13 september 2007   Gesprek met Minister E.M.H. Hirsch Ballin

 

Met 13 personen die de vereningen ADS, VOVK en VVRS vertegenwoordigden, hadden we op 13 september 2007 een gesprek met Minister Hirsch Ballin.

Nadat de minister en mevrouw E.M. ten Hoorn Boer (directeur-generaal Preventie, Jeugd en Sancties) ons ieder een hand hadden gegeven, gingen we zitten. Jac nam het woord, bedankte de minister dat hij tijd voor ons had vrijgemaakt en stelde voor dat een ieder zijn verhaal zou vertellen en dat we daarbij enkele onderwerpen de revue zouden laten passeren die wij als knelpunten in de huidige hulpverlening en wetgeving ervaren.

 

Diverse zaken kwamen aan de orde. Enkele belangrijke zaken waren:

 

-             De casemanager. We vroegen ons af hoe de pilot verliep en waarom wij als ervaringsdeskundigen niet actiever betrokken zijn bij de werkzaamheden van de casemanagers. De minister wist te melden dat er momenteel 4 casemanagers in verschillende regio’s werkzaam zijn en dat er voor nog 3 regio’s een casemanager gepland staat. De casemanagers zelf zijn ervaren teamleiders. Aafke zal proberen of er bij de volgende bespreking bij Justitie een aantal casemanagers zelf aanwezig kunnen zijn. Nathalie, Greetje, Martin, Frits en Jac gaven enkele heldere voorbeelden waarom de casemanager zo belangrijk is.

-                De archiefwet. Mans pleitte ervoor om de archiefwet te wijzigen. Bijvoorbeeld gegevens van de RDW kunnen voor zogenaamde cold case teams van grote waarde zijn bij onderzoeken. Archieven van overheidsinstanties moeten niet meer worden vernietigd. Ze mogen dan bijvoorbeeld wel alleen maar worden gebruikt voor recherchedoeleinden.

 

-                Kosteloze advocaat. Waarom kunnen de verdachten de beschikking krijgen over kosteloze advocaten en moeten slachtoffers of nabestaanden zelf voor een advocaat  zorgen. Soms hebben verdachten zelfs de duurste topadvocaten kosteloos ter beschikking, zoals in de rechtzaken bij Minke van de Ven en de familie Metselaar.
Gelukkig is er soms ook iets positiefs te melden. Ad wist bijvoorbeeld te melden dat zijn rechtsbijstandsverzekering diverse zaken als prioriteit 1 zag en betaalde zelfs de advocaat voor het civiele gedeelte.

 

-                De problemen en wantoestanden bij Jeugdzorg. Kinderen aan de familie van de dader toewijzen, zoals bij Hans het geval was, is toch uit den boze. En Anneke brengt naar voren dat het belachelijk is dat er kinderen zijn die de moord hebben zien gebeuren, verplicht op bezoek moeten naar de vader die de dader is.

 

-                De belachelijke maandelijkse cheque van het Justitieel Incasso Bureau. Telkens als deze binnenkomst is Wina volledig van slag. Waarom wordt dit bedrag niet ineens uitgekeerd in plaats van verspreid over 80 jaar!

-                Harrie wist te melden dat wanneer je geen directe bloedband met kleinkinderen hebt, maar wel een emotionele, dat je in de gehele rechtsgang geen partij bent en nergens van op de hoogte wordt gehouden.

 

De minister luisterde aandachtig naar alle ellende die wij meegemaakt hadden en alle problemen die we daarbij tegenkwamen. Hij schreef veel op en vroeg soms nadrukkelijk door bij bepaalde onderwerpen. Het gesprek zou tot 19.00 uur duren, want de minister had nog een vergadering daarna op het Catshuis. Maar terwijl wij om 18.45 uur wat broodjes te nuttigen kregen, heeft hij aan het Catshuis doorgegeven dat hij later kwam. Vanaf 19.00 tot 19.30 uur ging de minister zelf nog in op enkele zaken die hij belangrijk vond om nogmaals de revue te laten passeren.

Ook wist hij te vertellen dat eindelijk de omzetting van vervroegde in voorwaardelijke invrijheidsstelling er wettelijk door is en getekend is.

 

Tevens gaf de minister te kennen het belangrijk te vinden dat er volgend jaar een vervolggesprek komt. Vanzelfsprekend gaven wij aan daar bijzonder mee in te stemmen.

Een ieder had het gevoel dat de minister met veel warme aandacht ons had aanhoord en dat hij zeker diverse door ons aangedragen zaken in ogenschouw zou nemen.

 

En nu maar hopen dat deze minister het een tijdje uit zal houden in deze inmiddels weer roerige tijden in politiek Den Haag.

 

De meesten liepen nog gezamenlijk naar het station, namen daar afscheid of namen dezelfde trein naar huis en lieten daar alles nog eens de revue passeren.

 

Door aandacht te vragen hebben we weer gesproken en nog wel met de Minister van Justitie E.M.H. Hirsch Ballin.

 

Jac Nooijens  

 

 

 

 

 

 

 

 

Ministerie van Justitie

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties

 

 

 

 

Aan geadresseerde   A.D.S

Stichting  Aandacht Doet Spreken

Directie Sanctie- en Preventiebeleid

Postadres: Postbus 20301. 2500 EH Den Haag

Bezoekadres SchedeJdoekshaven 100 2511 EX Den Haag

Telefoon (070) 3 70 71 31 Fax (070) 3 70 90 11

Preventie- en Slachtofferbeleid Aafke Pleket

070~ 370 7086

 

 

a.pleket@minjus.nI 31 oktober 2007 5510121/07/DSP

Gesprek met de minister van Justitie op 13 september 2007

 

Bij beantwoording de datum en ons kenmerk vermelden. Wilt u slechts één zaak in uw brief behandelen.

 

Geachte heer/mevrouw,

 

Op donderdag 13 september was u bij mij op het departement aanwezig om te praten over uw ervaringen als nabestaande van een slachtoffer van een ernstig geweldsmisdrijf. Bij dit gesprek was ook de directeur-generaal Preventie, Jeugd en Sancties, mevrouw Ten Hoorn Boer, aanwezig. Ik heb dit gesprek als zeer nuttig ervaren. Het heeft mij een beeld gegeven van de zaken die goed en de zaken die minder goed gaan op het terrein van de ondersteuning en de rechten van slachtoffers en nabestaanden. Ik dank u dan ook voor uw inbreng.

 

Tijdens ons gesprek zijn veel onderwerpen besproken. Ik geef u in deze brief hier een overzicht van, met daarbij mijn reactie.

 

Strafmaat

In ons gesprek heeft u aangegeven de straffen voor daders van ernstige geweldsmisdrijven vaak te laag te vinden. De tendens is tegenwoordig wel om zwaarder te straffen. Ik behoor als minister van Justitie geen commentaar te leveren op rechters. Dat doe ik dan ook niet. Wel vind ik het van belang dat het Openbaar Ministerie passende straffen eist.

Ook heb ik u deelgenoot gemaakt van de bezwaren die ik al sinds lang koester tegen het automatisme van de vervroegde invrijheidstelling. Om die reden heb ik de indiening van een wetvoorstel bevorderd om de vervroegde invrijheidstelling af te schaffen, waarmee we terugkeren naar de mogelijkheid van voorwaardelijke invrijheidstelling. Dit wetsvoorstel is inmiddels aanvaard door de Tweede Kamer. Het ligt nu ter behandeling bij de Eerste Kamer. Deze behandeling staat gepland voor de week van 13 november. U kunt de voortgang van dit wetsvoorstel volgen via de website van de Eerste Kamer (www.eerstekamer.nl), het nummer van het wetsvoorstel is 30513. Ik verwacht dat deze wet in de loop van 2008 in werking zal treden.

 

Rechtsbijstand

Uit uw verhalen maak ik op dat de verhouding tussen slachtoffer en dader, wat betreft de rechtsbijstand, wringt. Ik hoorde voorbeelden van verdachten die zeer uitgebreid werden bijgestaan door advocaten, terwijl de nabestaanden nauwelijks ondersteuning hadden. Het staat een verdachte vrij om een advocaat te kiezen, waardoor het voor kan komen dat de dader zich bij laat staan door dure advocaten.

Ik heb enkele goede ervaringen met rechtsbijstandsverzekeringen gehoord van u. U vertelde mij echter ook enkele minder goede ervaringen. Deze verschillen zijn mijns inziens te groot. Ik wil dan ook bekijken waar deze verschillen vandaan komen en in hoeverre het mogelijk is voor mijn ministerie om de verschillen te verminderen.

 

Definitie nabestaanden

Door verschillende organisaties wordt een definitie van nabestaanden gehanteerd waardoor nabestaanden die geen bloed- of aanverwant zijn, maar wel emotioneel betrokken zijn, niet in aanmerking komen voor bijvoorbeeld voegen of een gesprek met de officier van Justitie. Ik begrijp dit probleem.

 

Met Slachtofferhulp Nederland heb ik afgesproken dat de casemanagers, werkzaam bij de voorziening voor nabestaanden, altijd zullen bezien of er naast de directe nabestaanden nog andere mensen in de omgeving zijn die door hun emotionele betrokkenheid bij het slachtoffer baat hebben bij ondersteuning. Deze vraag zal ik ook neerleggen bij de politie, voor de familierechercheurs, en bij het Openbaar Ministerie, voor de officieren van Justitie. Zij kunnen wellicht in hun werkzaamheden wat meer rekening houden met de verschillende nabestaanden die er zijn.

 

Jeugdzorg

Ik heb tijdens ons gesprek verschillende ervaringen met de jeugdzorg gehoord. Ik zal ervoor zorgen dat deze ervaringen bij mijn collega voor Jeugd en Gezin bekend worden. Uiteraard houd ik u op de hoogte van de acties die naar aanleiding daarvan worden ondernomen.

Schadevergoeding

Gevallen waarbij een slachtoffer of nabestaande een klein bedrag per maand aan schadevergoeding van de dader op zijn of haar rekening gestort krijgt, zijn mij en u allen bekend. Onder andere om die reden ben ik bezig met een voorstel voor een voorschotregeling. Mijn bedoeling was om deze voorschotregeling gefaseerd in te voeren: eerst alleen voor slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven en pas op een later moment ook voor nabestaanden van slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven.

 

Naar aanleiding van uw reactie in het gesprek op de voorschotregeling, ….

u was van mening dat de voorschotregeling in eerste instantie vaat nabestaanden zou moeten gelden …. heb ik toegezegd nogmaals naar deze fasering te kijken. Ik heb naar aanleiding daarvan besloten om de voorschotregeling niet gefaseerd in te voeren, maar direct te laten gelden voor slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven  EN de nabestaanden van deze slachtoffers in geval van overlijden door een delict 

 

Het voorstel van de voorschotregeling  wordt opgenomen in de voorgenomen wijziging van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. Deze wijziging zal ik naar verwachting begin volgend jaar aan de Tweede Kamer aanbieden. Wanneer de voorschotregeling zal ingaan, is mede afhankelijk van de behandeling in de Tweede en de Eerste Kamer.

 

Voorziening nabestaanden

In ons gesprek hebben wij ook de voorziening voor nabestaanden, de casemanagers bij Slachtofferhulp Nederland besproken. Er zijn inmiddels vier casemanagers werkzaam in drie regio's van Slachtofferhulp Nederland. Eind dit jaar start een uitgebreid evaluatieonderzoek naar de voorziening. Aan de hand van dit onderzoek kan de voorziening verder verbeterd worden. Slachtofferhulp Nederland zal volgend jaar de voorziening ook in de overige drie regio's opzetten.

 

U heeft aangegeven het gevoel te hebben niet voldoende betrokken te zijn bij dit project. Dit is uiteraard niet de bedoeling. In november is er weer een bijeenkomst van mijn ministerie voor de drie lotgenotenorganisaties, waarbij de voorziening voor nabestaanden uitgebreid aan bod zal komen.

 

Archiefwet .

Ik ben het met u eens dat er te licht wordt gedacht over het vernietigen van gegevens. De Archiefwet, waarover wij gesproken hebben, valt echter niet onder de zorgen van mijn ministerie. Ik zal bezien welke mogelijkheden er zijn om voor justitiële doeleinden een uitzondering te maken op het vernietigen van gegevens na een gegeven periode.

 

Vervolg

Zoals ik ook in ons gesprek aangaf, ben ik zeer onder de indruk van uw ervaringen. Ik heb het zeer op prijs gesteld dat u naar mij toe bent gekomen en uw persoonlijke verhaal heeft verteld, en ik wil u daar nogmaals voor bedanken. Ik vind het belangrijk om op de hoogte te zijn van de goede zowel als de minder goede ervaringen. De goede ervaringen zij een voorbeeld zoals het zou moeten, de minder goede ervaringen moeten bij de juiste organisaties terecht komen en tot actie leiden.

 

Gezien het belang van de inzichten van ervaringsdeskundigen wil ik graag over ongeveer een jaar wederom een gesprek met u als leden van de lotgenoten organisaties.

 

Ik dank u nogmaals voor uw komst en uw bereidheid uw ervaringen met mij te delen.

 

Hoogachtend,

E.M.H. Hirsch Ballin, Minister van Justitie

 

 

 
.