De agenten wilden het nachthuis ontruimen en stuitten daarbij op tegenstand, waarom zij van de gummistok en sabel gebruik moesten maken.' Het verslag gaat verder: `Na de ontruiming gingen de agenten de straat op, waar inmiddels versterking was gekomen. Uit het nachthuis werd geschoten op de agenten, die terugvuurden uit zelfverdediging, omdat het nachtpubliek zich tegen de politie keerde. Twee agenten werden gewond, nl. F. J. Draad, die getroffen was in het hoofd en aan de borst, en F.J. Breuker, die een kogel in het dijbeen kreeg. Beide gewonden zijn naar het Binnengasthuis vervoerd, waar Draad spoedig overleed. De toestand van Breuker was bevredigend.' 'De aanwezige agenten meenden in Van Putten (de eigenaar van het nachthuis) de dader van de moordaanslag te zien, maar deze wist te ontsnappen. Wel werden enige andere rebellen gearresteerd. De politie had in de naburige percelen huiszoeking gedaan en daar op een zolder Van Putten in een bed gevonden. Hij werd gearresteerd en op bureau Warmoesstraat aan een verhoor onderworpen waar hij erkende te hebben geschoten. Agent Draad liet een vrouw en een kindje achter.
|