28 november 2009

 Mieke, Mini en Martin

               

160

 

Kaatsheuvel

 

Verwerken? Onmogelijk. Je kind verliezen door een misdrijf valt gewoonweg niet te accepteren, zeggen de ouders die lid zijn van Aandacht Doet Spreken. Zaterdag 28 november 2009 hield de lotgenotengroep haar tweemaandelijkse bijeenkomst.

Hij had wel een steen door de televisie willen gooien. Martin Roos zoekt het niet op, maar toevallig zapte hij langs de stille tocht voor Dirk Post op Urk. “Ik was meteen weer terug op 14 mei 2000, de dag dat ik hoorde dat mijn zoon Alan was vermoord. Ik werd weer helemaal kwaad.” De psychiater bedoelde het goed, maar Roos had weinig baat bij de sessies. “Het oprichten van Aandacht Doet Spreken (ADS), dingetjes organiseren, praten met de politiek: dat is mijn therapie. Bij zo’n hulpverlener dacht ik toch: wat weet jij er nou van?

Enkele tientallen ADS-leden kwamen dit weekend naar Kaatsheuvel. In het kleine zaaltje van het buurtcentrum wordt in de ene hoek bulderend gelachen, in de andere hoek is het verdriet bijna tastbaar. Roos: “Hier weet iedereen waar je het over hebt, we zijn allemaal een dierbare kwijt.”

Of zo’n bijeenkomst haar leven overhoop haalt? “Het ís nog overhoop”, zegt Mini van der Meijden. Misdaadverslaggever Peter R. de Vries besteedde vorige week nog aandacht aan de moord op haar twee jonge kleinkinderen. De moeder van de kleine Romy en Daniel was verdacht, maar de rechtbank sprak haar vrij. Het hoger beroep loopt nog.

“Als ik op de bank zit zie ik soms ineens de box van Daniel in mijn ooghoek”, vertelt Van der Meijden. “Het lijkt net of ik in een film ben neergezet waar iemand anders de regie over heeft. Therapie heeft nog niet echt aangeslagen. Wat nu? Slap hangen, lullig kijken. Ik voel het gemis elke dag, het is met mijn leven verwerven.”

Het feit dat ‘iemand het heeft gedaan’ is wat het de leden van ADS zo moeilijk maakt. “Toen mijn vader van 86 overleed, had ik veel verdriet”, zegt Mieke van Dorst. “Maar ik had er vrede mee, ik voelde niet de woede, die boosheid. Maar als die gek die mijn dochter Sabrina heeft vermoord niet had bestaan, had ze nog geleefd. Hij had al eens iemand neergestoken, maar toen kwam hij na drie maanden vrij.”

“Verwerken is het woord niet”, stelt Van Dorst. Sabrina’s ringen hangen aan een ketting om haar nek. “Verwerken doe je met afval. Ik heb geaccepteerd dat ik dit verdriet heb. Soms doe ik opgewekt boodschappen, maar als ik dan een meisje met een bos krullen zie, ben ik gelijk van slag. Dan ga ik naar huis, zitten huilen.”

Na de moord durfde Van Dorst een tijdje geen auto te rijden. “Ik had zoveel woede in mijn lijf. Ik dacht: als ik nu word aangehouden, val ik die agent aan.” Roos herkent die boosheid. “Tegenwoordig repareer ik stempelautomaten, ik ben geen trambestuurder meer. Ze hebben me er vanaf gehaald toen de moordenaar vrijkwam. Ik merkte zelf dat ik onverschilliger werd: ik ging harder rijden, belde niet meer. Kijk dan maar uit met oversteken, dacht ik. Dat is dat haatgevoel. Dat maakt je kapot.”

Alledrie de nabestaanden richtten een website op voor hun kind en kleinkinderen. Van der Meijden: “Soms schrijf ik iets in het gastenboek, of zet ik een mooi gedichtje op de site. In het dagelijks leven praat ik er niet vaak over, alleen met hele goede vrienden. Maar ik wil Romy en Daniel niet verzwijgen.” Van Dorst: “Ik zet zelf vaak iets op de site voor mijn dochter, maar ook vriendinnen kunnen berichten achterlaten. Soms moet ik er heel hard om lachen. Dan denk ik: dat was typisch Sabrina.”

 

Door Eveline Bijlsma

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

Contact

A.D.S.home

Gastenboek

  Inschrijven

 TV en Radio

 

INDEX

 Interview 160