april 2010 Marlies Heuts nabestaande van          

165

VIERVOUDIG MOORDENAAR WERKT AAN KORTERE CELSTRAF VIA OMSTREDEN FOKKENSREGELING

Justitie wilde de viervoudig moordenaar levenslang opbergen, maar de rechter vond twintig jaar en tbs wel zwaar genoeg. Nog geen zeven jaar na het bloedbad dat heel Nederland schokte, mag de Limburger mogelijk al de bajes verlaten. Zijn advocate eist namelijk bij de Raad voor Strafrechttoepassing dat haar cliënt in aanmerking komt voor de zogenoemde Fokkensregeling, die inhoudt dat hij al na een derde van de gevangenisstraf aan de tbs behandeling mag beginnen. De nabestaanden van de slachtoffers zijn woedend. „Dat betekent dat hij straks per moord maar een jaar en zeven maanden heeft hoeven zitten en ook nog eens eerder op verlof mag.”

Nabestaanden zijn verbijsterd en woedend

Paul S. van W. was die ochtend boos. Boos zoals hij nog nooit was geweest, zou hij later verklaren. Nadat hij eerst nog even de kinderen van zijn nieuwe vriendin naar school had gebracht, hees hij zich, vloekend en tierend op zijn ex-schoonfamilie, in een zwart gevechtstenue. Zwaarbewapend stapte hij in zijn Mercedes en scheurde de straat uit, op weg naar zijn ex-vriendin Daniëla (29), haar ouders Lei (60) en José (56) en haar broer Patrick (34). Even later lagen de vier, doorzeefd met kogels, in hun bloed.

’Waar zijn de rechten van slachtoffers?’

Toen de Limburgse politie Paul S. van W. na zijn slachtpartij aanhield, wisten de agenten niet wat ze zagen. Hier stond, met een ijskoude blik in de kale schedel, een regelrechte moordmachine. Tot zijn ondergoed aan toe had het voormalige lid van het elitekorps BBE, de Bijzondere Bijstands Eenheid, zich gekleed in combat-outfit. De Cambodja-veteraan had zich in zijn eigen wapenkamer omhangen met schietijzers en munitie, alsof hij het in zijn eentje niet tegen zijn weerloze schoonfamilie, maar tegen een compleet leger moest opnemen. De dood droeg die dag een zwarte inzetoverall, een zwarte muts, een inzethelm, kniebeschermers, legerkistjes, handschoenen, een communicatieoortje, een koppel met pistoolholster, een kogelwerend vest met het opschrift POLITIE, een aanvalsvest, een Glock 17-pistool, een Steyr-geweer, een groot aantal patronen en een mes.
De 37-jarige Paul S. van W. was de Vromens helemaal zat, die ochtend. Weer was het uitgeraakt met Daniëla, weer was er gezeur geweest over zijn uitgaven. Natuurlijk, schoonvader Lei had de ex-marinier, die zijn carrière bij defensie had zien stranden door een knieblessure, financieel geholpen bij het opzetten van een sportschool. Maar die schuld gaf hen niet het recht om hem op de vingers te kijken. Toen Daniëla de spullen uit de voormalige gemeenschappelijke woning had gehaald, ontstak hij in een ontembare woede.
Boos stuurde hij zijn Mercedes de straat uit, naar de woning van Vromen. Daar trapte hij de deur in. Daniëla, José en Patrick hadden geen schijn van kans. De hond Spikey spaarde hij nog in het bloedbad.
Even later stormde hij schreeuwend – ’motherfucker!’ – de sportschool binnen. Daar belde Lei – in allerijl gewaarschuwd door de broer van S. van W. die al onraad rook – met 1-1-2. De telefonist hoorde vier knallen. „Mijn jongen, wat doe je nou?”, murmelde Lei nog in het Limburgs. S. van W., die in totaal zestien kogels afvuurde en geen enkele maal miste, werd overmeesterd door zijn broer en omstanders.
Het viel de officieren van justitie op hoe vriendelijk, charmant en welbespraakt de meervoudig moordenaar overkwam. Uit psychiatrisch onderzoek kwam S. van W. naar voren als ’bovengemiddeld intelligent’ en als ’een enorm rationeel ingestelde man die op een rigide wijze voortdurend bezig is met het inschatten, plannen, beredeneren en anticiperen om op die manier altijd een paar stappen op zijn omgeving vooruit te lopen’. Zowel voor de rechtbank als voor het gerechtshof eiste het OM levenslang, maar de rechters oordeelden telkens dat twintig jaar met tbs de enig passende straf is.
Het OM vond het vonnis van de rechtbank ’maatschappelijk onverkoopbaar’, verklaarde zaaksofficier Chaira Ament later. „Iemand met een lange straf en tbs kan relatief snel, dan wel door proefverlof of door een voorwaardelijke vrijlating, op straat staan, oog in oog met de nabestaanden.”
Die mogelijkheid lijkt inderdaad reëel, nu Paul S. van W. – inmiddels in de bajes getrouwd met zijn jeugdliefde Petra – aanspraak probeert te maken op de zogenoemde Fokkensregeling uit 1997. Die houdt in dat een tbs-gestrafte na het uitzitten van een derde van de gevangenisstraf naar de tbs-kliniek mag verhuizen. Gedachte achter de regeling is dat de behandeling meer effect heeft als die snel begint. Anders gesteld: als een moordenaar de straf zou uitzitten die de rechter hem heeft opgelegd, heeft tbs niet zoveel zin meer.
Voor S. van W. zou dit betekenen dat hij in juni van dit jaar de gevangenis mag verlaten. Hij had die toezegging al op zak, tot staatssecretaris Albayrak onlangs aankondigde de Fokkensregeling af te schaffen, uit pieteit met slachtoffers en nabestaanden. Volgens zijn advocate mr. Françoise Landerloo is S. van W. er nu slecht aan toe. „Hij had verwacht dat hij de komende maanden naar de tbs-kliniek zou vertrekken.”
Landerloo vindt dat het terugdraaien van de regeling niet door de beugel kan en vecht dat aan. Ze heeft een bezwaar ingediend bij de Raad voor Strafrechttoepassing, waarin ze eist dat haar cliënt alsnog deze zomer zijn bajescel mag verlaten. „De uitspraak was in 2005, dus voor het bevriezen van de regeling. Nu moet mijn client tot 2017 wachten totdat tweederde van zijn straf erop zit.”
Marlies Heuts, zus van de doodgeschoten gezinsmoeder José Vromen, is ’laaiend’ dat S. van W. mogelijk deze zomer al de gevangenis mag verlaten. „Die moordenaar heeft mijn arme zus, zwager, neef en nicht gewoon afgeslacht en als beesten, als hompen vlees achtergelaten”, briest Heuts in haar woonkamer in het Zuid-Limburgse Voerendaal, waar ze de naam van Paul S. van W. geen enkele keer over de lippen krijgt. „Hij nam het recht in eigen hand en wordt daar gewoon voor beloond. Hij heeft ze opgejaagd in hun eigen huis en afgeknald.”

’Dat hij elke dag daglicht ziet, is nog te veel’

Mevrouw Heuts eist dat de opgelegde straf ten uitvoer wordt gebracht. „Ik heb geëist partij te zijn bij de Raad voor Strafrechttoepassing, maar krijg te horen dat ik geen rechten heb”, zegt ze. „Maar zo’n smeerlap heeft wel rechten. Die eist dat hij sneller in de tbs komt. Hij heeft niets te eisen! Dat hij elke dag daglicht ziet, is nog te veel. Hij krijgt pro Deo-advocaten, psychologen, psychiaters, hij mag op kosten van de samenleving psychologie en rechten studeren in de gevangenis. Maar waar zijn de rechten van de slachtoffers? Ik moet het allemaal zelf doen, zonder betaalde advocaat. Het is een ongelijke strijd. Niet het recht, maar de sterkste wint. Als ik uit was op wraak, had ik zijn familie overhoop geschoten, zodat hij hetzelfde voelt. Maar ik wil gerechtigheid. Een van zijn advocaten zei me: ’Mevrouw, mijn cliënt moet ook verder leven met deze vreselijke tragedie’.”
„Die moordenaar heeft voor dat bloedbad het gezin jarenlang respectloos behandeld, vernederd. Twee keer heeft mijn zwager een extra hypotheek voor hem geregeld om zijn schulden te saneren. Ze werden verdomme belogen en bedrogen, maar bewaarden de lieve vrede omdat Daniëla van hem bleef houden. Ze hadden niets meer. Alles ging op aan hem. Dan had hij weer een dure Mercedes gekocht van de hypotheeksom van zijn schoonvader, of liet hij op maat gemaakte vuurwapens leveren. En als ze het waagden iets te zeggen over zijn uitgaven, kregen ze het te verduren. Hij heeft Lei mishandeld, de kapsalon van Daniëla tot twee keer toe kort en klein geslagen, maar hun onderlinge liefde kreeg hij niet kapot. En dat kon hij niet hebben. Laffe hond. Waarom joeg hij niet een kogel door zijn eigen kop?”
„Deze man mag nooit meer worden vrijgelaten. Waarom geef je twintig jaar als er toch tweederde van af gaat? Hij krijgt straks niet zeven, maar veertien jaar cadeau. Zomaar, als een soort bonus. De vergelding staat in geen enkele vergelijking tot het misdrijf. Die vier hebben geen recht gekregen. Die liggen, de mond gesnoerd, onder een twee meter dikke laag klei.”
Marlies Heuts voelt zich in haar eenzame strijd in de steek gelaten. Door de politiek, door de rechtspraak, door mensen die zich vrienden noemden. „Na zo’n bloedbad ligt er opeens een bloemenzee voor de deur. Er worden stille tochten gehouden. Maar een week later hoor je helemaal niets meer. Dan is de hele rouwstoet, al die duizenden mensen, als een reizend sensatiecircus naar een ander drama getrokken om kaarsjes te branden. Je bent totaal vergeten.
Nagenoeg alle politieke partijen in Den Haag wensten me het beste en veel sterkte. De PvdA meldde me dat ze er niet zijn om privéproblemen op te lossen. Alsof dit niet te maken heeft met een falend systeem. Als zelfs de politiek de schouders al ophaalt, waar kun je dan nog terecht? Balkenende met zijn normen en waarden, roept zijn afschuw uit over de dood van Milly Boele, omdat die zaak zo in het nieuws was. Nooit iets van hem gehoord. Die vindt sms’jes van Jan Smit belangrijk, niet die vier gekken uit Limburg. Ze kletsen over een boerka verbod, maar zouden zelf een nikab moeten dragen om het schaamrood te verbergen.”
Er gaat geen dag voorbij zonder dat Marlies denkt aan de afslachting van haar familie. „Ik ga wekelijks naar de begraafplaats. Ik praat dan met ze en neem ze mee naar huis. Mijn gevoel zegt soms dat ik zelf een einde aan zijn leven moet maken zodra die moordenaar op vrije voeten komt.”

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Contact

A.D.S.home

Gastenboek

  Inschrijven

 TV en Radio

 

INDEX

 Interview 165