juni 2006          Nabestaanden            

037

IS ZWIJGEN ALTIJD GOUD?           

ALS SLACHTOFFERS EN NABESTAANDEN RECHT VAN SPREKEN KRIJGEN

Komende maand zal de Eerste Kamer verder vergaderen over het wetsvoorstel dat Tweede Kamerlid Boris Dittrich (D66) heeft ingediend om het spreekrecht van slachtoffers of nabestaanden in de rechtszaal mogelijk te maken. De ouders van Alan Roos en Joes Kloppenburg geven hun visie.

 

Machteloos

“De officier van justitie, de advocaat van de verdachte en de rechter kregen negen zittingen lang alle tijd om over onze zoon, Alan Roos, te praten. Soms wisten we zeker dat wat over hem gezegd werd niet juist was, maar we moesten ons mond houden, ons beheersen. Soms hadden we het tijdens de zitting wel uit willen schreeuwen. Zeur toch niet door over details, onze zoon is verdomme vermoord!”

 

De ouders van Alan zetten de balkondeur open.

Als het te koud werd, moest ik dat maar zeggen. Er werden shagjes gedraaid en opgerookt. Achter elkaar door. Ze vertelden het hele verhaal zoals zij dat al vele malen hadden gedaan. Op moederdag 14 mei 2000 werd opgemerkt dat Alan niet thuis was gekomen van een avondje naar de disco. Er werd alarm geslagen. Alan bleek met een andere jongen, Daan de Blok, te zijn vermoord. De lichamen van de jongens werden in de parkeergarage van Loosduinen teruggevonden.

“We vroegen de rechtbank om het woord te mogen voeren tijdens de zitting, maar dat werd ons geweigerd. Wel heeft één van de rechters een stukje uit de brief voorgelezen die wij aan het dossier hadden laten toevoegen. In hoger beroep vroegen wij wederom spreekrecht aan. Weer werd het ons geweigerd. Ter compensatie las de advocaat-generaal onze brief vrijwel geheel voor. Maar toch hadden we liever zelf het woord gevoerd.

We voelden ons daar machteloos en boos over.

Wij kunnen toch het beste zelf vertellen hoe het voelt om onze zoon te verliezen?”

Na de dood van Alan sloot het echtpaar Roos zich aan bij de Vereniging “Ouders van een Vermoord Kind”. Deze Vereniging is steeds een fervent voorstander geweest om het spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden tijdens de terechtzitting in te voeren.

“Ik voelde me heel sterk”

In de praktijk reageren rechters verschillend op verzoeken van slachtoffers en nabestaanden om tijdens de zitting het woord te voeren. Soms wordt het spreken hen geweigerd, soms toegestaan.

De ouders van Joes Kloppenburg werden door de rechtbank zelfs uitgenodigd om tijdens de terechtzitting te spreken. “We waren blij dat we het woord mochten voeren. In de rechtszaal zaten we met de hele familie naast elkaar. Op een stoel tussen ons in hadden we een grote foto van Joes neergezet, bovenop een tas, zodat alle aanwezigen hem goed konden zien,” aldus de vader van Joes.

“Toen ik de tekst schreef die ik tijdens de zitting zou voordragen, kwamen de woorden als vanzelf”, zegt de moeder van Joes. “Ik verwoordde wat zijn dood voor ons betekende. Ik probeerde eerst de gevoelens van mij en mijn man samen te vatten met die van onze drie dochters. Dat bleek niet te lukken. Toen heb ik na het verhaal van Jan en mij nog kort de gevoelens van onze dochters opgesomd. Alledrie kwamen zij apart aan bod. Het was heel aangrijpend. Alle aanwezigen waren geëmotioneerd, ook de rechters en de officier van justitie. Ik heb de tekst nadien nooit meer gelezen. Dat durf ik niet.”

De vader van Joes overhandigde mij de tekst en vroeg of ik nog iets te drinken wilde.

“Nadat ik hoorde dat Joes er niet meer was, kon je me opvegen. Ik kon het tuinpad nauwelijks meer aflopen, zo moe was ik. Maar toen ik tijdens de zitting het woord mocht voeren, voelde ik me heel sterk. Ik voelde me serieus genomen. De rechters moesten weten hoe ons gezin er sinds de dood van Joes aan toe was. En ik deed het voor Joes. Ik was het hem verplicht om te spreken nu hij dat zelf niet meer kon.”

Spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden

Tweede Kamerlid Boris Dittrich (D66) diende begin oktober 2001 een initiatiefwetsvoorstel in. Slachtoffers van ernstige misdrijven, zoals mishandeling, zedenzaken en ernstige verkeerszaken en nabestaanden van moord- en doodslagzaken zouden in de toekomst gebruik moeten kunnen maken van het spreekrecht.

De beroepsvereniging van rechters en officieren van justitie in Nederland (NVvR) en de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) vinden - zo blijkt uit de toelichting van het wetsvoorstel – het zinvol dat bij alle gerechten dezelfde regels ten aanzien van het spreekrecht gaan gelden. Zo moet in de toekomst voorkomen worden dat sommige slachtoffers en nabestaanden wel spreekrecht wordt toegekend en anderen niet.

Eind vorig jaar heeft de Tweede Kamer unaniem ingestemd met het wetsvoorstel. Komende maand zal het wetsvoorstel in de Eerste Kamer verder behandeld worden.

 

Waarom spreekrecht?

Dittrich voert in de toelichting van het wetsvoorstel een aantal redenen aan waarom het spreekrecht moet worden ingevoerd. Het spreekrecht kan bijdragen aan het begin van het herstel van de emotionele schade die bij het slachtoffer of de nabestaanden is aangericht. Verder kan, wanneer van het spreekrecht gebruik wordt maakt, de rechter tijdens de zitting zien en horen hoe het hen vergaat. Deze informatie kan de rechter bij zijn oordeel betrekken. Bovendien kan de verdachte rechtstreeks van het slachtoffer of diens nabestaanden horen wat het gepleegde misdrijf in hun leven betekend heeft. Dit besef kan misschien voorkomen dat de verdachte in de toekomst weer een strafbaar feit zal begaan.

Tenslotte kan de verklaring van het slachtoffer of diens nabestaanden indruk maken op de familieleden van de verdachte wanneer zij aanwezig zijn op de publieke tribune. Ook kan in voorkomende gevallen de media over de strafzaak – en over de inhoud van de verklaring – publiceren. Wanneer een breder publiek op de hoogte raakt van de gevolgen die het plegen van een misdrijf op slachtoffers en nabestaanden heeft, dan kan dit preventief werken.

 

Emancipatie

Sinds de jaren tachtig is er steeds meer aandacht gekomen voor de positie van het slachtoffer in strafprocedures. Zo kan het slachtoffer sinds de jaren negentig tijdens het proces een schadeclaim indienen tegen de verdachte. Ook mogen slachtoffers in ernstige strafzaken bij een politiefunctionaris uit het opsporingsteam een schriftelijke verklaring afleggen en deze aan het strafdossier laten toevoegen. Verder zijn op veel parketten coördinatoren aangesteld, die het contact met het slachtoffer of diens nabestaanden verzorgen. Zowel de ouders van Alan Roos als die van Joes Kloppenburg zijn positief over de wijze waarop zij door politie en justitie benaderd zijn. “We mochten zo vaak naar het bureau komen als we wilden. En we hebben er vaak gezeten... ze waren zo geduldig”, aldus mevouw Roos. En het echtpaar Kloppenburg stelde het op prijs dat de politie de verschillende verklaringen die zich in het dossier bevonden op hun verzoek had samengevat.

“Toch zijn we er met het spreekrecht nog lang niet”, zegt mevrouw Roos. “Zo woonden wij gedurende twee jaar negen zittingen bij. Eentje duurde tot negen uur ’s avonds. We hadden de rechtbank vooraf laten weten dat veel familieleden, vrienden en lotgenoten met ons mee zouden komen ter ondersteuning. Rond etenstijd werd de zitting geschorst. We werden de gang opgestuurd en zochten naar een automaat om iets te eten en te drinken. Alle automaten in het gerechtsgebouw waren leeg. Na enige tijd mochten wij de rechtszaal weer in. Het rook er naar kippesoep! De pers, de rechters en misschien ook wel de verdachte hadden soep gekregen. Maar de zitting ging over onze zoon Alan die vermoord was, en wij kregen niets! En dan die keer dat ik op de toilet in het gerechtsgebouw de familieleden van de daders tegenkwam. Vreselijk!”

In de toelichting op het wetsvoorstel wordt in dit verband opgemerkt dat het onwenselijk kan zijn wanneer een slachtoffer of diens nabestaanden, die gebruik willen maken van het spreekrecht, de verdachte(n) vóór de zitting tegen het lijf lopen. De voorzitter van de strafkamer kan om die reden bepalen dat voor het begin van de zitting in een aparte kamer kan worden gewacht.

Voorlichting

Dittrich wijst er in de toelichting op het wetsvoorstel op dat het van belang is slachtoffers en nabestaanden te wijzen op de beperkingen van het spreekrecht.

Zo mogen zij niet hun visie geven op de verdachte of op de toe te kennen straf. Een goede voorlichting is belangrijk. Om die reden moet een goed contact bestaan tussen het slachtoffer of de nabestaanden en de politie of de officier van justitie.

De vader van Joes Kloppenburg beaamt dat het spreekrecht slechts een beperkte reikwijdte heeft. “Ik heb niet het idee dat we tot de dader zijn doorgedrongen. Hij heeft het gehele proces bijna niets gezegd. Soms mompelde hij iets onverstaanbaars. Eén keer reageerde hij verontwaardigd. Mijn vrouw was aan het woord. Zij beschreef hoe onze zoon op beestachtige wijze was vermoord. Dat raakte hem. Ik ben geen beest, fluisterde hij. De dader zal geen idee hebben wat hij heeft aangericht. Niet alleen jegens ons gezin, maar ook jegens de verschillende groepen vrienden waar Joes mee omging. Hij is al weer op vrije voeten en heeft zijn therapie niet afgemaakt. Al zou hem maar opgelegd worden dat hij elke maand handmatig een klein bedrag aan een goed doel zou overmaken, zodat hij zich altijd blijft herinneren wat hij gedaan heeft. Het mag nooit weer gebeuren. 

Daar zit je dan
in stil verdriet
de rechter heeft het woord
de schreeuw in mij
zij mogen niet
dat via mij
mijn kind eens wordt gehoord

Mijn kind met zoveel dromen
een toekomst in 't verschiet
met ouders in conflict te komen
nee deze woorden mogen niet

Geen stem vanuit het kind
voor mij is dat heel triest
maar luister toch
wat een ouder ondervindt
die zelfs het spreekrecht
vanuit het kind
zo zondermeer verliest

Gedicht van, Marijke Schipper

 

 

Tekst: M.B. van den Akker

 

   

 

Contact

A.D.S.home

Gastenboek

  Inschrijven

TV en Radio

 

INDEX

 Interview 037