Op
24 augustus 2003, gisteren precies anderhalf jaar geleden, kreeg ik een
hoofdrol in een horror, die nog steeds voortduurt en die mijn leven
veranderde in één grote afschuwelijke nachtmerrie, een nachtmerrie die
helaas een harde, bittere werkelijkheid is.
Op
die 24ste augustus verdween het meest dierbare dat ik bezat
voorgoed uit mijn leven.
Over
de persoon Robbert zal ik hier niet uitweiden Ik hoef maar te wijzen op de
getuigenverklaringen, op de ruim 500 mensen die ondanks de zware storm bij
zijn uitvaart aanwezig waren en op de reacties die te lezen zijn op de
website die voor Robbert gemaakt is.
Robbert
was een goed mens die voor iedereen klaarstond. Hij had recht op een lang
en gelukkig leven. Hij had nog zoveel liefde te geven. Die liefde moeten
wij nu missen.
Op
die 24ste augustus braken voor mijn man Henk, mijn zoon Jerry
en voor mij 15 folterende weken van onzekerheid aan.
15
Weken die ons zowel lichamelijk als geestelijk volledig gesloopt hebben.
Dat
Nurul Wilkens, de moordenaar van Robbert, mij op de dag van Robberts
verdwijning zeker 5 keer aan de telefoon verzekerd heeft dat Robbert voor
8 uur terug zou zijn omdat hij moest werken, terwijl Robbert daar vlak
naast hem dood in huis lag….. Onbegrijpelijk!
In
die weken is Nurul zelfs tot tweemaal toe bij ons thuis geweest. Hij heeft
bij mij op de bank zitten eten en drinken en ik heb hem geholpen om zaken
met de huisbaas en van het danscafé te regelen, terwijl hij Robbert
vermoord had en als een beest in een bos had begraven ……onbegrijpelijk!!
Dat
Nurul Wilkens, de moordenaar van Robbert, na de moord op Robbert gewoon in
het huis van Robbert is blijven wonen en doorgegaan is met zijn leven,
alsof er niets aan de hand was. ……Onbegrijpelijk!!
Ik
heb nog steeds een sms-bericht van hem uit die periode in mijn telefoon,
dus ik heb het niet gedroomd.
In
de periode van Robberts vermissing zijn wij een keer, op een zondagavond
in september, gebeld door Sidhatha, de vriendin van Nurul Wilkens. Zij
vertelde ons dat Robbert op die 24ste augustus een afspraak met
iemand gemaakt had en dat hij, omdat hij te laat op die afspraak kwam,
doodgeknuppeld en gedumpt is.
Mijn
man heeft maandenlang de slagen van die knuppel in zijn nek en op zijn
schouders gevoeld. Hij ging er kapot aan.
Vanaf
begin november 2003, nu 15 maanden geleden, heeft hij door psychische
problemen niet meer kunnen werken in zijn eenmansbedrijfje. Niet werken
betekent voor hem geen inkomsten.
15
Slopende weken waarin Jerry niet meer in staat was om in zijn poolcafé in
Oss te werken. Begin november 2003, nu 15 maanden geleden, is hij gestopt
met zijn zaak. Teveel herinneringen, omdat Robbert het poolcafé in Oss
had opgezet.
15
Weken waarin ik op de automatische piloot af en toe naar mijn werk ging en
zo goed en zo kwaad als het ging probeerde mijn werkzaamheden uit te
voeren.
Niet
alleen de onzekerheid over de verdwijning van Robbert, maar ook het feit
dat al onze telefoons maandenlang afgeluisterd werden, omdat wij voor de
politie ook verdachten waren, heeft het ons erg moeilijk gemaakt.
Het
feit dat Robbert in oktober 2003 onterecht in het programma Opsporing
Verzocht als een randcrimineel is afgeschilderd en dat de politie dit
naderhand tegen beter weten in niet gerectificeerd heeft, heeft het er
voor ons niet makkelijker op gemaakt en heeft ons veel pijn gedaan.
Op
die dag kregen wij te horen dat Robbert gevonden was. Onze grootste angst
was waarheid geworden. Op die dag stortte onze wereld en ons gezin
helemaal in elkaar. De zeer warme, hechte familieband van mijn gezin was
uniek en voor Nederlandse begrippen haast onbegrijpelijk. Die band was
onverbrekelijk.
Wij
hebben Robbert niet meer mogen zien en geen afscheid van hem kunnen nemen.
Waarom
heeft Nurul Wilkens pas na 15 weken bekend, vraag ik mij af.
Waarom
heeft hij ons die folterende weken bezorgd. Hij wist hoe hecht ons gezin
was. Waarom heeft hij ons de gelegenheid ontnomen om afscheid van Robbert
te nemen.
Op
die 7de december ben ik het vertrouwen in de mensen
kwijtgeraakt. Ik vertrouw niemand meer. Mensen kwamen graag bij ons over
de vloer en wij waren overal graag geziene gasten. Overal waar ik kwam
bracht ik altijd sfeer en gezelligheid. Dat is allemaal voorbij. Wij gaan
nergens meer naartoe en houden de boot af als mensen bij ons op bezoek
willen komen.
Toen
ik tijdens de vorige rechtszitting hoorde dat Robbert nog een poosje
geleefd had ging dit als een dolksteek door mijn moederhart. Hij had
misschien nog gered kunnen worden. Hij heeft echter geen schijn van kans
gehad. Hij heeft beseft dat hij doodging.
Bij
ons wisselen gevoelens van boosheid, verbittering, machteloosheid,
verdriet en onzekerheid elkaar af.
Mijn
kleinzoon is zijn enige oom, die zielsveel van hem hield, voorgoed kwijt.
Wij
worden sinds februari 2004 door een psychiater behandeld. Onze toekomst is
hopeloos en uitzichtloos.
Jerry’s
huwelijk heeft deze storm niet doorstaan.
Mijn
man is pas zes weken geleden weer voorzichtig begonnen met werken.
En
ik, ik probeer af en toe naar mijn werk te gaan, maar ik functioneer niet.
Ik
ben medewerker toetsing bij het Cito en moet examenopgaven redigeren.
Ik
kan mij echter niet meer concentreren en het sloopt mij om steeds weer aan
collega’s te vertellen hoe het met mij gaat.
Ik
ga verder alleen uit huis om naar de begraafplaats, de bedrijfsarts of de
psychiater te gaan.
Ik,
een superactieve, ondernemende, vrolijke meid, ben veranderd in een
zombie. Ik ben verdoofd. Ik doe niets meer in de huishouding. Ik kan niet
meer zonder slaapmiddelen slapen en ik gebruik kalmerende middelen om op
de been te blijven. De kilo’s vliegen eraf, net als mijn haar dat bij
bosjes uitvalt.
Het
kan nog steeds niet tot mij doordringen dat Robbert dood is.
De
schok die ik gehad heb op die 7de december 2003 toen ik, geheel
onvoorbereid, op tv Gelderland beelden zag van het stoffelijk overschot
dat in een zwarte zak in oranje kist geworpen werd, is met geen pen te
beschrijven.
Soms,
als ik stil op de bank zit, dan flitst het beeld van Robbert in doodstrijd
ineens door mijn hoofd. Dan krijg ik verschrikkelijke hartkloppingen. Zo
erg, dat het lijkt alsof mijn hart uit mijn borstkas zal barsten. Mijn
hart klopt in mijn keel en ik word kotsmisselijk. Op dat moment grijpen
mijn hersens in.
Weg,
weg weg. Weg met die onverdraaglijke beelden en gevoelens. En dan is het
weg en het blijft weken weg, om in één keer weer toe te slaan op een
onbewaakt ogenblik.
Ik
ben confuus. Ik weet niet wanneer mijn kind gestorven is. Welke datum van
overlijden moet ik aanhouden: 24 augustus of
7 december. Robbert is volgens zeggen 24 augustus om het leven
gebracht. Op 7 december kregen wij te horen dat hij niet meer in leven is.
In de overlijdensakte staat vermeld: datum van lijkvinding 7
december. IS HIJ WEL ECHT DOOD??? Ik heb hem niet gezien.
Ik
heb geen afscheid van hem kunnen nemen.
Op
12 december mochten wij naar een gesloten kist kijken. Afscheid nemen van
een gesloten kist. Lag mijn kind in die kist? Ik weet het niet. Ik zal het
ook nooit te weten komen.
Op
13 december hebben wij die kist op de begraafplaats Moscowa begraven.
Mijn
plannen om, na 42 geweldige dienstjaren, over twee jaar met VUT te gaan,
zijn in duigen gevallen. Eergisteren, 23 februari,
heb ik een WAO keuring ondergaan. Wat daar de uitslag van zal zijn,
weet ik niet.
Feit
is dat ik nooit meer 100% zal kunnen functioneren, àls ik ooit weer zal
kunnen functioneren.
De
laffe moord op Robbert, en alles wat daarna gebeurd is, heeft diepe wonden
in mijn ziel geslagen. Wonden waarvan ik de lidtekens mijn hele leven lang
zal blijven dragen.
Wat
ik wel weet dat is dat Henk en Jerry op die 7de december niet
alleen hun zoon en broertje, maar ook hun vrouw en moeder zijn
kwijtgeraakt.
Op
die 7de december is het beste deel van mij samen met Robbert
gestorven.