Lustrum Rechtbank Maastricht

Congres “Oog voor de ander” donderdag, 30 oktober 2008

 

Programma

 

12.30-12.40                  Welkom door hoofdofficier Annemarie Penn-te Strake

 

12.40-13.00                  Openingsspeech door minister mr. E.M.H. Hirsch Ballin

 

13.00-13.05                  Aanvang van het themaprogramma door dagvoorzitter

                                   Annette van Trigt

 

13.05-14.00                  Voordrachten door prof. Ton Hol, prof. Corien Prins en

                                   prof. Joseph Kessels, afgewisseld met korte interviews

 

14.00-14.10                  Pauze

 

14.10-15.00                   Workshops, tijdens ronde 1 stond het verhaal van Wina centraal.

 

15.00-15.10                  Wisselen

 

15.10-16.00                  Workshops, tijdens ronde 2 het verhaal van Frits de Jong (VOVK).

 

16.00-16.15                  Pauze

 

16.15-17.15                  Forum

 

17.15-18.30                  Afsluiting door rechtbankpresident Ronald Philippart en borrel

 

Het verhaal van Wina:

 

Mijn naam is Wina Tjong Kim Sang- van den Berg.
Ik ben 26 november 1945 in Suriname geboren.
Op 19 december 1974 ben ik met mijn gezin naar Nederland verhuisd.
Op 15 januari 1975 ben ik in dienst getreden van CITO, Instituut voor Toetsontwikkeling.

 

Tot zondag 24 augustus 2003 kan ik terugkijken op een zeer gelukkig leven.

 

Dit is mijn verhaal:

 

Op zondag 24 augustus 2003, vandaag precies vijf jaar, 2 maanden en 6 dagen geleden, bleef de wereld stilstaan en het werd stil, oorverdovend stil !!! En het bleef stil… Op die 24ste augustus veranderde mijn liefdevol, gelukkig, bijna volmaakt leven, in een nachtmerrie. Op die 24ste oktober verdween het meest dierbare in mijn leven: Mijn jongste zoon, Robbert. Robbert was weg en Robbert bleef weg, 15 slopende weken van onzekerheid lang. In die 15 slopende weken heb ik urenlange gesprekken met God en met de foto van Robbert gevoerd, waarin ik gebeden en verzocht heb om een levensteken.

 

Fouten, laksheid en blunders van de rechercheonderzoeksteams van Arnhem en Sittard en de onprofessionele opstelling van de Officier van Justitie van Maastricht, hebben tot gevolg gehad dat de moordenaar pas na 15 weken werd opgepakt en er met een straf van 7 jaar, wat uiteindelijk maar 3½ jaar geworden is, van af gekomen is.

Op 7 december 2003, twee weken voor zijn 34ste verjaardag werd Robbert gevonden. Zijn zakenpartner, Nurul Wilkens, had hem de ochtend van die  24ste  augustus in zijn woning in Sittard door verwurging om het leven gebracht. De woning waarin Robbert hem onderdak gegeven had, toen hij geen huis meer had. Reden voor de moord: Robbert wilde niet meer met hem samenwerken. Wilkens heeft zitten kijken hoe Robbert lag te creperen. Hij heeft het dode lichaam van Robbert de hele dag in de woonkamer laten liggen en hem die nacht  in z’n auto naar een bos in Limbricht vervoerd. In dat donkere bos heeft hij het lichaam vervolgens uit de auto gegooid, waarna hij, naar zijn zeggen, die ochtend een gat is gaan graven, waarin hij, het door beesten aangevreten lichaam van Robbert, begraven heeft. Mijn zoon, die in liefde verwerkt is en in een gelukkig, liefdevol gezin is opgegroeid, die zijn laatste cent zou geven aan iemand die in nood zit, die altijd voor iedereen heeft klaargestaan, gewoon als een beest in een bos begraven. U moest eens weten hoeveel winterjassen ik per jaar voor Robbert gekocht heb, toen hij nog op school zat. Hij vond altijd wel een paar arme kinderen die met een te dunne jas in de kou naar school kwamen, aan wie hij zijn eigen warme jas kon geven. Ma kocht wel een nieuwe. Dat was mijn zoon Robbert!!!

 

Op 13 december hebben honderden mensen, samen met ons, Robbert op menswaardige wijze naar zijn laatste rustplaats mogen begeleiden.

 

Op 20 december 2003 hebben wij, met familie en vrienden, in stilte zijn 34ste geboortedag herdacht.

 

Toen kwam ik in de ontkenningsfase terecht. Het wachten op Robbert, die elk moment thuis kan komen. Wachten op het telefoontje van Robbert: “Ma, waar ben je, wat doe je, wat eten we vandaag, mag ik je auto vanavond meenemen”. Of: “Ma, ik kom vanavond niet naar huis. Het wordt laat, dus ik blijf thuis in Sittard slapen. Ben wel vroeg in Arnhem om met jullie te ontbijten”, of : “Nemen jullie broodjes mee naar Oss, dan rijd ik daar langs, voor ik ga voetballen”. Dan ging het als een flits door mij heen dat Robbert nooit meer thuis zal komen. Dan kreeg ik pijn in mijn buik, de pijn kroop via mijn maag naar mijn keel. Mijn keel werd dichtgeknepen en ik werd misselijk, kotsmisselijk. Dan grepen mijn hersens in: “Weg, weg, weg,” dan was het weg en bleef weg, om op een onverwacht moment weer genadeloos toe te slaan. VRESELIJK!!!

 

Die momenten heb ik nog steeds, maar minder vaak.

 

Ik zorg ervoor dat ik constant aan het rennen, vliegen en bezig ben met dingen doen voor anderen, zodat ik geen tijd heb om na te denken. Ik kies voor de weg van de minste weerstand en dat is vluchten voor de werkelijkheid. Maar het werkt prima. Door allerlei psychische klachten ben ik, noodgedwongen, na 31 geweldige dienstjaren bij CITO, op 1 december 2005 gestopt met werken. Ik zwalkte van de ene hulpverlener naar de andere. De ene nog slechter dan de andere, tot ik tot de conclusie kwam dat ik de sleutel in eigen hand had, maar daar kom ik straks op terug.

 

Samen met Henk, Jerry en Jay heb ik ook prachtige, bijzondere dingen meegemaakt. Robbert heeft ons, na zijn dood, heel vaak door allerlei bijzondere gebeurtenissen laten weten dat hij bij ons was.

 

Ik zal u er een paar van vertellen.

 

Op 24 november 2005, 2 dagen voor mijn 60ste verjaardag zomaar een vlinder in huis, die 10 dagen lang onze gast was. Op de ochtend van mijn verjaardag op de armleuning van mijn fauteuil, waar hij de hele dag is blijven zitten. ‘s Avond via mijn broekspijp naar mijn borst gekropen en er blijven zitten tot ik naar bed ging. Zich dagenlang op zijn laatste krachten door het huis verplaatst, tot ie op 4 december dood voor mijn stoel lag. Bijzonder of niet?

 

De nacht van Vaderdag 2006, een vlinder fladderend in onze slaapkamer.

 

Vorig jaar, een dag voor onze vakantie naar Suriname, een vlinder in de voortuin, die achtereenvolgens op de  voorhoofden en de armen van mij, Jerry en Jay en op het voorhoofd en de neus van Henk, is gaan zitten.

 

Geweldig of niet?

 

En zo kan ik nog veel meer van onze ervaringen met vlinders vertellen.

 

Een heel bijzondere ervaring van Monique, een vriendin van  Robbert, wil ik u nog vertellen. Monique was in 2006 samen met haar vriend op vakantie, op Isla Margaritha. In een jaloerse bui heeft hij haar op hun hotelkamer de keel dichtgeknepen en voor dood achtergelaten. Toen verscheen Robbert bij haar, die haar wakker schudde en riep: “Moon wakker worden, je moet naar huis, je dochter wacht op je.” Moon wilde niet wakker worden en Robbert bleef aandringen: “Wakker worden, wakker worden, opstaan, opstaan.” Ze wilde het niet. Robbert heeft haar opgetild en naar de galerij gedragen, waar ze door het hotelpersoneel gevonden is. Tijdens zijn leven noemde Robbert zich altijd haar beschermengel als ze het weer eens moeilijk had en hem belde om hulp. Ze heeft haar ervaring op de site van Robbert geplaatst.

 

Dat was onze Robbert!!!

 

Als ik nu op het journaal een vliegtuig- of ander zwaar ongeluk zie, weet ik dat Robbert daar als engel aanwezig is, om de mensen die er liggen te sterven, te troosten en te helpen om over te gaan. Alles heeft een reden. Waarom moest Robbert dood? Ik was op zoek naar het antwoord, maar kon het niet vinden. Ik was boos op God, boos op Henk, boos op Jerry, boos op de hele wereld. Familie en vrienden waren ten einde raad. Ze werden gek van mij. Ze wilden mij helpen, maar wisten niet hoe. Ik wist dat niemand mij zou kunnen helpen, zelfs God niet, want het enige waar ze mij mee zouden kunnen helpen was, mij mijn zoon teruggeven. Ik wou gewoon mijn kind terug. Ik wou mijn gelukkige leven met mijn man, mijn beide zoons, mijn kleinzoon en mijn schoondochter weer terug. Waarom moest Robbert dood? September vorig jaar zat ik een keer in de trein, op weg naar een gesprek met minister Hirsch Ballin. Op die dag heeft een nichtje, mij verteld  waarom, volgens haar, Robbert dood moest. Ik heb er langer dan een ½ jaar over gedaan om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat mijn nichtje gelijk had. Ik weet het nu zeker, en, geloof me, ik heb een hoge tol betaald.

 

Vandaag zal ik u vertellen waarom Robbert dood moest.

 

Via de website van Robbert ben ik in contact gekomen met ADS, de Stichting Aandacht Doet Spreken. Een vereniging van nabestaanden van geweldsmisdrijven. Dit is mijn familie geworden. ADS is op 2 januari 2003 opgericht door Martin Roos, vader van Alan Roos, die met zijn vriend Daan, na een avondje stappen, op 14 mei 2001, voor de lol, om het leven gebracht is door 2 dronken idioten. ADS telt momenteel bijna 300 leden. Samen met Martin en een paar andere lotgenoten zet ik mij nu in voor de nabestaanden van geweldsslachtoffers. Mensen die wel willen, maar niet durven opkomen voor zichzelf. Ik ga waar nodig mee naar rechtszittingen en met nabestaanden mee naar hun gesprekken met de keuringsarts, als ze dat zelf niet alleen aankunnen. Wij, de woordvoerders van ADS, zijn de strijdbare groep voor deze mensen. En geloof me: we zijn sterk, ongelooflijk sterk en we worden steeds sterker. Door gesprekken met onder andere premier Balkenende, minister van Justitie, Donner (toen) en nu Hirsch Ballin, met het hoofd van het OM, Victor Jammers,  de directeur van Slachtofferhulp Nederland, Jaap Smith, en een aantal rechters van de Hooggerechtshoven, hebben we al heel veel voor elkaar gekregen, voor de nabestaanden. Alles wat we voor elkaar krijgen, geldt niet meer voor ons. Wij vallen overal buiten de boot, want we zijn de ‘oude gevallen’, maar het geeft niet, we weten waar we het voor doen.

 

Daarom moest Robbert dood.

 

De tol die ik betaald heb is heel hoog, maar ik kan mij er nu in berusten, want alles wat ik bij ADS voor de nabestaanden doe, doe ik in de gedachtegang van Robbert, want zo leefde hij.

 

Dit was zijn stijl !!!

 

Alles over de Stichting ADS kunt u vinden op de website www.aandachtdoetspreken.nl.

 

In april van dit jaar ben ik met vakantie naar Suriname gegaan. Ik logeerde bij mijn ex-schoonzus. Mijn broer is 20 jaar geleden van haar gescheiden en ze er nooit overheen gekomen. Op een nacht  keek ik naar haar, terwijl ze sliep en ik zag verbitterde ‘oude’ vrouw met een verwrongen gelaatsuitdrukking. Op dat moment ging bij mij de knop om. Zo wil ik niet worden. Ik heb meteen een sms’je naar mijn man en zoon in Nederland gestuurd, waarin ik hen beloofde dat ik vanaf die dag mijn leven weer zou oppakken en alles waar ik 5 jaar geleden mee gestopt ben, weer zou gaan doen. Ik zou weer kleur in mijn leven brengen, gaan zingen, dansen en feestvieren. Alleen voor de reacties van hen op mijn sms-bericht, wist ik waarvoor ik het zou doen. Tot nu toe heb ik mij aan die belofte gehouden. Af en toe valt het me zwaar, maar ik zet door!!!!

 

Op zondag 24 augustus van dit jaar, op de dag af 5 jaar na de moord op Robbert, heb ik een herdenkingsdienst voor hem gehouden.

 

Honderden mensen, van heinde en ver, waren op die dag aanwezig. Al zijn personeel uit Sittard, waarvan er een tegenwoordig in Engeland woont, was er op die dag bij. Voor de aanvang van de kerkdienst, kwam een aantal mensen naar mij toe. Ze waren blij dat ze mij, na vijf jaar, weer in rode kledij zagen. Hun reacties hebben mij goed gedaan.

 

Met € 40,- per maand, de schadevergoeding die de moordenaar van Robbert elke maand op mijn rekening stort, als aflossing van de € 9500,- uitvaart- en grafsteenkosten, waarvoor hij veroordeeld is, word ik nog elke maand geconfronteerd met de moord op Robbert. Zelfs daardoor laat ik me niet meer van mijn goede voornemens afbrengen. Ik heb weer kleur in mijn leven gebracht. Ik zing, dans en leef weer!!!

 

Dit is mijn verhaal.

 

Tenslotte wil ik de organisatoren van deze dag bedanken voor de mogelijkheid die zij mij geboden hebben om hier vandaag mijn verhaal te komen vertellen.

 

Oog voor de ander

Wie een blik op de wereld werpt door zijn krant open te slaan of het kijkkastje aan te zetten, kan er niet om heen. Naast al het moois dat er is, kenmerkt onze samenleving zich door botsingen van allerlei aard tussen mensen. Wij proberen die conflicten te beteugelen door het maken van regels. Je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel een AMvB of een Europese richtlijn over. En om te zorgen dat iedereen zich aan die regels houdt hebben we een heel systeem van controleurs, camera’s, identificatiemogelijkheden, kliklijnen en wat al niet meer. Wie betrapt wordt, verliest zijn vergunning, moet betalen of wordt vervolgd. Uiteindelijk belanden vele kemphanen voor de rechter, die zonder aanzien des persoon wikt, weegt en beslist. Soms zijn we het er mee eens en soms niet. Bestuurders die kunnen vertrekken, asielzoekers die juist mogen blijven, megadeals die worden verboden, straffen die te hoog of juist te laag zijn, drugspanden of slachthuizen die terecht dichtgaan, demonstraties die verboden worden, burenruzies die worden beslecht – al dan niet op de tv.

De rechtspraak speelt bij dit alles een belangrijke rol.

Het is altijd lastig om met open oog kritisch naar je eigen tijd te kijken en je af te vragen in wat voor samenleving wij leven en als het over de rechterlijke macht gaat, wat de rol en de positie van het Openbaar Ministerie en de Rechtspraak nu in de samenleving is.

Een ding is wel zeker, namelijk dat we op dit moment in een turbulente tijd leven en dat er veel te doen is over de rechtspraak.

15 jaar na de verhuizing vanuit het oude centrum naar Annadal – waar vele Maastrichtenaren overigens het levenslicht zagen – is een goed moment om te bezien waar rechtbank en parket staan.

Motto voor het congres op 30 oktober 2008 is “oog voor de ander”. Wij kijken met onze eigen ogen en die van onze gasten terug in de tijd, naar onze eigen tijd en naar de toekomst.

We willen een blik werpen op onze eigen organisatie – hoe werken wij samen, hoe leren wij, zijn we flexibel genoeg om in te spelen op allerlei veranderingen in de samenleving, leggen we goed verantwoording af – en wij horen graag hoe anderen ons zien en welke nieuwe ontwikkelingen er aan zitten te komen. Een trendwatcher kan ons vertellen wat de mens in de nabije toekomst belangrijk vindt en welke tendensen nu al zijn waar te nemen. Wellicht dat de Minister wil schetsen welke toekomstscenario’s hij ziet als het gaat om recht, rechtvaardigheid en rechtspraak.

De gedachte is dat een aantal gasten een presentatie geeft en vervolgens deelneemt aan een forumdiscussie, waar vooral ook de zaal actief bij wordt betrokken o.l.v. een goede voorzitter (bv Annet van Trigt). Daarnaast komen er allerlei workshops en discussies, waar iedereen aan kan meedoen bv. discussie over invloed van de media, acceptatie van onze beslissingen, het nut van straffen e.d., het naspelen van een zitting in “gewone mensentaal”, het organiseren van een kennisspel waarbij iedereen stelling moet nemen. Ook denken we aan “verhalenvertellers”: hoe is het om slachtoffer te zijn of verdachte of asielzoeker, advocaat, rechter, etc. Aansluitend een luchtige insteek in cabaret sfeer. Als afsluiting van deze dag volgt een feest voor alle deelnemers aan het congres.

De congrescommissie,