Onderstaand
verslag is verdeeld in tweeën. Om te
beginnen aantekeningen in telegramstijl. Daaronder
kort commentaar op enkele punten.
Afgevaardigden
ADS:
Jack
Keijzer,
Harrie
van de
Meijden,
Cor
Bouwens,
Janny de
Jongh,
Karin
van der
Plas,
Gonda
Breuer,
Sabrina
Huisman.
13:00 Opening en
welkom door Benjamin Jansen,
hoofd afdeling Preventie en
Slachtofferbeleid MinJus.
Plenair
presentaties door organisaties betrokken bij jeugdige slachtoffers/nabestaanden.
Universitar
Medisch Centrum Utrecht (UMC U) / Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZHS)
Landelijk
Psychotraumacentrum voor Kinderen en Jongeren (LPKJ)
Drie medewerkers
van het Landelijk Psychotraumacentrum voor Kinderen en Jongeren,
vertellen
over trauma’s bij kinderen en welke rol hun centrum daarin kan betekenen.
Het LPKJ
behandeld eenmalig schokkende ervaringen. Chroniscshe trauma’s (bijv.
kindermishandeling) worden doorverwezen naar Altrecht GGZ Utrecht.
LPKJ
stelt een diagnose
verleent hulp
doet onderzoek
geeft onderwijs
Het eerste
proces in traumaverwerking verloopt ongeveer als volgt:
herbeleving
vermijding
verhoogde
prikkelbaarheid
overige reacties
Deze moeten
langzaam ‘uitdoven’ Dat duurt ongeveer 6 weken.
Een kind
wat getuige is van de moord op een ouder door de andere ouder krijgt te maken
met de volgende emoties.
Beide ouders kwijt
Veel strijd in
familie
Chaos en
ontreddering
Verlies op
meerdere fronten: veiligheid, huis, beide ouders
Naast
traumaverwerking ook rouwverwerking
Langdurige onrust
en onzekerheid
Loyaliteitsproblemen
LPKJ direct
na de gebeurtenis:
Consultatie over
communicatie, opvang en uitleg over mogelijke reacties
Meedenken met
hulpverleners
Eerste
traumaopvang
LPKJ op
langere termijn
Diagnostiek
Behandeling
Ondersteuning van
verzorgers
Welke rol wil
dader/ouder spelen?
LPKJ
Onderzoek
Partnerdoding bij biologische ouders 50 casussen in 5 jaar
Meer kennis
nodig over lange termijn gevolgen.
Er komt een
follow-up van het onderzoek.
Getuige
zijn van de moord = aanwezig geweest op de lokatie = moet naar andere
woonsituatie.
⅓ gaat naar
een neutraal pleeggezin
⅓ gaat naar
een gezin uit het netwerk van het slachtoffer
⅓ komt in
een gezin uit het netwerk van de dader
VRAAG:
Wat
zijn de gevolgen voor kinderen van (verplicht) contact met de dader/ouder
Kinderen
moeten geïnformeerd worden over het gebeurde (in grote lijnen)
ANTWOORD:
Uitgangspunt moet zijn: WAT HEEFT HET KIND NODIG?
Thema:
Jeugdzorg
Bureau Jeugdzorg valt onder het Ministerie voor Jeugd en Gezin
Raad
voor de Kinderbescherming valt onder Ministerie van Justitie
Raad
voor de Kinderbescherming
(Renske Vreugdehil, raadsonderzoeker spoedafdeling)
1e
lijn is Bureau Jeugdzorg
2e
lijn is Raad voor de Kinderbescherming
Protocol:
Incident
BJZ Crisisteam Intensieve
samenwerking onderzoekers
RvK Spoedafdeling toetsen ouderlijk gezag
geen hulpverleners
Rechtbank
Mogelijke
uitspraken: (Voorlopige) Onder
Toezicht Stelling (V/OTS)
(Tijdelijke)
voogdij) Machtiging
uithuisplaatsing
RvK doet
onderzoek door middel van gesprekken. Ook met kinderen. Eerlijkheid is
belangrijk (hard?) Warme
overdracht is zeer belangrijk.
BJZ Jeugdbescherming / uitvoerende partij
Bureau
Jeugdzorg
(Henry van de Bosch, MO groep)
In de MOgroep (Maatschappelijk
Ondernemers Groep) bundelen ruim 1700 ondernemers in Welzijn & Maatschappelijk
Dienstverlening, Jeugdzorg en Kinderopvang hun krachten. De MOgroep treedt voor
de branches op als werkgeversorganisatie.
Jeugdzorg
wordt uitgevoerd door:
3 landelijk
werkende instellingen (LWI)
William Schrikker
Groep
Leger des Heils
Stichting
Gereformeerde Jeugdzorg
De toegang is in
handen van het AMK (Advies- & Meldpunt Kindermishandeling
CIT: Crisis
Interventie Team
In geval
van crisis vraagt CIT kinderrechter om een machtiging uithuisplaatsing. De ouder
moet daarna binnen 2 weken worden gehoord.
JEUGDBESCHERMING
V/OTS 40.000
gevallen
(Tijdelijke) voogdij (géén ouderlijk gezag)
=
Rechtspersoon
Natuurlijk
persoon
7000
gevallen
Bureau
Jeugdzorg is in Nederland verdeeld in 15 gebieden. Ieder gebied is een
zelfstandige stichting. Ieder stichting maakt haar eigen beleid.
Na de
uiteenzettingen werd de groep in tweeën gesplits.
In de groep
waar ik bij aanwezig was werden persoonlijke ervaringen uitgewisseld en vragen
daarover gesteld.
De
ervaringen zijn zéér uiteenlopend van bijzonder goed tot angstaanjagend slecht.
Commentaar:
De opkomst was
laag. Daarmee geven we MinJus argumenten in handen om dit soort bijeenkomsten te
heroverwegen. Als we willen dat er naar ons geluisterd wordt, zullen we moeten
zorgen dat we er zijn.
Het
bestaan van het
Landelijk Psychotraumacentrum voor Kinderen en Jongeren was mij
niet bekend. De uitleg was goed voorbereid, uitgebreid en gedegen. Volgens mij
kunnen onze leden die met -door oudermoord getraumatiseerde- kinderen te maken
hebben veel hebben aan deze instelling.
Schokkend was voor mij het feit dat BJZ verdeeld is in 15 afzonderlijke
stichtingen die ieder hun eigen beleid maken. Het verklaart de klachten
van leden over de totaal verschillende beslissingen die in overeenkomende
gevallen genomen worden. Onvoorstelbaar dat er landelijk dus geen uniform beleid
is. Je zou moeten overwegen lotgenoten te adviseren om te verhuizen naar een
regio waar anderen goede ervaringen hebben met BJZ. Te gek voor woorden.
Zeer storend vond ik het vertrek na de plenaire zitting van Henry van den Bosch.
Hierdoor heeft hij de verhalen van lotgenoten niet gehoord. Dus kon hij ook geen
verbeterpunten met ons vaststellen en dus ook niet overbrengen aan de BJZ’s die
zijn aangesloten bij de Omgroep. En door zijn afwezigheid konden hem geen
aanvullende vragen worden gesteld.
De gastvrijheid van MinJus was als vanouds.
Harrie
van der Meijden
Hoe
is
het
de
ADS
afgevaardigden
vergaan,
hoe
hebben
zij
het
ervaren
en
beleefd,
die
bijeenkomst
en
gesprekken
op
donderdag
8
juli
in
Den
Haag?
Deze
vraag
en
de
volgende
vragen
hebben
wij
gesteld.
Was
het
waardevol?
Informatief
wijzer
geworden?
Zijn
er
nog
afspraken
gemaakt?
Tevens
hebben
wij
om
ieders
reactie
verzocht.
Een
eerlijke
mening,
die
wij
ook
op
de
website
plaatsen.
Tot
op
heden
hebben
wij
ontvangen:
Eerlijk
gezegd
zag
ik
er
van
te
voren
erg
tegenop.
Met
name
de
voorlichting
over
het
UMC
vond
ik
heel
interessant.
En
bij
de
uitleg
over
jeugdzorg
kon
ik
mijn
aandacht
er
ook
nog
wel
bijhouden
maar
eerlijk
gezegd
heb
ik
weinig
meer
meegekregen
over
de
uitleg
van
de
raad
voor
de
kinderbescherming.
Misschien
de
warmte
of
gewoon
omdat
ik
mijn
aandacht
nog
niet
zo
lang
bij
dingen
kan
houden.
Heel
eerlijk
gezegd
had
ik
ook
de
titel
van
de
bijeenkomst
anders
opgevat.
Ik
dacht
had
partnerdoding
toegespitst
op
mijn
eigen
situatie,
en
dacht
dus
aan
mensen
van
wie
de
partner
vermoord
was
en
het
effect
op
hun
kinderen.
Het
werd
me
snel
duidelijk
dat
je
die
term
ook
heel
anders
uit
kunt
leggen.
Duidelijk
dat
er
aan
de
kant
van
de
kinderbescherming
nog
veel
verbeterd
kan
worden
en
hopelijk
wordt
dat
ook
meegenomen.
Verschillende
verhalen
gehoord
en
er
wordt
naar
mijn
mening
maar
weinig
echt
naar
het
kind
gekeken
en
geluisterd.
Ook
mijn
eigen
verhaal,
en
met
name
het
feit
dat
er
niemand
ooit
oog
heeft
gehad
voor
Joy,
voor
haar
rechten,
haar
opvang,
kon
ik
kwijt.
Gelukkig
kan
ik,
als
het
goed
is,
een
afspraak
voor
haar
maken
bij
het
UMC
om
te
kijken
of
het
nu
echt
wel
goed
met
haar
gaat.
En
Jack
en
Harrie
waren
zo
lief
om
te
vragen
voor
me
of
ik
het
zelf
moest
betalen
en
of
ik
er
zonder
verwijzing
terecht
kon.
Daar
had
ik
zelf
niet
aan
gedacht.
Ik
merk
dat
ik
veel
aan
de
lotgenoten
heb,
waar
mijn
hersencellen
nog
niet
zo
werken,
letten
zij
op
dit
soort
dingen,
en
krijg
ik
ook
veel
tips
van
de
anderen
w.b.t.
schade
proberen
te
verhalen
e.d.
Ben
achteraf
toch
blij
dat
ik
meegegaan
ben.
Hoop
dat
het
iets
kan
toevoegen.
Karin
v.d.
Plas
http://rob-sitek.herinneringsplaats.nl
Mijn
ervaring
en
antwoord
na het
gesprek
met
Jeugdzorg
is, al
snel
bleek
dat ze
overal
verschillend
werken
en
denken.
De een
vind dat
een kind
niet op
bezoek
bij de
vader
(dader)
moet, en
de ander
weer
wel. Er
zit
totaal
geen
lijn in
......
Onbegrijpelijk
dat
hierin
niet
uniform
wordt
gewerkt.
Ze
hebben
het wel
allemaal
over het
belang
van het
kind
....
Maar
welk
belang???
Het
lijkt
alsof
zij dat
zelf ook
niet
weten.
Mijn
gevoel
zegt:
zij
hebben
een
goede
job,
denken
dat ze
hun best
doen,
maar
zijn
totaal
niet
betrokken
en dus
eigenlijk
volkomen
onwetend.
Totaal
onwetend
over
hetgeen
wij, als
nabestaanden
van onze
kinderen
en
kleinkinderen
meemaken.
Ik vind
dat hier
heel
duidelijk
een lijn
in moet
komen.
Na deze
bijeenkomst
en het
gesprek
weet ik
zeker
dat het
allemaal
eilandjes
zijn
waarop
ieder
maar
doet wat
hij/zij
denkt
dat goed
is. Kost
niet
alleen
veel
geld,
maar
draagt
ook bij
aan nog
meer
slachtoffers
en is
ook een
belemmering
voor
nabestaanden
van
slachtoffers.
Ook op
dit
gebied
staan de
daders,
hoe
gewetenloos
dan ook,
nog
steeds
voorop.
Als er
echt
wordt
geluisterd
en dit
niet
veranderd
dan
hebben
deze
gesprekken
ook geen
waarde.
Cor
Bouwens.
Eigenlijk
weet ik
nog niet
zo goed
wat ik
van de
bijeenkomst
vond. Ik
dacht
dat het
moest
bezinken
en dat
ik de
dag
later
zou
weten
wat ik
vond.
Inhoudelijk
weet ik
het even
niet.
Wat ik
wel heel
erg voel
is de
saamhorigheid
als
groep,
maar ook
de
gezelligheid
en het
uitwisselen
van
ervaringen,
contacten,
tips...
Ik hoop
dat ik
tevreden
ben als
ik hoor
dat er
wat
wordt/
is
gedaan
met
alles
wat is
gezegd
door
nabestaanden.
Tot die
tijd,
heb ik
geen
mening...
Gonda
Breuer