Slachtoffers
van een misdrijf maken
weinig gebruik van de
mogelijkheid tot een gesprek
met de dader. Het zijn
vooral de veroordeelden die
zich melden bij Slachtoffer
in Beeld (SiB), de
organisatie die de
ontmoetingen regelt.
Vorig jaar kwam 86 procent
van de aanmeldingen van
daders, blijkt uit het
SiB-jaarverslag. Er meldden
zich 863 daders, tegen 140
slachtoffers die zouden
willen praten of schrijven
met de persoon die hen heeft
neergeslagen of beroofd, of
een naaste heeft gedood. Het
percentage slachtoffers (45
procent) dat ingaat op het
verzoek van de dader is
vrijwel even groot als het
percentage daders (48
procent) dat ingaat op het
verzoek van een slachtoffer.
Dat relatief weinig
slachtoffers het initiatief
nemen, komt volgens
Slachtoffer in Beeld doordat
er meer organisaties zijn
die zich bezighouden met
daders of daderhulpverlening
dan met slachtofferzorg.
Hierdoor zijn meer daders op
de hoogte van de
mogelijkheid voor een
gesprek.
Slachtoffers melden zich
vooral aan via
Slachtofferhulp Nederland,
die slachtoffers na een
misdrijf of ongeval
bijstaat. ,,Maar in dat
stadium is het vaak te vroeg
voor iemand om aan een
slachtoffer_dadergesprek te
denken'', aldus een
woordvoerder.
Het kan lang duren voordat
er behoefte is om te praten,
vaak pas na een juridische
procedure. Slachtofferhulp
ondersteunt het slachtoffer
dan niet meer waardoor
diegene geen informatie
krijgt over de gesprekken.
De
slachtoffer_dadergesprekken
zijn in 2007 landelijk
ingevoerd. Toenmalig
justitieminister Piet Hein
Donner benadrukte dat vooral
slachtoffers baat kunnen
hebben bij deze
ontmoetingen, omdat ze
kunnen helpen de gebeurtenis
te verwerken.
Dat het initiatief vooral
van daders komt, wil niet
zeggen dat de gesprekken
geen nut hebben, vindt Joost
Eerdmans, voormalige Tweede
Kamerlid en oprichter van
het Burgercomité tegen
Onrecht, dat de belangen van
slachtoffers en nabestaanden
van ernstig geweld
behartigt. ,,Het slachtoffer
is er bij gebaat als de
dader wordt geconfronteerd
met wat hij iemand heeft
aangedaan'', zegt Eerdmans.
,,Dat gebeurt nu te
weinig.''
Het aantal contacten blijft
overigens ver achter bij de
verwachting. Donner rekende
destijds op 1500 gesprekken
per jaar. In het eerste jaar
waren er 184 ontmoetingen,
in 2008 371 en vorig jaar
483.
Om meer slachtoffers te
bereiken wil Slachtoffer in
Beeld lotgenotengroepen
benaderen en informatie via
arrondissementsparketten te
verstrekken. Daarnaast werkt
het ministerie van Justitie
aan een folder waarin
slachtoffers die aangifte
doen bij de politie meer
wordt verteld over de
bemiddelingen.
Weinig slachtoffers van een
misdrijf nemen het
initiatief tot een gesprek
met de dader. Het is vooral
de veroordeelde die contact
wil. ,,Ik wil niet met hem
in één ruimte zijn.''
Het
verzoek van de moordenaar
kwam uit het niets. Of
Bianca ervoor voelde eens
met hem te praten. Dan kon
hij uitleggen waarom hij
twee van haar familieleden
had gedood. ,,Alles werd
opgerakeld. Ik was
misselijk, kreeg weer keel-
en rugpijn net als de eerste
jaren na de moorden'',
vertelt Bianca*.
Ook wilde hij zijn excuses
aanbieden, las Bianca in de
brief die de organisatie
Slachtoffer in Beeld (SiB)
namens de veroordeelde had
gestuurd. Bianca: ,,Dat hij
wil praten vind ik eng. Ik
wil niet met hem in één
ruimte zijn.''
Zo denken meer slachtoffers,
weet begeleider Annemoon
Segers die sinds 2007 namens
SiB zogeheten
slachtoffer_dadergesprekken
organiseert.
,,Er zijn slachtoffers die
niet meer aan de gebeurtenis
willen denken. 'Ze weten
niet wie ik ben en dat wil
ik graag zo houden', is een
vaak gehoorde uitspraak.''
Vorig jaar was er in 463
gevallen wél contact tussen
slachtoffer en dader, in
levenden lijve of via een
briefwisseling. Dat is meer
dan voorgaande jaren en het
contact wordt vaak door
beide partijen als positief
ervaren, aldus SiB. Zowel
het slachtoffer als de dader
kunnen het initiatief nemen.
In veruit de meeste gevallen
neemt de dader de eerste
stap.
Maar bijna de helft van de
pogingen _1050 afgeronde
zaken in 2009 _ loopt op
niets uit. Omdat iemand niet
is te vinden, één van de
partijen geen behoefte heeft
aan contact, of de dader
niet gemotiveerd is.
,,Wanneer blijkt dat een
dader alleen wil deelnemen
om zijn eigen geweten te
sussen en het slachtoffer
hem eigenlijk weinig
interesseert, zal de
bemiddelaar het traject
stopzetten'', aldus
SiB-woordvoerder Anne-marie
Zegers.
Voormalig justitieminister
Piet Hein Donner voerde de
gesprekken-op-vrijwillige-basis
in 2007 landelijk in. Uit de
evaluatie van enkele
proefprojecten, waarin
slachtoffers vooral contact
met jeugdige daders contact
hadden, bleek dat deze
gesprekken kunnen bijdragen
aan de verwerking van het
delict door het slachtoffer.
Voor daders geldt dat zij de
kans krijgen berouw te tonen
en zich kunnen voorbereiden
op hun terugkeer in de
maatschappij. Sinds vorig
jaar bestaat ook voor
volwassen daders de
mogelijkheid om zich aan te
melden.
,,Sommige mensen zullen er
ongetwijfeld baat bij
hebben'', zegt Ybo Buruma,
hoogleraar strafrecht aan de
Radboud Universiteit
Nijmegen. ,,Maar dat
slachtoffers een punt kunnen
zetten achter wat er is
gebeurd, dat geloof ik
gewoon niet. Zeker niet bij
zware geweldsdelicten.''
De indruk dat de meeste
slachtoffers geen trek in
contact hebben, klopt
volgens de SiB niet
helemaal. ,,Een toenemend
deel is wel bereid tot
contact, omdat zij vragen
hebben die alleen de dader
kan beantwoorden'', aldus
Zegers.
Het gaat dan om vragen als:
'waarom ík', 'waarom
gebruikte je zoveel geweld',
'had je me vooraf al in de
gaten gehouden'?
Ook hebben slachtoffers
volgens SiB vaak de behoefte
om aan de dader te vertellen
wat de gevolgen van het
misdrijf zijn geweest.
,,Door deel te nemen aan een
bemiddeling laat het
slachtoffer aan de dader
zien: ik ben er ook nog!
Slachtoffers pakken hiermee
de regie op hun leven weer
terug'', aldus Zegers.
John Blad, universitair
hoofddocent strafrecht aan
de Erasmus Universiteit
Rotterdam, is overtuigd van
het nut van de gesprekken.
Maar de huidige vorm gaat
hem niet ver genoeg. ,,Nu
zitten er aan het gesprek
geen consequenties vast voor
de dader'', aldus Blad. ,,Er
zou veel meer worden bereikt
als er overeenkomsten worden
gesloten over
schadevergoedingen en
bijvoorbeeld het werken aan
een verslaving.''
Maar dit zou ook het doel
van het gesprek -openheid,
uitleg en excuses aanbieden-
kunnen vertroebelen, stelt
Antony Pemberton, senior
onderzoeker slachtofferzorg
aan de Universiteit Tilburg.
De dader zou zich berekend
kunnen opstellen in de hoop
op een lichtere straf. ,,Dan
wordt het slachtoffer voor
de gek gehouden, daar zie ik
geen rechtvaardigheid in'',
zegt Pemberton.
Voor Bianca is en blijft het
antwoord 'nee'. ,,Hij heeft
nooit berouw getoond. Ook
niet tijdens de
rechtszaak'', zegt ze. ,,Hij
moet nog een paar jaar
zitten en ik heb het idee
dat hij zich voorbreidt op
de vrijlating. Volgens mij
doet hij het vooral voor
zichzelf, niet voor mij.''
PRATEN MET DE DADER
De
slachtoffer_dadergesprekken
werden in 2007 landelijk
ingevoerd. Sindsdien is het
aantal gesprekken jaarlijks
gestegen, blijkt uit de
jaarverslagen van de
organisatie Slachtoffer in
Beeld (SiB). In 2007 waren
er 184 ontmoetingen, het
jaar daarop waren dat er 371
en in 2009 483.
Slachtoffer_dadergesprekken
zijn mogelijk bij zowel
relatief lichte misdrijven
zoals diefstal, als bij
zware misdrijven zoals
verkrachting en moord. Van
een dodelijk slachtoffer
kunnen de nabestaanden een
gesprek voeren met de dader.
Het gesprek is grofweg onder
te verdelen in vier fasen:
1. De begeleider brengt met
beide partijen het misdrijf
in kaart. Beiden vertellen
wat er is gebeurd , hoe ze
dit ervaren hebben en wat ze
er bij gevoeld hebben.
2. Vervolgens vertellen
beiden aan elkaar wat de
gevolgen van het delict voor
hen zijn (geweest).
3. Dan kunnen ze vragen
stellen aan elkaar en dingen
bespreken 'die nog niet zijn
gezegd'.
4. Tot slot wordt er gepraat
over hoe ze zich zullen
opstellen tot de ander
wanneer ze elkaar op straat
tegenkomen.
|