juni 2010                  Lily Wadners                

171

 

Lily, moeder vermoorde Marlies wil herinnering dochter levend houden

 

„Koude douche dat blunderende agenten gerehabiliteerd zijn”   12-06-2010

Het ergste is de nachtmerrie van een ouder: je kind vermoord. Een mens moet er niet aan denken. Maar Lily Wadners denkt er dag en nacht aan: voor haar is het de keiharde en ondraaglijke realiteit. Haar mooie dochter Marlies werd in 2008, 24 jaar jong, bruut van het leven beroofd. Het nieuws over Joran van der Sloot, dat hij de Peruaanse Stephany Flores (21) heeft vermoord, komt bij haar dan ook dubbel zo hard aan. Zeker in deze week, dat ze, stomtoevallig, ook nog hoort dat de blunderende agenten in de moordzaak van haar dochter Marlies gerehabiliteerd zijn. Om Marlies vertelt ze haar verhaal. „Zodat ze geen dossierstuk wordt.”

„Haat ken ik niet”

Treffend is de gelijkenis met haar dochter Marlies. Lily Wadners lijkt een oudere uitgave van het portret op de vensterbank. „Misschien is Marlies daardoor nog meer een stuk van mezelf.” De levenslust spat uit de sprankelende ogen op de foto. Mooie meid, aan het prille begin. Maar Marlies van der Kouwe werd niet ouder dan 24 jaar.
       
In de nacht van 20 op 21 september 2008 werd ze op Bonaire om het leven gebracht. Vier kwellende weken zou het duren voor haar ontzielde lichaam werd gevonden. „Wat daar nog van over was.” Zo cru als haar moeder het zegt, zo is het. „Op dagen als deze, waarop alles bij elkaar komt, denk ik wel eens: goh, dat ik nog leef.”
       
Dagen als deze: „JanWillem, mijn zoon, kwam beneden met het bericht: ’Mam, die Joran van der Sloot heeft een Peruaanse vermoord…’ Hij volgt dat nieuws op de voet. Psychopaat Joran, ik keek er niet van op. Een kwartier later kwam Jan-Willem weer naar beneden, ontdaan. Op internet had hij gelezen dat de twee agenten die ontslagen waren vanwege hun blunders in het onderzoek naar de moord op Marlies, gerehabiliteerd werden. En ik wist niet eens dat ze hun ontslag hadden aangevochten. Kapot ben ik er niet van, maar het is een koude douche.”
       
„Marlies was apothekersassistente en studeerde hbo-rechten. Toen ze opperde om voor een tijd naar het Antilliaanse eiland Bonaire te gaan, riep ik meteen enthousiast: ’Moet je doen!’ Daarvan heb ik elke dag spijt en ik voel me schuldig, al weet ik dat ik dat niet moet doen. Tegen Curaçao of Aruba zou ik meer bezwaar hebben gehad, dat voelt onveiliger. Maar Bonaire, waar nooit iets gebeurde… En ze was 24. We kennen het eiland goed, Marlies is er geboren, heeft er haar eerste stapjes gezet. Schuin tegenover het huis waar ze ter wereld kwam, is ze gestorven.”

Drie weken na haar aankomst had ze haar draai gevonden: „Een baan in de apotheek en ze was bevriend geraakt met twee Nederlandse meisjes, stagiaires. Die zaterdagavond was ze met hen uit geweest, tegen half twee was ze alleen naar huis gefietst. Over een goed verlichte weg hoor, hier in Leusden had ze meer risico gelopen. Ze was op een paar meter na thuis toen de dader, Ryan Pietersz, haar van de fiets sleurde. Tenger als ze was, moet ze zich als een tijgerin verweerd hebben. Als klein kind al deed ze niets wat ze niet wilde. Voor de rechtbank zei Pietersz later dat ze eigenwijs was.” In haar glimlach strijdt trots met verdriet.
        
Worsteling

„Werknemers van het Water- en Elektriciteitsbedrijf hebben de worsteling gezien en haar drie keer om hulp horen roepen. Om bij haar te komen, moesten ze helemaal om het gebouw heen rennen, ze zaten achter een hoog hek met prikkeldraad, maar ze hebben meteen de politie gealarmeerd. Toen was hij al met haar weggescheurd op de scooter. De politie arriveerde twintig minuten later en trof alleen haar fiets en haar slipper aan. Proces-verbaal hebben ze niet gemaakt, de agenten dachten aan een ruzie in de relationele sfeer.” Het juridisch jargon is haar eigen geworden.

„Drie uur voor haar dood had ik haar nog aan de telefoon. ’Dag mam…’ zei ze”

„Op zondag had ze met haar vriendinnen een brunchafspraak en toen Marlies niet kwam opdagen, zijn zij gaan zoeken. Die middag nog gaven ze haar op het politiebureau als vermist op. Moet je nagaan: twee meldingen over een blond meisje achter elkaar en de politie deed nog niets. Een ernstige inschattingsfout. Pas toen Marlies maandagmiddag niet op haar werk kwam, kwamen ze in actie. De politie heeft 36 kostbare uren verspild. Pietersz kreeg zo de tijd om haar stoffelijk overschot weg te werken en deels te verbranden. Mij doet het vooral verschrikkelijk veel pijn dat mijn kind, ver van huis, in doodsnood, zo in de steek werd gelaten.”
       
„Haat en wraak ken ik niet, ik gun iedereen een toekomst. Maar het is verdrietig dat mij niet eens is verteld dat die agenten hun ontslag hebben aangevochten, want het gaat mij wel aan. Ik ben het niet eens met de rechter, en meer mensen met mij, ik heb begrepen dat er hoger beroep is ingesteld.” Haastig: „Over de rest van het politieteam ben ik overigens juist erg te spreken, hoor. Voor hetzelfde geld was haar lichaam nooit gevonden!”
       
Was Marlies nog in leven geweest als de agenten er met gillende sirene achteraan waren gegaan? „Ik weet het niet, de tijd tussen half 2 en half 5 ’s nachts is kwijt. Pietersz vertelt steeds iets anders, gelooft in zijn eigen leugens. Heeft Marlies nog vijf minuten geleefd of drie uur? Was ze buiten bewustzijn? De waarheid zullen we nooit weten, misschien is dat het ergste. Wísten we het maar, hoe erg het ook is. Nachten lig ik wakker om me in te leven in wat Marlies moet hebben doorstaan.”
       
Lily Wadners is een realist: „Ik snap dat de politie niet altijd onmiddellijk uitrukt, meisjes lopen ook wel eens gewoon weg. Maar als ik de berichten over Milly Boele lees, komt het bij mij dubbel hard aan. Dan kan ik amper werken, wil ik haar ouders wel omarmen. Maar wat moeten zij met mijn verdriet? De Twentse Joanne Noordink die maanden vermist was, en alles wees op een misdrijf. Die oude zaak, Willeke Dost, de aanwijzingen die er niet om liegen. Nu de Peruaanse Stephany Flores, en steeds weer Natalee Holloway… In wat voor wereld leven we?”
       
Tijdens haar nachtdienst in het ziekenhuis stonden er twee politiemannen voor haar neus. „Ik dacht eerst dat één van mijn andere kinderen een ongeluk had gehad, maar ze zeiden dat Marlies ontvoerd was. Ik wist meteen dat ze dood was. Ontvoerd kon niet, wij zijn geen rijke familie. Met mijn ex-man, de vader van Marlies, ben ik in shock in het vliegtuig gestapt.”

Zenuwslopend

Had de politie de dader direct op de korrel, het zou vier zenuwslopende weken duren voor ze er via een list achter kwamen waar Marlies lag. „Bonaire is klein, maar onherbergzaam. Als ze niet was gevonden was ik daar gebleven. Natuurlijk gonsde Natalee Holloway steeds door mijn hoofd, en Natalees moeder.”

„Ik denk aan de moeder van Joran, ze moet door een hel gaan”

De pers zag de parallellen ook, linkte snel: mooi meisje vermist op paradijselijk Antilliaans eiland, een verdachte, geen lichamelijk overschot… Zelfs de Amerikaanse Fox-tv maakte jacht op de familie van Marlies, haar ouders, haar zus Nienke werd achtervolgd: „Het verschil met Natalee is dat Marlies niet vrijwillig met de man is meegegaan. En wij hebben zekerheid, een graf in Nederland. Op Bonaire, op de plek waar ze werd gevonden, is ze het dichtst bij me. De vogeltjes, de natuur daar, zo lieflijk, je kan het je niet voorstellen… Een engel vermist in het paradijs, al die weken dacht ik dat. Die plek blijft van ons, van ons alleen. We hebben er een boom geplant.”
       
Lily woonde alle rechtszittingen bij. „Heen en weer naar Bonaire, al met al ben ik er een half jaar geweest. Eén keer zat ik pal achter de dader, ik had hem kunnen aanraken. Vroeger zei ik altijd dat ik degene die mijn dochters iets aan zou doen, zou vermoorden. Ik gaf Marianne Bachmeier, de Duitse die de moordenaar van haar dochtertje doodschoot in de rechtbank, groot gelijk. Maar je doet het niet, een mens vermoorden. Als ik met iemand medelijden heb, is het met de moeder van Pietersz. Als je kind vermoord wordt, dat is verschrikkelijk. Maar als je kind een moordenaar ís… Ik denk ook aan de moeder van Joran van der Sloot. Ze moet door een hel gaan.”
       
Pietersz kreeg celstraf. „Eerst had hij levenslang, in hoger beroep werd dat 30 jaar.” Grimmig: „Omdat hij nog jong was, 27 jaar, en nog een toekomst had. Hij wel. Hij zit in gevangenis Bon Futura, Goede Toekomst, op z’n Papiaments. En dat is beslist geen hotel. Ik ben blij dat hij daar is gestraft, in Nederland zijn de rechters softer. Ik ben tegen de doodstraf, ik heb liever dat hij dertig jaar nadenkt over wat hij Marlies heeft aangedaan.”
        
Depri
Voetbalvlaggetjes hangen in de tuin, haar zoon heeft ze opgehangen. „Maar het WK, verkiezingen, nieuws, het interesseert me geen bal. Mijn wereld is klein geworden. Voor mijn kinderen moet ik mijn leven oppakken, als ik depri op de bank zit, doen zij ook niets. Maar op Bonaire heb ik wel even gedacht: ik vertrek…”
       
Dochter die geen dag uit haar gedachten is. „Ik kan over Marlies blijven praten. Als ik tijdens het werk even niet aan haar heb gedacht, voel ik me schuldig. Dat sta ik mezelf niet toe. Terwijl ik weet dat het een normaal proces is.” Voor Marlies vertelt ze haar verhaal: „Ik wil niet dat ze de dossierstatus krijgt, dat het gaat over ’de dame in kwestie’. Nee. Het is Marlies! Lief en bijzonder. Ik wou dat je haar gekend had.”
       
Twee pasfotootjes in lijstjes naast elkaar, een wolk van een baby die uitgroeide tot de mooie jonge vrouw naast haar: „Haar eerste pasfoto, voor haar identiteitskaart, werd gemaakt op Bonaire. En deze pasfoto is op vrijdag, de dag voor haar dood, in dezelfde studio gemaakt… Drie uur voor ze door die Pietersz van haar fiets werd getrokken, had ik haar nog aan de telefoon. Ik zou haar opzoeken in januari. Met ’nou, dag mam’ hing ze op. Die woorden hoor ik nog steeds. Nou, dag mam.”

Marie Thérèse Roosendaal

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

Contact

A.D.S.home

Gastenboek

  Inschrijven

 TV en Radio

 

INDEX

 Interview 171