|
Bijeenkomst Slachtofferzorg Donderdag 8
november 2007
Aanwezig: Aandacht Doet Spreken: Martin Roos, Piet Beekenkamp, Jac Nooijens.
VVRS: Greetje
Schmitz, Johannes Boertien, Mans Kerstholt,
Albert Metselaar.
VOVK:
Sophia Kammeijer, Jef Rijsbergen, Frits de
Jong. SGM: Annelize van Dijk, Hannie Bekker.
SHN: Renée
Dabekousen, Jaap Smit, Frank Hengeveld. OM:
Jeroen Steenbrink.
Justitie:
Victor Jammers~ Aafke Pleket.
1. Opening
Victor Jammers opent
de bijeenkomst en heet iedereen welkom. Er
zijn vandaag een paar nieuwe gezichten in
het gezelschap: Frank Hengeveld van
Slachtofferhulp Nederland, Hannie Bekkers
van het Schadefonds Geweldsmisdrijven,
Albert Metselaar en Johannes Boertien van de
VVRS, en Jeroen Steenbrink, officier van
Justitie.
Aan de agenda worden
nog de volgende punten toegevoegd: het
risico-taxatie instrument, de
informatieverstrekking vanuit het
gevangeniswezen en de
TBS-sector, het
terugkeren van de dader in de leefomgeving
van het slachtoffer of de nabestaanden en de
archief wet.
Het afgelopen jaar
hebben we elkaar bij verschillende
gelegenheden ontmoet. Op 3 november vorig
jaar was de vorige bijeenkomst in deze
setting. Daarna is er op 30 november nog een
bijeenkomst geweest over de voorziening voor
nabestaanden. Op 6 juli dit jaar was een
bijeenkomst met een vijftal rechters.
Afgelopen 22 september was de herdenkingsdag
in Enschede. Voor het ministerie van
Justitie is het project "Slachtoffers
Centraal" de afgelopen maanden belangrijk
geweest. Het is een samenwerkingsverband
tussen een aantal voor het slachtofferbeleid
belangrijke organisaties, zoals de politie,
het Openbaar Ministerie en Slachtofferhulp
Nederland.
Het wetsvoorstel
versterking positie slachtoffer in het
strafproces ligt inmiddels al anderhalf jaar
in de Tweede Kamer. Namens de drie
organisaties van
nabestaanden zijn er enkele mails naar
kamerleden gestuurd met daarin het verzoek
om dit wetsvoorstel te behandelen. Dit heeft
echter nog niet tot actie geleid. Ook de
minister van Justitie heeft dit verzoek
gedaan in een brief aan de voorzitter van de
Tweede Kamer. Een dergelijke brief is vrij
uniek. Wat de vertraging bij de behandeling
gedeeltelijk kan verklaren, is het
amendement rond een voorschotregeling voor
slachtoffers. Eerder was er onenigheid
tussen de partijen over hoe dat amendement
precies zou moeten luiden. Dit heeft veel
tijd gekost. Inmiddels is het amendement
ingediend. Wellicht dat de Kamer het
wetsvoorstel nu binnenkort zal behandelen.
Mans Kerstholt vraagt
zich af of er voldoende gecommuniceerd is
over het project van de voorziening voor
nabestaanden, aangezien een rechter uit het
noorden niet van de casemanagers op de
hoogte was, ondanks Slachtoffers Centraal.
Jaap Smit geeft aan dat dit wellicht komt
doordat het project niet in die regio loopt.
Victor Jarnmers geeft aan dat er veel
informatie, op verschillende manieren, is
gegeven over Slachtoffers Centraal en over
de voorziening voor nabestaanden. Het kan
dus ook zijn dat iemand niet goed heeft
opgelet.
2. Voorziening
nabestaanden
Renée Dabekousen geeft
een stand van zaken van het project. Op 30
november 2006 hebben de nabestaanden veel
input geleverd voor de voorziening. Aan de
hand van deze informatie is het
functieprofiel van de casemanagers
opgesteld. Op dit moment zijn er vier
casemanagers. die werken in de pilotregio's
IJsselland / Flevoland. Zuid-west en
Haaglanden. De casemanagers richten zich op
emotionele ondersteuning, praktische hulp
en juridische ondersteuning. Het gaat
daarbij vooral om maatwerk. De casemanagers
zijn een spin in het web, ze kunnen deuren
openen die voor nabestaanden vaak gesloten
blijven.
De eerste zaak deed
zich aan op het moment dat het project
officieel nog niet liep. Deze zaak is wel
door een casemanager opgepakt en loopt goed,
de casemanager kan goed werk leveren en
werkt goed samen met de familie rechercheur.
Bij deze zaak is veel publiciteit, ook dit
is in goede banen geleid. Inmiddels lopen er
acht zaken. In enkele zaken is de
casemanager" zeer intensief betrokken, bij
andere zaken is dit wat minder. Het project
begint echt op gang te komen. lnmiddels is
geleerd dat iedere zaak om een andere aanpak
vraagt; de casemanagers moeten op maat
leveren.
De nabestaanden geven
aan tevreden te zijn met de ontwikkelingen.
Zij zijn het er helemaal mee eens dat
maatwerk bij deze voorziening zeer
belangrijk is. Ze vragen zich af of de
casemanager voldoende wordt geaccepteerd
door andere partijen. Renée geeft aan dat de
casemanagers daar inderdaad wel tegen aan
lopen, maar dat dit altijd goed wordt
opgelost.
Op de vraag wat voor
mensen het eigenlijk zijn, de casemanager,
vertelt Jaap Smit dat de casemanagers allen
mensen met ervaring zijn; stevige mensen met
voldoende ervaring die als teamleider
werkzaam waren bij Slachtofferhulp
Nederland. Zij zijn goed in het leggen en
onderhouden van contacten. Ze hebben kennis
van zaken, maar behandelen niet. Ze gaan op
zoek naar dat wat nodig is voor de
nabestaanden. De hulp van een casemanager
duurt zo lang als nodig is, eventueel zorgen
zij voor overdracht aan een andere
organisatie, mocht dat nodig zijn.
De nabestaanden vragen
zich af of zij de namen van de casemanagers
mogen hebben, en eventueel contact op kunnen
nemen als een zaak zich aandient. Jaap Smit
geeft daarop aan dat de aansturing van het
project bij Slachtofferhulp Nederland ligt,
dat is ook het aanspreekpunt voor de
nabestaanden, niet de casemanagers zelf.
Slachtofferhulp
Nederland heeft veel moeite gedaan om
lotgenotenbijeenkomsten bij de basis van
BNMO te organiseren. De eerste is, door
weinig aanmeldingen en vervolgens enkele
afmeldingen, afgeblazen. Op dit moment zijn
ze een tweede bijeenkomst aan het
organiseren, die in het voorjaar plaats moet
vinden. De doelgroep van de bijeenkomsten is
in eerste aanleg ouders van een vermoord
kind. Slachtofferhulp Nederland heeft de
indruk dat ze iets aan het organiseren zijn
voor een groep die er nog niet is. Ze vragen
zich af of er wel behoefte aan is. Dit
levert teleurstelling op bij de
nabestaanden, ook zij hadden verwacht dat er
meer aanmeldingen zouden zijn.
Slachtofferhulp Nederland zal via een
enquête proberen te achterhalen waarom
mensen niet willen komen. De nabestaanden
geven aan graag de uitslag van deze enquête
te willen weten, en ook horen zij graag wat
de ervaringen waren bij de bijeenkomsten die
nog gaan komen. Slachtofferhulp Nederland
geeft aan hier voor te zullen zorgen.
Slachtofferhulp
Nederland zegt toe om de nabestaanden twee
keer per jaar, buiten de bijeenkomsten zoals
deze om, de nabestaanden op de hoogte te
brengen van de ontwikkelingen bij het
project van de voorziening voor
nabestaanden.
Renée Dabekousen
vertelt dat zij zich wegens persoonlijke
omstandigheden
terugtrekt. Jaap Smit
zal binnen twee weken een nieuwe
projectleider aanstellen. Iedereen bedankt
Renée voor haar inzet voor de casemanagers.
'
3. Wetsvoorstel
versterking positie slachtoffer
Dit onderwerp hebben
we bij de opening al besproken.
4. Wet Schadefonds
Geweldsmisdrijven en de voorschotregeling
De Wet op het
schadefonds geweldsmisdrijven wordt
vernieuwd. Op dit moment staat de volgende
zinsnede in deze wet: "met dien verstande
dat bij overlijden alleen in aanmerking
komen de schade door het derven van
levensonderhoud en de kosten van
lijkbezorging." Deze zinsnede komt te
vervallen. Dit betekent een verruiming van
de mogelijkheden voor nabestaanden om een
aanvraag tot uitkering in te dienen.
Daarnaast wordt ook de kring van
gerechtigden verruimd, naar bloedverwanten
van de overledene in de eerste graad (ouders
en kinderen) en in de tweede graad in de
zijlijn (broers en zussen). Dit betekent dat
bij een uitwonend kind de ouders ook in
aanmerking komen voor een uitkering.
Nabestaanden blijven in aanmerking komen
voor een uitkering als gevolg van
shockschade (confrontatie met misdrijf of de
gevolgen van het misdrijf).
De voorschotregeling
is opgenomen in deze wijziging van de Wet op
het schadefonds geweldsmisdrijven. De
doelgroep van de voorschotregeling is
dezelfde als die van het schadefonds:
slachtoffers van geweldsmisdrijven en hun
nabestaanden in geval van overlijden.
Het traject van een
wetswijziging is een lang traject. Wanneer
een nieuwe tekst is opgesteld, moet deze aan
een aantal betrokken organisaties voorgelegd
worden in de zogenoemde consultatieronde.
Uit deze ronde komen adviezen, deze worden
verwerkt door het ministerie. Vervolgens
gaat de tekst naar de minister. De minister
beoordeelt de tekst en legt deze vervolgens
voor aan de ministerraad. Uit de
ministerraad kan ook advies of commentaar
komen dat verwerkt moet worden. Na deze
ronde gaat de wetswijziging naar de Raad van
State. Zij bestuderen de wetswijziging en
geven een advies. Ook dat moet
verwerkt worden door het ministerie.
Vervolgens gaat de wet weer langs de
ministerraad. Daarna wordt de wetswijziging
aangeboden aan de Tweede Kamer. De Tweede
Kamer behandelt de wetswijziging, daarna
gaat de wetswijziging ofwel terug naar het
ministerie voor aanpassing, of het wordt
doorgestuurd naar de Eerste Kamer, waar de
wetswijziging ook wordt behandeld. Na een
succesvolle behandeling in de Eerste Kamer
kan de wetswijziging naar de Koningin voor
een handtekening en daarna naar de minister
van Justitie voor een handtekening. Het
staatsblad publiceert vervolgens de tekst.
Dit traject duurt op zijn minst anderhalf
jaar, maar dan moet alles wel mee zitten.
Voor de wet op het schadefonds betekent dit,
dat deze waarschijnlijk pas per 2010 in
werking zal treden, en dat ook de
voorschotregeling pas dan zal gaan gelden.
5. Subsidie 2008
De drie organisaties
hebben in 2006 en 2007 subsidie ontvangen
voor het organiseren van bijeenkomsten voor
lotgenoten. Ook voor 2008 kunnen zij een
subsidieaanvraag indienen.
6. Dag Herdenken
Geweldsslachtoffers
Op 22 september is de
Dag Herdenkèn Geweldsslachtoffers geweest.
Extra agendapunten
Risico-taxatie
instrument
Al eerder is over het
risico-taxatie instrument gesproken. De
nabestaanden vragen zich af wat er inmiddels
gebeurd is. Victor Jammers legt uit dat het
instrument overal gebruikt dient te worden,
dit is verplicht. De nabestaanden vragen
zich af wie er verantwoordelijk is voor het
bewaken van die verplichting. Victor Jammers
stelt voor de ontwikkelingen rond het
risico- taxatie instrument op een rijtje te
zetten en dit in de nieuwsbrief
Slachtofferbeleid te zetten. De nabestaanden
willen ook nog weten of het mogelijk is het
instrument aan bod te laten komen tijdens de
opleiding van rechters. Justitie zal kijken
welke mogelijkheden daarvoor zijn.
Informatieverstrekking
De
informatieverstrekking vanuit het
gevangeniswezen loopt nog niet goed. Het
heeft wel de aandacht van de betrokken
partijen .(het Openbaar Ministerie en de
Dienst Justitiële Inrichtingen), zij zijn
samen aan de slag gegaan. Het is echter erg
ingewikkeld om goed te organiseren. Victor
Jammers zegt toe dat de nabestaanden
uiterlijk 29 februari 2008 een stand van
zaken ontvangen over de voortgang. Over de informatieverstrekking vanuit de TBS-sector gaan we het in het voorjaar hebben. Die bijeenkomst zal geheel in het teken staan van TBS.
Bij de voorwaardelijke
invrijheidstelling gaan slachtofferbelangen
meewegen. Als bijzondere voorwaarde kan
bijvoorbeeld een contactverbod of een
straatverbod worden opgelegd aan de dader.
Op dit moment zijn het ministerie en het
Openbaar Ministerie met elkaar in overleg
over hoe dit in de praktijk gaat werken. Het
zou mooi zijn als het Openbaar Ministerie
altijd kijkt naar de belangen van het
slachtoffer of de nabestaanden. Natuurlijk
kan straks bij de voorwaardelijke
invrijheidstelling een slachtoffer of een
nabestaande altijd zelf een verzoek indienen
voor een bijzondere voorwaarde.
Terugkeren in de
leefomgeving van het slachtoffer of de
nabestaanden
Jeroen Steenbrink legt
uit dat het uitgangspunt in het strafrecht
is dat daders, behalve bij een levenslange
gevangenisstraf, ooit weer terugkeren in de
samenleving. De vraag of daders na hun
gevangenisstraf mogen terugkeren naar hun
eigen leefomgeving, wat ook de leefomgeving
van het slachtoffer of de nabestaanden kan
zijn, is vooral een politieke vraag.
Op dit moment is er wel drang vanuit de
reclassering om te zorgen dat daders niet
terugkeren naar de omgeving van het
slachtoffer of de nabestaanden. Volgens de
nabestaanden zou het mooi zijn als dat
standaard beleid zou zijn. Victor Jammers
geeft aan dat met de reclassering besproken
kan worden of deze drang steviger: kan. Ook
stelt hij voor het onderwerp te bespreken
tijdens de bijeenkomst met officieren van
Justitie, in het voorjaar van 2008.
De nabestaanden hebben
gezien dat er jaarlijks 4.000
gratieverzoeken binnen komen en vinden dat
behoorlijk veel. Victor Jammers geeft aan
dat van die vierduizend er maar weinig
verzoeken worden gehonoreerd. Hij zegt toe
voor een beschrijving van de normale
procedure te zorgen, zodat de nabestaanden
weten hoe dit in zijn werk gaat.
De nabestaanden vragen
zich verder af wat de doelgroep van Exodus
is. Klopt het dat dit alleen mensen zijn die
weer terugkeren in de samenleving? Justitie
zal dit uitzoeken.
Archiefwet
Volgens Victor Jammers
valt de archiefwet onder het ministerie van
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, maar hij
weet dit niet geheel zeker. Hij zal dit
navragen.
7. Sluiting
Victor Jammers bedankt iedereen voor zijn of haar komst en sluit de vergadering.
Bijeenkomst bij Justitie op 8 november
Op 8 november was er
een bijeenkomst samen met 4
vertegenwoordigers van
VVRS, 3 van VOVK en 2 van ADS bij Justitie
in den Haag.
Daar waren ook aanwezig 2 dames van
schadefonds geweld misdrijven,
Een officier van Justitie de heer Steenbrink.
De directeur van Slachtofferhulp de heer
Jaap Smit
De projectleider van de Casemanager Rene
Dabekaussen
De secretaris van de klankbord groep voor
Casemanagers de heer Frank Hengeveld.
En van Justitie Aafke Pleket en Victor
Jammers.
Victor Jammers opende de vergadering en hete
ons welkom.
Hij verontschuldigde zich dat deze
vergadering nu pas was en niet enkele
maanden eerder.
Als eerste kreeg Rene het woord en deze
vertelde ons hoe het met de casemanagers
staat.
Er zijn er nu 3 actief en wel in IJselland/Flevoland
in Zuid West Nederland en in Haaglanden.
De resultaten zijn positief al moet men
bedenken dat dit een pilot is.
Deze Casemanagers zijn via een interne
advertentie bij slachtofferhulp, uit
teamleiders welke gesolliciteerd hadden,
geselecteerd.
Een Casemanager moet een manager zijn en
geen hulpverlener daar heeft hij immers zijn
mensen voor.
Hij moet maatwerk kunnen leveren.
Beschikbaar blijven zo lang als nodig is en
niet stoppen na de berechting van de dader.
In het voorjaar van 2008 zal men de pilot
Casemanager relativeren.
Mocht alles redelijk naar wens gaan wil men
in 2009 in heel Nederland starten.
BNMO.
Na de eerste oproep niet voldoende
aanmeldingen om een proef te starten.
Er moet betere informatie gegeven worden
eventueel via de lotgenoten groepen.
Een 2e bijeenkomst volgt met
nieuwe kandidaten.
Verder nieuws volgt zo spoedig mogelijk.
Schadefonds geweldmisdrijven.
De wet Schadefonds is
verruimd
Nabestaanden in de eerste lijn krijgen
dezelfde rechten als slachtoffers.
Hierbij horen ook ouders van kinderen welke
al op zich zelf wonen(den)
De wet op de voorschot regeling zit in de
molen maar kan nog wel 2 jaar op zich laten
wachten.
Subsidie.
Voor 2008 kunnen de verenigingen hun
subsidie aanvraag nog bij Justitie
inleveren.
Voor 2009 is nog niet
bekent of Justitie nog subsidie geeft, zal
dan vermoedelijk via Slachtofferhulp gaan.
Risico taxatie.
Dit wordt op een rijtje gezet en in de
nieuwsbrief vermeld.
Informatie verstrekking,
Bij TBS zal men spoedig evalueren hoe het
loket werkt.
BIJ gevangenisstraf loopt het nog niet en
het OM gaat met DDI om de tafel zitten en
volgens Victor moet er voor 28 februari een
uitkomst zijn.
We wachten af.
Vragen naar Justitie tot slot.
Wij willen graag weten waar de dader zit
zowel in de gevangenis als in een TBS
kliniek.
Hoe gaat de voorwaardelijke
invrijheidstelling in zijn werk.
Immers er gaan immers al daders met verlof
voor hun 2/3 straftijd er op zit.
Kunnen we een contact en of straat verbod
afdwingen.
Rechters zeggen onze verantwoordelijkheid
eindigt immers bij het definitieve vonnis.
Uitvoering van de straf ligt bij de
gevangenis en/of de reclassering.
Victor Jammers besloot de bijeenkomst met de
belofte in het voorjaar van 2008 weer bij
elkaar te komen.
Piet
Beekenkamp
|