23-10-2010
-
Purmerend
- Op
tafel
ligt een
groot
grafstuk,
een hart
van rode
rozen.
Juwelier
Fred
Hund
hield
heel erg
van
rozen.
Het stuk
is van
zijn
vrouw
Tine,
die het
na de
crematie
meenam
naar
huis:
„Ik
wilde
het
eigenlijk
drogen”,
zegt ze,
met
voorzichtige
vingers
voelend
aan de
zachte
rode
blaadjes.
„Maar
dat kon
niet
meer,
zeiden
ze
gisteren
bij de
bloemist.
Dan had
ik alle
bloemen
er
gelijk
uit
moeten
halen om
ze na
het
drogen
weer
terug te
steken.
Nu is
het
verwelken
al
begonnen.”
Beneden,
bij de
Purmerendse
flatwoning,
liggen
de
tientallen
bloemstukken
die het
laatste
eerbetoon
waren
aan Fred
Hund.
Een
indrukwekkende
uiting
van hoe
geliefd
hij was
én een
vorm van
steun
aan zijn
weduwe.
„Zoiets
geeft
steun,
net
zoals al
die
kaarten
en
mailtjes
die ik
heb
gekregen.
En die
ik
trouwens
nog
steeds
krijg.
Tot en
met de
dag van
de
crematie
heeft
mijn
dochter
Ilona
bij me
geslapen.
Toen heb
ik
gezegd:
ga maar
naar
huis,
want ik
moet
vanaf nu
tóch
leren
het
alleen
te doen.
Dat is
heel
hard en
confronterend.
Ik heb
veel
steun
van mijn
kinderen
en
familie.
Maar
elke
ochtend
sta je
alleen
op, en
elke
avond
stap je
alleen
in dat
lege
bed.”
Donderdag
7
oktober
werd
juwelierszaak
Hund in
de
Amsterdamse
Jan
Evertsenstraat
overvallen
door
twee
mannen.
Er werd
een
vitrine
stukgeslagen,
Fred
Hund
werd
letterlijk
op zijn
nek
gesprongen,
broer
Gerard
Hund
(62)
kreeg
klappen.
Eén van
de twee
overvallers
schoot
Fred,
die
zichzelf
trachtte
te
verdedigen,
in zijn
buik. De
brute
overval
bracht
een golf
van
woede en
walging
teweeg
in het
land.
Heel
stil
Nu is
het stil
geworden
in huize
Hund,
heel
stil.
Het valt
niet mee
voor de
weduwe,
geconfronteerd
als zij
wordt
met de
ontnuchterende
realiteit
van
alledag.
Vanochtend
deed de
computer
raar:
„Hij was
heel
traag en
startte
niet
goed op.
Normaal
had Fred
daar dan
even
naar
gekeken,
nu zit
ik zelf
te
rommelen.
Dat zijn
dan
precies
van die
momenten
dat het
me
allemaal
even te
veel
wordt.”
Want
Fred en
Tine
Hund
waren
pas
zestien
jaar
getrouwd,
allebei
al een
huwelijk
achter
de rug
en echt
„héél
erg
gelukkig
met
elkaar.
We
vonden
het een
voorrecht
dat we
elkaar
nog
hadden
gevonden;
bij de
eerste
ontmoeting,
achttien
jaar
geleden,
was er
gelijk
die
klik. De
dag dat
hij werd
neergeschoten
was onze
trouwdag.
We lagen
die
ochtend
even
gezellig
tegen
elkaar
aan en
hij zei
nog
grappend:
wat
bijzonder
hè, dat
twee van
die
ouwetjes
zoals
wij nog
zo
gelukkig
zijn met
elkaar!
Ik
zwaaide
hem na
vanaf de
galerij.
Dat deed
ik
trouwens
elke
ochtend
als hij
naar
zijn
werk
ging.”
Dat was
de
laatste
keer dat
Tine
haar man
zag.
„Mijn
zoon
belde.
Er is
iets
heel
ergs
gebeurd,
zei hij.
Er is op
Fred
geschoten.
Ik
hoorde
sirenes
op de
achtergrond.
Samen
met mijn
dochter
en
schoondochter
ben ik
naar de
VU
gegaan
en daar
kregen
we
meteen
het
slechte
nieuws.
Het hele
erge is:
omdat
hij door
geweld
om het
leven is
gekomen
werd
zijn
lichaam
in
beslag
genomen.
Ik kon
hem pas
na drie
dagen
zien.
Verstandelijk
begrijp
je dat
dat
nodig
is. Maar
emotioneel
is het
keihard.
Je wilt
op zo’n
moment
niets
liever
dan je
man
zien,
aanraken…
Daarna
heb ik
hem nog
één dag
thuis
kunnen
hebben.
Ook dat
kon, als
gevolg
van het
onderzoek,
niet
langer.”
De grote
landelijke
commotie
die na
de laffe
overval
ontstond,
heeft
haar
goed
gedaan.
„Hoewel
het ook
het
gevoel
geeft:
de put
wordt
gedempt
als het
kalf
verdronken
is.
Natuurlijk
waren
Fred,
zijn
broer
Ger en
zus
Carla al
eens
eerder
overvallen.
Ze
stonden
al bijna
vijftig
jaar in
de zaak,
die was
opgezet
door hun
vader.
Maar die
overvallers
van
vroeger,
ik
spreek
nu over
twintig
jaar
geleden,
waren
professionals.
Die
bonden
je vast
aan de
verwarming
en
gingen
er met
de buit
vandoor.
Ook
verschrikkelijk
en
traumatisch
om mee
te
maken,
maar je
overleefde
het
tenminste.
De
huidige
generatie
is
ondoordachtzaam
en
zonder
enig
respect.
Hoe
halen ze
het in
hun
hoofd om
voor die
paar
rotcenten
een
hardwerkende
vader,
opa en
overgrootopa
neer te
schieten?”
Echte
opa
„Want
dát wil
ik graag
vertellen:
dat
zoiets
niet
alleen
een
weerslag
heeft op
mij.
Maar ook
op onze
vier
kinderen
plus
aanhang,
de acht
kleinkinderen
en de
twee
achterkleinkinderen,
er is er
nog
ééntje
op
komst.
Fred was
een
echte
opa,
altijd
met die
kleinkinderen
in de
weer;
heerlijk
vond hij
het om
ze van
school
te
halen.
Maar
ook: de
impact
op de
rest van
de
familie.
Mijn
oudste
broer
zei:
Tine, ik
moet
telkens
huilen.
Ik heb
mijn
broer
nog
nóóit
zien
huilen.
Fred zat
met twee
vrienden
al jaren
in een
wekelijks
biljartclubje.
De
grootste
lol
hadden
ze met
z’n
drieën.
Nu
hebben
z’n
biljartmaatjes
gelijk
het café
afgebeld:
ze
willen
niet
meer.”
„Mijn
zwager
Ger
heeft
moeten
aanzien
hoe zijn
oudere
broer
pal voor
zijn
ogen
werd
neergeschoten.
Wat denk
je dat
dat met
hem
doet?
Dat
krijg je
nooit
meer uit
je
hoofd.
Het
echtpaar
keek uit
naar 1
april:
dan
zouden
Fred,
Ger en
Carla na
bijna
een
halve
eeuw met
pensioen
gaan. De
winkel
zou
sluiten.
„Fred
zou dan
67 zijn
geweest.
Meer
vrije
tijd,
wat meer
financiële
ruimte,
we
maakten
al
allemaal
plannen.
Een
zwager
zou naar
Curaçao
gaan en
zei:
komen
jullie
ook?
Indonesië
stond
ook op
de
verlanglijst.
Net als
meer
tijd met
de
familie
doorbrengen.
In één
klap
ligt je
hele
leven in
gruzelementen.”
Ilona,
de
dochter
van Tine,
kan nog
niet
werken:
„De
andere
kinderen
ook
niet. Er
is
gewoon
nog geen
plaats
voor in
mijn
hoofd.
Fred was
nog zo’n
bruisende
man,
warm,
een heel
sociaal
iemand.
Gelijk
gezellig
en een
arm om
je heen,
op die
manier.
Mijn
moeder
en Fred
hadden
minstens
nog
twintig
mooie
jaren
met
elkaar
verdiend.
Hij
heeft
nota
bene een
paar
jaar
geleden
een
aneurysma
overleefd
(scheur
in de
aorta,
red.).
Mijn
moeder
leek een
paar
weken
geleden
opnieuw
borstkanker
te
hebben,
ze had
een
knobbeltje
en kreeg
onderzoeken.
Fred was
doodsbang
dat ze
de kerst
niet
meer zou
halen.
Een week
voor de
overval
kwam de
uitslag:
niets
aan de
hand! We
zijn nog
uit eten
geweest
om het
te
vieren.
En nu is
het zo
dat Fred
zélf de
kerst
niet
meer mag
meemaken.”
De
belangstelling
tijdens
de
crematie
was zo
immens,
dat de
familie
om na
afloop
nog
’onder
ons’ te
kunnen
zijn
moest
uitwijken
naar een
restaurant.
„We
hebben
afscheid
genomen
met een
drankje
en een
lekker
hapje,
zoals
Fred had
gewild.
Hij was
een
bourgondiër
en hield
van het
goede
leven”,
zegt
Tine.
„Het is
heel
anders
dan
wanneer
hij bij
een
ongeluk
of door
ziekte
zou zijn
omgekomen.
Daar is
weinig
aan te
doen. Nu
heeft
een
ander
hem
doelbewust
van ons
ontnomen.
Expres.
Voor een
paar
rotcenten.
Het had
niet
gehoeven.”
25.000
EURO
VOOR DE
GOUDEN
TIP
Er
is nu
nog maar
één ding
wat
weduwe
Tine
Hund
écht
hartstochtelijk
wil:
„Dat de
overvallers
worden
gepakt.
Ze
hebben
alles
van mij
afgenomen;
nu wil
ik dat
ze
verantwoording
moeten
afleggen
voor hun
daden.
Aan mij…
en aan
de hele
maatschappij.
Ik wil
ze bij
de
rechtbank
in de
ogen
kijken
en ze
uitleggen
wat ze
ons
allemaal
hebben
aangedaan.
Het idee
dat ze
nooit
gepakt
zullen
worden,
is
absoluut
onverteerbaar
voor
ons. Dit
kán en
mag niet
onbestraft
blijven!”
„Er
bellen
wel eens
mensen
die me
vragen:
kan ik
iets
voor je
doen?
Nou, het
fonds
van
ex-juwelier
Jaap
Ligtenberg
steunen.
Hij
looft
een
beloning
uit voor
de
gouden
tip. Hoe
meer
geld er
in die
pot zit,
hoe
groter
de kans
dat
iemand
uit de
omgeving
van de
daders
ze
verlinkt.”
In die
pot zit
inmiddels
25.000
euro; en
die
blijft
daar
zitten
tot er
sprake
is van
een
’gouden
tip’
waardoor
de
daders
worden
gepakt,
zo laat
Jaap
Ligtenberg
vanuit
Monaco
weten.
Bovendien
is hij
nu bezig
met geld
bij
elkaar
brengen
voor
weduwe
Tine
Hund:
„Niet
omdat ze
het
nodig
zou
hebben,
maar
puur uit
steunbetuiging.
Deze
vreselijke
gebeurtenis
houdt
mij nog
dag en
nacht
bezig.”