Elke
maand 12 euro van moordenaar
Wie wordt veroordeeld wegens een geweldsdelict, kan ook worden
verplicht een vergoeding te betalen aan zijn slachtoffer of diens
nabestaanden. Maar voor hen is dat in de praktijk vaker een last dan
een genoegdoening. Mans Kerstholt kan er over meepraten. Hij treedt op
als voorman van de VVRS, een belangenorganisatie voor nabestaanden van
moordslachtoffers.
Op 16 oktober 1999 werd zijn zwager Tjirk van Wijk
met tientallen messteken om het leven gebracht.
Kerstholt heeft sindsdien contact met vele lotgenoten. Een ‘vergeten
groep’, noemt hij de nabestaanden van moordslachtoffers. ,,De zaken
die ons troffen, kregen veel publiciteit. Maar na de rechtszaak is het
over. Voor de nabestaanden begint dan pas de echte lijdensweg.’’
In een groeiend aantal zaken wordt de dader verplicht een
schadevergoeding te betalen aan de nabestaanden, juist om die
lijdensweg iets draaglijker te maken. Maar in veel gevallen wordt het
er alleen maar erger door, zegt Kerstholt. ,,Ik sprak pas nog een
vrouw wier zoon is vermoord.
Ze krijgt nu een schadevergoeding van
negenduizend euro van de dader, maar die heeft geen cent. Dus wat
gebeurt er? Elke maand krijgt ze twaalf euro op haar rekening
bijgeschreven. Elke keer de naam van die dader op je bankafschrift,
dat is al verschrikkelijk. En die schadevergoeding is op zo’n manier
natuurlijk een farce. In dit tempo is het geld over zestig jaar
overgemaakt.’’
Kerstholt en zijn medestanders begonnen een lobby in politiek Den Haag
voor een betere betaling van schadevergoedingen. De staat moet het
bedrag in één keer uitkeren aan de slachtoffers. Daarna moet de
dader het terugbetalen aan de staat. Kamerleden als Aleid Wolfsen
waren positief, maar tijdens een gesprek met minister Donner ving de
vereniging afgelopen maandag bot. ,,Maar inmiddels is er een
Kamermeerderheid voor het plan.’’