Verslag Bijeenkomst Slachtofferzorg , Ministerie van Justitie

 

Donderdag  03 februari 2005

 

  Aanwezig:

  • Dhr. J. Nooijens, Stichting Aandacht Doet Spreken

  • Dhr. M. Roos, Stichting Aandacht Doet Spreken

  • Dhr. P. Beekenkamp, Stichting Aandacht Doet Spreken

  • Dhr. A. Tournier, Stichting Aandacht Doet Spreken

  • Dhr. J. de Ruijter de Wildt, Vereniging voor Veiligheid, Respect en Solidariteit

  • Dhr. M. Kerstholt, Vereniging voor Veiligheid, Respect en Solidariteit

  • Mw. G. Smitz, Vereniging voor Veiligheid, Respect en Solidariteit

  • Dhr. J. Rijsbergen, Vereniging Ouders van een Vermoord Kind

  • Mw. S. Kammeijer, Vereniging Ouders van een Vermoord Kind

  • Dhr. P. Jenniskens, Vere niging Ouders van een Vermoord Kind

  • Dhr. A. Pemberton, Slachtofferhulp Nederland

  • Mw. E. de Regt, Slachtofferhulp Nederland

  • Mw. A. van Dijk, Schadefonds Geweldsmisdrijven

  • Dhr. M. Bosua, Openbaar Ministerie

  • Dhr. V. Jammers, Directie Sanctie- en Preventiebeleid

  • Dhr. R. de Smidt, Directie Sanctie- en Preventiebeleid

  • Dhr. A. Doeser, Directie Sanctie- en Preventiebeleid

  • Mw. A. Pleket, Directie Sanctie- en Preventiebeleid

1. Welkomstwoord

Directeur van de directie Sanctie- en Preventiebeleid Michèle Blom heet alle aanwezigen welkom bij deze bijeenkomst Slachtofferzorg. In het kort vertelt zij iets over de directie. De directie heeft een rol in het vormgeven van beleid en in het ondersteunen en adviseren van de minister. De directie gaat over de terreinen reclassering, sanctiebeleid, criminaliteitspreventie en het slachtofferbeleid. Een belangrijke taak is het onderhouden van contacten met betrokken partijen, waaronder organisaties zoals deze vandaag bij elkaar zitten. Deze middag kunnen wensen en verwachtingen geuit worden. Haar voorstel is om deze bijeenkomst jaarlijks te organiseren. Uit de zaal komt de vraag waarom deze bijeenkomst niet eerder is gehouden, bijvoorbeeld voordat het spreekrecht in werking zou treden. Ook wordt aangegeven dat een jaarlijkse bijeenkomst wellicht wat te weinig zal zijn om echt goed mee te kunnen praten over belangrijke onderwerpen.

 

2. Opening

Victor Jammers, hoofd van de afdeling Preventie- en Slachtofferbeleid, opent vervolgens de bijeenkomst met een kort introductierondje.

 

3. Introductie belangengroeperingen

Stichting Aandacht Doet Spreken (Dhr. J. Nooijens)

De Stichting Aandacht Doet Spreken is een lotgenotencontactgroep, met als doel de positie van slachtoffers en nabestaanden te verbeteren en om contacten tussen lotgenoten mogelijk te maken. Voor de bijeenkomst heeft de Stichting een aantal aandachtspunten voor het slachtofferbeleid opgesteld, zoals wettelijk gefixeerde minimumstraffen voor zware delicten en hogere maximum straffen, het afschaffen van vervroegde invrijheidsstelling, meer juridische bijstand voor slachtoffers en nabestaanden en meer psychische hulpverlening. Deze punten worden kort toegelicht. Dhr. Nooijens geeft aan dat er inmiddels een positief gesprek is geweest tussen de Stichting en de directeur van Slachtofferhulp Nederland, Jaap Smit. Dit gesprek ging ook over de toekomst. De Stichting heeft op een papier een aantal verwachtingen en adviezen voor Slachtofferhulp opgesteld.

Vereniging voor Veiligheid, Respect en Solidariteit (Dhr. J. de Ruijter de Wildt)

De vereniging voor Veiligheid, Respect en Solidariteit geeft ook een aantal aandachtspunten voor Justitie aan. De volgende onderwerpen worden genoemd: de discrepantie tussen veiligheid en slachtofferzorg (financieel), er zou een duidelijk onderscheid moeten zijn tussen verschillende groepen slachtoffers, het solidariteitsfonds wordt genoemd, wat door de Vereniging liever het noodfonds wordt genoemd. Ook worden een aantal aandachtspunten voor Slachtofferhulp genoemd. Ook komt ter sprake dat er in Nederland geen goede trauma en verlieshulp is. Wel voor bepaalde beroepsgroepen (zoals politie) maar verder is er weinig.

Vereniging Ouders van een Vermoord Kind (Mw. S. Kammeijer)

De Vereniging sluit zich bij de punten die door de vorige twee sprekers zijn aangegeven aan. De vereniging vult dit verder nog aan met een aantal aanbevelingen op het terrein van moord in het buitenland, zoals het recht op vertaling van stukken, recht op identificatie in Nederland. Ook wordt aangegeven dat nabestaanden meer financiële rechten zouden moeten hebben, voor daders wordt vaak alles vergoed. Ook komt het tekort aan financiële middelen voor dit soort organisaties aan de orde.

Discussie

Na de introducties van de belangenorganisaties volgt een discussie over de verschillende punten die zijn ingebracht.

Slachtofferhulp Nederland

Slachtofferhulp geeft aan dat sinds dit jaar de 24 uurs bereikbaarheid is gerealiseerd. De eerste opvang wordt nog steeds door vrijwilligers verzorgd. Slachtofferhulp verwijst slachtoffers zonodig door voor professionele hulp. Door de beperkte capaciteit bij hulpverleningsorganisaties verloopt dit regelmatig moeizaam.

Een aparte gespecialiseerde tak binnen Slachtofferhulp voor zware zeden- en geweldsmisdrijven opzetten, vergt nadere discussie, aangezien Slachtofferhulp een vrijwilligersorganisatie is. Voor een dergelijke aparte tak zouden beroepskrachten beter geschikt zijn, maar daarbij wordt wel de aantekening gemaakt dat juist de vrijwilligers vaak extra gedreven zijn en net dat beetje extra doen waar een slachtoffer of nabestaande veel aan kan hebben. De taakverdeling tussen vrijwilligers en beroepskrachten is een punt waar verder over door gepraat moet worden. Justitie zal dat gaan doen met Slachtofferhulp en Slachtofferhulp zal ook met de aanwezige organisaties daarover in gesprek gaan.

Ook Slachtofferhulp loopt er tegenaan dat de capaciteit van traumahulp vaak niet voldoende is. Dit is een punt waar de afdeling Preventie- en Slachtofferbeleid nog naar gaat kijken.

Buitenland

De Vereniging Ouders van een Vermoord Kind geeft aan dat wanneer een kind in het buitenland vermoord wordt, dit vaak problemen oplevert. Zij hebben hierover contact met het ministerie van Buitenlandse Zaken. Vanuit Justitie kan ook gekeken worden wat op dit punt knelpunten zijn en mogelijke oplossingen.

Lotgenotengroepen

Er is behoefte aan lotgenotengroepen. Slachtofferhulp Nederland zou hier in samenwerking met bijvoorbeeld Vereniging Ouders van een Vermoord Kind een rol in kunnen spelen. Vanuit Justitie zal gekeken worden in hoeverre hier iets mee gedaan zou kunnen worden.

Noodfonds

Ook wordt gesproken over het zogenaamde noodfonds. Het Schadefonds Geweldsmisdrijven biedt niet altijd soelaas. Een noodfonds zou volgens de belangenorganisaties financiële hulp moeten bieden op de volgende punten: kosten die voortkomen uit de rechtszaak (kosten voor tolk, advocaat), kosten die voortvloeien uit medische en psychische hulp (medicijnen, behandeling), vervolgkosten (aanvulling op WAO, financiering bij bijvoorbeeld studieonderbreking, verhuiskosten). Verder wordt opgemerkt dat de kring van gerechtigden uitgebreid zou moeten worden. Ook wordt gezegd dat de rechten van het slachtoffer en de dader gelijk zouden moeten zijn op dit gebied. Voor de dader wordt alles vergoed, voor het slachtoffer niet.

Een aantal punten die zijn ingebracht door de belangenorganisaties hebben te maken met politieke keuzes. De afdeling preventie- en slachtofferbeleid kan daar zelf weinig mee. Wel kan een signaal doorgegeven worden over de mening van de organisaties over dit soort politieke keuzes.

 

4. Spreekrecht en schriftelijke slachtofferverklaring (M. Bosua, OM)

Eerst wordt een korte uitleg gegeven over de organisatie van het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie heeft als taak het recht te handhaven. De laatste decennia is er meer aandacht voor het slachtoffer gekomen, van oudsher was er vooral aandacht voor de dader. In 2001 is een volgende stap gezet om de positie van het slachtoffer in het strafproces te versterken. Er zijn toen pilots met de schriftelijke slachtofferverklaring opgestart. Na een evaluatie van deze pilots is besloten om de schriftelijke slachtofferverklaring landelijk in te voeren, met ingang van 1 mei 2004. Het spreekrecht is kort daarop door de Eerste Kamer aangenomen en de wet is in werking getreden op 1 januari 2005. Spreekrecht kan worden beschouwd als een mondelinge toelichting op de schriftelijke slachtofferverklaring, maar kan tevens worden uitgeoefend als zelfstandig recht. Voor 1 januari werd door rechters soms slachtoffers de mogelijkheid geboden een korte verklaring af te leggen, maar dit was geen recht. Er is nog maar weinig ervaring met het spreekrecht, het is ook nog maar een maand in werking. Er is wel een stijgende lijn te bespeuren bij het gebruik van de schriftelijke slachtofferverklaring, het is te verwachten dat dit ook zal gebeuren bij het spreekrecht. De schriftelijke slachtofferverklaring wordt nu als voorbereiding voor het spreekrecht gebruikt, of als volwaardig alternatief. Over drie jaar wordt een uitgebreide evaluatie van het spreekrecht uitgevoerd. Slachtofferhulp Nederland begeleidt mensen die spreekrecht willen uitoefenen. Er wordt binnenkort een tevredenheidsenquête onder slachtoffers uitgevoerd, we houden dus in de gaten of de dingen goed gaan. Er is vanuit het OM een aanwijzing opgesteld die de parketten een kader biedt. Parketten zijn door lokale omstandigheden en grootte verschillend voor wat betreft de interne organisatie en dit leidt ertoe dat lokaal activiteiten organisatorisch verschillend worden uitgevoerd. Het is de bedoeling dat op termijn parketten meer gelijkvormig zullen worden.

5. Informatieverstrekking aan slachtoffer (A. Doeser, DSP)

Het verstrekken van informatie begint al bij de politie. Dit gaat niet altijd goed. De tevredenheidsenquête die al eerder is genoemd is hiervoor een goede graadmeter om te bezien hoe het loopt. Er wordt verder alleen gesproken over het informeren van nabestaanden en slachtoffers over het strafverloop. Er is een pilot informatieverstrekking slachtoffers van zedendelichten geweest. Dit verliep erg moeizaam. Het proces is wel verbeterd maar nog niet optimaal. Er komt nu een uitbreiding naar de TBS sector. Dit werkt via een centraal loket bij het OM. De informatie over verloven wordt door DJI (Dienst Justitiële Inrichtingen) aan het centraal loket verstrekt, dat vervolgens rechtstreeks het slachtoffer informeert. Het slachtoffer wordt, nadat de rechter een onherroepelijke uitspraak heeft gedaan, gevraagd of hij/zij de informatie wil ontvangen. Er zijn altijd mensen die geen prijs stellen op informatie. Daar wordt rekening mee gehouden. In de toekomst zou Slachtofferhulp Nederland nauwer betrokken kunnen worden bij de informatieverstrekking. Inmiddels is ook begonnen met de jeugdsector, aansluitend zal gekeken worden naar geweldsmisdrijven. Zolang iemand nog tbs gesteld is, dan kunnen er eisen of voorwaarden  gesteld worden bij verlof, zoals een straatverbod en/of een contactverbod.

Vanuit de belangenorganisaties wordt aangegeven dat het eigenlijk mogelijk zou moeten zijn dat dader niet meer mag terugkeren naar de directe omgeving van het slachtoffer.

 

6. Vervroegde invrijheidsstelling (R. de Smidt, DSP)

Ondanks dat er veel geld gaat naar het gevangeniswezen, is er sprake van een plaatstekort. De criminaliteit groeit sneller dan we gevangenissen kunnen bijbouwen. Dit geeft ook het dilemma aan: geven we nog meer geld uit aan gevangeniswezen of bijvoorbeeld aan slachtofferhulp? We kennen nu de regeling van vervroegde invrijheidstelling. Dit was vroeger voorwaardelijk. Dat systeem werd in de praktijk steeds meer een automatisme. Vervolgens werd die praktijk geformaliseerd. De rechter houdt er bij de strafbepaling rekening mee dat de dader vervroegde invrijheidstelling krijgt. Het beeld dat Nederland soft is in het straffen klopt niet meer. De meeste andere landen kennen eerdere invrijheidstelling dan wij. Qua gevangenisplaatsen liggen we inmiddels boven het Europees gemiddelde. Gevangenissen zijn ook zeker geen luxe hotels. Inmiddels is het regime erg sober en verblijft men het grootste deel van de dag op de cel. Op dit moment wordt er gewerkt aan een wetsvoorstel voorwaardelijke invrijheidstelling, waarbij terug wordt gegaan naar het oude systeem. Iedereen krijgt hierbij een proeftijd, hier kunnen vervolgens voorwaarden aan worden gesteld. Altijd geldt de voorwaarde dat er in de proeftijd geen strafbaar feit gepleegd mag worden. Daarnaast zijn voorwaarden mogelijk als straatverbod, meldingsplicht en verplichte reclasseringsbegeleiding. Op dit moment ligt het wetsvoorstel bij de Raad van State en is het daarom geheim. Na advies van de Raad van State is het wetsvoorstel weer beschikbaar via de website van Justitie. Bedoeling is om het wetsvoorstel dit voorjaar aan de Tweede Kamer aan te bieden. De discussie daar zal waarschijnlijk zwaar zijn. Een consequentie van het wetsvoorstel is namelijk dat het hele traject flink duurder zal worden en dat leidt weer tot de vraag: wie betaalt dat en ten koste waarvan?

De wet zal waarschijnlijk over 1 jaar in werking treden. Van belang is dat iedereen weet wat ze moeten doen en daar ook de verantwoordelijkheid voor neemt.

Om de voorwaardelijke invrijheidstelling af te laten hangen van goed gedrag tijdens detentie werkt niet. Dit is in veel landen gebleken; het leidt slechts tot aanpassingen in het gedrag tijdens detentie, maar zegt niets over het gedrag na invrijheidstelling. Daarom is resocialisatie een belangrijk onderdeel, ook voor het moment van verlof en dergelijke, zodat de dader weer kan wennen en het risico voor de samenleving beperkt blijft. Uiteindelijk staat de veiligheid van de samenleving centraal.

 

7. Vervolgafspraken en afsluiting

Een korte samenvatting van de onderwerpen waar de afdeling preventie- en slachtofferbeleid mee aan de slag zal gaan:

  • Speciale tak binnen Slachtofferhulp Nederland voor zware geweldsmisdrijven

  • Schaarse deskundigheid op het punt van traumahulp

  • Onderscheid taken van vrijwilligers en beroepskrachten Slachtofferhulp Nederland

  • Knelpunten bij moord in het buitenland

  • Lotgenotengroepen

  • Noodfonds/solidariteitsfonds

  • Recht op inzage dossier bij tbs

Er wordt verder afgesproken dat de belangenorganisaties en Slachtofferhulp Nederland nog gaan napraten over verschillende onderwerpen.

Na de zomer van dit jaar zal een volgende bijeenkomst plaats vinden.

Victor Jammers bedankt iedereen voor zijn of haar aanwezigheid en sluit vervolgens de bijeenkomst.