‘Angst dat Tanja nooit wordt gevonden’
Jarenlang ontvluchtte Corrie Groen elke vrijdagmiddag rond kwart over twee haar huis in Schagen. Het geluid van de trein naar Den Helder deed haar teveel pijn. Het was de trein waarmee haar dochter Tanja op 3 september 1993 thuis had moeten komen voor het weekend.
De verdwijning van Tanja Groen is nog
steeds met raadselen omhuld. De 18-jarige Schagense verdween in de
nacht van 31 augustus op 1 september 1993 spoorloos in Maastricht na
een studentenfeest.
Medestudenten zagen haar wegfietsen. Tot op heden is dat de laatste
glimp van Tanja én haar fiets. Corrie: ,,De avond van haar
verdwijning belde ze nog om te zeggen dat ze een dagje later naar
Schagen zou komen.’’
Nu lacht Tanja in de woonkamer op drie foto’s haar ouders Adrie (66)
en Corrie (64) toe. Het is een afdruk van de pasfoto die ze vlak
voor haar verdwijning heeft laten maken voor de universiteit, waar
ze gezondheidswetenschappen zou studeren.
Naast een van de portretten heeft Adrie
een vers bosje bloeiende irissen gezet. De Internationale Dag van de
Vermiste Kinderen is ook de dag van Tanja. Net zoals de pastoor elk
jaar rond 1 september in zijn dienst stilstaat bij hun dochter, met
elk jaar een extra kaars en witte roos. Dit jaar zijn het er
zestien.
,,Het laat je geen dag los,’’ verzucht Corrie. ,,Ik ga nooit slapen
voor ik mezelf afvraag: meid, waar ben je? Kwam er maar een eind
aan. Ik kan het niet begrijpen.’’
Als Tanja niet thuiskomt, weten haar ouders direct dat het mis is.
,,Het is een heel makkelijk grietje. Ze kon heerlijk vertellen over
badminton of het uitgaan, languit op de bank met de voeten op tafel.
Ze was verlegen en keek de kat uit de boom, maar had nooit
problemen.’’
Als ze een dag later naar Maastricht afreizen, vinden Adrie en
Corrie een kamer waar verder niks ontbreekt. De verkleurde was hing
te drogen. Ze slapen twee nachten in Tanja’s kamer, vertelt Adrie,
terwijl de tranen in zijn ogen schieten. ,,Dat hadden we niet moeten
doen. Het voelde niet goed, dat wij daar sliepen terwijl ze weg
was.’’
Om die reden meden ze ook enkele maanden geleden Maastricht, toen
het boek Fietstocht zonder einde werd gepresenteerd. Corrie: ,,We
sliepen in Valkenburg. Voor ons geen uitjes naar Maastricht meer.
Als je weer wegrijdt, heb je het gevoel dat je Tanja achterlaat.’’
Corrie is begonnen in het boek van auteur Rob Hendriks over Tanja’s
mysterieuze verdwijning. Adrie kan het niet opbrengen. ,,Misschien
ooit.’’
In het begin is er nog hoop dat ze terugkomt. Dat het Tanja is als
de telefoon gaat of als iemand door het steegje loopt. Maar die hoop
vervaagt als de dagen weken worden, maanden en jaren.
,,Ik ga ervan uit dat ze niet meer leeft,’’ zegt Corrie. ,,Hoewel,
je ziet wat er in Oostenrijk is gebeurd met die Natascha Kamphues.
Maar ik wil er niet over nadenken dat iemand haar nu vasthoudt.’’
Adrie legt zich er niet helemaal bij neer. ,,Er is altijd een kans,
misschien maar één procent. Je hoopt dat iemand alsnog zijn mond
open doet.’’
Hoe gruwelijk de gedachte ook, Adrie en Corrie hopen dat Tanja’s
lichaam ooit wordt gevonden. De afgelopen jaren waren er enkele
momenten: Marc Dutroux, Michel Fourniret. Adrie: ,,Elke keer als
zo’n moordenaar wordt opgepakt, denk ik: zou hij iets weten?’’
Ze volgen grote verdwijning zaken op de voet, zoals Marlies van der
Kouwe op Bonaire. Corrie: ,,We weten wat die ouders doormaken.
Stiekem was ik jaloers op de ouders van Marlies. Zij is wél
gevonden, hoe erg het ook is. Onze grootste angst is dat Tanja nooit
wordt gevonden. Dat we dood gaan, zonder dat we het hebben kunnen
afsluiten. Daar heb ik geen vrede mee.’’
De meeste kleren van Tanja zijn naar Polen gestuurd. Een paar
dierbare spullen liggen in een koffer, zoals een beertje,
schoolspullen en haar badmintonracket. De kast en het bed staan er
nog, want het blijft ‘haar’ kamer. ,,Je voelt je bijna schuldig als
je vrolijk bent,’’ zegt Adrie. ,,Een neefje vroeg op een feestje een
keer: waarom lacht tante Corrie terwijl Tanja weg is?’’
Volgende maand (juni) wordt Tanja 34. ,,Je vraagt je wel eens af hoe
ze eruit zou zien, of ze haar studie had gered en of ze nu getrouwd
zou zijn.’’ Poes Sanne ligt uitgestrekt op de bank. Tanja haalde
haar uit het asiel, een jaar voor de verdwijning. De poes is oud,
maar nog gezond. ,,Het is een stukje van Tanja,’’ zegt Corrie. ,,Ze
zal geen jaren meer leven. Het zal wel moeilijk zijn als ook zíj er
niet meer is.’’
Tonny van der Mee (AD)
