22 juli 2010     ingezonden fam. Keijzer     zie ook  176

159

153 100

177

 

’Spreekrecht domper voor nabestaanden’

 door Johan van den Dongen

Het spreekrecht voor nabestaanden in de rechtszaal moet veranderen, want in de huidige

vorm is het een wassen neus. Dat vindt Jack Keijzer, vader van de in 2007 vermoorde Pascal 16)  en lid van het Burgercomité tegen Onrecht.

 

In een strafzaak tegen een verdachte van moord of doodslag mag een familielid van het slachtoffer het woord nemen om te zeggen wat hij voelt, niet wat hij vindt. Spreken over de daad of rechtstreeks het woord  richten tot de verdachte is uit den boze. Daar wringt de schoen voor Keijzer, die namens het burgercomité een beroep doet op de politiek om de wet aan te passen. „Want onder deze voorwaarden stelt het spreekrecht niet veel voor”, zegt Keijzer. „Wij vinden dat er meer ruimte moet zijn om bepaalde zaken over de daad en over de verdachte te zeggen. Dit alles natuurlijk binnen de grenzen van het fatsoen. Van schelden of vloeken in de rechtszaal wordt niemand wijzer.”

 

Bijval

Keijzer krijgt bijval van strafrechthoogleraar prof. mr. Ybo Buruma, die niet bepaald bekendstaat als een groot voorstander van het versterken van de rechten van het slachtoffer. Buruma: „Ik zou het redelijk vinden als bijvoorbeeld bij levensdelicten en bij verkrachtingen de positie van broers en zussen van de overledene, of die van opa’s en oma’s, wordt versterkt.” Keijzers zoon Remy kreeg geen toestemming van de rechtbank om iets te zeggen.

De toen 14-jarige broer van Pascal wilde graag voorlezen: ’Voor het eerst in mijn leven heb ik iemand dood gezien.

Pascal. Mijn eigen, grote broer. Met bandensporen op zijn been, zijn hoofd en zijn borst vol met bloed. Zij hebben mijn leven en dat van mijn ouders en familie kapotgemaakt. Hoe

voelt het nu om een jongen van zestien te vermoorden? Mijn gevoel zegt dat jullie heel diep gezakt zijn, de pot op kunnen, want jullie hebben mijn broers leven en dat van mij compleet vernacheld. En dan nog ontkennen ook! Opeens ben ik niet meer de jongste. Opeens ben ik ook niet de oudste. Opeens ben ik alleen.  Voor altijd alleen’. Remy mocht de tekst niet uitspreken. Keijzer: „De rechtbank heeft het botweg geweigerd, met een simpele verwijzing dat maar één naast familielid mag spreken. Bovendien moest het niet onnodig emotioneel worden.” Keijzer en het burgercomité willen ook dat nabestaanden een voorstel mogen doen over de straf. „Als de opgelegde straf afwijkt, zou de rechter dat moeten motiveren”, vindt Keijzer. Hoogleraar Buruma zegt gevoelsmatig geen voorstander te zijn van een strafvoorstel door nabestaanden. „Maar juridisch zie ik er niet veel bezwaar tegen. Het levert ongetwijfeld een verandering op in ons stelsel, maar er is iets voor te zeggen dat die verandering nu maar eens moet komen. Zo’n aanpassing brengt niet de rechten van de verdediging in gevaar en bevestigt wel de rechten van het slachtoffer.”

 

 

   

 

 

 

 

 

 

 

 

Contact

A.D.S.home

Gastenboek

  Inschrijven

 TV en Radio

 

INDEX

 Interview 177