21 februari 2009 Monique Haster              

156

‘Ik word steeds aan Rick herinnerd’

De zus van Rick Haster, die op 22 februari 2008 op 46-jarige leeftijd in zijn garage in Amsterdam werd doodgestoken.

 

Toen garagehouder Rick Haster (46) op 22 februari 2008 ’s avonds niet terugkeerde van zijn werk in Amsterdam-Noord en zijn telefoon niet opnam, was de paniek groot, zegt zijn zus Monique (43). De broer van Ricks vrouw Angélica nam poolshoogte. De garagedeur stond open, de lichten brandden. Toen hij de zaak niet vertrouwde en de politie belde, werd hij meegenomen en als verdachte gehoord.

Pas later die avond mocht hij bellen en ging Angélica naar het bureau.
‘Er was in de garage een dode man gevonden, maar ze konden niet zeggen of het Rick was. Dan heb je nog een sprankje hoop. De volgende middag kwamen agenten ons condoleren. Vanaf dat moment hielden twee familierechercheurs ons op de hoogte van het onderzoek.

Met hen is een hechte band ontstaan. We mogen ze dag en nacht bellen.’

Monique ging uit van een roofoverval, maar waarom moest Rick dood? Zolang de daders niet waren gevonden, was iedereen op straat verdacht. ‘Ik reisde met de metro, maar daar ben ik mee gestopt. Overal zag ik de moordenaars van mijn broer.’
Dankzij het sporenonderzoek werden een maand na de moord twee Surinaamse neven van 16 en 21 jaar aangehouden. ‘Officier van justitie Martine Dontje heeft ons voorbereid op de gruwelijke details die tijdens de zitting naar voren zouden komen. Dat was zwaar, maar wel goed. Ik wilde het horen om voor mijn gevoel Rick niet alleen te laten.’
In de rechtszaal voelde Monique Haster zich machteloos toen ze de twee moordenaars van haar broer zag zitten. ‘Ik was met stomheid geslagen. Je kunt niets doen. In overleg met Slachtofferhulp hebben mijn moeder, Angélica en ik een slachtofferverklaring opgesteld. Die heeft Angélica voorgelezen. Dat was heel belangrijk: het enige moment dat je iets mag zeggen.’
Vlak voor de moord was een tante op straat gerold. ‘Zij werd ’s avonds al gebeld door Slachtofferhulp. Wij hebben nooit iets gehoord. Ik ben zelf naar een psychotherapeut gestapt. Onbegrijpelijk dat er voor de opvang van nabestaanden geen draaiboek klaar ligt. Mijn moeder van 74 heeft het erg zwaar. Ze vindt het moeilijk er met vreemden over te praten. Mijn vader is in 2003 plotseling overleden na een hartaanval.’
De moord speelt altijd door haar hoofd. ‘Je staat ermee op en gaat ermee naar bed. Ik word ook voortdurend aan Rick herinnerd. Mannen die in een bepaalde houding achter het stuur zitten, zijn muziek, bepaalde plaatsen uit onze jeugd. Angélica gooit tijdens het boodschappen doen van alles in haar wagentje en realiseert zich dan ineens weer dat Rick er niet meer is.’

 

 

Elsevier  nummer 8, 21 februari 2009

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Contact

A.D.S.home

Gastenboek

  Inschrijven

 TV en Radio

 

INDEX

 Interview 156