02-08-2006    Bianca Nooijens nabestande van       zie ook  

044

 

  Magazine 

 

Zoals Bianca Nooijens (32) uit het Brabantse Etten-Leur zegt, wier moeder en enige zus in 2001 werden vermoord: ‘ Mijn leven is verwoest. Bij alles wat ik doe zit het nog in me. Ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed.  Elke minuut van de dag denk ik aan mijn moeder en Regina.’

Het waren moorden in de ‘relationele sfeer’, zoals dat heet.

De dominante man van Bianca’s zus gaf opdracht aan zijn laagbegaafde 23-jarige broertje om zijn vrouw Regina te doden.

 

Die logeerde toen bij haar ouders, uit angst voor haar man . Vader werd neergeslagen, moeder werd neergeschoten, de gevluchte Regina werd later op straat gewurgd. Bianca deed de identificatie van haar zus, het beeld van het wegtrekken van het laken zou haar maandenlang blijven teisteren, dag en nacht. ‘Ik zag die blauwe plekken en ben half hysterisch de kamer uitgerend: “Ze is gewurgd, ze is gewurgd!”’ Naderhand ging ze terug en praatte ze tegen Regina: ‘Ze hebben ze gepakt, die klootzakken. Nu kun je rust hebben.’

 Ja, ze wist dat de man van Regina gewelddadig was, maar dat hij tot zoiets in staat zou zijn had ze nooit verwacht. Marco begon Regina pas echt te bedreigen toen ze eenmaal de echtscheiding had aangevraagd. Helemaal mis liep het, nadat ze aangifte tegen hem had gedaan wegens kindermishandeling van hun dochtertje Melissa – de rechtbank besloot daarna dat de volledige voogdij bij Regina kwam te liggen. ‘Ik pak je nog wel!’, riep hij tegen haar.

Zijn broertje, de eigenlijke moordenaar, werd veroordeeld tot twaalf jaar plus tbs; Marco kreeg 18 jaar  – met de automatische aftrek is hij over acht jaar vrij. Aanvankelijk had de rechtbank in Breda hem levenslang opgelegd, maar het hof in Den Bosch oordeelde dat de 27-jarige Marco gezien zijn leeftijd recht had op een tweede kans. Tot ontsteltenis van Bianca. Als Marco tot levenslang was veroordeeld, had ze het dochtertje van haar zus in huis genomen. Nu durft ze niet, uit angst dat hij haar gezin iets aandoet zodra hij vrij is. ‘Ik kan het risico niet lopen. Iemand die al zoiets heeft gedaan – waartoe is hij nog meer in staat?’ Melissa woont tegenwoordig bij een pleeggezin.

 Bianca Nooijens deelt haar leven tweeën: ‘Voor het gebeuren en na het gebeuren.’ Ook zij herinnert zich de crematie slechts als een vage vlek, als een gebeurtenis die ze meemaakte vanachter donker glas.  ‘Ik weet nog dat er twee kisten stonden, dat er heel veel bloemen waren en dat het ontzettend druk was.’ Die twee kisten, dat vonden de aanwezigen  zo’n akelige aanblik, hoorde ze later. Dat gevoel had ze toen helemaal niet. Toen iedereen was vertrokken, hield ze er nog een heel afscheidsverhaal tegen. ‘Pas naderhand denk je: Ik heb tussen twee kisten gestaan, die van mijn moeder en mijn zus.’

 Bij haar man overheerst de woede over de daders, bij Regina overheerst het verdriet om het verlies. Ook haar vader is ze ‘in principe kwijt’. Hun toch al fragiele relatie is stukgelopen na de moord. Ze heeft nu therapie, voor de tweede keer, naast jarenlange begeleiding door een maatschappelijk werkster. ‘Ik heb een tijd geprobeerd het van me af te duwen. Maar het voelt als verraad om niet aan ze te denken. En door te proberen er niet aan te denken, denk ik er juist aan. Had ik maar dit gedaan, had ik maar dat gedaan.’

  Er zijn dagen dat ze alleen maar apathisch op de bank zit, tegenover de kast die helemaal vol staat met familiefoto’s uit gelukkige tijden, van ‘voor  het gebeuren’. Terwijl: ze moet door. Ze heeft een gezin, twee dochters, van 4 en 8. De oudste lijdt eronder, is het afgelopen jaar blijven zitten. Ze stelt vragen, zomaar, ineens, tijdens het boodschappen doen.: ‘Maar hoe hebben die boeven oma dan doodgemaakt? Want het zijn boeven die het gedaan hebben – dat het de vader van Melissa is geweest, dat vaders zoiets kunnen doen, dat is voor een meisje van 8 veel te bedreigend.

 Regina is harder geworden, zegt ze, heeft minder vertrouwen in mensen. ‘Ik heb sowieso minder vertrouwen in de rechtsstaat.’ Ze noemt tal van pijnlijke voorbeelden van verkeerd geregelde zaken tijdens de rechtszittingen, maar wat nog het meest steekt is dat de 7-jarige Melissa elk half jaar naar haar vader moet, in de gevangenis. Zo is dat wettelijk geregeld. Het is tenslotte haar vader. ‘Ik heb je moeder dood laten maken omdat zij niet lief was’, zei hij in het begin tegen Melissa. Met als gevolg dat Melissa heel lang niet níet lief durfde te zijn: anders zou zij ook worden doodgemaakt. Pas op haar twaalfde kan Melissa beslissen het contact met hem te verbreken. ‘Maar hij niet iemand om zich daarbij neer te leggen’, zegt Bianca, onderkoeld.

 Het gemis is onbeschrijflijk, zegt ze. Haar leven is geruïneerd door andermans wreedheid. Ze heeft geen toekomst meer, met haar moeder en haar zus, maar ook geen verleden meer. ‘Ik kan aan niemand meer vragen hoe ik vroeger  was. Wat mijn man en kinderen ook doen, dát krijg ik niet terug. En ik heb heel lieve vriendinnen, maar zoals ik kon praten met mijn zus en mijn moeder, dat vanzelfsprekende begrip, omdat ze mij door en door kenden - dat vind ik bij niemand.’     

 Écht gelukkig zal ze nooit meer worden, denkt Bianca. Écht genieten kan ze niet. ‘Ik kan wel weer lachen. Ik heb zelfs al een paar keer echt gelachen. Waarna ik een huilbui kreeg. Want ik mocht niet lachen van mezelf.’

 

 

   

 

 

Contact

A.D.S.home

Gastenboek

  Inschrijven

 TV en Radio

 

INDEX

 Interview 044