januari 2007                     Nabestaanden van

i.m. Anneke van der Stap

 

zie ook  

079

 

Vriend die Anneke als laatste zag lucht hart

 

„Ik voel me vreselijk schuldig. Omdat ik Anneke heb uitgenodigd en omdat ik haar niet heb gebeld nadat ik haar op de trein heb gezet.”

 

Precies anderhalf jaar na de nog altijd raadselachtige dood van de Rijswijkse Anneke van der Stap lucht Lifan (27), de Enschedese vriend van de vermoorde studente, voor het eerst zijn hart. In de hoop iets bij te dragen bij het moeizame politieonderzoek.

 

De tengere en schuchtere student commerciële economie, die Anneke op maandagavond 11 juli 2005 voor het laatst levend zag, heeft het er zichtbaar moeilijk mee.

Zijn antwoorden zijn kort en details, zoals over de opvallende kleding die Anneke droeg en de twee spoorloze tassen, kan hij zich niet meer herinneren.

 

,,Het is al lang geleden, dat ben ik vergeten. De politie zoekt nog steeds een Pucca-tas, maar ik heb alleen gezegd dat het erop leek”, zegt Lifan.

Ook het opvallende lichtblauwe T-shirt met een harde tekst over mannen, waarin Anneke op 22 juli langs het Rijswijkse Jaagpad werd aangetroffen, zegt Lifan niets: „Volgens mij had ze een jurk aan.”

 

Wel staat die laatste dag met de 22-jarige Rijswijkse in zijn geheugen gegrift.

 

„Ik vond haar op een gegeven moment erg stil, vooral toen een vriendin, met wie ik nu een relatie heb, langskwam. Normaal was ze altijd heel vrolijk en in voor een geintje. Ze leek me een gelukkig meisje. We hebben overdag Japanse tekenfilms gekeken, op msn gezeten en games gespeeld. Na de barbecue op mijn balkon heb ik haar tegen half tien op de trein gezet. Ik heb haar zien instappen en zwaaide nog naar haar.” 

 

Over wat daarna is voorgevallen, kan Lifan alleen maar speculeren.

„Ik denk dat ze op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was. Want niemand, behalve ikzelf, wist hoe laat ze de trein had genomen.”

 

Dat Anneke op station Amersfoort ruzie had, zoals een getuige meldde, kan hij zich niet voorstellen: „Daar was ze het type niet voor.”

Toen de Enschedese politie bij hem op de stoep stond met de mededeling dat ze iemand zochten, schrok hij. „O shit, wat is er met haar, dacht ik. Ze doorzochten het hele huis en vroegen of we ook een schuur hadden. Ik heb Anneke meteen gebeld, maar ze reageerde niet, terwijl ze dat anders altijd wel deed”.

 

Het onderzoek van de Enschedese politie, enkele dagen nadat Anneke was verdwenen, noemt hij oppervlakkig en lang niet zo intensief als dat van het korps Haaglanden.

 

Met de familie van Anneke heeft hij nauwelijks contact.

„Misschien omdat ze me het gevoel hebben gegeven dat ik er iets mee te maken heb. Bij ons sprak ze ook niet over thuis. Voor haar was de manga-club, net als voor mij, een wereld waarin ze haar normale leven even helemaal kon vergeten.”  

 

 

   

 

Contact

A.D.S.home

Gastenboek

  Inschrijven

TV en Radio

 

INDEX

 Interview 079