Ruim tien jaar na de
afschuwwekkende moord op Chanel-Naomi Eleveld (7) uit Assen
openbaren rechercheurs, die destijds bij het onderzoek waren
betrokken, een gruwelijk geheim. Jarenlang hebben zij ermee
rondgelopen, maar na de jongste politieblunders in de moord
op het Dordrechtse meisje Milly doorbreken deze
politiemensen hun stilzwijgen in een exclusief gesprek met
De Telegraaf. „Al die tijd is onder de pet gehouden dat
politie en justitie Assen kolossale fouten hebben gemaakt.
Als de politie normaal zijn werk had gedaan en adequaat had
gereageerd, had de moord op Chanel-Naomi Eleveld zelfs
voorkomen kunnen worden.”
Het is een van de
gruwelijkste kindermoorden die ons land ooit gekend heeft.
Een meisje van zeven, weggelokt uit de zandbak door een
levensgevaarlijke sekspredator uit haar eigen straat. Liefst
twaalf uur lang hield Jan S., ’het monster van Assen’, zijn
slachtoffertje in leven om zijn zieke fantasieën op het
weerloze meisje uit te leven. „Uren waarin de politie had
kunnen en moeten optreden. Als dat was gebeurd, had dit kind
nog geleefd”, zeggen rechercheurs die bij het onderzoek
betrokken waren en nu, tien jaar na dato, alsnog tegenover
deze krant hun stilzwijgen doorbreken.
„Het wordt tijd dat dit eens
naar buiten komt en dat politie en justitie van hun fouten
gaan leren in plaats van die met alle geweld onder de pet te
houden!”
Het bizarre verhaal voert terug naar 21 juli 1999. Het was
warm die middag aan de Mozartplaats in Assen waar
Chanel-Naomi met haar moeder, toenmalige stiefvader en
broertjes en zusjes woonde. „Volop zomer was het, de laatste
week voordat de zomervakantie zou aanbreken”, kijkt moeder
Yvonne Eleveld terug. Chanel-Naomi was ook die dag na
schooltijd buiten te vinden. „Ze was een vrolijk kind. Zat
in groep drie, maar leek met haar 1.20 meter lengte een
meisje van hooguit vijf. Buiten bloeide ze altijd helemaal
op, spelen was haar lust en leven. Ook die avond was ze na
het eten nog even met haar broertje Joey en onze teckel
Chanteela naar de zandbak gegaan, op het veldje pal
tegenover ons huis.”
Plotsklaps was er een weersomslag. Yvonne: „Het moet na
zessen zijn geweest toen het bewolkt, zelfs donker werd en
begon te regenen. Chanel-Naomi was nog buiten, toen Joey
weer terug was. Mijn zoontje vertelde dat Jan S., een
buurman van een paar huizen verderop in de straat, nog even
bij de zandbak had staan praten. ’Leuke hond heb jij’, had
S. volgens Joey tegen Chanel-Naomi gezegd. Ik zag er geen
kwaad in, wist helemaal niets van de achtergronden van die
man. Bovendien speelde Chanel-Naomi vaak met het zoontje van
Jan S., in die tijd een kleuter van een jaar of vier.”
Bezorgd stuurde Yvonne haar twee zoons de wijk in om naar
hun zusje te gaan zoeken. Toen de twee onverrichter zake
terugkeerden, sloeg Yvonne de angst om het hart. „Er deugde
niets van. Chanel-Naomi was er het kind niet naar om zo lang
weg te blijven, ze was bovendien angstig in het donker. Ik
wist me geen raad, raakte in paniek. Er bekroop me het
vreselijke gevoel dat ik haar nooit meer levend zou
terugzien.”
Met omwonenden kamden Yvonne en haar toenmalige partner
nogmaals de buurt uit. „Ik heb hevig om Chanel-Naomi
geroepen, pas veel later heb ik me gerealiseerd dat het arme
kind dat gehoord moet hebben...” Ook deze zoekactie bleef
zonder resultaat. Rond tien uur die avond alarmeerden Yvonne
en haar vriend dodelijk verontrust de politie. „Ik weet nog
heel goed dat we ook meteen aan de politie hebben verteld
dat onze zoon buurman S. nog bij de zandbak had gezien. Zijn
naam viel al direct die avond.”
Toch ging het gruwelijk mis,
vertellen onze politiebronnen die kort erop bij het
rechercheonderzoek naar de verdachte kindervermissing
betrokken zouden raken. „Bij het horen van de naam van die
buurman Jan S. hadden direct al alle alarmbellen moeten gaan
rinkelen bij de dienstdoende agenten in Assen. De man was al
veroordeeld vanwege een ernstig zedenmisdrijf. Bovendien had
de politie hem kort tevoren nagetrokken, in die tijd
speelden weer grote problemen rond Jan S. In het zogeheten
bedrijfsprocessensysteem (BPS) was tevens gemuteerd dat S.
een gevaarlijke zedendelinquent was die aan de Mozartplaats
woonde. Bij zo’n alarmerende kinderverdwijning behoort dat
systeem uiteraard onmiddellijk door de politie te worden
geraadpleegd.”
De bij de politie bekende
informatie over het monster van Assen loog er niet om. De
aan drank verslaafde, seksueel zwaar gestoorde Drent was
jaren eerder de cel ingedraaid nadat hij zich aan een
destijds 14-jarige scholiere had vergrepen. Als een hongerig
roofdier had hij op een avond in mei 1996 in zijn Ford
Escort rondgereden en het meisje bij een boerenschuur in
Klazienaveen overmeesterd en in zijn auto gesleurd. Liefst
zeven uur reed hij met het doodsbange kind rond om haar na
verkrachtingen in het holst van de nacht ergens naar buiten
te smijten. Twee dagen erna kon hij aan de Pools-Duitse
grensplaats Frankfurt am Oder worden aangehouden.
In het in 1996 gehouden
strafproces tegen S. legde een ex-echtgenote veelzeggende
verklaringen af. Als de gewetenloze sekspredator problemen
kreeg, liet hij zich steevast vollopen met drank en gaf hij
zich over aan ongeremde driften. Dat was volgens zijn ex al
kort na hun huwelijk begonnen. „Tijdens mijn zwangerschap
schopte en sloeg hij me waar hij me kon raken. Ook als ik
ziek was, wilde hij aldoor seks. Toen ik bij hem weg dreigde
te gaan, hield hij mijn baby boven de trap. ’Jij weg, hij
dood’, riep hij. Pas veel later durfde ik hem te verlaten.”
Ook prostituees vertelden schokkende verhalen. Hoe zij door
S. waren vastgebonden en hoe hij hen de keel had
dichtgesnoerd. Er werd echter nooit bekendgemaakt dat S. al
in die tijd aan een van zijn zoons een moord had voorspeld.
„Hij had zijn zoon op het hart gedrukt dat hij zijn
eerstvolgende slachtoffer zou vermoorden en in een vers graf
zou begraven." De Drent kreeg vier jaar cel, maar zat er
maar drie uit. Omdat hij volgens deskundigen ’geen gevaar
voor de maatschappij meer vormde’, werd de gestoorde
verkrachter eind 1998 vervroegd vrijgelaten en streek hij
met zijn nieuwe gezin in een huurwoning aan de Mozartplaats
neer. „Het duurde niet lang of S. verviel in zijn oude
gedrag”, vervolgen de agenten. „Dit ging gepaard met
gewelddadig en seksueel volledig losgeslagen gedrag tegen
zijn volgende, uit het buitenland afkomstige echtgenote en
hun zoontje.”
De vrouw, die nauwelijks Nederlands sprak, klopte in de loop
van 1999 in wanhoop aan bij politie, reclassering en het
consultatiebureau voor alcohol en drugs. „Zij ving overal
bot, men deed niets om haar te helpen. Dit alles zou leiden
tot een groot en onherstelbaar drama.” Het is in die tijd
dat Jan S. al zijn oog op Chanel-Naomi, het vrolijke meisje
uit zijn straat, moet hebben laten vallen. Haar moeder:
„Ooit zei Chanel-Naomi dat buurman S. wilde dat zij alleen
met zijn zoontje speelde. Pas later begreep ik dat hij mijn
dochtertje zo heeft willen inpalmen.”
In de aanloop naar de gruwelmoord liep het in huize S.
volledig uit de hand. De gemaltraiteerde echtgenote van S.
dook met haar zoontje onder in een opvanghuis. „Weer deed de
politie niets dan de melding vastleggen in het BPS-systeem.”
Nog eenmaal liet zij zich met smeekbedes door S. overhalen.
Totdat haar extreem gewelddadige man haar herhaaldelijk
bruut verkrachtte, terwijl hij hun kind dwong om toe te
kijken. De vrouw van S. spoedde zich in juli 1999 opnieuw
naar de politie, maar daar werd glashard geweigerd haar
aangifte op te nemen. „Het werd er nota bene afgedaan als
een echtelijke twist. Als de politie wél proces-verbaal had
opgemaakt, was er gezien de historie van S. door de diverse
instanties actie tegen hem ondernomen. Dan had hij niet eens
de gelegenheid gekregen om Chanel-Naomi te vermoorden.”
Toen de echtgenote van het monster van Assen alle vertrouwen
in de autoriteiten had verloren en halsoverkop met haar kind
naar een vriendin was gevlucht, draaide S. volledig door. Op
21 juli dat jaar lokte hij de kleine Chanel-Naomi van de
zandbak naar zijn huis. De rond tien uur die avond
gealarmeerde politie had urenlang de tijd om een inval te
doen bij Jan S. en het kind te redden van een gruwelijke
dood. S. liet zijn slachtoffertje die hele nacht in leven en
verkrachtte het meisje tien keer. Tussendoor sloot hij haar
gekneveld op in een kast, om op zijn gemak eten te laten
bezorgen. De volgende ochtend zette hij Chanel-Naomi onder
een koude douche. Daarna probeerde hij haar met zijn handen
te smoren. Toen dat niet lukte, gebruikte hij enige tijd
later een sjaal om het kind te wurgen. S. dumpte het lijkje
in een kruipruimte onder zijn huis.
Mateloos hebben de rechercheurs zich geërgerd aan de in hun
ogen uiterst arrogante uitspraken van de toenmalige
hoofdofficier van justitie in Assen. „Dat was in één woord
walgelijk. Volgens haar was er geen enkele reden geweest om
S. die avond en nacht al te verdenken en om een inval in
zijn huis te doen. Wat had men in vredesnaam nog meer nodig?
Zijn naam was direct bekend. Een zedendelinquent met zo’n
strafblad en reputatie en dat ook nog in combinatie met de
recente meldingen door zijn vrouw... Er was alle reden om
adequaat op te treden en desnoods op grond van de politiewet
het huis onmiddellijk binnen te vallen. De politie had
daarmee het leven van Chanel-Naomi kunnen redden.”
En daar zou het niet bij
blijven. Ook in de dagen erna werd fout op fout gestapeld.
„De volgende morgen nam de politie de zaak opeens wél
serieus. Er kwam een buurtonderzoek en er werd een zogeheten
recherchebijstandsteam geformeerd. Agenten stonden bij S.
voor de deur, maar hij weigerde ze aanvankelijk binnen te
laten. Eenmaal binnen bleek dat de gevaarlijke
zedendelinquent zijn beddengoed stond te wassen. Alléén maar
beddengoed, op het moment dat een jong kind uit zijn straat
onder alarmerende omstandigheden werd vermist. Maar ook dat
werd niet verdacht genoeg gevonden.”
Een van de agenten, een parkeercontroleur die vanwege
personeelstekort aan het onderzoek was toegevoegd, stelde
destijds voor om meteen onder de vloer van het huis van S.
te kijken. „Maar zijn logische en zinnige suggestie werd
meteen van de hand gewezen door iemand die hoger in rang
stond. Was het wel gebeurd, dan was het kind snel na haar
dood gevonden en in ieder geval nog toonbaar geweest voor
familie, iets dat uitermate belangrijke is voor
nabestaanden.”
Enkele dagen later kwam er een
gerechtelijk vooronderzoek en kwam S. onder observatie.
„Zijn telefoon werd afgeluisterd, zijn woning bewaakt met
een camera en er werd een observatieteam ingezet. In dat
onderzoek had er een huiszoeking kunnen komen, we smeekten
er praktisch ieder dag om. Vergeefs. Ook mochten agenten
niet met lijkenhonden langs de woningen aan de Mozartplaats
lopen, terwijl die dieren gegarandeerd waren aangeslagen.
De teamleiding en justitie wilden het onderzoek bovenal
’breed houden’, we dienden als team wekenlang achter de
meest waardeloze tips aan te jagen. Onzeker, talmend en
angstig beleid dat ons aldoor meer ergerde.”
S. wist de observatieploeg uiteindelijk van zich af te
schudden en spoorloos te verdwijnen. Drie weken nadien werd
hij in Zwolle opgepakt, nadat hij in het zuiden des land
een prostituee in zijn hotelkamer had opgesloten en urenlang
zijn lusten op haar had botgevierd. Een wonder werd het
later genoemd dat de vrouw de seksuele folteringen had
overleefd.
Pas toen drong de politie Assen het huis van S. binnen en
werd het lichaam van Chanel-Naomi onder de vloer gevonden.
Haar moordenaar kreeg uiteindelijk levenslang zónder tbs: de
rechters wilden niet riskeren dat het Monster van Assen ooit
nog vrijkomt.
De betrokken politieagenten liepen nog jaren met hun
frustraties en woede over de vele blunders in het onderzoek
rond. „Ergens rond 2005 kwam er nog een documentaire op tv
waarin politie en justitie het lef hadden om zich uitgebreid
op de borst te kloppen en dit een voorbeeld van een goed
onderzoek te noemen. De waarheid is altijd onder de pet
gehouden, laat staan dat er ooit lering uit deze kapitale
fouten is getrokken. Met de vele blunders onlangs rond de
zaak van het in Dordrecht vermoorde meisje, vinden wij dat
dit verhaal eindelijk eens naar buiten moest komen.”
Yvonne Eleveld reageerde de afgelopen dagen geschokt, maar
allerminst verbaasd op de stuitende ontboezemingen. „Ik heb
altijd geweten dat heel veel is misgegaan. Overigens heb ik
niet de illusie dat de politie hier nog iets van opsteekt.
Ik moet ze niet meer en heb al heel lang geleden het
vertrouwen in de Nederlandse politie verloren.”