Eindelijk zou het dan gebeuren: na al die jaren dachten
Ger en Clairy van der Burg hun kleindochtertje Isra (7)
weer in de armen te kunnen sluiten. Maar op de valreep
staken de Libische autoriteiten daar, zonder opgaaf van
redenen, een stokje voor.
Dit weekend is het exact vijf jaar geleden dat
Isra’s moeder Marisse,
dochter van Ger en Clairy, door haar ex-man, de Libiër
Hasèn A., werd vermoord, waarna hij het kind naar zijn
vaderland ontvoerde. „De maand augustus is voor ons een
loodzware beproeving”, zegt oma Clairy.
Jarenlang verkeerden beide grootouders in tergende
onzekerheid over het lot van Isra. Hasèns familie had al
die tijd beweerd dat ze niet wisten waar het meisje zat.
Maar een medewerker van de Nederlandse ambassade, die
zich onvermoeibaar voor de zaak inzette, wist haar op te
sporen. „We zijn deze man enorm dankbaar, maar het
wrange is dat hij door zijn inspanningen voor Isra zijn
carrière nu vaarwel kan zeggen. Hij is door Buitenlandse
Zaken op non-actief gesteld”, zegt Clairy.
Zij en haar echtgenoot Ger waren aanvankelijk de koning
te rijk toen ze te horen kregen dat ze Isra mochten
bezoeken, maar wat was de domper groot toen die
ontmoeting op het laatste moment niet doorging. Clairy:
„Drie weken geleden zouden we dan eindelijk naar Tripoli
afreizen. Libië houdt namelijk twee weken per jaar een
soort internationale ontmoetingsdag voor familie van
kinderen die daar naartoe zijn ontvoerd. De toezegging
lag er al, het enige wat nog ontbrak was de handtekening
van de Libische autoriteiten, maar die werd op het
laatste moment geweigerd.”
Ger en
Clairy uit het Drentse Peize hebben onderhand alle moed
verloren. Kleindochtertje Isra werd 9 augustus 2004 door
haar vader Hasèn A. gekidnapt naar Libië. Maar niet
nadat hij eerst naar het Twentse Goor was gereden om
moeder Marisse onder gruwelijke omstandigheden van het
leven te beroven. Bij verstek legde de Nederlandse
rechtbank levenslang tegen hem op. A. heeft voor de
moord vermoedelijk nog een aantal maanden in zijn
vaderland vastgezeten, maar kwam daar snel weer op vrije
voeten. „Dat is wat ons nog het meeste pijn doet:
moordenaars en ontvoerders mogen in Libië gewoon vrij
rondlopen, walgelijk. En de Nederlandse autoriteiten
staan erbij en kijken ernaar.”
Aanvankelijk vestigden opa en oma Van der Burg hun hoop
op de stille diplomatie. Maar dat bleek ijdele hoop. Of
zoals recherchechef Hans Kamperman het zegt in de
nieuwste Scan, het magazine van de politie Twente: „Het
ministerie van Buitenlandse Zaken deed naar mijn mening
nul komma nul.”
Toch
leek er onverwacht ineens schot in de zaak te komen
nadat op de Nederlandse ambassade een nieuwe hoge
functionaris werd aangesteld. Deze medewerker, afkomstig
uit Twente, trok zich het lot van Isra en de grootouders
aan. Hij begon op persoonlijke titel een zoekactie. Zo
reed hij iedere dag op weg naar zijn werk langs het huis
van A.’s moeder. In september 2007 had de functionaris
zelfs een ontmoeting met Isra. Hij maakte foto’s van
haar en overhandigde cadeautjes van haar opa en oma.
Clairy: „Ze praat intussen geen Nederlands meer. Toen
hij echter een foto van ons liet zien, kwam er een grote
glimlach op haar gezicht. Ze was ons nog niet vergeten.”
De ijzige stilte keerde echter terug nadat deze
diplomaat vorig jaar zijn functie neerlegde, officieel
vanwege een arbeidsconflict. Clairy: „Maar via via
hoorden we dat hij na de ‘affaire-Isra’ op non-actief is
gesteld. Vermoedelijk heeft hij te veel op eigen houtje
gehandeld. Buitenlandse Zaken hult zich zoals
gebruikelijk daarover in stilzwijgen. Neemt niet weg dat
we deze man ongelooflijk dankbaar zijn. We weten nu
tenminste dat Isra goed wordt verzorgd. Een hele
geruststelling.”
Buitenlandse Zaken wil inderdaad niets kwijt over de
reden waarom de functionaris niet meer op de ambassade
werkt. Een woordvoerder: „We doen vanwege privacyredenen
nooit mededelingen over personen.”