Wie
heeft onze Tamara vermoord? Is de dader een bekende?
Haar
vader, moeder, zus en vriend worstelen sinds Tamara's dood op 12 juli
2006 met deze vraag. Tamara Wolvers (28) werd in de nacht van 11 op 12
juli om het leven gebracht in haar ouderlijk huis aan de Maasstraat in
Alphen.
Het lijkt er op dat ze de deur heeft open gedaan voor een bekende: er
zijn geen sporen van inbraak gevonden. Haar familie en vriend leven
sinds Tamara’s dood met de vraag: kennen wij de dader?
Tamara's ouders Berry en Nel, haar zus Chantal en haar vriend Patrick
Bijl hebben elk hun eigen, pijnlijke herinneringen aan de dag van
Tamara’s dood. Patrick zat voor zijn werk in Koeweit. ,,We belden elke
ochtend, middag en avond. Toen we ’s middags nog geen contact hadden
gehad, heb ik haar werk gebeld waar ze ook heel bezorgd waren.’’
De angst bleek terecht: Patrick kreeg bericht dat zijn geliefde dood
was. Veel later pas hoorde hij dat het om moord ging. Na een aantal
slopende uren en veel hulp van zijn werkgever vloog Patrick terug naar
Nederland. Chantal had ’s nachts om half drie al het gevoel: ,,Ik moet
naar mijn zus! Raar hč, maar we waren zo close, zagen elkaar bijna elke
dag, deden veel samen. Ik sms’te die middag naar haar, vanaf het
Zegerstrand, maar kreeg geen antwoord. Er klopte iets niet.’’ De
politie belde vanuit haar werkplek: of ze naar het bureau wilde komen.
,,Wat had ik gedáán? Had ik iets misdaan op mijn werk? Dat wilden ze
niet zeggen. Ik stemde er uiteindelijk in toe dat ze me kwamen ophalen.
Tijdens het wachten dacht ik: er is iets met mijn ouders.’’ In de
auto vertelde de politie dat het om haar zus ging. ,,Ik gilde: dit gaat
niet over Tam! Mijn zus blijft bij mij!’’ De zoektocht naar
haar ouders, Nel en Berry, die op een camping zaten, begon. Chantal werd
gehoord door de politie. ,,Ze vertelden mij niet dat Tamara was
vermoord; dat heb ik zelf pas na een hele tijd op een computer
ontdekt.’’ Chantal zat in een ruimte apart toen haar ouders op het
bureau arriveerden. ,,Ik hoorde mijn moeder het uitkrijsen. Het was
vreselijk, dat ik op dat moment niet bij haar kon zijn.’’ Berry en
Nel zaten op een camping waarvan alleen Tamara het adres wist. Nel: ,,Ik
had Tamara ’s middags nog willen sms'en: ’Mis je me al?’ Voor de
gein, want zo’n sms'je kreeg ik eens van haar toen ze net in Koeweit
zat, bij Patrick.’’ Het sms’en kwam er niet van. Berry ontdekte
’s avonds op zijn gsm tien gemiste oproepen van Chantal. Hij kreeg
haar heel kort aan de lijn, daarna de politie. Er was iets ernstigs
gebeurd. Berry: ,,We sprongen meteen in de auto. Nel huilde de hele weg
lang. We hadden begrepen dat er iets met Tamara was. ,,Ze leeft nog,
dachten wij eerst. In welk ziekenhuis zou ze liggen? Maar de politie
biedt niet zomaar aan je te komen halen. Dan is het heel erg, wist ik.
Op het bureau zei ik: Tam is er zeker niet meer? Dat bevestigden ze. Dan
zak je door de grond. Toen we hoorden dat het geen ongeluk was, maar
moord, vloeide alles om ons heen weg. De wereld stortte in.’’ Het
afscheid van Tamara was intens. ,,We hebben haar mooi gemaakt, gekust,
vastgehouden, toen we haar terugkregen.’’ Goede vrienden vingen hen
fantastisch op; Patrick en Chantal regelden een indrukwekkende
herdenkingsdienst op het Rijnplein. Berry: ,,We zijn zo blij dat we dat
hebben kunnen doen, voor haar.’’