Zijn verminkte
lichaam werd als vuil op een afvalberg gesmeten
Zijn verminkte lichaam werd als vuil op een afvalberg gesmeten, even
buiten het Thaise vakantieparadijs Pattaya. Letterlijk afgeslacht was de
innemende Brabantse zakenman Jules Odekerken. Hij had gemeend in het
Verre Oosten het geluk te hebben gevonden, maar viel er ten prooi aan de
dodelijke hebzucht die achter de glimlach van zijn Thaise vrouw
schuilging. Ruim twee jaar na het gruwelmisdrijf zijn de vermeende
moordenaars - zijn vrouw, haar minnaar en haar broer - nog altijd niet
voor de Thaise rechter gebracht. Twee van hen lopen zelfs vrij rond. In
Nederland zijn de nabestaanden van de omgebrachte Brabander de wanhoop
nabij. Bij gebrek aan hulp en steun van de ambassade en het ministerie van
Buitenlandse Zaken
staan Jules' bejaarde moeder Anneke, zijn drie broers en twee zussen
alleen in hun nagenoeg verloren strijd om gerechtigheid. "Niemand die
iets voor ons doet", vertellen ze.
"Het is wrang om te zien hoe
onze overheid wél in actie komt als een Hollandse misdadiger in Thailand
wordt geliquideerd! Dan wordt direct een samenwerking met de Thaise
politie aangegaan. Maar een hardwerkende en gerespecteerde Nederlander die
door Thai van het leven is beroofd, is kennelijk niet interessant.
Dan
kijkt de ambassade liever een andere kant uit." Jules Odekerken met
zijn Thaise vrouw Marissa, die ervan wordt verdacht de
bloedige moord samen met haar minnaar en haar te hebben bekokstoofd.
Moeder Anneke krijgt tranen in haar ogen als ze bedenkt hoe haar oogappel
Jules het noodlot tegemoet ging, terwijl zij hem zo veel anders had
gegund. Opgegroeid in een hecht zakengezin waar plichtsbesef met de
paplepel werd ingegoten, was Jules er evenals zijn broers en zussen in
geslaagd een succesvolle carrière op te bouwen. Toen hij tijdens een reis
naar Indonesië diep werd geraakt door de mystiek van het Verre Oosten,
verkocht hij zijn aandeel in het goedlopende bedrijf dat hij met vrienden
in Vught had opgebouwd en besloot hij zijn geluk ver weg te gaan zoeken.
De begeerde vrijgezel, die in Brabant nauwelijks op de avances van
vriendinnen was ingegaan, viel in Thailand als een blok voor de charmes
van een levensgevaarlijke vrouw: Marisa Prommana, een voormalige
prostituee en hoerenmadam, met een toen vierjarig zoontje en een broer die
wegens moord in de bajes zat. In het voorjaar van 1997 gaf Jules haar het
jawoord, om definitief met haar in Thailand neer te strijken. Het was het
begin van zijn einde...
Zijn familie zag Jules onmiskenbaar veranderen. "We hadden al geen
goed gevoel bij Marisa. Toen Jules afstandelijker werd, vervlakte en
belangrijke zaken vergat, wisten we dat het fout zat. We verloren
langzaamaan alle grip op hem." Zakelijk ging het de Brabander in
Thailand aanvankelijk voor de wind. Hij werd er distributeur van de
uitgeprinte internetversie van talrijke internationale dagbladen waaronder
De Telegraaf en had een adviesbureau dat door de Rabobank werd
ingeschakeld. Met lede ogen zag zijn
thuisfront aan hoe er echter steeds meer geld verdween in de bodemloze put
die Marisa heette. Jules' oudste zus: " Eerst moest ze geld voor een
autowasserette, dan weer voor de aankoop van een café en vervolgens voor
de bouw van een kast van een huis in Pattaya. Jules heeft er praktisch
zijn hele vermogen doorgejaagd om aan haar wensen tegemoet te kunnen
komen." Uit het huwelijk werd een dochtertje geboren. Daarna kwam er
een zoontje. Maar tijdens Jules' laatste bezoek aan Nederland zag zijn
moeder onmiddellijk wat de zakenman uiteindelijk wellicht fataal is
geworden: het jongetje bleek niet zijn kind te zijn. Heeft Jules vlak voor
zijn dood ontdekt dat zijn losbandige vrouw een affaire had met een Thaise
burgemeester, ene Anupong Sutthani? Is hij erachter gekomen dat zijn zoon
niet door hem, maar door deze Anupong was verwekt? Moest de Nederlander
sterven omdat er vooral ná zijn dood veel geld van hem kon worden
opgestreken?