Verslag Beleidsoverleg Lotgenotenorganisaties

Vrijdag 15april 10:30-12:30, van Hooffzaal A

Ministerie van Veiligheid en Justitie    Schedeldoekshaven 100, Den Haag

Aanwezig:

 (ADS), (VOVK), (VVRS), (SHN), (SGM), (OM), (RvdR), (Staatssecretaris VenJ van 11.30 tot 12.15 uur), (DSP, voorzitter), (DSP, S&R)

 

 

Agendapunten

 

1.      Opening en mededelingen

-     Op 26 april opent de staatssecretaris het Informatiepunt Detentie Verloop (IDV). Het IDV is vanaf januari 2011 al actief en heeft met de komst van de nieuwe wet versterking positie slachtoffers er een aantal taken bij gekregen.

-     De directeur van Slachtofferhulp Nederland geeft aan dat er een goede samenwerking op gang is gekomen aangaande de verschrikkelijke gebeurtenissen in Alphen aan de Rijn en Baflo. De nabestaanden zullen altijd door een casemanager worden benaderd.

 

2.      Lopend beleid

Wetswijziging wet Schadefonds Geweldsmisdrijven

-          Het wetsvoorstel is op 29 maart 2011 in de Tweede Kamer aangenomen, naar verwachting per 1 januari 2012 in werking. Geldt naar verwachting alleen voor nieuwe gevallen (dus vanaf 2012). De positie van nabestaanden (zelfde definitie als bij spreekrecht) wordt gelijkgetrokken met slachtoffers. Nabestaanden zullen ook recht op immateriële schadevergoeding en andere materiële schade (bijv. kosten voor therapie). Let op: blijft een gemaximeerde tegemoetkoming. Daarbij komt een hardheidsclausule voor schrijnende gevallen. Maximumbedragen kunnen makkelijker door minister worden opgehoogd en tegelijk met deze wet gaat wetswijziging wet op de rechtsbijstand gelden die ervoor zorgt dat nabestaanden ook recht hebben op kosteloze rechtsbijstand. Deze regeling gold al, maar was nog niet vastgelegd in de wet.

-          Een aparte regeling voor affectieschade zal mogelijk weer worden besproken zodra de nieuwe leden van de Eerste Kamer zitting nemen.

-          SGM komt tegemoet wanneer de schade niet op een andere manier vergoed wordt.

 

Zelfverdediging

-          In het regeerakkoord is opgenomen dat geregeld zou worden dat personen in geval van zelfverdediging niet direct mee hoeven naar het bureau. Deze regeling is per 1 januari 2011 ingegaan.

 

Uitbreiding spreekrecht

-     De voorbereiding voor het opstellen van een conceptwetswijziging is in volle gang. De staatssecretaris wil dit conceptwetsvoorstel in mei in consultatie brengen. Wetsvoorstel ziet op twee uitbreidingen:

1. Vertegenwoordiging toestaan in zaken waarin het slachtoffer niet zelf kan spreken (denk aan Amsterdamse zedenzaak, comateuze patiënten)

2. Uitbreiding aantal nabestaanden dat mag spreken.

-     Van het spreekrecht wordt ongeveer 250 keer per jaar gebruik gemaakt en van een schriftelijke verklaring ongeveer 3000 keer. Het spreekrecht is zeer belastend voor het slachtoffer of nabestaande. De casemanager van Slachtofferhulp Nederland kan hierbij ondersteunen.

 

Conservatoir beslag

-          De staatssecretaris wil het mogelijk maken dat beslag wordt gelegd op middelen van een verdachte met het oog op een later door de rechter op te leggen schadevergoedingsmaatregel. Er komt hiervoor een titel voor conservatoir beslag ten behoeve van het slachtoffer. Impactanalyse naar de gevolgen voor organisaties en slachtoffers is onlangs afgerond en wordt aanstaande maandag besproken.

 

 

 

3.      Contacten

-     Aanwezigheid departement bij bijeenkomsten lotgenotenorganisaties

Wij kregen eerder dit jaar van de lotgenotenorganisaties uitnodigingen om aanwezig te zijn, al dan niet in een panel, bij verschillende regionale bijeenkomsten. We zijn bij slachtofferbeleid met te weinig mensen om aan al deze verzoeken tegemoet te komen. Er wordt afgesproken bij alle drie de verenigingen één maal per jaar aanwezig te zijn. Daarnaast ook bij de DHG en als er speciale gelegenheden zijn. De directeur SHN geeft aan dat hij de structurele contacten met de lotgenotenorganisatie wil intensiveren. Hij ziet hierbij een gezamenlijk belang.

 

-     Contact met de staatssecretaris

Nu de staatssecretaris geen Kamerlid meer is maar bestuurder, is zijn rol, ook richting lotgenotenorganisaties, veranderd; contacten krijgen daarmee een ander karakter. Hij kent veel leden persoonlijk en de wens tot persoonlijk contact is begrijpelijk. Verzoek aan de lotgenotenorganisaties om terughoudend om te gaan met het rechtstreeks benaderen van de staatssecretaris. In eerste instantie is SHN de aangewezen organisatie voor hulp bij vragen in individuele zaken.

 

 

4.      Door nabestaandenorganisaties zijn diverse agendapunten aangedragen. Deze zijn geclusterd in de volgende thema’s:

-          Straf

-          Terug in de maatschappij

-          Financiële aspecten

 

Straf

·          Dader van moord/doodslag verplicht naar Pieterbaan Centrum (PBC).

Ook wanneer iemand niet meewerkt.

Het OM geeft aan dat juist wanneer iemand niet meewerkt deze persoon voor een observatie van 6 weken naar het PBC gaat. Doel van TBS is een terugkeer in de maatschappij. Als iemand na tijdens de observatieperiode alleen maar op zijn kamer blijft zitten moet er op een andere wijze aan gezocht worden naar informatie. Het Pieter Baan Centrum werkt aan verbetering door de NIFP- rapporteurs eerder en vaker de beschikking te geven over gegevens van andere instanties, zoals informatie over een behandeling in de verslavingszorg, opname in een psychiatrisch ziekenhuis of een vreemdelingenbewaring. Hiermee kan een completer beeld worden verkregen van de geestestoestand van een verdachte. Het NIFP heeft een programma ingesteld dat moet leiden tot meer afdoende rapportages. Als gevolg hiervan kunnen ambulante rapporteurs nu ook onderzoek doen in het Pieter Baan Centrum. Daarnaast werkt het NIFP aan een groter landelijk netwerk voor klinisch onderzoek door samen te werken met GGZ- instellingen en Penitentiair Psychiatrische Centra. Als blijkt dat het NIFP hiermee onvoldoende resultaat boekt zal er gekeken worden of er aanvullend beleid ontwikkeld moet worden zodat gestoorde verdachten niet zonder behandeling terugkeren in de maatschappij.

 

·          Eerst behandelen in kliniek en daarna pas de opgelegde straf uitzitten

Het verdient geen aanbeveling om veroordeelden met een combinatievonnis eerst te behandelen en daarna pas te straffen. De behandeling in een FPC is gericht op een veilige terugkeer in de maatschappij. Hiertoe krijgen TBS-gestelden een op het delictgedrag gerichte behandeling en krijgen zij - onder strikte voorwaarden - vrijheden toegekend. Alle inspanningen zijn derhalve gericht op resocialisatie en niet op insluiting. Indien TBS-gestelden na de behandeling hun straf uitzitten, zal het effect van de behandeling vaak verloren gaan.

 

 

·          Geen vervroegde vrijlating voor alle daders van moord of doodslag

Op 1 juli 2008 is de wet voorwaardelijke invrijheidsstelling (vi) in werking getreden. Dit betekent dat een veroordeelde niet meer “automatisch” vrijkomt, maar dat aan zijn vrijlating voorwaarden zijn verbonden. Het gaat hier om een algemene voorwaarde: tijdens de proeftijd niet recidiveren. Daarnaast is er de mogelijkheid om bijzondere voorwaarden aan de vi te verbinden, zoals een contactverbod met het slachtoffer of een locatieverbod.

Niet iedereen komt in aanmerking voor vi, uitstel of afstel is mogelijk als iemand zich tijdens detentie (herhaaldelijk) ernstig misdraagt of tijdens detentie een strafbaar feit heeft gepleegd of heeft geprobeerd te ontsnappen. Wanneer de kans op recidive hoog is en een veroordeelde werkt tijdens zijn detentie niet mee aan programma’s om de dit risico te verminderen, dan moet iemand niet in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidsstelling. Daarnaast geldt dat als iemand zich niet aan de voorwaarden houdt, er direct moet worden opgetreden. Dit betekent dat een veroordeelde dan een deel of de rest van zijn straf in de gevangenis uitzit. Dit blijft maatwerk. Wanneer veroordeelde met tbs maatregel zich niet aan de verlofafspraken houdt zal er in het komende jaar geen nieuwe mogelijkheid worden afgewogen.

 

·          Bij verkrachting geen taakstraf

Er is een wetsvoorstel naar de eerste kamer die het opleggen van een taakstraf beperkt. Hierin wordt voorgesteld geen taakstraf op te leggen bij geweld of zedendelicten en geen gebruik te maken van een combinatiestraf.

 

·                Minimum straffen voor moord en doodslag

Voor doodslag (art. 287 Sr) geldt een maximumstraf van 15 jaar, voor moord (289 Sr.) een maximumstraf van 30 jaar of levenslang. Hieraan zijn geen minimumstraffen verbonden. Dit kabinet is voornemens om minimumstraffen in het geval van recidive in te voeren bij misdrijven waarop een gevangenisstraf van 12 jaar of meer op staat.

Een zwaardere straf is aangewezen als er sprake is van recidive bij zware misdrijven. Dit in het belang van het individuele slachtoffer en de maatschappij. Dit kabinet acht het van belang dat de samenleving, meer dan voorheen, tegen de desbetreffende persoon moet worden beschermd. Het wetsvoorstel stelt de ondergrens voor de strafoplegging bij het recidivefeit bij doodslag op acht jaren gevangenisstraf, bij moord is dat vijftien jaar.

 

·                Fasering

Er volgt een discussie over waarom het moment van fasering van een gesloten inrichting naar een inrichting met meer vrijheden (BBI en ZBBI) niet ingaat bij de vi. Een gedetineerde kan op dit moment vanaf de laatste 18 maanden van zijn detentieperiode in aanmerking komen voor detentiefasering. Kort gezegd wordt hieronder verstaan: het overplaatsen naar een minder beveiligde inrichting en het toekennen van vrijheden, zoals verlof en een penitentiair programma. Dit is afhankelijk van het risicoprofiel van de gedetineerde, zijn strafrestant en resocialisatietraject. Aan het verblijf in een minder beveiligde inrichting is verlof verbonden, in een BBI maandelijks en in een ZBBI elk weekend. Zelfmelders: mensen die een oproep krijgen om zich te melden op een bepaalde datum bij een PI, kunnen direct in een BBI of ZBBI (gevangenisstraf tot 6 mnd.) geplaatst worden en daarom dus gelijk in aanmerking komen voor verlof. Binnen het departement wordt nagedacht over een nieuwe visie m.b.t. detentiefasering, het belang van slachtoffers gaat hierin een grotere rol spelen. 

 

Terug in de maatschappij

·          Geen terugkeer in de omgeving van nabestaanden en slachtoffers

·          Gebiedsverbod

Er is een wetsvoorstel aangenomen dat voorziet onder andere in een intensivering van de toepassing van locatie- en contactverboden. Hiervoor zijn al implementatiemanagers aangesteld bij het Openbaar Ministerie.

Bij het contactverbod gaat het om het verbod contact te leggen of te laten leggen met bepaalde personen of instellingen. Centraal hierbij staat het verbod om contact te leggen met slachtoffers. Een contactverbod omvat alle vormen van contact, niet alleen fysiek contact, maar ook contact door middel van bijvoorbeeld post, telefoon of internet.

Onder een locatieverbod wordt verstaan een verbod om zich op of in de directe omgeving van een bepaalde locatie te bevinden. Het verbod heeft tot doel te voorkomen dat de veroordeelde zich opnieuw naar locatie begeeft waar het risico bestaat dat opnieuw strafbare feiten worden gepleegd. Een locatieverbod kan in combinatie met een contactverbod worden opgelegd, zodat ongewenste confrontaties met eventuele slachtoffers worden voorkomen.

In ernstige gevallen van veroordeling voor bijvoorbeeld zedenmisdrijven en moord is in het kader van deze wet mogelijk dat het locatieverbod inhoudt dat de veroordeelde niet terugkeert in de woning en wijk waar hij zijn misdrijven heeft gepleegd. Het is overigens wel aan de rechter om het verbod in het vonnis nader te specificeren, zodat duidelijk wordt om welke locatie of soort locaties het gaat en wat wordt bedoeld met "directe omgeving" daarvan. De staatssecretaris laat weten te werken aan een oplossing bij daders van levensdelicten waarbij de straf bij het naderen van de vi nog niet onherroepelijk is vastgesteld en er daarom geen voorwaarden opgelegd kunnen worden.

 

·          Verandering Wet omgangsregeling overblijvende ouder

Er wordt zorg uitgesproken over de kinderen die bijvoorbeeld hun vader (in dit geval dan tevens de dader) moeten bezoeken in de inrichting. Een voorstel van de nabestaande organisaties is de vader aan te laten tonen dat het bezoek in het belang van het kind is in plaats van het omgekeerde waarbij de bezoekregeling het uitgangspunt is. Een uitgangspunt zou moeten zijn dat hij zijn recht tot een omgangsregeling heeft verspeeld. Deze vraag zal binnen het Ministerie van Veiligheid en Justitie aan de directie Jeugd worden voorgelegd.

 

Financiële aspecten

De aanwezigen wordt gevraagd hun financiële vragen te mailen met een (uitgebreide) onderbouwing. Wij zullen een eerste inventarisatie doen naar de (politieke) wenselijkheid en (juridische en financiële) haalbaarheid van de verschillende onderdelen. Bij het volgend PO komen we er op terug.

 

5.                  Rondvraag en sluiting

Directeur SGM vraagt hoe de lotgenotenorganisaties aankijken tegen een proactieve benadering door de medewekers van SGM van nabestaande. De aanwezigen vertegenwoordigers geven aan dat ze dit zien als stap in de goede richting.

Er wordt gevraagd om mee te kijken naar de verbeteringen in het aanvraagformulier.