Het Turkse politieonderzoek naar de beestachtige moord op het
Nederlandse echtpaar Ans (72) en Rob (70) Klaarmond stevent af op een
faliekant fiasco. Nabestaanden horen niets meer van de Turkse militaire
politie, maar zijn wel opgezadeld met een juridische nachtmerrie omtrent
de nalatenschap van het vermoorde echtpaar. „Ik ben al maandenlang
bezig met rechtbankprocedures, beëdigde vertalers en advocaten om de
erfenis af te wikkelen”, verzucht Cor van Staveren uit het Friese
Oudega, één van de broers van de doodgeslagen Ans.
Het uit Drenthe afkomstige echtpaar werd begin oktober vorig jaar dood
aangetroffen in hun pasgebouwde villa in het gehucht Duaci, nabij de
Zuid-Turkse plaats Yesilbayir. De dader moet als een waanzinnige hebben
ingebeukt op hun schedels, want de verwondingen waren zó bloederig dat
de Turkse rechercheurs eerst dachten dat het echtpaar met een
hagelgeweer was beschoten. Pas bij de autopsie werd duidelijk dat het
moordwapen een klauwhamer moet zijn geweest.
Het lichaam van Rob werd gevonden in de garage, Ans’ lichaam in de
woonkamer. Ze waren een week tot tien dagen al dood toen ze werden
gevonden door klusjesman Nisan Sehan, die een lijkengeur rook.
Hoewel de villa compleet overhoop was gehaald en minutieus was
doorzocht, was het de daders vreemd genoeg niet te doen om waardevolle
spullen. Een muurkluis stond wagenwijd open, bankpassen en paspoorten
waren onaangeroerd en ook andere persoonlijke bezittingen bleven
gespaard, zoals antiek, een gloednieuwe Volkswagen Jetta en een
bijzondere motorfiets. De Jetta stond gisteren nog steeds op het terrein
van de militaire politie in Yeniköy. Ans’ broer Cor van Staveren
heeft na de repatriëring van de lichamen en de begrafenis niets meer
gehoord van de autoriteiten over het moordonderzoek. Wel is hij beland
in een ambtelijke nachtmerrie bij de afwikkeling van de erfenis. „We
accepteerden niet direct de erfenis, omdat onduidelijk was of er
schulden waren. Bovendien is het maar de vraag voor hoeveel we de villa
kunnen verkopen. Is het wel verkoopbaar na dit drama?”
De nabestaanden
laten zich inmiddels bijstaan door een Turkse advocate, van Nederlandse
afkomst, die rechten heeft gestudeerd in Nijmegen en in Istanboel. „Ik
ben er zó druk mee. Ik heb er een dagtaak aan. Notarissen, beëdigde
tolken, advocaten, het kost allemaal handenvol geld”, verzucht Van
Staveren. De politie heeft de moordvilla, met een verzekerde waarde van
een ton en met daarin de complete inboedel, verzegeld, maar bewaking is
er niet geregeld.
Lange tijd gold klusjesman Sehan
van het echtpaar als de voornaamste verdachte, maar tot een aanhouding
kwam het niet. De kleine Sehan was een vertrouweling van het echtpaar.
Hij had de sleutels van de villa en hielp Rob met internetbankieren. Een
andere verdachte was de Duitse buurman Frederico, met wie het stel was
gebrouilleerd over de levering van water uit een drooggevallen put.
„Toen de put voor € 4000 moest worden verdiept tot 400 meter, werd
het tarief eenzijdig verhoogd, wat tot spanningen leidde. Uiteindelijk
is de hond van die Duitser met een afgesneden kop gevonden… Of dat
ermee te maken heeft? Tja, wie zal het zeggen. Ans’ jongste zus heeft
één week voor hun dood nog een brief ontvangen, maar daarin staat geen
woord over problemen. Sterker, ze zeggen gezellig te hebben gegeten bij
die Duitse buren. Dan moet die ruzie zich wel razendsnel hebben geëscaleerd.”
Van officiële zijde krijgen de nabestaanden amper bijstand. „Het
ministerie van Buitenlandse Zaken verbood ons zelfs rechtstreeks contact
te zoeken met de Turkse politie. Waar moeten we dan nu wel aankloppen
voor meer informatie? We weten gewoon niet waar we het moeten zoeken”,
klaagt de broer van de vermoorde Ans.
Het laatste dat de nabestaanden hoorden over de kwestie, was tijdens het
bezoek van de Drentse wijkagent, die op verzoek van de Turkse
autoriteiten een vragenlijst voorlegde over de achtergronden en
gewoonten van Ans en Rob, tot hun eet- en drinkgewoonten aan toe.
„Maar sindsdien hebben we niets meer gehoord. De zaak is als een
nachtkaars uitgegaan. Ik heb de indruk dat ze de zaak laten
doodbloeden”, aldus de broer, die geen hoop heeft dat het mysterie
ooit nog wordt opgelost. „Ik berust er maar in.”
Door
Johan van Dongen en Bart Olmer
|