat de overheid de ergst getroffen burgers  volledig in de steek.

Als wij nu naar de plannen en voornemens kijken van de huidige regering, dan valt op, dat zowel de centrale overheid in Den Haag als alle Nederlandse gemeenten dit jaar miljoenen euro’s extra gaan besteden aan veiligheid. Op zich zelf is hier niets op tegen.

Op alle bestuursniveaus wordt echter niets extra gedaan aan slachtofferhulp en –zorg. Met name de slachtoffers van de meest ernstige geweldsdelicten en vooral de nabestaanden zijn zonder uitzondering in de huidige plannen volledig buiten beeld gebleven. Voor één  van de ergst getroffen groepen in de samenleving en hun organisaties heeft de overheid in feite geen stuiver over.

De inzameling van gelden voor goede doelen is in Nederland een miljarden industrie geworden. De spotjes en de programma’s voor goede doelen vliegen het hele jaar op het televisiescherm voorbij. De Nederlanders, de diverse fondsen en delen van het bedrijfsleven zijn dan zo gul om miljoenen te geven. De slachtoffers van ernstige gewelddelicten en nabestaanden, die door de gevolgen van geweld niet meer in staat zijn om de eindjes aan elkaar te knopen, worden daarbij volstrekt vergeten. Vrijwel altijd tevergeefs kloppen organisaties van/en voor deze slachtoffers en nabestaanden zowel bij overheden als particuliere fondsen aan voor een bescheiden financiële steun om het vele werk te kunnen doen wat er ligt. Heel incidenteel wordt uit die hoek iets gedoneerd. Omdat zij in geen enkel hokje vallen van het miljarden bedrijf worden al hun verzoeken systematisch afgewezen. Dat steekt!

Temeer als wij bedenken, dat wanneer iemand door geweld het leven heeft gelaten en dat net is gebeurd, wel massa’s mensen met een stoet van autoriteiten voorop, zich dan wel in een massaal rouwbeklag op straat begeven om daarna vrijwel onmiddellijk weer over te gaan tot de orde van de dag. Voor hen, die door de gebeurtenis voor het leven zijn getekend en  jarenlang moeten vechten om hun leven weer in een zekere balans te brengen, wordt het daarna angstwekkend stil. Zij worden vergeten ook door de autoriteiten, die er wel als de kippen bij zijn om zich als het om repressieve maatregelen gaat te beroepen op het leed van de slachtoffers en nabestaanden. Is het in dat licht vreemd, dat slachtoffers van de meest ernstige delicten zich dan niet alleen vergeten, maar zelfs gebruikt voelen? Houdt de solidariteit met het slachtoffer en de nabestaanden in Nederland dan na de uitvaart van het slachtoffer op?

Wat is het hele huidige veiligheidsbeleid in Nederland nog waard als nergens in dat beleid zelfs niet een heel klein plaatsje is ingeruimd voor deze ergst getroffen groep?

Organisaties als de VVRS en zusterorganisaties staan met uiterst beperkte middelen voor een enorme taak. Enige steun of hulp hebben zij nog niet, zelfs niet voor een noodfonds om mensen in de meest schrijnende situaties te kunnen helpen. Het plan van zo’n noodfonds moest in de ijskast worden gezet omdat het maatschappelijk draagvlak voor de oprichting en de uitvoering voor de doelen van zo’n fonds ontbrak. Deze groep mag niet vergeten worden!

 

Dit artikel is een bewerking door Jaap van zijn toespraak op 25 september 2004 tijdens de Dag tegen Geweld in Zwaagwesteinde

Jaap de Ruijter de Wildt is vader van Anne, die in Groningen in 1997 is vermoord. In het dagelijks leven is hij advocaat.

Jaap is één van de vijftig oprichters geweest van de VVRS en functioneert als adviseur en één van de woordvoerders van de vereniging.

 

JAAP  DE RUIJTER DE WILDT

l

 

   

 

 

 

Contact

A.D.S.home

Gastenboek

  Inschrijven

 TV en Radio

 

INDEX

 Interview 018