15 maart 2009 Ds. Nies van Lier
 i.m.  Nicky Verstappen

zie ook   

101 094 093 068 013  

130

 3de zondag v.d. vastentijd, B, Lezingen: Exodus 20, 1-17; Evangelie: Johannes 2, 13-25

 

 

Beste dorpsgenoten,

 

            Vrijdag 13 maart zou Nicky Verstappen 22 jaar geworden zijn. Wie weet, misschien speelde hij al bij Sparta, of bij Madrid of Chelsea. Dat zijn fantasieën. Wij blijven in vragen steken. Die leven verder ondanks grote stilte. Daar moeten wij ook in stilte mee verder, totdat de onderste steen een keer helemaal onverwacht naar boven komt.

 

            De eerste lezing is ontleend aan het boek Exodus, dat de uittocht van het Joodse volk uit Egypte beschrijft, het begin van de tocht door de woestijn, en de wetten die God voorschreef en waarnaar zijn volk moest leven. Het zijn verhalen die zich rond 1250 vóór Chr. zouden hebben afgespeeld en die zo’n 500 jaar later zijn vastgelegd in de tekst die in de bijbel staat.

            In die oude tijden had iedere stam, ja bijna iedere familie zijn eigen goden, zoals ieder dorp wel zijn eigen clubs heeft. Er bestond dan ook een zekere rivaliteit tussen de goden. Jahweh, de stamgod van de joden, probeerde daar een eind aan te maken en eiste dat zijn volk zelfs aan geen andere god mocht denken. Dat was het eerste gebod. Verder komt er een serie geboden, beter: verboden, waar zijn volk naar moest leven. Allemaal ontleend aan gezegden die her en der al bestonden. Uiteindelijk zijn het allemaal praktische uitwerkingen van de Gulden Regel, “Wat gij niet wilt dat anderen u doen, doet dat ook niet aan hen,” die al veel langer bestond in allerlei beschavingen in Oost en West.

 

            Opvallend is dat de tien “geboden” vooral als verboden geformuleerd zijn. In onze tijd stellen ze niet veel meer voor. Tegenover het eerste gebod staat nu godsdienstvrijheid. Als op de dag des Heren niet meer gewerkt zou worden, zou de maatschappij chaos worden. Het vijfde gebod, gij zult niet doden, slaat nergens meer op nu we een bloeiende wapenindustrie hebben, die we economisch niet kunnen missen, ook al zal een eigenaar van zo’n fabriek het vijfde gebod trouw onderhouden. Het zesde gebod, gij zult geen echtbreuk plegen, maakt ons niet wijzer als we in onze tijd zoeken naar beleving van seksualiteit die recht doet aan man en vrouw en jong en oud. Het zevende gebod: gij zult niet stelen. In de geldwereld hoef je niet bang te zijn dat je kleingeld gestolen wordt, maar grof graaien, zoals we daar vertrouwd mee zijn geworden, dàt wordt nergens verboden.

 

            In ons leven en in deze tijd hebben we genoeg aan die Gulden Regel, maar dan positief geformuleerd zoals we hem b.v. vinden bij Matteüs 7, 12: “Alles wat gij wilt dat de mensen voor u doen, doet dat ook voor hen. Dat is Wet en Profeten.” Meer hoeven we niet te weten of te doen om een heel goed leven te leiden, en een betere wereld te krijgen. Wie toch meent dat er meer nodig is kan de woorden van Jezus: “Ik wil liever barmhartigheid dan offers (Mat.12, 7),” in praktijk brengen of zich afvragen wat Jezus bedoelde met de woorden ”De mond spreekt waar het hart van overloopt.”(Mat.12; 34).

 

            Het evangelie dat gaat over het hardhandig optreden van Jezus rond de tempel, eindigt met een mysterieus zinnetje: “Hij wist wat er in de mens stak en daarom was het niet nodig dat iemand hem over de mens inlichtte.”

Toen ik die woorden las, moest ik terugdenken aan de jongen van zeventien jaar die dinsdagmorgen in Duitsland 15 mensen doodschoot, vooral vrouwen. En aan de man die dezelfde dag in de V.S. een aantal mensen doodschoot.

Kan het zijn dat deze twee leefden in grote pijn, waarover zij niet konden praten of waar niemand aandacht aan schonk? Die pijn is dan geleidelijk tot een aardbeving of een tsunami geworden die blindelings en onverwacht losbarst.

Zulke drama’s vragen ons aandacht te geven aan pijn in onszelf, ze uit te spreken  en heel goed op te passen dat we bij anderen geen pijn te weeg brengen van welke aard ook, zoals door allerlei vormen van huiselijk geweld.

        

            De intense woede die Jezus overviel toen hij zag wat er op het tempelplein gaande was, wordt verklaard door zijn woorden: “Weg met dit alles. Maak van het huis van mijn Vader geen markthal.” Dat was iemand die intens pijn leed omdat het huis van zijn vader tot een ruïne werd gemaakt.

 

pastoor  Nies van Lier

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Contact

A.D.S.home

Gastenboek

  Inschrijven

 TV en Radio

 

INDEX

 Interview 130