3de
zondag v.d. vastentijd, B,
Lezingen: Exodus 20, 1-17;
Evangelie: Johannes 2, 13-25
Beste dorpsgenoten,
Vrijdag 13 maart zou
Nicky Verstappen 22 jaar
geworden zijn. Wie weet,
misschien speelde hij al bij
Sparta, of bij Madrid of Chelsea.
Dat zijn fantasieën. Wij blijven
in vragen steken. Die leven
verder ondanks grote stilte.
Daar moeten wij ook in stilte
mee verder, totdat de onderste
steen een keer helemaal
onverwacht naar boven komt.
De eerste lezing is
ontleend aan het boek Exodus,
dat de uittocht van het Joodse
volk uit Egypte beschrijft, het
begin van de tocht door de
woestijn, en de wetten die God
voorschreef en waarnaar zijn
volk moest leven. Het zijn
verhalen die zich rond 1250 vóór
Chr. zouden hebben afgespeeld en
die zo’n 500 jaar later zijn
vastgelegd in de tekst die in de
bijbel staat.
In die oude tijden
had iedere stam, ja bijna iedere
familie zijn eigen goden, zoals
ieder dorp wel zijn eigen clubs
heeft. Er bestond dan ook een
zekere rivaliteit tussen de
goden. Jahweh, de stamgod van de
joden, probeerde daar een eind
aan te maken en eiste dat zijn
volk zelfs aan geen andere god
mocht denken. Dat was het eerste
gebod. Verder komt er een serie
geboden, beter: verboden, waar
zijn volk naar moest leven.
Allemaal ontleend aan gezegden
die her en der al bestonden.
Uiteindelijk zijn het allemaal
praktische uitwerkingen van de
Gulden Regel, “Wat gij niet wilt
dat anderen u doen, doet dat ook
niet aan hen,” die al veel
langer bestond in allerlei
beschavingen in Oost en West.
Opvallend is dat de
tien “geboden” vooral als
verboden geformuleerd zijn.
In onze tijd stellen ze niet
veel meer voor. Tegenover het
eerste gebod staat nu
godsdienstvrijheid. Als op de
dag des Heren niet meer gewerkt
zou worden, zou de maatschappij
chaos worden. Het vijfde gebod,
gij zult niet doden, slaat
nergens meer op nu we een
bloeiende wapenindustrie hebben,
die we economisch niet kunnen
missen, ook al zal een eigenaar
van zo’n fabriek het vijfde
gebod trouw onderhouden. Het
zesde gebod, gij zult geen
echtbreuk plegen, maakt ons niet
wijzer als we in onze tijd
zoeken naar beleving van
seksualiteit die recht doet aan
man en vrouw en jong en oud. Het
zevende gebod: gij zult niet
stelen. In de geldwereld hoef je
niet bang te zijn dat je
kleingeld gestolen wordt, maar
grof graaien, zoals we daar
vertrouwd mee zijn geworden, dàt
wordt nergens verboden.
In ons leven en in
deze tijd hebben we genoeg aan
die Gulden Regel, maar dan
positief geformuleerd zoals we
hem b.v. vinden bij Matteüs 7,
12: “Alles wat gij wilt dat de
mensen voor u doen, doet dat ook
voor hen. Dat is Wet en
Profeten.” Meer hoeven we niet
te weten of te doen om een heel
goed leven te leiden, en een
betere wereld te krijgen. Wie
toch meent dat er meer nodig is
kan de woorden van Jezus: “Ik
wil liever barmhartigheid dan
offers (Mat.12, 7),” in praktijk
brengen of zich afvragen wat
Jezus bedoelde met de woorden
”De mond spreekt waar het hart
van overloopt.”(Mat.12; 34).
Het evangelie dat
gaat over het hardhandig
optreden van Jezus rond de
tempel, eindigt met een
mysterieus zinnetje: “Hij wist
wat er in de mens stak en daarom
was het niet nodig dat iemand
hem over de mens inlichtte.”
Toen ik die woorden las, moest
ik terugdenken aan de jongen van
zeventien jaar die dinsdagmorgen
in Duitsland 15 mensen
doodschoot, vooral vrouwen. En
aan de man die dezelfde dag in
de V.S. een aantal mensen
doodschoot.
Kan het zijn dat deze twee
leefden in grote pijn, waarover
zij niet konden praten of waar
niemand aandacht aan schonk? Die
pijn is dan geleidelijk tot een
aardbeving of een tsunami
geworden die blindelings en
onverwacht losbarst.
Zulke drama’s vragen ons
aandacht te geven aan pijn in
onszelf, ze uit te spreken en
heel goed op te passen dat we
bij anderen geen pijn te weeg
brengen van welke aard ook,
zoals door allerlei vormen van
huiselijk geweld.
De intense woede die
Jezus overviel toen hij zag wat
er op het tempelplein gaande
was, wordt verklaard door zijn
woorden: “Weg met dit alles.
Maak van het huis van mijn Vader
geen markthal.” Dat was iemand
die intens pijn leed omdat het
huis van zijn vader tot een
ruïne werd gemaakt.