| |
|
‘We staan ermee op en gaan ermee
naar bed’
Honderden
foto’s zijn het enige dat Harrie en
Mini van der Meijden nog van hun
kleinkinderen hebben. Baby Daniël en
peuter Romy werden in Purmerend met
tientallen messteken vermoord.
Lotgenotencontact moet de
Eindhovense grootouders verder
helpen.
„Je
zou denken dat de onderlinge band
veel hechter wordt als er zoiets
ergs gebeurt. Maar dat hoeft dus
niet. Onze familie is helemaal uit
elkaar gevallen”, zegt Harrie van
der Meijden aan de eettafel in zijn
Eindhovense woning. Opa Harrie,
zoals hij zichzelf op de
herdenkingssite voor Romy en Daniël
noemt, praat samen met zijn vrouw
Mini voor het eerst publiekelijk
over de dood van hun kleinkinderen.
Een stapel
fotoboeken staat vol met hun
herinneringen. De pagina’s van voor
de moord zijn ver in de minderheid.
Er komen beelden van twee kleine
kistjes langs. Knuffels liggen voor
een boom bij de woning van de
moeder van de kinderen.
Aantekeningen van Harrie
complementeren het nog steeds
groeiende document.
Harrie: „De
eerste maanden na de geboorte van
Daniël mochten we alles van de
jonge ouders. Ze waren blij met onze
hulp, want dan konden ze samen eens
op pad. De kleintjes waren echt
schatjes, zulke makkelijke
kinderen. We hebben honderden foto’s
gemaakt en nog tig filmpjes. We zijn
er nu heel blij mee, want er komt
niets meer bij.”
Op
14 juni 2006
slaat het noodlot toe. De
schoondochter van Mini en Harrie
wordt aangehouden voor de moord op
haar twee kinderen. Mini’s zoon is
niet de vader van de twee, maar
voedt Daniël vanaf diens geboorte
mee op. Romy hoorde er volgens het
Eindhovense echtpaar ook helemaal
bij, de biologische vader van de
twee kinderen was niet in beeld.
De eerste
tijd na de dubbele moord komen
regelmatig vrienden langs. „Maar in
principe kan je eigenlijk bij
niemand echt je verhaal kwijt. Ze
zeggen: ‘Ga door, geef het een
plekje, je krijgt nog wel meer
kleinkinderen’. Maar al krijg je er
nog honderd, je krijgt er Romy en
Daniël niet mee terug.” Ineens is
Mini boos: „Mensen weten gewoon niet
wat ze moeten zeggen. Dan denk je
bij jezelf: ‘Ze weten niet beter’.
Maar zeg dan dat je niet weet wat je
moet zeggen. Dat weten wij ook
niet.”
Harrie: „Het
beheerst ons leven. We staan er mee
op en gaan er mee naar bed. Maar als
je erover begint, zie je dat mensen
denken: ‘Het gaat weer daarover’. Ze
zeggen dat het niet eens onze echte
kleinkinderen zijn.”
Mini: „Maar
het gaat toch om de emotionele band.
Vrienden zoek je uit. Die
kleintjes, ik had er zo’n band mee
opgebouwd.” Dan breekt ze. „Ik ben
blij dat ik ze vijf maanden zo’n
liefde heb kunnen geven. Daniël
schaterde als ik kwam, dat zegt toch
meer dan een bloedband? Maar
wettelijk sta je met je rug tegen
de muur.” Omdat ze geen directe
familie zijn, hebben ze geen recht
op informatie, bijvoorbeeld van de
politie.
Beiden
hebben veel
moeite met de verwerking van het
misdrijf. Mini liet zich vorig jaar
uiteindelijk opnemen in een kliniek.
„Mijn lichaam is nog steeds op. Ik
heb overal blokkades en pijn in mijn
rug. Ik heb altijd met zwaar demente
bejaarden gewerkt, maar ik kan het
niet meer.” Harrie zoekt tijdens de
opname van Mini zijn heil op
internet en surft naar artikelen
over de dood van zijn kleinkinderen.
Hij besluit
dan samen met Mini om in de vorm van
een herdenkingssite een digitaal
monumentje op te richten voor Daniël
en Romy. „Dat leverde vier maanden
lang e-mailtjes en brieven op van
mijn zoon en zijn schoonvader. Ze
vinden dat de kinderen te kijk staan
voor heel Nederland. Maar ik heb dat
nodig. Ik wil ze gewoon blijven
benoemen. Soms denk ik dat anderen
ze het liefst willen vergeten. Want
wie komt er nu op zo’n
herdenkingssite?
Dan ben je
echt actief op zoek naar
informatie”,
vindt Mini.
In
het gesprek vullen ze elkaar
voortdurend aan, Harrie zegt later
dat Mini sinds de dood van de
kinderen niet meer zo
‘gepassioneerd’ heeft gesproken. Het
enthousiasme is het grootst als ze
over het werk van Aandacht Doet
Spreken (ADS) vertellen. Harrie
ontdekt die lotgenotengroep als hij
naar informatie over de moord op
zijn kleinkinderen zoekt. „ADS
heeft twee doelen. Ze willen
lotgenoten van dodelijk geweld bij
elkaar brengen en aandacht vragen
voor de situatie van nabestaanden.”
De
Eindhovenaren zijn inmiddels de
contactpersonen voor de wijde
regio. Er komen volgens Harrie
jaarlijks zo’n 230 mensen door
geweld om het leven. „Er zijn dus
duizenden nabestaanden. Bij de
verschillende lotgenotengroepen zijn
maximaal vijfhonderd mensen
aangesloten. We bereiken zeker in
onze eigen regio nog veel te weinig
mensen.”
De herkenning
is voor Mini het belangrijkste. „Ik
ben nog steeds erg moe, heb
concentratieproblemen en had
vreselijke nachtmerries. Tijdens
lotgenotendagen merk ik dat er
mensen zijn die zes jaar verder zijn
en er nog steeds last van hebben.
Mijn kop draait overuren, vooral
omdat ik nog steeds niet weet wat er
precies gebeurd is. Op de
contactdagen staat mijn hoofd, staan
mijn gedachten even stil. Je kan er
even helemaal jezelf zijn en omdat
het zo veilig voelt, ontspan je
beter.”
De dagen en
soms ook weekeinden samen met
lotgenoten zijn niet enkel gevuld
met verdriet, benadrukken ze.
„Vorige keer
zat een deel van de groep te lachen
en een ander deel te janken.
Iedereen snapt dat en respecteert
dat. Als ik thuis lach, denken
mensen vaak dat mijn verdriet weer
over is, maar bij ADS snappen mensen
dat het nog lang niet voorbij is.”
De
lotgenotengroepen houden zich ook
bezig met het verbeteren van de
rechten van slachtoffers. Het
Eindhovense echtpaar maakt zich
persoonlijk hard voor het erkennen
van grootouders als zijzelf. „Er
komen steeds meer gebroken en
samengestelde gezinnen, waarin
familieleden geen bloedband hebben.
Er komen steeds meer
stief-grootouders. Daar moet iets mee
gedaan worden.” Harrie heeft zich
inmiddels ook op het inzamelen van
geld voor de lotgenotengroep
gestort. Ze willen het liefst een
spaarpot hebben om nabestaanden een
vandalismebestendig gedenkplaatje
of monumentje aan te kunnen bieden.
Het monumentje voor de vermoorde
Nicky Verstappen is al meerdere
keren vernield en het beukenboompje
voor Pascal Keizer werd door
vandalen afgebroken.
„Als ik dan
bij bekende bedrijven kom, zijn ze
erg terughoudend. Ze vragen me vaak
in wat voor crimineel milieu ik
verzeild ben geraakt, omdat mijn
kleinkinderen zijn vermoord.” Die
opstelling begrijpt Harrie niet.
„Ja, zo’n crimineel als Sam
Klepper, bij hem is het misschien
het risico van het vak. Het gaat bij
ons om een baby van vijf maanden en
een meisje van 23 maanden. Die
hebben toch niets kwaads gedaan?”
‘Er
is
iets ergs gebeurd, de kindjes zijn
dood’
Mini’s
zoon belde op 14 juni 2006 om kwart
voor negen ’s ochtends op. „Hij was
helemaal in paniek en vroeg of we
konden komen.
‘Er is iets
ergs gebeurd, de kindjes zijn weg.
Ze zijn dood’, zei hij. Het dringt
dan echt niet tot je door,”
herinneren Harrie en Mini van der
Meijden zich nog als de dag van
gisteren.
Romy en
Daniël zijn de kinderen van de
vriendin van de zoon van Mi- ni. De
familieband is vrij complex. In 2003
leert de Eindhovense Harrie Mini via
internet kennen. In mei 2005
trouwen de twee en de jongste zoon
van Mini krijgt kort erna een
relatie met een vrouw uit Purmerend.
„Die vrouw
had al een dochtertje, Romy, en
bleek enige tijd later zwanger te
zijn.
Dat was niet
van mijn zoon, maar hij ving beide
kinderen op. Hij was echt een
geboren vader”, vertelt Mini met
enige trots. Harrie en Mini mogen
enkele keren op ‘de kleintjes’
passen, zoals ze de kindjes
steevast noemen. Ze turven wie aan
de beurt is om een flesje te geven.
Tot die
onheilsdag. Wie Romy (bijna 2) en
Daniël (vijf maanden oud) met
tientallen messteken heeft
vermoord, is niet duidelijk
geworden. Hun destijds 21-jarige
moeder legde een bekentenis af. Ze
had cocaïne gebruikt en was in het
huis toen ze werden gedood. Het OM
eiste acht jaar en tbs, maar de
vrouw werd wegens gebrek aan bewijs
vrijgesproken. Ze gaf later een
altijd onbekend gebleven man de
schuld. Die zou op zoek zijn
geweest naar haar ex-vriend.
Mini kocht na
de moord voor het eerst in jaren
weer een pakje sigaretten. „Ik rook
nu nog steeds. Je zit in een film
waar je niet om hebt gevraagd. Je
denkt telkens dat als je met je
vingers knipt, het weer voorbij is,
dat je wakker wordt,” probeert ze
uit te leggen.
Na tien dagen
mogen de nabestaanden afscheid nemen
van de kinderen. „Toen stonden daar
twee witte kistjes. Mijn zoon was
helemaal overstuur. De kistjes waren
met Winny de Poeh-stickers beplakt.
Romy had zo’n triest gezicht. We
hoorden in de rechtszaal dat ze nog
echt heeft gevochten voor haar
leven. Daniël lag erbij alsof hij
sliep. Hij had zijn speentje in”,
zegt Harrie.
door Fleur
Besters
|
|
|
 |
|
|
|