In de woonkamer
van Greetje Schmitz (63), ‘ergens’ in de provincie Groningen,
hangt geen portret van haar vermoorde broer Boris Schmitz (45).
‘Bewust. Alleen een paar foto’s van de kleinkinderen. Ik heb
Boris wel in een laatje liggen en kan hem zo pakken. Maar hij
zit in mijn hoofd en hart. Het was zo’n lieverd. Boris was
lichamelijk beperkt en woonde nog bij mijn ouders. Die jongen
deed geen vlieg kwaad.’
Op
5 september 2001 werd Boris Schmitz bij een ruzie doodgestoken
op een stuk land buiten het Groningse dorp Musselkanaal. Over de
toedracht zit Greetje nog altijd vol vragen. ‘De dader meldde
zich dezelfde avond bij de politie. Er is daarna geen goed
sporenonderzoek gedaan, geen buurtonderzoek. Niets.
Wat er in het onderzoek fout kon gaan, is
fout gegaan.’ Hoe ze zich voelt, verschilt per dag. ‘Dat is niet
altijd gemakkelijk. Maar ik kan er gelukkig goed over praten met
mijn man. Boris is altijd latent aanwezig. Als het hekje piept,
boem, is Boris er weer.’
De dader woonde op vijf minuten van
haar ouders. Hij kreeg vier jaar
wegens doodslag, en dook na het
uitzitten van zijn straf onverwachts
weer op in de omgeving. ‘Een zwager
hoorde dat hij op een rommelmarkt
stond.
Toen ik de gevangenis belde of de
moordenaar van Boris Schmitz inderdaad al weer vrij was, zei een
cipier botweg: “Waarom vraagt u het hem niet zelf!” Hij weigerde
verder antwoord te geven op mijn vraag.’
Haar vader is inmiddels overleden.
Haar moeder van 85 steekt elke
vijfde van de maand een kaarsje op
voor Boris. Overal hangen zijn
foto’s. ‘Ze mist hem
verschrikkelijk. Na zijn dood zijn
vader en moeder verhuisd. In het
oude huis was Boris overal aanwezig.
Alsof hij zo naar binnen kon komen
stommelen. Ik ben nooit meer in zijn
paardenstal geweest.