|
Utrecht oost
(U)
zondag 04 mei
1986
De 11 jarige Arthur vermaakt zich
met zijn vriendje Dimitri in een
speeltuin in Utrecht-Oost.
Rond 17.00 uur loopt hij terug naar
huis. Een portier ziet hem
rond half zes bij het PTT –
kantoor aan de Fockema Andealaan.
Arthur is in gezelschap van een
buitenlands jochie. Plotseling
schrikken ze ergens van. Arthur rent
weg richting Norebomenlaan. Het is
dan de laatste keer dat iemand hem
levend signaleert. ‘Om zes uur was
Arthur nog steeds niet thuis,
herinnert moeder Marijke zich.’
Vreemd, want hij was altijd op tijd.
We hebben vervolgens overal gezocht. |
 |
Pas nadat we zijn gebruikelijke
route hadden afgelopen, werden we
bang.’ Om 20.00 uur
wordt het stil
op straat: het is immers nationale
dodenherdenking. Terwijl Arthur`s
ouders en de drie jaar oudere broer
Julien wanhopig zoeken, doet een
marechaussee om 20.50 uur een
afschuwelijke ontdekking: naast het
afgelegen dijkweggetje langs Fort
Vechten nabij Bunnik vindt hij het
lijk van een jongetje, neergegooid
op prikkeldraad in een greppel. Hij
blijkt seksueel misbruikt en
gewurgd. Op zij kleding zit sperma.
De dader heeft zijn lichaam
overduidelijk gehaast gedumpt.
Begin juli 2005
doet de voetbalclub Elinkwijk bij de
Utrechtse politie aangifte. Enkele
jeugdige leden hebben seksueel
getinte e-mails ontvangen. Na
onderzoek volgt op 28 juli de
arrestatie van Joop Lith (54), hoofd
jeugdopleidingen bij Elinkwijk. De
strafbladloze schoolmeester en
sportvisser uit Maarssen bekent en
gaat drie dagen de cel in.
Als hij
op 1 augustus voor de rechter –
commissaris aangeeft mee te werken
aan een psychologisch onderzoek, mag
hij voorlopig naar huis. Rond 13.00
uur verlaat Lith het politiebureau.
Hij rijdt per taxie naar Maarssen,
waar hij voor de trein springt. Na
zijn zelfmoord duikt de Utrechtse
recherche in het leven van de
jeugdtrainer. Al spoedig blijkt hij
naadloos te passen in het
daderprofiel van de zaak – Arthur.
Zo blijkt Lith in de jaren tachtig
als scout werkzaam te zijn geweest
bij Kampong en FC Utrecht, locaties
vlakbij de vindplaats van Arthur. Op
13 augustus schrapen forensisch
experts bloed van de betonnen
spoorbielzen. Omdat Lith reeds
gecremeerd is moet na DNA –
onderzoek binnen zijn familie
uitsluitsel geven. Op 11 november
2005 blijkt onomstotelijk dat Joop
Lith de moordenaar van Arthur was.
De politie kan de zaak opgelost
sluiten. Arthur`s moeder en broers
proberen sindsdien het leven weer op
te pakken. Ook deze 4e
mei zullen ze het graf van hun zoon
en man, broertje en vader op de
Utrechtse Tolsteeg bezoeken. Op hun
wit marmeren grafsteen staat een
kruis en een gouden ondergaande zon,
met hun namen en tekst ‘Rust Zacht’
Er staan altijd verse bloemen.
De dader pleegde zelfmoord