Ze verdween spoorloos in de warme zomer van 1995. Het vergane lichaampje
van de 8 jarige Manon Seijkens werd pas zes maanden nadien gevonden in de bosjes langs
een kanaal, een paar honderd meter van haar ouderlijk huis. Nu, ruim tien
jaar later, waait er een ijskoude wind over de plek die is overwoekerd
door manshoog onkruid en doornige struiken.
De 45 jarige Gertie Lamphen probeert
zich vergeefs een weg te banen door het dichte struikgewas om te laten
zien waar haar omgebrachte dochtertje destijds werd gedumpt. Helmond wil
kennelijk niet meer aan de gruwelijke dood van haar inwonertje herinnerd
worden. Er is geen gedenksteen of bordje met haar naam, zelfs geen
voetpaadje voor de nabestaanden van het vermoorde meisje. Alsof er nooit
iets is voorgevallen in natuurgebied De Bundertjes.
Maar de
Brabantse kan alleen maar wijzen. "Ze lag daar, ongeveer twintig
meter verder. Ik kan er niet eens meer bijkomen!" roept ze
verontwaardigd. In haar kleine eengezinswoning in een Helmondse
arbeiderswijk herinnert Gertie zich het verloop van die snikhete zomerdag,
donderdag de tiende augustus 1995. Elke dag weer staat ze met die
herinneringen op. "Voor de buitenwacht lijkt het alsof ik
functioneer. Maar er zijn momenten dat ik het gewoon niet meer wil
volhouden. Het liefst loop ik dan naar buiten, naar het spoor om te
wachten op een trein en gewoon te springen..."
Ze omschrijft Manon als een kind dat haar mondje bij zich had, maar een
lief en goedaardig meisje was. Die middag ging haar dochter - die bijna
altijd op straat was - spelen met vriendinnetjes. "Ik zei Manon dat
ze rond vier uur thuis moest zijn. We zouden patatjes gaan eten. Om vijf
uur was ze er nog steeds niet en ben ik gaan zoeken. Ik kon haar nergens
vinden. Daar klopte helemaal niets van." Paniek maakte zich van haar
meester. Om negen uur in de avond was Manon nog altijd in geen velden of
wegen te bekennen. Toen was er geen ontsnappen meer aan: een normale
zomerdag was ontaard in een nachtmerrie.