Die logeerde toen bij haar
ouders, uit angst voor haar man . Vader werd neergeslagen, moeder werd
neergeschoten, de gevluchte Regina werd later op straat gewurgd.
Bianca deed de identificatie van haar zus, het beeld van het
wegtrekken van het laken zou haar maandenlang blijven teisteren, dag
en nacht. ‘Ik zag die blauwe plekken en ben half hysterisch de kamer
uitgerend: “Ze is gewurgd, ze is gewurgd!”’ Naderhand ging ze
terug en praatte ze tegen Regina: ‘Ze hebben ze gepakt, die
klootzakken. Nu kun je rust hebben.’
Ja, ze wist dat
de man van Regina gewelddadig was, maar dat hij tot zoiets in staat
zou zijn had ze nooit verwacht. Marco begon Regina pas echt te
bedreigen toen ze eenmaal de echtscheiding had aangevraagd. Helemaal
mis liep het, nadat ze aangifte tegen hem had gedaan wegens
kindermishandeling van hun dochtertje Melissa – de rechtbank besloot
daarna dat de volledige voogdij bij Regina kwam te liggen. ‘Ik pak
je nog wel!’, riep hij tegen haar.
Zijn broertje, de eigenlijke
moordenaar, werd veroordeeld tot twaalf jaar plus tbs; Marco kreeg 18
jaar – met de
automatische aftrek is hij over acht jaar vrij. Aanvankelijk had de
rechtbank in Breda hem levenslang opgelegd, maar het hof in Den Bosch
oordeelde dat de 27-jarige Marco gezien zijn leeftijd recht had op een
tweede kans. Tot ontsteltenis van Bianca. Als Marco tot levenslang was
veroordeeld, had ze het dochtertje van haar zus in huis genomen. Nu
durft ze niet, uit angst dat hij haar gezin iets aandoet zodra hij
vrij is. ‘Ik kan het risico niet lopen. Iemand die al zoiets heeft
gedaan – waartoe is hij nog meer in staat?’ Melissa woont
tegenwoordig bij een pleeggezin.
Bianca Nooijens
deelt haar leven tweeën: ‘Voor het gebeuren en na het gebeuren.’
Ook zij herinnert zich de crematie slechts als een vage vlek, als een
gebeurtenis die ze meemaakte vanachter donker glas.
‘Ik weet nog dat er twee kisten stonden, dat er heel veel
bloemen waren en dat het ontzettend druk was.’ Die twee kisten, dat
vonden de aanwezigen zo’n
akelige aanblik, hoorde ze later. Dat gevoel had ze toen helemaal
niet. Toen iedereen was vertrokken, hield ze er nog een heel
afscheidsverhaal tegen. ‘Pas naderhand denk je: Ik heb tussen twee
kisten gestaan, die van mijn moeder en mijn zus.’
Bij haar man
overheerst de woede over de daders, bij Regina overheerst het verdriet
om het verlies. Ook haar vader is ze ‘in principe kwijt’. Hun toch
al fragiele relatie is stukgelopen na de moord. Ze heeft nu therapie,
voor de tweede keer, naast jarenlange begeleiding door een
maatschappelijk werkster. ‘Ik heb een tijd geprobeerd het van me af
te duwen. Maar het voelt als verraad om niet aan ze te denken. En door
te proberen er niet aan te denken, denk ik er juist aan. Had ik maar
dit gedaan, had ik maar dat gedaan.’
Er zijn dagen
dat ze alleen maar apathisch op de bank zit, tegenover de kast die
helemaal vol staat met familiefoto’s uit gelukkige tijden, van
‘voor het gebeuren’.
Terwijl: ze moet door. Ze heeft een gezin, twee dochters, van 4 en 8.
De oudste lijdt eronder, is het afgelopen jaar blijven zitten. Ze
stelt vragen, zomaar, ineens, tijdens het boodschappen doen.: ‘Maar
hoe hebben die boeven oma dan doodgemaakt? Want het zijn boeven die
het gedaan hebben – dat het de vader van Melissa is geweest, dat
vaders zoiets kunnen doen, dat is voor een meisje van 8 veel te
bedreigend.
Regina is harder
geworden, zegt ze, heeft minder vertrouwen in mensen. ‘Ik heb
sowieso minder vertrouwen in de rechtsstaat.’ Ze noemt tal van
pijnlijke voorbeelden van verkeerd geregelde zaken tijdens de
rechtszittingen, maar wat nog het meest steekt is dat de 7-jarige
Melissa elk half jaar naar haar vader moet, in de gevangenis. Zo is
dat wettelijk geregeld. Het is tenslotte haar vader. ‘Ik heb je
moeder dood laten maken omdat zij niet lief was’, zei hij in het
begin tegen Melissa. Met als gevolg dat Melissa heel lang niet níet
lief durfde te zijn: anders zou zij ook worden doodgemaakt. Pas op
haar twaalfde kan Melissa beslissen het contact met hem te verbreken.
‘Maar hij niet iemand om zich daarbij neer te leggen’, zegt Bianca,
onderkoeld.
Het gemis is
onbeschrijflijk, zegt ze. Haar leven is geruïneerd door andermans
wreedheid. Ze heeft geen toekomst meer, met haar moeder en haar zus,
maar ook geen verleden meer. ‘Ik kan aan niemand meer vragen hoe ik
vroeger was. Wat mijn man
en kinderen ook doen, dát krijg ik niet terug. En ik heb heel lieve
vriendinnen, maar zoals ik kon praten met mijn zus en mijn moeder, dat
vanzelfsprekende begrip, omdat ze mij door en door kenden - dat vind
ik bij niemand.’
Écht gelukkig
zal ze nooit meer worden, denkt Bianca. Écht genieten kan ze niet.
‘Ik kan wel weer lachen. Ik heb zelfs al een paar keer echt
gelachen. Waarna ik een huilbui kreeg. Want ik mocht niet lachen van
mezelf.’