Een paar uur na haar
verdwijning werd de achttienjarige studente sociologie Anne de
Ruijter de Wildt gevonden. Vervolgens duurde het drie jaar voor
de moord kon worden opgelost. Jaap (62) en Helga (61) de Ruijter
de Wildt hebben zich intensief met het opsporingsonderzoek
bemoeid en hielden door hun felle optreden in de publiciteit de
zaak levend.
Toen het onderzoek naar de moord vastliep en ook diverse andere
moorden in Groningen onopgelost bleven, richtten zij de
Stichting Groningen Veilig op. Ze drongen met succes aan op een
apart team voor cold cases en pleitten voor een betere
rechtspositie van nabestaanden.
‘We konden iets
doen en dat gaf in het begin houvast. Later zijn we in therapie
gegaan.’
‘Iedereen verwerkt het anders, maar je moet het uiteindelijk zelf
doen. Eén ding wisten we zeker: we wilden niet levenslang
slachtoffer zijn. Ook voor onze zoon. Het leven gaat door.’
Als advocaat houdt Jaap de Ruijter de Wildt praktijk aan huis. Helga
doet het secretariaat. De eerste tijd schoot het werk erbij in. Maar
toen de dader eenmaal was veroordeeld, pakte Jaap zijn praktijk
stukje bij beetje weer op: vreemdelingenzaken. In de werkruimte
hangt bij de deur een geschilderd portret van Anne. ‘Soms spreek ik
haar toe,’ zegt Helga. ‘De herinneringen blijven leven. Alleen wordt
Anne niet ouder. Toen Anne werd gevonden, zei ik: “Wat moet ik hier
in godsnaam van leren?”’
In het begin wilde
Helga steeds terug naar de plek. ‘De eerste keer alleen om
bloemen te leggen, maar ik moest weten wat er was gebeurd. Jaren
later heb ik in de nacht van Koninginnedag op dezelfde tijd de
mogelijke route gelopen die Anne had genomen. In een lange rok,
hoge hakken aan. Net als zij.