| |
|
Oog in oog met moordenaar vader
Chantalle
Wind bezocht politiekiller Rudi B. in bajes
Menigeen
gruwelt alleen al bij de gedachte. Maar Chantalle Wind (19) was vastberaden:
„Ik wilde per se de moordenaar van mijn vader recht in de ogen kunnen
kijken.” De dochter van de in september 2004 doodgeschoten brigadier Jan
Wind uit Enschede heeft – ondanks de pijnlijke confrontatie – een positief
gevoel aan haar ontmoeting met de Duitse junk Rudi B. overgehouden. „Ik voel
me een stuk lichter.”
Al jarenlang had Chantalle één grote wens: Rudi B. in zijn gezicht zeggen
wat – zoals ze het zelf noemt – voor enorme klootzak ze hem vond. Zo bot
heeft ze het hem uiteindelijk niet gezegd, toen ze hem afgelopen vrijdag
opzocht in de penitentiaire inrichting De Grittenborgh in Hoogeveen. „Maar
ik heb ’m in subtiele bewoordingen toch behoorlijk duidelijk kunnen maken
hoe ik over hem denk.”
Het is inmiddels bijna drie jaar geleden dat Jan Wind (47) in de binnenstad
van Enschede van dichtbij in de borst werd geschoten op het moment dat hij
Rudi B. wilde fouilleren. Een vrijwel dagelijkse routineklus in een grensstad.
De junk trok echter ineens zijn Walther P38 en gaf de brigadier geen schijn
van kans. Bovendien schoot Rudi B. even later tijdens zijn vlucht op een vol
schoolplein een hoofdagent in het hoofd, toen die een meisje uit de vuurlinie
wilde slepen. De politieman vocht wegenlang voor zijn leven, maar overleefde
de aanslag op wonderbaarlijke wijze.
Rudi B. bleek nogal wat op zijn kerfstok te hebben. Zo zat hij al eens een
celstraf van achttien jaar uit voor meerdere bankovervallen en zou vlak voor
de fatale schietpartij in zijn vaderland opnieuw gewapende overvallen hebben
gepleegd. Aanvankelijk werd hij tot levenslang veroordeeld, maar later werd
deze straf door het gerechtshof omgezet tot 20 jaar. Al houdt dat niet in dat
B. na zijn detentie zomaar weer in de Nederlandse samenleving wordt
losgelaten. Hij zal namelijk in Duitsland ook nog worden vervolgd voor de
overvallen, zo verzekert de Nederlandse justitie.
Dat Chantalle als nabestaande van een misdrijf kiest voor een onorthodoxe
aanpak bleek al gedurende het hoger beroep. Tijdens het proces maakte ze
gebruik van haar spreekrecht, waarbij haar ontroerend relaas diepe indruk
maakte op alle aanwezigen in de zaal.
Behalve op Rudi B., zo leek het… Die zat erbij en keek ernaar. Met een
gezicht of het hem allemaal niet aanging. Afgelopen vrijdag had het echter
weinig zin nog langer de vermoorde onschuld te spelen. In een spreekruimte van
de gevangenis stond hij nu namelijk oog in oog met Chantalle.
Ze herkende ’m eerst niet eens. „Ik dacht bij mezelf: huh, is dat ’m?
Zijn haar was veel langer en hij is enorm afgevallen sinds hij in de
gevangenis zit. Hij keek heel onschuldig uit zijn ogen, een beetje angstig...
Waarschijnlijk vanwege de confrontatie met de dochter van zijn slachtoffer.”
Vier
muren
Maar ze deed waarvoor ze kwam: de moordenaar van haar vader recht in de ogen
kijken. „Waar we het over hebben gehad? We hebben afgesproken dat de inhoud
van het gesprek tussen vier muren zou blijven. Daar drong hij op aan.”
Eén ding wil ze wel kwijt: „Ik wilde hem voorleggen hoe het voor hem zou
zijn als degene die een dierbare van hem had vermoord tegenover hem zou
zitten. Hoe hij reageerde? Nou, hij is vooral heel handig in het omzeilen van
vragen.” Het hele gesprek duurde circa drie kwartier. „Ik ben geen moment
bang geweest. De beveiliging liet ook weten dat, wanneer hij op zou gaan
staan, we binnen de kortste keren buiten zouden zijn.”
De ontmoeting met Rudi B. heeft haar alleen maar verder gesterkt in haar
voornemen om in de voetsporen van haar vader te treden. Ze wil agente worden,
zoals ze dat eigenlijk al wilde toen ze nog een kleuter was. „Ik volg
momenteel een administratiejuridische opleiding als voorbereiding op de
politieschool. Volgend jaar ga ik stage lopen bij de politie Almelo. Nee, niet
in Enschede. Daar ken ik de mensen te goed en kennen ze mij.”
De hele ontmoeting zorgt er niet voor dat ze anders over Rudi B. is gaan
denken. Hij is en blijft voor altijd de moordenaar van haar vader. Behoefte
aan een tweede ontmoeting heeft ze dan ook niet. Het ging haar vooral om
haarzelf. Om haar gedachten en emoties kwijt te kunnen. En daar is de
confrontatie goed voor geweest. „Ik voel me een heel stuk lichter.”
|
|
|
 |
|
|
|