Tinka’s
moordenaars nog één keer voor de rechter:
Onze handen jeukten’
Vier mensen beraamden de
moord op Tinka van Rooij (27) in 2004. Drie werden veroordeeld; één van
hen werd al twee keer vrijgesproken. Het O.M. probeert het nog één keer.
De zaak tegen Betty B.
Vrijdag 27 juni 2008, Paleis
van Justitie, Arnhem. Buiten schijnt de zon maar in de rechtszaal wordt
het koud rond ieders hart door de woorden van Ria van Rooij. Ze is de
moeder van Tinka van Rooij, de mooie Brabantse blondine die vier jaar
geleden op 27 jarige leeftijd werd vermoord en gedumpt in de Biesbosch.
Ria van Rooij maakt gebruik van haar spreekrecht en probeert de
aanwezigen maar vooral Betty B. de laatste verdachte die nog op vrije
voeten is en stoïcijns voor zich uit staart, uit te leggen wat er
gebeurt wanneer je kind wordt vermoord en gedumpt als oud vuil. Dat
lijkt een schier onmogelijke taak maar mama van Rooij komt een heel end:
“Als je kind is vermoord
lijkt het alsof je in een vreemd land bent waarvan je de taal niet
spreekt. Je opent je mond om iets te zeggen en je krijgt de indruk dat
niemand je begrijpt. Het lijkt alsof iedereen die je tegenkomt ziet dat
je anders bent dan zij. Wij hebben een andere blik en ruiken naar
tragedie. We worden elke dag weer heen en weer geslingerd van pijn,
verdriet en gemis naar woede, haat en wraak naar de personen die dit je
gezin hebben aangedaan. Anderzijds beseffen we dat wraak onze grootste
vijand aan het worden is. We zijn bang dat het nooit meer goed komt met
ons leven. Ons leven heeft alleen maar een verleden. De kleur is
eruit…alles is grijs geworden.”
Ria neemt een slokje water,
aangereikt door haar dochter Marielle die naast haar zit en schraapt
haar keel. Met zachte maar heldere stem vervolgt ze:
“Kan iemand mij vertellen
hoe ik rouwen moet? Ik weet het niet. Diepe intense pijn heb ik. Niet
alleen geestelijk, maar ook lichamelijk. Er zit een gat in mijn hart dat
nooit meer dicht gaat. Het traumatische beeld van Tinka’s in plastic en
tape verpakte dode lichaam raak ik maar niet kwijt. Iedere dag denk ik
aan 26 mei 2004. De dag dat Tinka werd vermoord. Verdriet zie je niet
aan de buitenkant. Het zit in je lijf, diep van binnen. Wij leven
niet…wij overleven.”
Als Ria stopt met spreken is
het stil in de rechtszaal. Vrouwen snotteren, mannen kijken
ongemakkelijk naar de grond. De rechters zwijgen. Alle blikken zijn
gericht op de kleine, in elkaar gedoken vrouw in de beklaagdenbank. Doet
het haar wat? Ze trekt haar schouders op en staart voor zich uit.
Zwijgend. Zoals ze dat al drie dagen doet.
De drie mannen die vier jaar
geleden de moord op de Brabantse Tinka van Rooij hebben beraamd en
uitgevoerd om haar vervolgens in de Biesbosch te dumpen, zijn
veroordeeld tot respectievelijk 9, 12 en 15 jaar gevangenisstraf. Prima
tot zover. Maar wat niet prima is, is dat de vierde handlanger, Betty B.,
nog steeds op vrije voeten is. Respectievelijk 9 en 12 jaar heeft ze
tegen zich horen eisen. Maar tot twee keer toe werd ze vrijgesproken.
Hoe dat kan? Door de onbetrouwbaarheid van de getuigenverklaringen van
haar drie handlangers Arno Norbart, Angelo de Been en Jack B.
Zelfs voor de rechters is
het zo klaar als een klontje dat deze vrouw van de hoed en de rand wist,
dat staat letterlijk in de vonnissen die ze tot nu toe hebben geveld.
Maar daarvoor kan ze niet veroordeeld worden. Omdat iemand geen
meldingsplicht van een delict heeft, zelfs niet als het moord betreft
(!), wanneer hij daarmee een bloedverwant, in Betty’s geval haar broer
Jack B., in justitiële problemen brengt. Dat ze ervan wist was dus niet
genoeg; haar medeplichtigheid moest bewezen worden. En dat is tot nu toe
nog niet ‘juridisch en onomstotelijk’ gelukt. Met het gevolg dat deze
vrouw, die volgens moordenaar Arno Norbart zelfs de drijvende kracht
achter de moord op Tinka is geweest, al tot twee keer toe de dans
ontsprong. Nu zit ze voor de derde, en laatste, keer in het
beklaagdenbankje omdat het OM steeds tegen haar vrijspraak in beroep is
gegaan. En ze zwijgt. Als het graf.
Om het geval van Betty B.
opnieuw te beoordelen zijn er drie zittingsdagen uitgetrokken waarin
iedereen weer als getuige moest opdraven. Arno Norbart; de man die Tinka
met een stroomstok en een hamer van het leven beroofde. Angelo de Been;
degene die meehielp haar lichaam in te pakken en naar de boot te
vervoeren. En Jack B., die met zijn bootje het lichaam naar een diepe
plek in de Biesbosch voer en het overboord gooide. Twee zittingsdagen
waren in januari en afgelopen vrijdag was pas de derde.
De zittingsdagen waren voor
de familie van Tinka een zware beproeving. Ten eerste omdat alles weer
opnieuw werd opgerakeld. Ten tweede omdat Betty B., een onverschillig
ogende, flegmatische vrouw, in alle toonaarden bleef zwijgen. En ten
derde omdat de drie veroordeelden, met alle respect, niet alleen
onopgevoed, emotieloos en onbetrouwbaar bleken maar ook nog eens het I.Q.
van de gemiddelde kamertemperatuur bleken te hebben. Leg al hun
verklaringen uit het dossier naast elkaar en er zijn nagenoeg geen
overeenkomsten. Ze spreken niet alleen elkaar maar ook nog eens zichzelf
aan de lopende band tegen. Omdat ze allemaal een eigen agenda hebben.
Angelo de Been, voormalig relatie van Betty B. wil haar nu achter
tralies hebben omdat ze hem heeft verlaten dus heeft hij zijn
aanvankelijk niet belastende verklaring nu wél belastend gemaakt. Arno
Norbart wil, om zijn moverende redenen, Angelo dwarszitten dus die gaat
nu ineens heel positief over Betty praten terwijl hij in het begin ook
heeft geroepen dat deze de drijvende kracht achter de moord was. En
Jack, waar alleen maar onzin uitkwam, is de broer van Betty dus die
hoeft niets over zijn zus te zeggen vanwege verschoningsrecht. Betty
hoeft op haar beurt ook niets over Jack te zeggen vanwege datzelfde
verschoningsrecht. En ook niet over zichzelf vanwege haar zwijgrecht. Ga
er maar aanstaan om uit die chaos van tegenstrijdige belangen, zwijgende
verdachten en elkaar dekken familieleden een juridische zaak te bouwen.
En het onverteerbare voor de familie van Rooij is dat waarschijnlijk één
persoon hier opnieuw baat van gaat hebben: Betty B. de zwijgende
verdachte.
Na de laatste emotionele
zittingsdag komt advocaat generaal Dhr. J.W.M. Grimbergen afscheid nemen
van Ria en Cees van Rooij. Hij heeft opnieuw 9 jaar gevangenisstraf
geëist tegen Betty B.; gebaseerd op het feit dat volgens hem bewezen is
dat Betty B.: 1. Alles heeft mee beraamd. 2. De kaart van de Biesbosch
op tafel heeft gelegd om mee te kijken waar de diepste plekken waren om
Tinka’s lichaam voorgoed te laten verdwijnen. 3. Nieuwe telefoons voor
de mannen heeft geprogrammeerd zodat ze voor, tijdens en na de moord met
elkaar contact konden houden. 4. Tijdens de moord telefonisch contact
heeft onderhouden met haar broer Jack die zich, wachtend in zijn bootje
op de Biesbosch, afvroeg waar de mannen met het lijk bleven. 5. De auto
van Arno Norbart met chloor heeft schoongemaakt om Tinka’s bloed weg te
wassen en sporen te vernietigen. Hij vindt dat Betty’s medeplichtigheid
daarmee voldoende is bewezen en dat dat een eis van 9 jaar
rechtvaardigt.
“Hebben jullie het allemaal
een beetje overleefd?” vraagt hij vriendelijk aan het getergde echtpaar.
“Het was moeilijk,” geeft Cees van Rooij toe, “al die leugens, al dat
gedraai. Het feit dat Betty blijft zwijgen zegt toch ook iets? Als ze
onschuldig was zou ze toch alles doen om haar onschuld proberen te
bewijzen? Dan zou ze het toch van de daken schreeuwen?” Grimbergen heeft
ook geen hoge pet op van het zwijgen van de verdachte. Hij durft geen
enkele prognose over de afloop te doen. “Als ze opnieuw wordt
vrijgesproken wordt het echt een moeilijk verhaal,” legt hij uit. “Dan
moet er, om weer in cassatie te gaan, nieuw bewijsmateriaal op de
proppen komen en dat is er niet meer. Dan zullen we ons erbij moeten
neerleggen dat ze deze keer echt de dans ontspringt.”
Cees kijkt zijn vrouw Ria
aan en zegt: “Ik kan wel een pilske gebruiken. Zullen we even iets gaan
drinken om bij te komen Ria?” Zijn vrouw haalt haar schouders op en
glimlacht naar haar man. Zwijgend loopt het stel even later naar het
Grand café om de hoek, in stilte toch een beetje genietend van de zon op
hun wangen.
Wat was het meest
frustrerende van de drie zittingsdagen?
Ria: “Dat ze maar alles over
je kind mogen roepen. Zij kan zich niet meer verdedigen en wij moeten
zwijgen en mogen ons nergens mee bemoeien. Op dat ene moment van het
spreekrecht na. Dan roept zo’n Arno, die alleen maar interessant wil
doen, ineens dat Tinka iets van een grote harddrugs transactie af zou
weten en dat ze daarom moest sterven. Allemaal onzin. We hebben het aan
de rechercheurs gevraagd. Ze hebben Tinka’s leven binnenste buiten
gekeerd; alles onderzocht. Ze hebben, op het feit dat ze die
weedplantjes knipte na, niets belastend kunnen vinden.”
In de rechtszaal zei je
dat er weinig hulp is voor nabestaanden.
Ria: “Dat vind ik ook. Voor
verdachten staat op elke hoek van de straat een hulpverlener, een
psycholoog of een pro deo advocaat maar wij moeten het allemaal maar
zelf uitzoeken en bekostigen. Verdachten kunnen alles zeggen in de
rechtszaal. Of zwijgen als hun dat beter uitkomt. En je mag er niets
tegenin brengen. Ook na Tinka’s dood is haar nog heel veel onrecht
aangedaan.”
Cees: “Er zijn wel weer
wonden opengereten. Het is zo moeilijk om, terwijl je er maar drie meter
vanaf zit, te horen hoe ze over je kind hebben gedacht en gesproken.
Woorden als ‘wegwerken’, ‘er een einde aan maken’, ‘dumpen’.
Afschuwelijk als het over je dochter gaat. En dan die zelfingenomenheid
van zo’n Arno tijdens die verhoren. Zo blij dat hij een keer ergens de
hoofdrol in kan spelen. De lozer! Zo blij dat hij een keer interessant
kan doen. Mijn handen jeukten.”
Ria: “Soms kreeg ik ook de
neiging om ze bij de strot te grijpen hoor. Het zwijgen van dat mens!
Als ik onschuldig was geweest had ik in alle toonaarden geroepen dat al
die aantijgingen een schande waren. Ik had mijn medeleven betuigd. Was
verontwaardigd geweest. Maar kijk naar haar. Haar hele lichaamstaal zegt
dat ze schuldig is.”
Cees: “Over die lichaamstaal
gesproken: als wij aan het woord waren zat ze er als een verschrompeld
vogeltje bij en als haar advocaat aan het woord was ging ze met een
brutaal smoel achterover zitten met zo’n uitdagende houding van ‘wie
maakt mij iets?’ Ik kreeg moordneigingen, echt waar.”
Wel bijzonder dat de
rechercheurs die zich destijds met Tinka’s zaak hebben bezig gehouden
alle drie de dagen aanwezig waren.
“Die zijn fantastisch
geweest voor ons. Een enorme steun. Zij denken dat Betty deze keer ‘voor
gaas’ gaat, zoals zij dat noemen. Ik hoop het. Als ze maar het etiketje
‘schuldig’ opgeplakt krijgt. Dat de hele wereld weet dat het bloed van
onze dochter aan haar handen kleeft.”
Uitspraak: 11 juli 2008 om
14.00 uur rechtbank Arnhem