Haar
dochter Katja werd op 25-jarige leeftijd vermoord door haar vriend. Hij
brengt haar 22 februari 2001 met zes messteken om het leven, omdat hij
niet wil dat ze erachter komt dat hij twee maanden eerder een goede
vriendin van haar heeft gedood. Anderhalf uur later springt hij voor de
trein. In zijn auto laat hij een afscheidsbrief achter waarin hij beide
moorden bekent.
“Van een vriendengroep kregen we bloemen, met linten waarop stond: “We
zijn er voor jullie”. Na drie maanden blijkt dat zij de beloofde
ondersteuning niet kunnen waarmaken, ons verdriet en verlies van Katja is
te groot voor hen. Wel kregen we er weer lieve vrienden bij, die samen met
ons een bijna onbegaanbaar pad volgen.
Het voelde alsof ik in één
klap van deze wereld was afgeslagen. Dat Katja – ons enig
kind – dood was, drong in eerste instantie niet tot me door.
Ik huilde niet, maar raakte in een diepe shock. Ik kon niet
meer eten. Als ik wakker werd, gaf ik over. Het heeft ruim
een jaar geduurd voordat ik voelde dat ik Katja kwijt was.
Mensen zagen me in de tuin werken en trokken daaruit de
conclusie dat het wel weer ging.