2009

Jan en Afra Kloppenburg de ouders van

i.m. Joes Kloppenburg

           

059

 

‘Ons huwelijk kwam in gevarenzone’

Voor Jan Kloppenburg (71) was er na de gewelddadige dood van zijn zoon Joes op 17 augustus 1996 eerst de verdoving, daarna het gemis en het trieste besef dat er geen nakomelingen met zijn naam zouden komen. Zijn drie dochters hebben inmiddels ieder twee kinderen. In de woonkamer hangen een schilderij en een tekening van Joes. Zijn eerste en zijn laatste schoen staan op een kast. De rechtsgang destijds was slopend. Door tegenstrijdige rapportages diende de verdachte eerst nader te worden onderzocht en kreeg hij uiteindelijk geen tbs.

 

Tijdens de zitting eind april 1997 vroeg de president of de ouders van het slachtoffer het woord wilden voeren. ‘Dat was uniek. Afra was bang dat ze geen woord kon uitbrengen, maar heeft het tóch gedaan. Het voelde als een bevestiging dat we als partij werden erkend.’
Negen maanden na de dood van Joes reageerde Jan Kloppenburg verward toen hij ’s ochtends wakker werd. ‘Mijn vrouw vroeg iets en ik gaf alleen maar antwoorden die nergens op sloegen.
Ze heeft er de buurman bij gehaald en even later lag ik in het VU-ziekenhuis. Alles met betrekking tot Joes was van mijn harde schijf gewist. Ik denk dat dat mijn geestelijke noodrem was. Na drie dagen kwamen de herinneringen gelukkig terug.’

Anderhalf jaar ‘na Joes’ had Kloppenburg weer energie over en begon de Stichting Kappen Nou! Vernoemd naar de poging van Joes om agressieve jongeren die avond een halt toe te roepen. Tien jaar lang was hij bijna monomaan bezig om jongeren te waarschuwen voor de gevaren van overmatig gebruik van drank en drugs. Zo maakte hij de dood van Joes voor zijn gevoel minder zinloos en hoopte hij (uitgaans)-geweld te voorkomen. ‘Het werk voor de stichting heeft mij veel opgeleverd, ook voor mijn verwerking van het gemis. Ik ben een doener. Bovendien leeft Joes in die stichting voort.’
Door zijn gedrevenheid dreigde zijn huwelijk echter in de gevarenzone te komen. Mannen en vrouwen zitten echt anders in elkaar, zegt hij. ‘Het is het verhaal van Venus en Mars. Ik was naar buiten gericht, Afra en de dochters meer naar binnen. Al kort na het verlies verweet mijn vrouw mij: “Moet ik het verdriet alléén dragen?” Ze vond het raar dat ik niet huilde als zij huilde.
‘Na mijn black-out ben ik, in navolging van mijn vrouw en dochters, in therapie geweest, later ook samen met Afra. Dat heeft geholpen, maar onderhuids blijft er een zekere spanning. Als een veenbrand die weer kan oplaaien. Dat gevecht blijft. Ik vraag mij af of het ooit zal worden als vroeger. Er is natuurlijk erg veel gebeurd.’

 

JAN KLOPPENBURG

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Contact

A.D.S.home

Gastenboek

  Inschrijven

 TV en Radio

 

INDEX

 Interview 059