Martin Eijben broer van Gerda (de moeder van
Jeroen)
Woensdag 15 november 2006 was de 3e dag in het proces tegen de daders van de moord op Jeroen.
Lange, inspannende dagen. Martin en Gerda hebben gesproken in de
rechtszaal. Het was doodstil; de verklaringen hebben (dachten wij) wel indruk
gemaakt. Cees en Ria van Rooij zijn maandag en deze dag ook geweest. Het
geeft een goed gevoel dat er zo meegeleefd wordt.
De vermissing van Jeroen kwam
voor mijn familie in een tijd die voor ons al zéér moeilijk was. Mijn vader,
Jeroen’s opa, was terminaal ziek en met z’n allen deelden we de zorg en de
verantwoordelijkheid die dit met zich meebracht. En opeens moesten we onze
aandacht verdelen tussen 2 ingrijpende gebeurtenissen. Mijn vader voelde zich
schuldig dat hij niet kon helpen zoeken naar Jeroen. En omdat hij ons nodig had,
terwijl zijn kleinzoon vermist werd.
Twee weken voor Jeroen gevonden werd is hij
overleden.
Ik sta hier voor mijn zuster
Gerda en zwager Bert. Mijn nichtje, mijn ouders, mijn gezin. Om te proberen
onder woorden te brengen wat de moord op Jeroen met ons gedaan heeft. En wat de
invloed hiervan zal zijn voor de rest van ons leven. De gapende wond, bijna
letterlijk, bij onze Gerda. Bert die de brokken bij elkaar probeert te rapen,
maar dat lijkt maar niet te willen lukken. Yvonne, die geen broer meer heeft.
Haar lieve Zoë die haar oom nooit zal leren kennen.
De hele zaak is vanaf het begin
onwerkelijk geweest. Een vermissing zie je op TV. Het overkomt altijd iemand
anders. De onzekerheid over het lot van de jongens. De wanhoop als het zo lang
duurt en we nergens iets kunnen achterhalen. De hoop dat we Jeroen tóch op enig
moment weer in onze armen kunnen sluiten. Als politieman, al ruim 25 jaar, heb
ik veel ellende gezien, verdriet van dichtbij meegemaakt en in zaken
meegedraaid. Dat haalt het allemaal niet bij wat mijn familie, mijn gezin,
doorstaat.
Ik kan mijn kinderen niet meer
onbezorgd buiten laten spelen. Mijn zoon van 21 moet ik loslaten. Hij studeert,
werkt en heeft er de leeftijd voor. Maar ik kan het niet, want wie garandeert
mij dat hem niets overkomt? Mijn dochter die toen (net 11 geworden), het niet
meer zag zitten, depressief was en zelfs het woord zelfmoord in de mond nam.
Mijn jongste zoon van nu 9, die een expert is geworden in het aanvoelen van
iemands verdriet en met zijn armpjes om je heen zijn best doet om je te
troosten.
Jeroen was een gouden gozer.
Beetje stoer doen, grote mond, maar oh zo’n klein hartje. Hij heeft wel eens
wat geflikt en dat wist ik door mijn werk natuurlijk vrij snel. Maar het stond
niet tussen ons in. Het was meer kattenkwaad, knulligheid, dan criminaliteit.
Hoe kan hem dan in godsnaam
zoiets overkomen? Wij hebben begrepen dat Jeroen van niets wist. Op de verkeerde
tijd, op de verkeerde plaats loopt hij tegen de verkeerde mensen op. En ze
brengen hem om. Niet met een simpel pistoolschot, nee, op beestachtige wijze,
met 33 messteken. Ze werken Jeroen weg. Hij mag nooit gevonden worden.
Alle lof voor politie en
justitie. Door hun vasthoudendheid en vastberadenheid zijn de jongens wél
gevonden. Maar het heeft al zo lang geduurd, dat we Jeroen niet meer kunnen
zien, aanraken, vasthouden.
Hoe is het mogelijk dat de
jongens 6 weken vermist zijn geweest? Als we sneller meer informatie hadden
gehad, dan had de politie vrijdags al actie kunnen ondernemen. Dan was Jeroen
meteen gevonden. En dan hadden mijn zus en zwager afscheid kunnen nemen van hun
kind.
Hun verdriet kan ik u niet
uitleggen. Het is groot, overweldigend en altijd aanwezig. En ons verdriet is om
dat dagelijks te zien en niets voor ze te kunnen doen. Wij staan machteloos en
hulpeloos. Proberen er voor hen te zijn, wanneer dat maar nodig is. Maar voor je
gevoel schiet je altijd tekort.
Mensen die dit allemaal
veroorzaken, met één onbezonnen daad, beseffen dit allemaal niet. Of juist
wel, maar het laat ze onverschillig. Die dienen gestraft te worden. Heel zwaar
en lang, zodat ze dagelijks met de gevolgen van hun daden geconfronteerd worden.
Maar welke straf er ook volgt:
Jeroen komt nooit meer thuis. De wond bij zijn ouders en zus, het gat in onze
familie, blijft voor altijd. Levenslang.