door Johan van den
Dongen
Het spreekrecht voor
nabestaanden in de rechtszaal moet
veranderen, want in de huidige
vorm is het een wassen
neus. Dat vindt Jack Keijzer, vader van
de in 2007 vermoorde Pascal 16) en lid
van het Burgercomité tegen Onrecht.
In een strafzaak tegen
een verdachte van moord of doodslag mag
een familielid van het slachtoffer het
woord nemen om te zeggen wat hij voelt,
niet wat hij vindt. Spreken over de daad
of rechtstreeks het woord richten tot
de verdachte is uit den boze. Daar
wringt de schoen voor Keijzer, die
namens het burgercomité een beroep doet
op de politiek om de wet aan te passen.
„Want onder deze voorwaarden stelt het
spreekrecht niet veel voor”, zegt
Keijzer. „Wij vinden dat er meer ruimte
moet zijn om bepaalde zaken over de daad
en over de verdachte te zeggen. Dit
alles natuurlijk binnen de grenzen van
het fatsoen. Van schelden of vloeken in
de rechtszaal wordt niemand wijzer.”
Bijval
Keijzer krijgt bijval van
strafrechthoogleraar prof. mr. Ybo
Buruma, die niet bepaald bekendstaat als
een groot voorstander van het versterken
van de rechten van het slachtoffer.
Buruma: „Ik zou het redelijk vinden als
bijvoorbeeld bij levensdelicten en bij
verkrachtingen de positie van broers en
zussen van de overledene, of die van
opa’s en oma’s, wordt versterkt.”
Keijzers zoon Remy kreeg geen
toestemming van de rechtbank om iets te
zeggen.
De toen 14-jarige broer
van Pascal wilde graag voorlezen: ’Voor
het eerst in mijn leven heb ik iemand
dood gezien.
Pascal. Mijn eigen, grote
broer. Met bandensporen op zijn been,
zijn hoofd en zijn borst vol met bloed.
Zij hebben mijn leven en dat van mijn
ouders en familie kapotgemaakt. Hoe
voelt het nu om een
jongen van zestien te vermoorden? Mijn
gevoel zegt dat jullie heel diep gezakt
zijn, de pot op kunnen, want jullie
hebben mijn broers leven en dat van mij
compleet vernacheld. En dan nog
ontkennen ook! Opeens ben ik niet meer
de jongste. Opeens ben ik ook niet de
oudste. Opeens ben ik alleen. Voor
altijd alleen’. Remy mocht de tekst niet
uitspreken. Keijzer: „De rechtbank heeft
het botweg geweigerd, met een simpele
verwijzing dat maar één naast familielid
mag spreken. Bovendien moest het niet
onnodig emotioneel worden.” Keijzer en
het burgercomité willen ook dat
nabestaanden een voorstel mogen doen
over de straf. „Als de opgelegde straf
afwijkt, zou de rechter dat moeten
motiveren”, vindt Keijzer. Hoogleraar
Buruma zegt gevoelsmatig geen
voorstander te zijn van een
strafvoorstel door nabestaanden. „Maar
juridisch zie ik er niet veel bezwaar
tegen. Het levert ongetwijfeld een
verandering op in ons stelsel, maar er
is iets voor te zeggen dat die
verandering nu maar eens moet komen.
Zo’n aanpassing brengt niet de rechten
van de verdediging in gevaar en
bevestigt wel de rechten van het
slachtoffer.”