Ieder
jaar wordt eind september een
Dag tegen Geweld georganiseerd. Dit jaar 2004 werd de Dag tegen Geweld in
Zwaagwesteinde gehouden, waar naast de andere slachtoffers speciaal
Marianne Vaatstra werd herdacht. Er staat nu een monumentje ter
nagedachtenis aan haar tegenover het winkelcentrum in Zwaagwesteinde waar
zij zo graag met haar vrienden en vriendinnen vertoefde.
Zo’n
evenement biedt de gelegenheid om stil te staan bij de ontwikkelingen van
het afgelopen jaar. De maand september is ook de periode, waarin de
regering de Rijksbegroting presenteert en de plannen voor het komend
parlementaire jaar aan de Tweede Kamer voorlegt.
Positief
in het afgelopen jaar is geweest, de invoering van het spreekrecht en de
mogelijkheid om een slachtofferverklaring te laten voorlezen in de
rechtzaal. Het initiatiefwetsvoorstel over het spreekrecht is echter niet
zonder slag of stoot aangenomen.
In
december 2003 dreigde het voorstel nog te stranden in de Eerste Kamer
vanwege de kritiek van de kant van de Rechterlijke Macht, die vreesde, dat
de strafrechter door de invoering van het spreekrecht overbelast zou
raken. Mede dankzij reacties van de kant van de stichting Kappen Nou van
Jan Kloppenburg, de Vereniging Ouders van een vermoord kind (VOVK), de
stichting Aandacht Doet Spreken (ADS) en de Vereniging voor Veiligheid,
Respect en Solidariteit (VVRS) is het wetsontwerp in de Eerste Kamer
tenslotte toch aangenomen.
Een
beetje positief is, dat nabestaanden van geweldsslachtoffers binnenkort nu
ook van de dader smartengeld kunnen vorderen vanwege zogenaamde
affectieschade. Teleurstellend is echter, dat het smartengeld aan een
maximum van slechts €10.000,- is gebonden.
Negatief
is de voorgenomen opheffing van het landelijke rechercheteam kindermoorden
en dat nog veel onopgeloste moordzaken, zoals de zaak van Marianne
Vaatstra bij de politie nu “op de plank liggen” en nooit meer opgelost
dreigen te worden.
Negatief
is ook, dat het middel van een “second opinion” nog altijd in een veel
te laat stadium en veel te weinig wordt toegepast. Voor ouders als Bouke
en Maaike Vaatstra is het onverteerbaar, dat het onderzoek stil ligt en
dat zij een voor hen zo heel belangrijk hoofdstuk niet kunnen afsluiten.
Een heleboel vragen waarmee zij al jaren worstelen blijven zo bovendien
onbeantwoord. Aan hun leed wordt zo nog eens extra leed toegevoegd.
Teleurstellend
is verder, dat het voorstel van een solidariteitsfonds door minister
Donner is afgeschoten met als argument, dat die verantwoordelijkheden bij
de burger behoort te liggen en niet bij de overheid.
Daarin manifesteert zich nu juist de zwakte van het huidige
kabinetsbeleid. De burger moet er wel zijn voor de samenleving, maar de
overheid is er in steeds mindere mate ook voor de burger. De gewelddadige
dood van een familielid is nooit te voorzien. De gevolgen voor de
nabestaanden zijn immens. Individuele
burgers kunnen zich onmogelijk wapenen tegen zo’n ramp met alle gevolgen
van dien. De sociale verzekeringen en –voorzieningen zijn op dergelijke
gebeurtenissen ook niet berekend. Goede hulp, als die er overigens is, is
duur. Bij de daders gaat het bovendien meestal om de spreekwoordelijke
“kale kip”, waarvan niets te plukken valt. Op dit punt laat de
overheid de ergst getroffen burgers volledig
in de steek.
Als
wij nu naar de plannen en voornemens kijken van de huidige regering, dan
valt op, dat zowel de centrale overheid in Den Haag als alle Nederlandse
gemeenten dit jaar miljoenen euro’s extra gaan besteden aan veiligheid.
Op zich zelf is hier niets op tegen.
Op
alle bestuursniveaus wordt echter niets extra gedaan aan slachtofferhulp
en –zorg. Met name de slachtoffers van de meest ernstige geweldsdelicten
en vooral de nabestaanden zijn zonder uitzondering in de huidige plannen
volledig buiten beeld gebleven. Voor één
van de ergst getroffen groepen in de samenleving en hun
organisaties heeft de overheid in feite geen stuiver over.
De
inzameling van gelden voor goede doelen is in Nederland een miljarden
industrie geworden. De spotjes en de programma’s voor goede doelen
vliegen het hele jaar op het televisiescherm voorbij. De Nederlanders, de
diverse fondsen en delen van het bedrijfsleven zijn dan zo gul om
miljoenen te geven. De slachtoffers van ernstige gewelddelicten en
nabestaanden, die door de gevolgen van geweld niet meer in staat zijn om
de eindjes aan elkaar te knopen, worden daarbij volstrekt vergeten.
Vrijwel altijd tevergeefs kloppen organisaties van/en voor deze
slachtoffers en nabestaanden zowel bij overheden als particuliere fondsen
aan voor een bescheiden financiële steun om het vele werk te kunnen doen
wat er ligt. Heel incidenteel wordt uit die hoek iets gedoneerd. Omdat zij
in geen enkel hokje vallen van het miljarden bedrijf worden al hun
verzoeken systematisch afgewezen. Dat steekt!
Temeer
als wij bedenken, dat wanneer iemand door geweld het leven heeft gelaten
en dat net is gebeurd, wel massa’s mensen met een stoet van autoriteiten
voorop, zich dan wel in een massaal rouwbeklag op straat begeven om daarna
vrijwel onmiddellijk weer over te gaan tot de orde van de dag. Voor hen,
die door de gebeurtenis voor het leven zijn getekend en
jarenlang moeten vechten om hun leven weer in een zekere balans te
brengen, wordt het daarna angstwekkend stil. Zij worden vergeten ook door
de autoriteiten, die er wel als de kippen bij zijn om zich als het om
repressieve maatregelen gaat te beroepen op het leed van de slachtoffers
en nabestaanden. Is het in dat licht vreemd, dat slachtoffers van de meest
ernstige delicten zich dan niet alleen vergeten, maar zelfs gebruikt
voelen? Houdt de solidariteit met het slachtoffer en de nabestaanden in
Nederland dan na de uitvaart van het slachtoffer op?
Wat
is het hele huidige veiligheidsbeleid in Nederland nog waard als nergens
in dat beleid zelfs niet een heel klein plaatsje is ingeruimd voor deze
ergst getroffen groep?
Organisaties
als de VVRS en zusterorganisaties staan met uiterst beperkte middelen voor
een enorme taak. Enige steun of hulp hebben zij nog niet, zelfs niet voor
een noodfonds om mensen in de meest schrijnende situaties te kunnen
helpen. Het plan van zo’n noodfonds moest in de ijskast worden gezet
omdat het maatschappelijk draagvlak voor de oprichting en de uitvoering
voor de doelen van zo’n fonds ontbrak. Deze groep mag niet vergeten
worden!
Dit
artikel is een bewerking door Jaap van zijn toespraak op 25 september 2004
tijdens de Dag tegen Geweld in Zwaagwesteinde
Jaap
de Ruijter de Wildt is vader van Anne, die in Groningen in 1997 is
vermoord. In het dagelijks leven is hij advocaat.
Jaap is één van de
vijftig oprichters geweest van de VVRS en functioneert als adviseur en
één van de woordvoerders van de vereniging.